God der goden. (engelen) Deel 5.

  1. Drie lange perioden van meer dan 2000 jaren.
  2. 7 tijden van Babel.
  3. DaniŽl, de sleutel voor het begrijpen van de dagen van Noach in de Wederkomst.
  4. DaniŽl 4 en 5. Wat goden zoal doen.
  5. De clou van het gouden beeld uit DaniŽl 3.
  6. De laatste keer dat een engel zich aan duizenden openbaarde.

Drie lange perioden van meer dan 2000 jaren.

Na de periode van de richteren en de koningen, gaat IsraŽl in ballingschap. Eerst is er natuurlijk nog de scheuring van IsraŽl, al in de dagen van de koningen. De twee en de tien stammen scheiden zich van elkaar. Dat was rond 976 voor Christus.

De Lo-ammi periode is de periode waar de profeten al tijden voor gewaarschuwd hadden. IsraŽl heeft vele, vele vermaningen en kansen gehad.

 

Deut.28 is een heel belangrijk stuk in dezen. De Heer zegt daar, dat als zij Zijn geboden onderhouden, dat Hij hen zal zegenen. Dat is het stuk van vers 1 tot en met vers 14. En in vers 14 vinden wij weer het woord “goden”.

Deut.28:14 En gij niet afwijken zult van al de woorden, die ik ulieden heden gebiede, ter rechter hand of ter linkerhand, dat gij andere goden nawandelt, om hen te dienen.

 

Die goden, het zijn altijd weer die goden! Daar begonnen de eerste geboden van de 10 geboden ook mee. Vanaf vers 15 spreekt de Heer over de keerzijde van de medaille. Als zij niet zijn geboden bewaren, dan zal er een vervloeking over hen wezen op de grootst mogelijke manier. En dat stuk over vervloekingen is bijna vier keer zo lang als de zegeningen.

 

Deut.28 is profetisch, want zij hebben Zijn geboden niet bewaard en de vervloeking die over hen is, loopt door tot het moment dat zij weer Zijn volk zijn. Dat is vanaf de Wedergeboorte van IsraŽl aan het einde van de 70ste week van DaniŽl. Vanaf vers 15 wordt volgens mij gesproken over deze Lo-ammi periode.

 

Hos.1:9 En Hij zeide: Noem zijn naam Lo-ammi; want gijlieden zijt Mijn volk niet, zo zal Ik ook de uwe niet zijn.

 

Nu, er ontstaan rond dezelfde tijd, heel ruw genomen, drie lange perioden.

  • 1.    Lo-ammi periode.

  • ∑   De tijdsperiode waarin God zegt dat IsraŽl niet meer Zijn volk is.

  • ∑   Heeft betrekking op de 2 en 10 stammen samen.

  • ∑         Duur: tot aan het einde van de 70ste week. (De rest is voor mij onbekend)

  • 2.    De 70 weken.

  • ∑   70 weken moeten passeren voordat IsraŽl is Wedergeboren.

  • ∑   Is van toepassing op de 2 stammen, Judea en Jeruzalem.

  • ∑         Duur: 2490 jaren (70 x 7 jaren = 490 jaren + een onderbreking van 2000 jaren.)

  • 3.    7 tijden van Babel.

  • ∑   De periode waarin Babel heerschappij verloor, maar daarna weer zal ontvangen. Begint bij de profetie “Mene, Mene, Tekel, Upharsin” (Dan.5:25). De profetie staat in Dan. 4 en 5.

  • ∑   Betreft satanische rijk in de toekomst. Het duidt de tijd aan dat dit verborgen is, ondanks dat er 3 koppen van het beest, dit wereldrijk zouden volgen.

  • ∑         Duur: 2520 jaren.

 

Terug naar begin

7 tijden van Babel.

In DaniŽl 4 lezen we over de profetie dat Nebukadnezar 7 tijden krankzinnig zou zijn en daarna krijgt hij zijn heerlijkheid terug. Nebukadnezar is koning van Babel en in het visioen uit DaniŽl 2, over dat beeld, zien we 5 verschillende wereldrijken versmolten tot ťťn lichaam. En DaniŽl zei daarover tegen Nebukadnezar: “gij zijt dat gouden hoofd.”

Er zijn mensen die dit veel beter kunnen uitleggen dan ik. (In deze Bijbelstudie bijvoorbeeld Bijbelse tijdrekening.pdf Hoofdstuk 13, blz. 27 "de zeven tijden".) Maar de idee is dat het Babylonische rijk ten onder zou gaan. De stad Babel werd dus niet verwoest, maar is verruÔneerd. En in de toekomst zal Babel weer de heerlijkheid hebben die het in het verleden ook heeft gehad. En dat kunnen we uit de Bijbelse profetieŽn terugvinden in bijvoorbeeld Openbaring 16, 17, 18 en 19 waar Babylon meerdere malen genoemd wordt en waar haar rijkdom / heerlijkheid inmiddels weer terug is gekeerd. Maar Babel / Babylon zal verwoest worden.

Het is een beetje lastig om dit goed te verwoorden. Babel is het gouden hoofd van het beeld. Het hele beeld samen is een weergave van de 5 wereldrijken waar satan uiteindelijk de echte machthebber van is. Daarom wordt niet Nebukadnezar, maar satan beeldend omschreven in de profetie over de koning van Babel in Jesaja 14.

Jes.14:12 Hoe zijt gij uit den hemel gevallen, o morgenster, gij zoon des dageraads!...

 

 

De 7 tijden van Babel wijzen iets verborgens aan. Want de stad Babel of Babylon heeft alle jaren gewoon bestaan. Maar iets zichtbaars was verdwenen uit Babel. En de Bijbel benoemt dat in de woorden van Nebukadnezar in Dan.4:34-37.

 

Dan.4:34 Ten einde dezer dagen nu, hief ik, Nebukadnezar, mijn ogen op ten hemel, want mijn verstand kwam weer in mij; en ik loofde den Allerhoogste, en ik prees en verheerlijkte den Eeuwiglevende, omdat Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij, en Zijn Koninkrijk is van geslacht tot geslacht;

 

Dit gaat over Nebukadnezar zelf. Maar daarna spreekt hij niet meer over zichzelf maar over de inwoners der aarde en de sterren des hemels, maar dat is een veel gebruikte synoniem voor engelen.

Hier is ook een internet samenkomst van gelovigen van geweest. Klik op de afbeelding om deze te beluisteren.

 

Dan.4:35 En al de inwoners der aarde zijn als niets geacht, en Hij doet naar Zijn wil met het heir des hemels en de inwoners der aarde, en er is niemand, die Zijn hand afslaan, of tot Hem zeggen kan: Wat doet Gij?

 

En dan vertelt de koning van Babel wat er weg was en nu weer terugkomt.

Dan.4:36 Ter zelfder tijd kwam mijn verstand weder in mij; ook kwam de heerlijkheid mijns koninkrijks, mijn majesteit en mijn glans weder op mij; en mijn raadsheren en mijn geweldigen zochten mij, en ik werd in mijn koninkrijk bevestigd; en mij werd groter heerlijkheid toegevoegd.

Dan.4:37 Nu prijs ik, Nebukadnezar, en verhoog, en verheerlijk den Koning des hemels, omdat al Zijn werken waarheid, en Zijn paden gerichten zijn; en Hij is machtig te vernederen degenen, die in hoogmoed wandelen.

 

Dit is wat mist in de opvolgende wereldrijken, namelijk het Medo-Perzische, Griekse en het Romeinse wereldrijk. In deze rijken was er zeker wel sprake van een koninkrijk en de Romeinen hadden verstand van oorlog voeren en Alexander de Grote had het verstand om in een ijltempo de wereld te veroveren. Maar dat moet een ander verstand zijn. Het verstand dat de koning van Babel had, ontving hij van zijn raadsheren en zijn geweldigen. En als hij een droom had, dan beviel hij dat de wijzen van Babel (Dan.4:6) hem uitleg zouden geven. Wie zijn de wijzen van Babel?

 

Dan.4:7 Toen kwamen in de tovenaars, de sterrekijkers, de ChaldeeŽn en de waarzeggers;

 

De raadsheren zijn de viziers, de kanseliers, mensen die verstand hebben van het besturen van een land. De geweldigen “rabrab” zijn prinsen of vorsten en is direct afgeleid van “groot”. Zowel letterlijk als figuurlijk groot of zeer groot. Zeg maar reusachtig! En dit Aramese woord komt alleen in DaniŽl voor. En waar het voorkomt heeft het vooral te maken met satans wereldrijken. Zoals de vier “grote” dieren. En ťťn die “grote” dingen sprak tegen de Allerhoogste.

 

In de 7 tijden van Babel zijn deze “grote prinsen” verdwenen en direct na de 7 tijden van Babel, komen dezen naar de koning om hem verstand te geven. Misschien ziet u waar ik naar toe wil gaan… Want er is niemand die tegen God zegt: “wat doet Gij?” Hij doet naar Zijn wil met de mensen op de aarde en met de engelen in de hemel. Waarom staan die “sterren des hemels” hier? Ik denk juist omdat ze van doen hebben met de uitleg van de 7 tijden van Babel.

 

Terug naar begin

DaniŽl, de sleutel voor het begrijpen van de dagen van Noach in de Wederkomst.

Nu zal ik proberen met u alle Schriftplaatsen in DaniŽl te behandelen waar het woord god of goden voorkomt, anders zijnde dan de Heer God. Allereerst wil ik met u gaan naar DaniŽl 2, de droom van Nebukadnezar over dat beeld. In vers 11 lezen we iets heel belangrijks.

 

Dan.2:11 Want de zaak die de koning begeert, is te zwaar; en er is niemand anders, die dezelve voor den koning te kennen kan geven, dan de goden, welker woning bij het vlees niet is.

 

Wie hier aan het woord zijn in Dan.2:11, zijn de wijzen van Babel. Die kwamen we in het stuk hiervoor ook al tegen. Het zijn die “groten”, die kennis en verstand hebben van zaken die wij zouden noemen “spiritueel, occult, magisch en of astrologisch”. Zij worden de ChaldeeŽn genoemd. Meer Bijbelstudiecommentaar over de ChaldeeŽn lees je hier: De ChaldeeŽn.

 

Deze ChaldeeŽn zeggen dat de uitleg van de droom van Nebukadnezar alleen te verklaren is door goden die gťťn vleselijke woning hebben. Dit impliceert dat in DaniŽls dagen er goden waren, ook in Babel, die een vleselijke woning hadden!

En dat houdt in dat deze goden gemeenschap hebben gehad met vrouwen, dŠŠrom ťťn vlees met hen zijn geworden en daarom niet terug kunnen naar de hemel. Nebukadnezar noemde de Here God “Koning des hemels” (Dan.4:37), nadat hij zijn verstand weer terug kreeg. En omdat God de Koning des hemels is en de engelen zonen Gods genoemd worden, zijn engelen dus vorsten. MichaŽl, de aartsengel wordt in DaniŽl ook vorst genoemd.

 

Dan.12:1 En te dier tijd zal MichaŽl opstaan, die grote vorst, die voor de kinderen uws volks staat, als het zulk een tijd der benauwdheid zijn zal, als er niet geweest is, sinds dat er een volk geweest is, tot op dienzelven tijd toe; en te dier tijd zal uw volk verlost worden, al wie gevonden wordt geschreven te zijn in het boek.

 

Die “rabrab” zijn ook grote vorsten. En waar zij hun magie, sterrenkundig inzicht, toverkracht en waarzeggerij vandaan halen, moet nu wel duidelijk zijn. Ik denk dat dit op z’n minst geweldigen zijn, zoals het woord gebruikt wordt in Gen.6:4, dus nephilim. Het zaad van de slang.

 

De ChaldeeŽn, het zaad van de slang, weet direct dat de droom van Nebukadnezar afkomstig is van de Koning des hemels, Jehovah. Met al hun krachten en machten zijn zij niet in staat om de droom te verklaren. Daarom zeggen zij dat de droom alleen te verklaren is door goden die geen vleselijke woning hebben. En dat klopt! Dus komt DaniŽl, omdat de Here God hem gebruikt om de droom bekent te maken. Het is God de Heer allťťn die de droom verklaart en DaniŽl, hoe wijs hij ook is, kon de droom niet verklaren, ook al was hij gesteld over deze ChaldeeŽn. Maar God gaf DaniŽl de betekenis van de droom. En DaniŽl gaf de uitleg door aan Nebukadnezar. En die zei:

 

Dan.2:47 De koning antwoordde DaniŽl en zeide: Het is de waarheid, dat ulieder God een God der goden is, en een Heere der koningen, en Die de verborgenheden openbaart, dewijl gij deze verborgenheid hebt kunnen openbaren.

 

God is God der goden. Hij had Nebukadnezar de droom gegeven en Hij heeft DaniŽl de openbaring van die droom gegeven. Het is precies zo gegaan als de tovenaren, magiŽrs, de ChaldeeŽn hadden voorspeld in vers 11!

 

Terug naar begin

DaniŽl 4 en 5. Wat goden zoal doen.

Dan maak ik eerst een sprongetje naar hoofdstuk 5. De profetie over de 7 tijden van Babel.

 

Dan.5:4 Zij dronken den wijn, en prezen de gouden, en de zilveren, de koperen, de ijzeren, de houten en de stenen goden.

Hier wordt gesproken over die andere goden. De vaste goden. Gemaakte goden van materialen. Hoe zien die eruit? Ze zijn een afbeelding van de werkelijkheid. Een afgodsbeeld is eigenlijk een 3D foto. En foto’s kun je bewerken. Je kunt ze groter of kleiner maken en je kan zelfs een feesthoedje toevoegen aan de foto. Een afgodsbeeld is een weergave van de werkelijkheid. En omdat God overal tegelijk kan zijn, maar engelen niet, kan een god, door zich te dupliceren middels handgemaakte beelden, toch op veel meer plekken tegelijk zijn. En die beelden, zoals van Merodach en Bel, worden hier vereerd. En dan!

 

Dan.5:11 Er is een man in uw koninkrijk, in wien de geest der heilige goden is, want in de dagen uws vaders is bij hem gevonden licht, en verstand, en wijsheid, gelijk de wijsheid der goden is; daarom stelde hem de koning Nebukadnezar, uw vader, tot een overste der tovenaars, der sterrekijkers, der ChaldeeŽn, en der waarzeggers, uw vader, o koning!

 

Een heel belangrijk vers! Omdat DaniŽl geen god is, wordt de conclusie getrokken dat de geest van een heilige god in hem is. Waarom komt men tot die logische conclusie? Omdat geopenbaarde goden en dus ook de geest der heilige goden die in DaniŽl zit, opvallen door hun licht (inzicht), verstand en wijsheid. Want die drie kerneigenschappen staan gelijk aan de wijsheid der goden. En dat gaat uiteraard niet om afgodsbeelden, maar om engelen die een vleselijke woning hebben.

 

Waar wordt een god voor gebruikt? Een god, een zondige engel, deelt zijn licht, verstand en wijsheid met hen waarover de god gesteld is. Dat zijn de tovenaars, de sterrenkijkers (astronomen en astrologen), de waarzeggers, namelijk: de ChaldeeŽn (Magische astronomen), het zaad van de slang.

De FarizeeŽrs werden ook als zaad der slang aangeduid. Zij hadden in zekere mate ook wijsheid en verstand van de wet. Maar dat wordt door de Bijbel gezien als het tegenovergestelde van licht. Die kennis verblinde de FarizeeŽrs en Schriftgeleerden en maakte hen juist doof en blind voor het Woord van God. En die verblinding van het Woord probeerde zij door te geven aan het Joodse volk.

 

Goed, omdat DaniŽl, door Gods Geest, uitsprong in licht, verstand en wijsheid ten opzichte van de ChaldeeŽn, werd hij door Nebukadnezar aangesteld tot de overste van hen.

Mene, Mene, Tekel, Upharsin, 1000 + 1000 + 500 + 20, 2520 jaren, zijnde de 7 tijden van Babel 

 

Dan.5:14 Ik heb toch van u gehoord, dat de geest der goden in u is, en dat er licht, en verstand, en voortreffelijke wijsheid in u gevonden wordt.

De geest der goden die men waarneemt in DaniŽl, is de Heilige Geest, Die toen nog niet was uitgestort. Het is God Zelf namelijk.

 

Dan.5:23 Maar gij hebt u verheven tegen den Heere des hemels, en men heeft de vaten van Zijn huis voor u gebracht, en gij, en uw geweldigen, uw vrouwen, en uw bijwijven hebben wijn uit dezelve gedronken, en de goden van zilver en goud, koper, ijzer, hout en steen, die niet zien, noch horen, noch weten, hebt gij geprezen; maar dien God, in Wiens hand uw adem is, en bij Wien al uw paden zijn, hebt gij niet verheerlijkt.

De koning dronk met de “rabrab”, de geweldigen, wijn uit de vaten die uit de tempel van Jeruzalem waren gestolen. En onder dit drinken hebben zij de afbeeldingen, dan wel afgodsbeelden van hun goden geprezen. Waarom waren er geen goden daarbij aanwezig?

 

Maar eerst nog even naar DaniŽl 4. Die profetie vond plaats, qua tijd, vÚÚr hoofdstuk 5. Dat is met profetie lang niet altijd het geval dat ze elkaar chronologisch volgen. Maar nu dus gewoon wel.

Dan.4:8 Totdat ten laatste DaniŽl voor mij inkwam, wiens naam Beltsazar is, naar den naam mijns gods, in wien ook de geest der heilige goden is; en ik vertelde den droom voor hem, zeggende:

Dan.4:9 Beltsazar, gij overste der tovenaars! dewijl ik weet, dat de geest der heilige goden in u is, en geen verborgenheid u zwaar is, zo zeg de gezichten mijns drooms, dien ik gezien heb, te weten zijn uitlegging.

 

DaniŽl kreeg een andere naam, namelijk niet “El” Hebreeuws voor de God van Dani-El, maar “Bel”, de god van Nebukadnezar. Hij zegt dat in DaniŽl de wijsheid en het licht en verstand van de heilige goden is. Dat is ongebruikelijk voor een mens. Daarom valt DaniŽl op. Hij lijkt als mens meer op een god, dan een ChaldeeŽr. En daarom is hij boven hen gesteld.

 

Dan.4:18 Dezen droom heb ik, koning Nebukadnezar gezien; gij nu, Beltsazar! zeg de uitlegging van dien, dewijl als de wijzen mijns koninkrijks mij de uitlegging niet hebben kunnen bekend maken; maar gij kunt wel, dewijl de geest der heilige goden in u is.

 

En weer gaat het om licht, verstand en wijsheid uit Dan.5:11. Dit is wat DaniŽl zo bijzonder maakt en waarom Nebukadnezar hťm aanstelt boven de tovenaars. Dan wil ik met u gaan naar misschien wel het meest bijzondere gedeelte tot nu toe.

 

Terug naar begin

De clou van het gouden beeld uit DaniŽl 3.

DaniŽl hoofdstuk 3. In heel het boek DaniŽl staan de drie vrienden van DaniŽl een beetje op de achtergrond. Behalve in hoofdstuk drie. Daar staat DaniŽl op de achtergrond. Het is het hoofdstuk dat de drie mannen niet knielen voor het gouden beeld en in de oven belanden. MŠŠr ze komen er weer levend uit!

 

In vers 12 zijn er ChaldeeŽrs die de koning attenderen op Sadrach, Mesach en Abed-nego, omdat zij niet knielen voor het beeld.

 

Dan.3:12 Er zijn Joodse mannen, die gij over de bediening van het landschap van Babel gesteld hebt, Sadrach, Mesach en Abed-nego; deze mannen hebben, o koning! op u geen acht gesteld; uw goden eren zij niet, en zij bidden het gouden beeld niet aan, hetwelk gij opgericht hebt.

 

Het woord “goden” hier, maar ook in de andere Schriftplaatsen in DaniŽl, betekent “god of God”. Enkelvoud dus. Maar soms eist de vertaling dat het meervoud moet zijn. Hier zou ik juist enkelvoud gebruiken. Waarom? Het woordje “en” wat er op volgt heeft mijns inziens de betekenis van “namelijk”. Want een gouden beeld dat aanbeden wordt, is een afgod. En dat is enkelvoud. Het kan bijvoorbeeld een beeld van de god Bel zijn. De god wiens naam is toegevoegd aan DaniŽls naam Beltsazar.

Hetzelfde geldt dan ook voor vers 14 en 18.

 

Dan.3:14 Nebukadnezar antwoordde en zeide tot hen: Is het met opzet, Sadrach, Mesach en Abed-nego, dat gijlieden mijn goden niet eert, en het gouden beeld, dat ik opgericht heb, niet aanbidt?

Dan.3:18 Maar zo niet, u zij bekend, o koning! dat wij uw goden niet zullen eren, noch het gouden beeld, dat gij hebt opgericht, zullen aanbidden.

 

Nooit heb ik een verklaring gehoord waarom dit gouden beeld werd opgericht. Het beeld werd opgericht in het landschap Babel. Normaal gesproken wordt een beeld dat vereerd wordt, een afgodsbeeld dus, op een hoogte geplaatst. Dit beeld niet! Het is een enorm groot gouden beeld, met afmetingen van ongeveer 27 meter lang en 2.70 meter breed, maar het wordt gezet in het dal Dura.

Het opgerichte gouden beeld naar de gelijkenis van de Molech van Nebukadnezar, de koning van Babel.

 

Dura is afgeleid van het werkwoord “ronddraaien” en “in een cirkel gaan”. Het heeft met wonen te maken. Waarschijnlijk is het nu nog onduidelijk voor u. En daarna werden alle belangrijke mensen van het land min of meer geboden te komen naar dit dal om de ceremonie bij te wonen.

 

Er was een heel grote ceremonie om dit beeld heen. En dat staat wel in dit hoofdstuk. Want het betrof de inwijding van het gouden beeld. Het woord inwijding is het Hebreeuwse woord “Chanukka”. Net als het Joodse feest rond kerstmis. En dit woord wordt in dit hoofdstuk twee keer gebruikt en dit woord wordt alleen nog maar gebruikt in Ezra 6. En daar komt het ook precies twee keer voor. Maar in Ezra 6 gaat het over de inwijding van de tempel. God nam toen woning in de tempel. Tenminste, dat is de gedachte erachter. Want God woont uiteindelijk in de Gemeente, die een tempel Gods wordt genoemd (1Kor.3:16).

 

Dat “Chanukka” slaat dus op het “blijven”, namelijk verblijven. En een verblijf is een woning. En dat is ook wat in de naam “Dura” zit opgesloten. De god die door Sadrach, Mesach en Abed-nego niet werd geŽerd, was de god van Nebukadnezar.

De clou van het verhaal is dat de oprichting en inwijding van het gouden beeld de uitvaart ceremonie was van de laatste god op aarde.

 

Het is misschien wel het meest grote en duurste beeld dat in de Bijbel voorkomt. En het is de afbeelding van de god van Nebukadnezar die stierf. En omdat zijn god niet meer bij hem kon zijn, vereeuwigde hij zijn god met een tastbare gelijkenis van natuurlijk goud! Want goud staat symbool voor eeuwige dingen. Dat wist Nebukadnezar ook. En omdat deze god de laatst levende god en vlees geworden engel op aarde was, werd diens dood met een enorme ceremonie gevierd.

De locatie van het beeld, wordt nu ineens logisch. Want de god kwam van de berg, hier de uitbeelding van de hemel. Maar door de dood ging hij naar de laagste plaats in de schepping, de hel. En dat heeft het Woord uitgebeeld door het beeld in het dal te zetten.

 

De “Chanukka” is ook logisch. De tempel was door mensen handen gebouwd voor God en daar werd God aanbeden. Het gouden beeld was ook door mensenhanden gebouwd en werd ook aanbeden. En de naam “Dura” was afgeleid van ronddraaien. En dat vinden we in de Bijbel terug bij de raderen die ronddraaien in EzechiŽls visioen in EzechiŽl 1. Het duidt aan op Wedergeboorte. Nu werd die god absoluut niet Wedergeboren, zoals wij zijn wedergeboren door Jezus Christus. Maar wedergeboorte met een kleine letter, dan wel leven na de dood, was al eeuwen bekend. En de idee was dan volgens mij ook dat deze god van Nebukadnezar weliswaar gestorven was, maar zou doorleven. Dat klopt ook. Het vlees van deze engel stierf en zijn geest ging naar de hel (2.Petr.2:4).

De vurige oven.

 

Als Sadrach, Mesach en Abed-nego niet knielen voor het beeld, wordt Nebukadnezar heel erg boos. In vers 19 staat zelfs dat zijn aangezicht veranderde van boosheid. Waarom die boosheid? Het was een zeer formele religieuze ceremonie. Enerzijds werd gerouwd om de dood van de allerlaatste god. Anderzijds werd diens “overgang naar gene zijde”, of hoe men dat maar wil noemen, gevierd. Want in de beleving van de koning van Babel leefde zijn god voort.

 

Maar - het verhaal is u waarschijnlijk wel bekend - Sadrach, Mesach en Abed-nego buigen niet en worden uiteindelijk in de vurige oven gegooid. En dan kijkt Nebukadnezar in de oven en ziet iets opmerkelijks.

 

Dan.3:25 Hij antwoordde en zeide: Ziet, ik zie vier mannen, los wandelende in het midden des vuurs, en er is geen verderf aan hen; en de gedaante des vierden is gelijk eens zoons der goden.

 

Nebukadnezar ziet vier mannen. En wie van de vier valt hem op? Nummer 4! Hij is duidelijk anders dan de andere drie. Want hij ziet er uit als een god in het vlees (Joh.1:14), zoals de Engel des Heeren uit Zach.12:8, Dan.3:28. Gen.6:2,4.

 

Dan komt de vraag hoe weet Nebukadnezar dat? Want hij zegt in vers 28 dat het een engel was. Daarmee is direct het antwoord gegeven. Een god is een geopenbaarde, zichtbare engel. Tevens is dit het bewijs dat Nebukadnezar weet hoe een zoon gods eruit ziet. Hij heeft ze dus met eigen ogen gezien. En dat hebben we in de vorige delen ook al gezien. Engelen of zonen Gods kwamen uit de hemel, hadden gemeenschap met vrouwen en bleven tot hun dood op aarde.

 

Terug naar begin

De laatste keer dat een engel zich aan duizenden openbaarde.

Het bijzondere is dat bij de uitvaart van de laatste vleselijke engel, dus als die engelen allemaal dood zijn, er een andere Engel verschijnt! En dat is de Heer Zelf, Die hier uitbeelding geeft van het Nieuwe Leven dat altijd blijft in tegenstelling tot de zondige engel die verdwijnt en er niet meer is.

Ook is dit, bij mijn weten, de allerlaatste keer in de Bijbel, dat een engel, in dit geval de Engel, zich publiekelijk heeft getoond. Want bij deze gelegenheid waren er minstens duizenden die bij deze ceremonie aanwezig waren. In vers 4 wordt zelfs gesproken over volken, natiŽn en tongen. Dat is een redelijk vaste aanduiding voor een hele grote groep mensen. Een mensenmassa. Daarna is alleen nog sprake van het verschijnen van een engel aan enkelen, zoals de herders in het veld. Dat was denk ik de grootste groep. Maar zeker geen duizenden.

 

Nog iets opmerkelijks, waar ik ook vaak overheen gelezen heb, is de vurige oven. Tijdens de ceremonie was er in het dal Dura al een oven. Sterker nog, die oven brandde al tijdens de ceremonie. Omdat de koning opdracht gaf deze 7 maal heter te stoken. Dus dan moet hij al gebrand hebben, voor deze uitspraak.

 

Waarom deze oven er staat, kan worden verklaard uit vers 6.

Dan.3:6 En wie niet nedervalt en aanbidt, die zal te dierzelfder ure in het midden van den oven des brandenden vuurs geworpen worden.

 

Dit is een interpretatie van mij, maar ik denk dat die oven daar niet primair stond als doodstrafinstrument. Ik denk dat de oven bedoeld was in de eerste plaats voor de welbekende kindoffers aan de een of andere Molech.

Bij de kindoffers aan Molech, zo schrijven historici, werd veel muziek en “lawaai” geproduceerd, zodat het gekrijs van het kind minder goed te horen was. Nu, dat “lawaai” was er zeker (zie vers 5)! Ook is duidelijk op te maken dat er tijd overheen gaat tussen de eerste aanbidding en de volgende. Dat is denk ik, grof gezegd, de tijd dat nodig was om het kind te verbranden voor Molech, voordat de volgende geofferd kon worden.

 

Ook komt daar nog eens bij, dat als Nebukadnezar in de oven een vierde man ziet, dan zegt hij:

Dan.3:28 Nebukadnezar antwoordde en zeide: Geloofd zij de God van Sadrach, Mesach en Abed-nego, Die Zijn engel (malak = molech) gezonden, en Zijn knechten verlost heeft, die op Hem vertrouwd hebben, en des konings woord veranderd, en hun lichamen overgegeven hebben, opdat zij geen god eerden noch aanbaden, dan hun God.

 

Nebukadnezar ziet Molech in het vuur. Een koning, een engel. In de grootste tegenstelling tot andere molechs, is deze Engel juist uit op de verlossing uit het vuur. De Engel des Heeren heeft juist alles gedaan om te voorkomen dat het vuur de drie mannen zou verslinden. Zij ruiken zelfs niet naar rook.

 

En goden openbaren zich wel eens in het vuur (Ex.3:2, Hand.7:30), net zo als engelen ook weer verdwijnen in het vuur (Rich.13:20), zoals de Engel des Heeren. Het is dus logisch dat Nebukadnezar op de uitvaart van zijn Molech, Molech verwacht in het vuur. Want terwijl hij ziet dat de drie mannen in het vuur geworpen worden (vers 22), en de “reuzen” die hen wierpen direct stierven door het vuur, ziet hij de mannen in het vuur vallen (vers 23). Dit is in slow motion verteld.

 

En op het moment dat zij in het vuur vallen, ziet Nebukadnezar de vierde man in het vuur en staat direct op van zijn stoel. De Bijbel spreekt over het opstaan van zijn troon dat hij dat deed “in der haast”. En dan stopt de slow motion. Want de gebonden mannen zijn los en wandelen met de Heer door het vuur.

 

Dan.3:21 Toen werden die mannen gebonden in hun mantels, hun broeken, en hun hoeden, en hun andere klederen, en zij wierpen hen in het midden van den oven des brandenden vuurs.

 

Nebukadnezar verwondert zich en heeft volgens mij allang door wie die vierde is. Namelijk een Molech. Dat hij navraag doet, is gewoon heel menselijk. “Ik had mijn fiets toch hier neergezet?!” zegt het slachtoffer van een fietsendiefstal. Of ook wel bekent: “Ik geloof m’n ogen niet!” Het zijn vragen die we als mens stellen aan onze omgeving als we verwonderd / verbaasd zijn. En dat doet Nebukadnezar ook.

 

Dan.3:24 …Hebben wij niet drie mannen in het midden des vuurs, gebonden zijnde, geworpen? …

 

Goed, tot zover deze verbazingen. Ik wil nog ťťn Schriftplaats uit DaniŽl noemen waar goden genoemd worden. Dan hebben we ze allemaal in DaniŽl behandeld. Dat is in hoofdstuk 11.

 

Dan.11:36 En die koning zal doen naar zijn welgevallen, en hij zal zichzelven verheffen, en groot maken boven allen God, en hij zal tegen den God der goden wonderlijke dingen spreken; en hij zal voorspoedig zijn, totdat de gramschap voleind zij, want het is vastelijk besloten, het zal geschieden.

 

Er staat “groot maken boven allen God”. God is met een hoofdletter geschreven. In dit stukje maakt het denk ik niet zoveel uit hoe het vertaald wordt, mits de zin achter de komma ongewijzigd blijft. Zo als het er nu staat maakt hij zich groot boven God, namelijk de Heer, Die de God der goden is. Zou je God met een kleine letter hebben geschreven, dan komt de klemtoon niet op god te liggen, maar op allen. Dan is er sprake van verheffing van alles wat als god genaamd of geŽrd wordt (2Thess.2:4). Verheffing boven alle goden inclusief de hoogste, namelijk de God der goden uit de zin achter de komma.

 

De vraag die gesteld moet worden, is: wie kan zich verheffen boven de andere goden en tegelijkertijd grote dingen spreken tegen de God van alle goden? Dat is de satan. Hij is de hoogste engel in rang van alle engelen die uit de hemel geworpen zullen worden. Hij eist zijn positie op als hij als mens (god) op aarde is. En hij verheft zich altijd!

 

Verder lezen? -> God der goden. (engelen) - Bijbelstudie - Deel 6.

 

Terug naar begin


Copyright © 2014  Melle Velema  -  Eindtijd in Beeld [Eindtijdinbeeld.nl]. Alle rechten voorbehouden.
Laatst bijgewerkt: 16 juni 2015
.