De opname van de gemeente in Hosèa 2

  1. Israël: de vrouw.

  2. Gods kostbaarheden worden weggenomen.

  3. Zijn tijd en zijn gezette tijd.

  4. De opname van de twee getuigen.

  5. De opname van de gemeente.

  6. Aanvang 70ste week, 1e 3,5 jaar

  7. De grote verdrukking, 2e 3,5 jaar.

  8. De Here Jezus zal weer komen.


Israël: de vrouw.

Hosèa 2

1 Twist tegen uw moeder, twist, omdat zij Mijn vrouw niet is, en Ik haar Man niet ben; en laat ze haar hoererijen van haar aangezicht, en haar overspelerijen van tussen haar borsten wegdoen.

2 Opdat Ik haar niet naakt uitstrope, en haar zette als ten dage, toen zij geboren werd; ja, haar make als een woestijn, en haar zette als een dor land, en haar dode door dorst;

3 En Mij over haar kinderen niet ontferme, omdat zij kinderen der hoererijen zijn.

4 Want hun moeder hoereert; die hen ontvangen heeft, handelt schandelijk; want zij zegt: Ik zal mijn minnaars nagaan, die mij mijn brood en mijn water, mijn wol en mijn vlas, mijn olie en mijn drank geven.

5 Daarom, ziet, Ik zal uw weg met doornen omheinen, en Ik zal een heiningmuur maken, dat zij haar paden niet zal vinden.

6 En zij zal haar minnaars nalopen, maar hen niet aantreffen; en zij zal hen zoeken, maar niet vinden; dan zal zij zeggen: Ik zal heengaan, en weerkeren tot mijn vorige Man, want toen was mij beter dan nu.

7 Zij bekent toch niet, dat Ik haar het koren, en de most, en de olie gegeven heb, en haar het zilver en goud vermenigvuldigd heb, dat zij voor de Baäl gebruikt hebben.

 

Hosèa begint te profeteren in de naam van de Heer. En Israël, dat hier als vrouw en als hoer wordt neergezet, krijgt er flink van langs. Israël, dat God links heeft laten liggen en andere goden heeft gediend. Israël, dat Jezus niet wilde als hun Redder en Verlosser. Israël dat Jezus niet erkende als hun Messias. Dat Israël wordt hier neer gezet als een hoer, als overspelige vrouw. 

Tot op de dag van vandaag verwachten de Joden de Messias en Hij zal weer komen. Dat de Here Jezus weer zal komen is waar mijn website over gaat en ook in Hosèa wordt deze belofte duidelijk.

 back to top

 


Gods kostbaarheden worden weggenomen.

8 Daarom zal Ik weerkomen, en Mijn koren wegnemen op zijn tijd, en Mijn most op zijn gezette tijd; en Ik zal wegrukken Mijn wol en Mijn vlas, die dienen om haar naaktheid te bedekken.

Ik ben geneigd om zo over dit vers heen te lezen, zonder dat mij iets zou opvallen. Maar dit vers is zeer bijzonder. Allereerst lezen we de belofte van de Here Jezus dat Hij weer zal komen. Deze belofte aan het volk Israël en aan Zijn gemeente is het aller belangrijkste. Om de reden dat de Here Jezus bij deze gebeurtenis centraal staat en verheerlijkt wordt. De Vader wil dit, Zijn wil zal geschieden en wat de Vader belangrijk vind, moeten wij belangrijk vinden, want wij willen Hem dienen en eren en luisteren naar Zijn woord. 

Daarna, achter de komma staat wat voor God nog meer belangrijk is en welk doel dat heeft. Hieronder puntsgewijs neer gezet.

  • en Mijn koren wegnemen op zijn tijd
  • en Mijn most op zijn gezette tijd;
  • en Ik zal wegrukken Mijn wol en Mijn vlas,
  • die dienen om haar naaktheid te bedekken.

back to top

 


Zijn tijd en zijn gezette tijd.

Mijn koren wegnemen op zijn tijd. Hier viel mij direct op dat de Heer spreekt over zijn tijd. Let wel met een kleine z. Als wij zeggen “te Zijner tijd”, bedoelen we eigenlijk God met Zijner. Maar hier staat zijn met een kleine z. Okay, misschien nog niets aan de hand zou je zeggen.

Dan vervolgt het vers, “en Mijn most op zijn gezette tijd”. Wederom met een kleine z en geen hoofdletter dat de Here God aanduidt en deze tijd is niet zomaar, maar een vastgestelde tijd.

En tenslotte zegt de Here, “zal Ik wegrukken Mijn wol en Mijn vlas”.

Wat ook vertaalt zou kunnen worden met: “het wegrukken van haar kleren, zodat zij daardoor naakt is”, onze lichamelijke naaktheid word namelijk bedekt door onze kleren.

 

Even terug om de draad weer op te pakken. Het gaat over toekomstig Israël en om de Here Jezus, Die immers wederkomt. Voordat Hij zich zal ontfermen over haar, Israël, zal God eerst haar dingen afnemen.

Maar dat is niet zomaar iets afnemen, maar dit zijn verwijzingen naar andere profetieën, namelijk de opname van de gemeente en de opname van de twee getuigen.

back to top


De opname van de twee getuigen.

Allereerst de twee getuigen. Opb. 11: 11-12

En na die drie en een halve dag, is een geest des levens uit God in hen gegaan; en zij stonden op hun voeten; en er is grote vrees gevallen op degenen, die hen aanschouwden.

12 En zij hoorden een grote stem uit de hemel, die tot hen zeide: Komt herwaarts op. En zij voeren op naar de hemel in de wolk; en hun vijanden aanschouwden hen.  

Wat de Heer ons duidelijk maakt, is dat zij op gezette tijd, al eeuwen geleden geprofeteerd, zullen worden opgenomen. Namelijk na 3,5 dag.

Hosèa profeteerde dit al, dat Zijn most, net geperst druivensap dat nog niet gegist is en nog geen wijn is, op gezette tijd wordt weggenomen. Namelijk 3,5 dag na hun dood. Ziet u de overeenkomst: net geperst = net dood en Mijn most = Mijn getuigen.

back to top


De opname van de gemeente.

Dan de opname van de gemeente.

Ook deze staat vermeld in vers 8. Er zijn zo te zien twee mogelijkheden. Of wij zijn het koren dat op zijn tijd weggenomen zal worden, of wij zijn de wol en het vlas dat weggerukt wordt. Ik ga voor het laatste en zal u uitleggen waarom wij de wol en het vlas zijn in dit vers. Maar eerst waarom wij niet het koren zijn. 

In mijn artikelen over 21-12-2012 heb ik aangegeven dat de antichrist zal komen en zal verlangen om de tijden en wet te veranderen. (Dan 7:25,26) En hij zal de macht hierover krijgen voor 3,5 jaar. (tweede helft van de 70ste week)

In 2 Thess. 2 staat dat de antichrist zich niet kan openbaren doordat wij hier nog zijn en “opdat hij geopenbaard worde op zijn eigen tijd.” (vers 6). Dit is zijn tijd en niet Gods tijd. Het koren dat God wegneemt gebeurt in zijn tijd. Dit is de reden waarom de gemeente van Jezus Christus niet het koren is uit vers 8.  

Maar waarom zouden wij dan de wol en het vlas zijn? Over de wol en het vlas staat in die vers dat zij “dienen om haar naaktheid te bedekken.” Ik gaf eerder al aan dat onze kleren onze naaktheid bedekken. Kleren zijn een bescherming voor ons. Naakt zijn wij kwetsbaar voor kou of hitte, voor stoten en schaven en als wij naakt zijn schamen wij ons.

De profetie die Hosèa hier uitspreekt is dat Israël wordt beschermd door haar kleren en zij niet naakt loopt. Maar wat gebeurt er als de gemeente van Jezus Christus wordt weggenomen of wordt weggerukt? Dan begint de satans heerschappij op aarde en vangt Gods toorn aan en beginnen de grote verdrukking en de 70ste week van Daniël.

Met andere woorden, onze aanwezigheid beschermt Israël voor dit gebeuren. Daarom zijn wij haar kleren die haar die bescherming al die tijd gegeven hebben. Als wij worden weggerukt, staat Israël naakt en zal ze daardoor kou en hitte voelen. De Here bedoelt dit ook in heel hoofdstuk 2 van Hosèa.

Hosèa spreekt hier dus werkelijk over de wederkomst van de Here Jezus en ook zien we dat de gemeente wordt opgenomen voor de grote verdrukking. Tevens legt de Here door de profetie van Hosèa uit, waarom wij eerst worden opgenomen voordat de grote verdrukking begint.

Hosèa profeteert hier iets wat toen nog een geheim was. Namelijk de komst van de gemeente. Deze verborgenheid werd pas geopenbaard, na Jezus’ dood en opstanding. Wonderbaarlijk toch!

Maar ook in andere delen van het oude testament wordt dit ons onthuld. Weet u nog 1 Thess. 4 dat spreekt over onze toevergadering met Hem? Wie gaan met Hem mee in deze toevergadering? Het antwoord staat nota bene in het oude testament. Namelijk Psalm 1:5 “Daarom zullen de goddelozen niet bestaan in het gericht, noch de zondaars in de vergadering der rechtvaardigen.

De antichrist zal komen en daarmee satans heerschappij op aarde. De hel breekt dan los. Zullen we dat meemaken? Nee natuurlijk niet. Spr 11: 21 Hand aan hand zal de boze niet onschuldig zijn; maar het zaad der rechtvaardigen zal ontkomen. Wij zullen ontkomen, omdat wij niet bedoelt zijn voor Zijn toorn, maar voor Zijn koninkrijk. Wij zullen hem dienen.

 

Dan houden wij het koren nog over. Hiervan staat dat dit wordt weggenomen op zijn tijd. En symboliseert in ieder geval dat zij uit de grote verdrukking komen. Dit zou kunnen verwijzen op de 144.000 uit openbaring, die uit de grote verdrukking komen. Maar uit voorzichtigheid met het woord van de Heer laat ik het maar even rusten, omdat ik het niet zeker weet.

In ieder geval worden zij als laatste weggenomen, want er zit een logische volgorde in de opsomming van Hosèa. Maar je moet het wel eerst zien.

Namelijk: Ik zal weerkomen, (Jezus’ wederkomst, einde grote verdrukking)

Maar daarvoor: Mijn koren wegnemen op zijn tijd, (mogelijk 144.000, 2e 3,5 jaar)

Maar daarvoor: Mijn most op zijn gezette tijd; (2 getuigen, 1e 3,5 jaar)

En daar nog weer voor:  Ik zal wegrukken Mijn wol en Mijn vlas, die dienen om haar naaktheid te bedekken.(opname van de gemeente voor de 70ste week)

back to top

 


Aanvang 70ste week, 1e 3,5 jaar

Als het klopt wat de Heer ons probeert te zeggen, namelijk dat Hosèa hier profeteert over de wederkomst van Jezus Christus, de opname van de gemeente en de opname van de twee getuigen. Dan is het logisch dat de rest van het verhaal zou moeten gaan over wat zich afspeelt op het moment dat zij naakt staat, het gevolg van de opname. En dat is ook zo, leest u mee wat er gebeurt als de wol en het vlas weggerukt zijn. (Het begin van de 70ste week van Daniël.)

 

9 En nu zal Ik haar dwaasheid openbaren voor de ogen van haar minnaars; en niemand zal haar uit Mijn hand verlossen.

10 En Ik zal doen ophouden al haar vrolijkheid, haar feesten, haar nieuwe maanden, en haar sabbatten, ja, al haar gezette hoogtijden.

11 En Ik zal verwoesten haar wijnstok en haar vijgeboom, waarvan zij zegt: Deze zijn mij een hoerenloon, dat mij mijn minnaars gegeven hebben; maar Ik zal ze stellen tot een woud, en het wild gedierte des velds zal ze vreten.

12 En Ik zal over haar bezoeken de dagen van de Baäl, waarin zij die gerookt heeft, en zich versierd met haar voorhoofdsiersel, en haar halssieraad, en is haar minnaars nagegaan, maar heeft Mij vergeten, spreekt de HEERE.

 

Deze zonde zal moeten worden verzoend. Hierover spreekt Daniël 9:24.

24 Zeventig weken zijn bestemd over uw volk, en over uw heilige stad, om de overtreding te sluiten, en om de zonden te verzegelen, en om de ongerechtigheid te verzoenen, en om een eeuwige gerechtigheid aan te brengen, en om het gezicht, en de profeet te verzegelen, en om de heiligheid der heiligheden te zalven.

Hier zijn natuurlijk 69 weken voorbij gegaan. Maar om de zonden te verzegelen, moeten deze 70 weken en daarmee noodzakelijk ook de 70ste week voorbij zijn gegaan.

 back to top

 


De grote verdrukking, 2e 3,5 jaar.

Maar in deze laatste 70ste week in de laatste 3,5 jaar, laat de Here God, de vrouw Israël niet aan haar lot over, maar zal zelfs dan nog Zich over haar ontfermen. De Here Jezus zelf spreekt over deze aanvang van de tweede helft als volgt: Matt 24:16-22

16 Dat alsdan, die in Judéa zijn, vluchten op de bergen;

17 Die op het dak is, kome niet af, om iets uit zijn huis weg te nemen;

18 En die op de akker is, kere niet weer terug, om zijn klederen weg te nemen.

19 Maar wee de bevruchte en de zogende vrouwen in die dagen!

20 Doch bidt, dat uw vlucht niet geschiede des winters, noch op een sabbat.

21  Want alsdan zal grote verdrukking wezen, hoedanige niet is geweest van het begin der wereld tot nu toe, en ook niet zijn zal.

22 En zo die dagen niet verkort werden, geen vlees zou behouden worden; maar om de uitverkorenen zullen die dagen verkort worden.

 

Maar ook in Openbaring lezen we dat de Heer Israël als Zijn vrouw beschermd.

Opb. 12: 6 “En de vrouw vluchtte in de woestijn, alwaar zij een plaats had, haar door God bereid, opdat zij haar aldaar zouden voeden duizend tweehonderd zestig dagen.”

 

Terug naar Hosèa, ook hij spreekt over Gods bescherming over de vrouw.

13 Daarom, ziet, Ik zal haar lokken, en zal haar voeren in de woestijn; en Ik zal naar haar hart spreken.

14 En Ik zal haar geven haar wijngaarden van daar af, en het dal Achor, tot een deur der hoop; en aldaar zal zij zingen, als in de dagen van haar jeugd, en als ten dage, toen zij optrok uit Egypteland.

 

Na deze 1260 dagen zal Israël de Naam van de Heer aanroepen.

Joel 2:32 “En het zal geschieden, al wie de Naam des HEEREN zal aanroepen, zal behouden worden; want op de berg Sion en te Jeruzalem zal ontkoming zijn, zoals de HEERE gezegd heeft; en dat, bij de overgeblevenen, die de HEERE zal roepen.”

Zach.13:9 “En Ik zal dat derde deel in het vuur brengen, en Ik zal het louteren, gelijk men zilver loutert, en Ik zal het beproeven, gelijk men goud beproeft; het zal Mijn Naam aanroepen, en Ik zal het verhoren; Ik zal zeggen: Het is Mijn volk; en het zal zeggen: De HEERE is mijn God.

 

 15 En het zal te dien dage geschieden, spreekt de HEERE, dat gij Mij noemen zult: Mijn Man; en Mij niet meer noemen zult: Mijn Baäl!

16 En Ik zal de namen van de Baäls van haar mond wegdoen; zij zullen niet meer bij hun namen gedacht worden.

back to top 


De Here Jezus zal weer komen.

De Here Jezus zal antwoorden en komt dan terug. Zichtbaar voor iedereen. Hij zal bij Zijn wederkomst de legers van het beest en de valse profeet die de oorlog tegen het Lam wilde voerden doden. En Hij zal Koning zijn en Zijn troon vestigen te Jeruzalem. En dan vangt het 1000 jarig vrederijk aan.

17 En Ik zal te dien dage een verbond voor hen maken met het wild gedierte des velds, en met het gevogelte des hemels, en het kruipend gedierte van de aardbodem; en Ik zal de boog, en het zwaard, en de krijg van de aarde verbreken, en zal hen in zekerheid doen neerliggen.

18 En Ik zal u Mij ondertrouwen in eeuwigheid; ja, Ik zal u Mij ondertrouwen in gerechtigheid en in gericht, en in goedertierenheid en in barmhartigheden.

19 En Ik zal u Mij ondertrouwen in geloof; en gij zult de HEERE kennen.

20 En het zal te dien dage geschieden, dat Ik verhoren zal, spreekt de HEERE; Ik zal de hemel verhoren, en die zal de aarde verhoren.

21 En de aarde zal het koren verhoren, alsook de most en de olie; en die zullen Jizreël verhoren.

22 En Ik zal ze Mij op de aarde zaaien, en zal Mij ontfermen over Lo-Rucháma; en Ik zal zeggen tot Lo-Ammi: Gij zijt Mijn volk; en dat zal zeggen: O, mijn God!

 

Ook deze belofte van het 1000 jarig vrederijk werd geprofeteerd in het oude testament. Zo groot is God. Zijn woorden zijn eeuwen geleden uitgesproken en zullen allemaal in vervulling gaan. Aan het einde van deze 1000 jaren wordt satan opnieuw los gelaten, maar dan voorgoed gestraft tot in alle eeuwigheden. De Heer zal een nieuwe aarde en hemel scheppen en deze zal voor altijd blijven bestaan. Wie zullen deze bewonen?

Psalm 37:29 ”De rechtvaardigen zullen de aarde erfelijk bezitten, en in eeuwigheid daarop wonen.

Jes 60:21 “En uw volk zullen allen tezamen rechtvaardigen zijn, zij zullen in eeuwigheid de aarde erfelijk bezitten; zij zullen zijn een spruit van Mijn plantingen, een werk van Mijn handen, opdat Ik verheerlijkt word.

 

Hier gaat het uiteraard om de nieuwe aarde, want de oude, de huidige heeft geen eeuwigheid.

back to top