De derde tempel in de 70ste week.

  1. Ter inleiding.
  2. Schriftplaatsen in het Nieuwe Testament over de tempel.
  3. Het Griekse woordje "hieron".
  4. Het Griekse woordje "naos".
  5. De tempelen Gods.
  6. De gruwel der verwoesting in de "heilige plaats".
  7. Slachtoffer, spijsoffer en de gruwel der verwoesting uit DaniŽl 9.
  8. De eerste vervulling van de profetie over de gruwel der verwoesting.
  9. Noodzaak voor een derde tempel.
  10. Typologische betekenis van de derde, vierde en vijfde tempel.
  11. Samenvatting studie.

Ter inleiding.

2Thess.2:4 Die zich tegenstelt, en verheft boven al wat God genaamd, of als God geŽerd wordt, alzo dat hij in den tempel Gods als een God zal zitten, zichzelven vertonende, dat hij God is. 

Dit vers gaat over de antichrist, waarvan gezegd wordt, dat hij, nadat hij geopenbaard is, in den tempel Gods als een God zal zitten. Het vers impliceert in eerste instantie dat er sprake is van een derde tempel in de dagen van de geopenbaarde antichrist. Hoe anders zou hij kunnen zitten in de tempel Gods?

Terug naar begin

Schriftplaatsen in het Nieuwe Testament over de tempel.

Omdat het woordje “tempel” mij meer dan honderd Nieuwtestamentische Schriftplaatsen opleverde in de concordantie, beperk ik me in deze studie tot slechts allťťn het Nieuwe Testament en laat zoveel mogelijk het Oude Testament buiten beschouwing. Ik probeer zo zorgvuldig mogelijk te werken, maar mocht u Schriftplaatsen tegenkomen die ik niet heb vermeld, dan verneem ik dat graag in een mail. 

Goed. Allereerst noem ik volledigheidshalve de volgende Schriftplaatsen waar “tempel” wel in genoemd wordt, maar die verder met deze studie niets te maken hebben. 

  • Joh.10:22 En het was het feest der vernieuwing des tempels te Jeruzalem; en het was winter.
  • 1Kor.8:10 Want zo iemand u, die de kennis hebt, ziet in der afgoden tempel aanzitten, zal het geweten deszelven, die zwak is, niet gestijfd worden, om te eten de dingen, die den afgoden geofferd zijn?
In Joh.10 wordt een feest genoemd, met de tempel in de naam van het feest opgesloten. En in 1Kor.8 is er sprake van een afgodische tempel. Ook daar was ik niet naar op zoek.
Terug naar begin

Het Griekse woordje "hieron".

Het eerste woord, is het Griekse “Hieron”. De betekenis is een heilige plaats. Het gaat om het gehele gebouw. U kunt alle Schriftplaatsen hieronder lezen, om zelf te ontdekken en te leren. Maar u kunt ook doorscrollen. 

  1. Matt.4:5 Toen nam Hem de duivel mede naar de heilige stad, en stelde Hem op de tinne des tempels;

 

  1. Matt.12:5 Of hebt gij niet gelezen in de wet, dat de priesters den sabbat ontheiligen in den tempel, op de sabbatdagen, en nochtans onschuldig zijn?

 

  1. Matt.12:6 En Ik zeg u, dat Een, meerder dan de tempel, hier is.

 

  1. Matt.21:12 En Jezus ging in den tempel Gods, en dreef uit allen, die verkochten en kochten in den tempel, en keerde om de tafelen der wisselaars, en de zitstoelen dergenen, die de duiven verkochten.

 

  1. Matt.21:14 En er kwamen blinden en kreupelen tot Hem in den tempel, en Hij genas dezelve.

 

  1. Matt.21:15 Als nu de overpriesters en Schriftgeleerden zagen de wonderheden, die Hij deed, en de kinderen, roepende in den tempel, en zeggende: Hosanna den Zone Davids! namen zij dat zeer kwalijk;

 

  1. Matt.21:23 En als Hij in den tempel gekomen was, kwamen tot Hem, terwijl Hij leerde, de overpriesters en de ouderlingen des volks, zeggende: Door wat macht doet Gij deze dingen? En Wie heeft U deze macht gegeven?

 

  1. Matt.24:1 En Jezus ging uit en vertrok van den tempel; en Zijn discipelen kwamen bij Hem, om Hem de gebouwen des tempels te tonen.

 

  1. Matt.26:55 Terzelfder ure sprak Jezus tot de scharen: Gij zijt uitgegaan als tegen een moordenaar, met zwaarden en stokken, om Mij te vangen; dagelijks zat Ik bij u, lerende in den tempel, en gij hebt Mij niet gegrepen;

 

  1. Mark 11:11 En Jezus kwam binnen Jeruzalem, en in den tempel; en als Hij alles rondom bezien had, en het nu avondstond was, ging Hij uit naar BethaniŽ met de twaalven.

 

  1. Mark 11:15 En zij kwamen te Jeruzalem; en Jezus, in den tempel gegaan zijnde, begon degenen, die in den tempel verkochten en kochten, uit te drijven; en de tafelen der wisselaars, en de zitstoelen dergenen, die de duiven verkochten, keerde Hij om;

 

  1. Mark 11:16 En liet niet toe, dat iemand enig vat door den tempel droeg.

 

  1. Mark 11:27 En zij kwamen wederom te Jeruzalem. En als Hij in den tempel wandelde, kwamen tot Hem de overpriesters, en de Schriftgeleerden, en de ouderlingen.

 

  1. Mark 12:35 En Jezus antwoordde en zeide, lerende in den tempel: Hoe zeggen de Schriftgeleerden, dat de Christus een Zoon van David is?

 

  1. Mark 13:1 En als Hij uit den tempel ging, zeide een van Zijn discipelen tot Hem: Meester, zie, hoedanige stenen, en hoedanige gebouwen!

 

  1. Mark 13:3 En als Hij gezeten was op den Olijfberg, tegen den tempel over, vraagden Hem Petrus, en Jakobus, en Johannes, en Andreas, alleen:

 

  1. Mark 14:49 Dagelijks was Ik bij ulieden in den tempel, lerende, en gij hebt Mij niet gegrepen; maar dit geschiedt, opdat de Schriften vervuld zouden worden.

 

  1. Luk.2:27 En hij kwam door den Geest in den tempel. En als de ouders het Kindeken Jezus inbrachten, om naar de gewoonte der wet met Hem te doen;

 

  1. Luk.2:37 En zij was een weduwe van omtrent vier en tachtig jaren, dewelke niet week uit den tempel, met vasten en bidden, God dienende nacht en dag.

 

  1. Luk.2:46 En het geschiedde, na drie dagen, dat zij Hem vonden in den tempel, zittende in het midden der leraren, hen horende, en hen ondervragende.

 

  1. Luk.4:9 En hij leidde Hem naar Jeruzalem, en stelde Hem op de tinne des tempels, en zeide tot Hem: Indien Gij de Zoon Gods zijt, werp Uzelven van hier nederwaarts;

 

  1. Luk.18:10 Twee mensen gingen op in den tempel om te bidden, de een was een FarizeŽr, en de ander een tollenaar.

 

  1. Luk.19:45 En gegaan zijnde in den tempel, begon Hij uit te drijven degenen, die daarin verkochten en kochten,

 

  1. Luk.19:47 En Hij leerde dagelijks in den tempel; en de overpriesters, en de Schriftgeleerden, en de oversten des volks zochten Hem te doden.

 

  1. Luk.20:1 En het geschiedde in een van die dagen, als Hij in den tempel het volk leerde, en het Evangelie verkondigde, dat de overpriesters, en Schriftgeleerden, met de ouderlingen daarover kwamen,

 

  1. Luk.21:5 En als sommigen zeiden van den tempel, dat hij met schone stenen en begiftigingen versierd was, zeide Hij:

 

  1. Luk.21:37 Des daags nu was Hij lerende in den tempel; maar des nachts ging Hij uit, en vernachtte op den berg, genaamd den Olijfberg.

 

  1. Luk.21:38 En al het volk kwam des morgens vroeg tot Hem in den tempel, om Hem te horen.

 

  1. Luk.22:52 En Jezus zeide tot de overpriesters, en de hoofdmannen des tempels, en ouderlingen, die tegen Hem gekomen waren: Zijt gij uitgegaan met zwaarden en stokken als tegen een moordenaar?

 

  1. Luk.22:53 Als Ik dagelijks met u was in den tempel, zo hebt gij de handen tegen Mij niet uitgestoken; maar dit is uw ure, en de macht der duisternis.

 

  1. Luk.24:53 En zij waren allen tijd in den tempel, lovende en dankende God. Amen.

 

  1. Joh.2:14 En Hij vond in den tempel, die ossen, en schapen, en duiven verkochten, en de wisselaars daar zittende.

 

  1. Joh.2:15 En een gesel van touwtjes gemaakt hebbende, dreef Hij ze allen uit den tempel, ook de schapen en de ossen; en het geld der wisselaren stortte Hij uit, en keerde de tafelen om.

 

  1. Joh.5:14 Daarna vond hem Jezus in den tempel, en zeide tot hem: Zie, gij zijt gezond geworden; zondig niet meer, opdat u niet wat ergers geschiede.

 

  1. Joh.7:14 Doch als het nu in het midden van het feest was, zo ging Jezus op in den tempel, en leerde.

 

  1. Joh.7:28 Jezus dan riep in den tempel, lerende en zeggende: En gij kent Mij, en gij weet, van waar Ik ben; en Ik ben van Mijzelven niet gekomen, maar Hij is waarachtig, Die Mij gezonden heeft, Welken gijlieden niet kent.

 

  1. Joh.8:2 En des morgens vroeg kwam Hij wederom in den tempel, en al het volk kwam tot Hem; en nedergezeten zijnde, leerde Hij hen.

 

  1. Joh.8:20 Deze woorden sprak Jezus bij de schatkist, lerende in den tempel; en niemand greep Hem; want Zijn ure was nog niet gekomen.

 

  1. Joh.8:59 Zij namen dan stenen op, dat zij ze op Hem wierpen. Maar Jezus verborg Zich, en ging uit den tempel, gaande door het midden van hen; en ging alzo voorbij.

 

  1. Joh.10:23 En Jezus wandelde in den tempel, in het voorhof van Salomo.

 

  1. Joh.11:56 Zij zochten dan Jezus, en zeiden onder elkander, staande in den tempel: Wat dunkt u? Dunkt u, dat Hij niet komen zal tot het feest?

 

  1. Joh.18:20 Jezus antwoordde hem: Ik heb vrijuit gesproken tot de wereld; Ik heb allen tijd geleerd in de synagoge en in den tempel, waar de Joden van alle plaatsen samenkomen; en in het verborgen heb Ik niets gesproken.

 

  1. Hand.2:46 En dagelijks eendrachtelijk in den tempel volhardende, en van huis tot huis brood brekende, aten zij te zamen met verheuging en eenvoudigheid des harten;

 

  1. Hand.3:1 Petrus nu en Johannes gingen te zamen op naar den tempel, omtrent de ure des gebeds, zijnde de negende ure;

 

  1. Hand.3:2 En een zeker man, die kreupel was van zijner moeders lijf, werd gedragen, welken zij dagelijks zetten aan de deur des tempels, genaamd de Schone, om een aalmoes te begeren van degenen, die in den tempel gingen;

 

  1. Hand.3:3 Welke, Petrus en Johannes ziende, als zij in den tempel zouden ingaan, bad, dat hij een aalmoes mocht ontvangen.

 

  1. Hand.3:8 En hij, opspringende, stond en wandelde, en ging met hen in den tempel, wandelende en springende, en lovende God.

 

  1. Hand.3:10 En zij kenden hem, dat hij die was, die om een aalmoes gezeten had aan de Schone poort des tempels; en zij werden vervuld met verbaasdheid en ontzetting over hetgeen hem geschied was.

 

  1. Hand.4:1 En terwijl zij tot het volk spraken, kwamen daarover tot hen de priesters, en de hoofdman des tempels, en de SadduceŽn;

 

  1. Hand.5:20 Gaat heen, en staat, en spreekt in den tempel tot het volk al de woorden dezes levens.

 

  1. Hand.5:21 Als zij nu dit gehoord hadden, gingen zij tegen den morgenstond in den tempel, en leerden. Maar de hogepriester, en die met hem waren, gekomen zijnde, riepen den raad te zamen, en al de oudsten der kinderen IsraŽls, en zonden naar den kerker, om hen te halen.

 

  1. Hand.5:24 Toen nu de hoge priester en de hoofdman des tempels, en de overpriesters deze woorden hoorden, werden zij twijfelmoedig over hen, wat toch dit worden zou.

 

  1. Hand.5:25 En er kwam een, en boodschapte hun, zeggende: Ziet, de mannen, die gij in de gevangenis gezet hebt, staan in den tempel, en leren het volk.

 

  1. Hand.5:42 En zij hielden niet op, allen dag, in den tempel en bij de huizen, te leren, en Jezus Christus te verkondigen.

 

  1. Hand.19:27 En wij zijn niet alleen in gevaar, dat dit deel in verachting kome, maar dat ook de tempel van de grote godin Diana als niets geacht zal worden, en dat ook haar majesteit zal ten ondergaan, aan welke gans AziŽ en de gehele wereld godsdienst bewijst.

 

  1. Hand.21:26 Toen nam Paulus de mannen met zich, en den dag daaraan met hen geheiligd zijnde, ging hij in den tempel, en verkondigde, dat de dagen der heiliging vervuld waren, blijvende daar, totdat voor een iegelijk van hen de offerande opgeofferd was.

 

  1. Hand.21:27 Als nu de zeven dagen zouden voleindigd worden, zagen hem de Joden van AziŽ in den tempel, en beroerden al het volk, en sloegen de handen aan hem,

 

  1. Hand.21:28 Roepende: Gij IsraŽlietische mannen, komt te hulp! Deze is de mens, die tegen het volk, en de wet, en deze plaats allen man overal leert; en bovendien heeft hij ook Grieken in den tempel gebracht, en heeft deze heilige plaats ontheiligd.

 

  1. Hand.21:29 Want zij hadden te voren Trofimus, den Efezier, met hem in de stad gezien, welken zij meenden, dat Paulus in den tempel gebracht had.

 

  1. Hand.21:30 En de gehele stad kwam in roer en het volk liep samen; en zij grepen Paulus, en trokken hem buiten den tempel; en terstond werden de deuren gesloten.

 

  1. Hand.22:17 En het gebeurde mij, als ik te Jeruzalem wedergekeerd was, en in den tempel bad, dat ik in een vertrekking van zinnen was;

 

  1. Hand.24:6 Die ook gepoogd heeft den tempel te ontheiligen, welken wij ook gegrepen hebben, en naar onze wet hebben willen oordelen.

 

  1. Hand.24:12 En zij hebben mij noch in den tempel gevonden tot iemand sprekende, of enige samenrotting des volks makende, noch in de synagogen, noch in de stad;

 

  1. Hand.24:18 Waarover mij gevonden hebben, geheiligd zijnde, in den tempel, niet met volk, noch met beroerte, enige Joden uit AziŽ;

 

  1. Hand.25:8 Dewijl hij, verantwoordende, zeide: Ik heb noch tegen de wet der Joden, noch tegen den tempel, noch tegen den keizer iets gezondigd.

 

  1. Hand.26:21 Om dezer zaken wil hebben mij de Joden in den tempel gegrepen en gepoogd om te brengen.

 

  1. IKor.9:13 Weet gij niet, dat degenen, die de heilige dingen bedienen, van het heilige eten (van de tempel)? en die steeds bij het altaar zijn, met het altaar delen?

 

Als ik het woord “Hieron” zou mogen samenvatten, dan wel definiŽren, zou ik zeggen dat het gaat om de letterlijke tempel. Een stenen gebouw. De bestaande tempel destijds.

Terug naar begin

Het Griekse woordje "naos".

Het andere woord dat we in het Nieuwe Testament tegenkomen, ter aanduiding van tempel, is “naos”. Dit woord is afgeleid van het woord dat wij gebruiken in Psalm 23 “De Heer is mijn Herder”, namelijk als: en ik zal in het huis des Heeren blijven in lengte van dagen. (to dwell). Terug naar naos. Naos is tempel en of heiligdom. Andere woorden voor tempel, dan “hieron” en “naos”, heb ik niet kunnen vinden. Hieronder staan alle Schriftplaatsen bij mijn weten, waar “naos” genoemd wordt.

 

  1. Matt.23:16 Wee u, gij blinde leidslieden, die zegt: Zo wie gezworen zal hebben bij den tempel, dat is niets; maar zo wie gezworen zal hebben bij het goud des tempels, die is schuldig.

 

  1. Matt.23:17 Gij dwazen en blinden, want wat is meerder, het goud, of de tempel, die het goud heiligt?

 

  1. Matt.23:21 En wie zweert bij den tempel, die zweert bij denzelven, en bij Dien, Die daarin woont.

 

  1. Matt.23:35 Opdat op u kome al het rechtvaardige bloed, dat vergoten is op de aarde, van het bloed des rechtvaardigen Abels af, tot op het bloed van Zacharia, den zoon van Barachia, welken gij gedood hebt tussen den tempel en het altaar.

 

  1. Matt.26:61 Maar ten laatste kwamen twee valse getuigen, en zeiden: Deze heeft gezegd: Ik kan den tempel Gods afbreken, en in drie dagen denzelven opbouwen.

 

  1. Matt.27:5 En als hij de zilveren penningen in den tempel geworpen had, vertrok hij, en heengaande verworgde zichzelven.

 

  1. Matt.27:40 En zeggende: Gij, Die den tempel afbreekt, en in drie dagen opbouwt, verlos Uzelven. Indien Gij de Zone Gods zijt, zo kom af van het kruis.

 

  1. Matt.27:51 En ziet, het voorhangsel des tempels scheurde in tweeŽn, van boven tot beneden; en de aarde beefde, en de steenrotsen scheurden.

 

  1. Mark.14:58 Wij hebben Hem horen zeggen: Ik zal dezen tempel, die met handen gemaakt is, afbreken, en in drie dagen een anderen, zonder handen gemaakt, bouwen.

 

  1. Mark.15:29 En die voorbijgingen, lasterden Hem, schuddende hun hoofden, en zeggende: Ha! Gij, die den tempel afbreekt, en in drie dagen opbouwt,

 

  1. Mark.15:38 En het voorhangsel des tempels scheurde in tweeŽn, van boven tot beneden.

 

  1. Luk.1:9 Naar de gewoonte der priesterlijke bediening, hem te lote was gevallen, dat hij zoude ingaan in den tempel des Heeren om te reukofferen.

 

  1. Luk.1:21 En het volk was wachtende op Zacharias, en zij waren verwonderd, dat hij zo lang vertoefde in den tempel.

 

  1. Luk.1:22 En als hij uitkwam, kon hij tot hen niet spreken; en zij bekenden, dat hij een gezicht in den tempel gezien had. En hij wenkte hun toe, en bleef stom.

 

  1. Luk.23:45 En de zon werd verduisterd, en het voorhangsel des tempels scheurde midden door.

 

  1. Joh.2:19 Jezus antwoordde en zeide tot hen: Breekt dezen tempel, en in drie dagen zal Ik denzelven oprichten.

 

  1. Joh.2:20 De Joden zeiden dan: Zes en veertig jaren is over dezen tempel gebouwd, en Gij, zult Gij dien in drie dagen oprichten?

 

  1. Joh.2:21 Maar Hij zeide dit van den tempel Zijns lichaams.

 

  1. Hand.7:48 Maar de Allerhoogste woont niet in tempelen met handen gemaakt; gelijk de profeet zegt:

 

  1. Hand.17:24 De God, Die de wereld gemaakt heeft en alles wat daarin is; Deze, zijnde een Heere des hemels en der aarde, woont niet in tempelen met handen gemaakt;

 

  1. Hand.19:24 Want een, met name Demetrius, een zilversmid, die kleine zilveren tempelen van Diana maakte, bracht dien van die kunst geen klein gewin toe;

 

  1. 1Kor.3:16 Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt, en de Geest Gods in ulieden woont?

 

  1. 1Kor.3:17 Zo iemand den tempel Gods schendt, dien zal God schenden; want de tempel Gods is heilig, welke gij zijt.

 

  1. 1Kor.6:19 Of weet gij niet, dat ulieder lichaam een tempel is van den Heiligen Geest, Die in u is, Dien gij van God hebt, en dat gij uws zelfs niet zijt?

 

  1. 2Kor.6:16 Of wat samenvoeging heeft de tempel Gods met de afgoden? Want gij zijt de tempel des levenden Gods; gelijkerwijs God gezegd heeft: Ik zal in hen wonen, en Ik zal onder hen wandelen; en Ik zal hun God zijn, en zij zullen Mij een Volk zijn.

 

  1. Ef.2:21 Op Welken het gehele gebouw, bekwamelijk samengevoegd zijnde, opwast tot een heiligen tempel in den Heere;

 

  1. 2Thess.2:4 Die zich tegenstelt, en verheft boven al wat God genaamd, of als God geŽerd wordt, alzo dat hij in den tempel Gods als een God zal zitten, zichzelven vertonende, dat hij God is.

 

  1. Opb.3:12 Die overwint, Ik zal hem maken tot een pilaar in den tempel Mijns Gods, en hij zal niet meer daaruit gaan; en Ik zal op hem schrijven den Naam Mijns Gods, en de naam der stad Mijns Gods, namelijk des nieuwen Jeruzalems, dat uit den hemel van Mijn God afdaalt, en ook Mijn nieuwen Naam.

 

  1. Opb.7:15 Daarom zijn zij voor den troon van God, en dienen Hem dag en nacht in Zijn tempel; en Die op den troon zit, zal hen overschaduwen.

 

  1. Opb.11:1 En mij werd een rietstok gegeven, een meet roede gelijk; en de engel stond en zeide: Sta op, en meet den tempel Gods en het altaar, en degenen, die daarin aanbidden.

 

  1. Opb.11:2 En laat het voorhof uit, dat van buiten den tempel is, en meet dat niet, want het is den heidenen gegeven; en zij zullen de heilige stad vertreden twee en veertig maanden.

 

  1. Opb.11:19 En de tempel Gods in de hemel is geopend geworden, en de ark Zijns verbonds is gezien in Zijn tempel; en er werden bliksemen, en stemmen, en donderslagen, en aardbeving, en grote hagel.

 

  1. Opb.14:15 En een andere engel kwam uit den tempel, roepende met een grote stem tot Dengene, Die op de wolk zat: Zend Uw sikkel en maai; want de ure om te maaien is nu gekomen, dewijl de oogst der aarde rijp is geworden.

 

  1. Opb.14:17 En een andere engel kwam uit den tempel, die in den hemel is, hebbende ook zelf een scherpe sikkel.

 

  1. Opb.15:5 En na dezen zag ik, en ziet, de tempel des tabernakels der getuigenis in den hemel werd geopend.

 

  1. Opb.15:6 En de zeven engelen, die de zeven plagen hadden, kwamen uit den tempel, bekleed met rein en blinkend lijnwaad, en omgord om de borst met gouden gordels.

 

  1. Opb.15:8 En de tempel werd vervuld met rook uit de heerlijkheid Gods, en uit Zijn kracht; en niemand kon in den tempel ingaan, totdat de zeven plagen der zeven engelen geŽindigd waren.

 

  1. Opb.16:1 En ik hoorde een grote stem uit den tempel, zeggende tot de zeven engelen: Gaat henen, en giet de zeven fiolen van den toorn Gods uit op de aarde.

 

  1. Opb.16:17 En de zevende engel goot zijn fiool uit in de lucht; en er kwam een grote stem uit den tempel des hemels, van den troon, zeggende: Het is geschied.

 

  1. Opb.21:22 En ik zag geen tempel in dezelve; want de Heere, de almachtige God, is haar tempel, en het Lam.

De tempel die in deze verzen worden genoemd, “naos”, is de geestelijke tempel (Zijn Lichaam / ons lichaam), de niet letterlijke tempel (overdrachtelijk) of de hemelse tempel (zie alle verzen in Openbaring). Maar in een aantal verzen gaat het toch om de tweede tempel, de letterlijke tempel die in Jezus’ dagen er stond. Maar dan wordt er ‘om’ of ‘over’ de tempel gesproken. Bijvoorbeeld in de verzen over het “zweren bij de tempel”. We komen ook nog een paar keer tegen, dat er gesproken wordt over het voorhangsel van de tempel. Hier vinden we heel mooi de afgeleide variant van “naos” terug, namelijk: blijven, verblijven, wonen (to dwell). Ik ga er vanuit dat de verzen in Luk.1 dezelfde motivatie zijn toegedaan. …dat hij zo lang vertoefde in den tempel.

Terug naar begin

De tempelen Gods.

Er wordt dus nog al wat onderscheid gemaakt in de Schrift. De Here Jezus sprak over Zijn lichaam als de tempel. Nog voordat Hij Christus was. Christus spreekt over Zijn Lichaam als de tempel en wij zijn ook ťťn tempel. En ga zo maar door. En dan niet te vergeten de tweede tempel die in de dagen van de Here Jezus in Jeruzalem stond. 

Er komt straks een tempel. Tenminste dat is wat ik geloof. Als de Here Jezus Christus is teruggekomen, dus in Zijn parousia, Zijn toekomst, zal Hij twee dingen doen:

  1. Koning zijn; rechtspreken en besturen.
  2. Hogepriester zijn; (naar de ordening van Melchizťdek) God de Vader dienen.

Een koning woont in een paleis of kasteel, in zijn koninkrijk. En een priester woont in de tempel. Bij de Wederkomst van de Here Jezus Christus, is de Joodse staat en in het bijzonder Jeruzalem verwoest en zijn de antichrist en de Babylonische koning de heersers van de aarde. Kortom: puinhoop! Houdt dat beeld vast bij het lezen van de volgende profetie, waar wordt gesproken over de tempel die voor / door de Here dan zal gebouwd worden. 

Jes.44:23 Zingt met vreugde, gij hemelen! want de Heere heeft het gedaan; juicht, gij benedenste delen der aarde! gij bergen! maakt een groot gedreun met vreugdegezang, gij bossen, en alle geboomte daarin! Want de Heere heeft Jakob verlost, en Zich heerlijk gemaakt in IsraŽl.

24 Alzo zegt de Heere, uw Verlosser, en Die u geformeerd heeft van den buik af: Ik ben de Heere, Die alles doet, Die den hemel uitbreidt, Ik alleen, en Die de aarde uitspant door Mijzelven;

25 Die de tekenen der leugendichters vernietigt, en de waarzeggers dol maakt; Die de wijzen achterwaarts doet keren, en Die hun wetenschap verdwaast;

26 Die het woord Zijns knechts bevestigt, en den raad Zijner boden volbrengt; Die tot Jeruzalem zegt: Gij zult bewoond worden; en tot de steden van Juda: Gij zult herbouwd worden, en Ik zal haar verwoeste plaatsen oprichten.

27 Die tot de diepte zegt: Verdroog, en uw rivieren zal Ik verdrogen.

28 Die van Cores zegt: Hij is Mijn herder, en hij zal al Mijn welgevallen volbrengen; zeggende ook tot Jeruzalem: Word gebouwd; en tot den tempel: Word gegrond.

Op de oude aarde, vanaf de Wederkomst zal er weer een tempel zijn voor Christus. Als de Christus is teruggekomen, dan zullen eerst alle ongelovigen van de aardbodem moeten verdwijnen, alvorens de 1000 jaren kunnen aanvangen. Ik denk dat die nieuwe tempel, op de oude aarde, blijft staan, totdat vervuld zal worden de profetie uit de tweede Petrusbrief. 

2Pet 3:10 Maar de dag des Heeren zal komen als een dief in den nacht, in welken de hemelen met een gedruis zullen voorbijgaan, en de elementen branden zullen en vergaan, en de aarde en de werken, die daarin zijn, zullen verbranden.

2Pet 3:11 Dewijl dan deze dingen alle vergaan, hoedanigen behoort gij te zijn in heiligen wandel en godzaligheid!

2Pet 3:12 Verwachtende en haastende tot de toekomst van den dag Gods, in welken de hemelen, door vuur ontstoken zijnde, zullen vergaan, en de elementen brandende zullen versmelten.

2Pet 3:13 Maar wij verwachten, naar Zijn belofte, nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, in dewelke gerechtigheid woont.

 

En in Openbaring 21:22 lezen we dan vervolgens dat er daarna, nooit meer een tempel zal komen, …want de Heere, de almachtige God, is haar tempel, en het Lam. Maar dat is dus op de nieuwe aarde, want Zijn belofte is vervuld!

Terug naar begin

De gruwel der verwoesting in de “heilige plaats”.

Maar ik wil graag naar de vraag: komt er een derde tempel, vůůrdat Christus terug komt? Want het vers waar ik mee begon, impliceert dat. 

2Thess.2:4 Die zich tegenstelt, en verheft boven al wat God genaamd, of als God geŽerd wordt, alzo dat hij in den tempel Gods als een God zal zitten, zichzelven vertonende, dat hij God is.

 

Allereerst kijken we naar de Griekse grondtekst. Staat er “hieron” of staat er “naos”? Er staat naos. Waarom naos? Hieron slaat op de letterlijke tempel, namelijk op het gebouw, stenen en meer, waar je doorheen kunt lopen. In 2Thess.2:4 is er niet sprake van een letterlijke tempel, want dit is een profetie! Er wordt dus gesproken om of over de tempel. Stel dat de tempel er vandaag zou staan en de antichrist zou nu in de tempel gaan zitten en zeggen dat hij God is. Dan is er sprake van een letterlijke tempel, want de antichrist zit in de tempel. In dat geval zou er niet staan “naos”, maar “hieron”.

Maar gelukkig is dat niet het geval en staat er dus “naos”. Het moet dus nog gebeuren! In de Bijbel vinden we nog enkele Schriftplaatsen die over de mogelijkheid van een derde tempel, spreken. Met de term “derde tempel” bedoel ik de voorloper op de tempel die voor en door Christus Zelf zal worden gebouwd. Dit om misverstanden te voorkomen. Deze zullen we zoveel mogelijk aan bod laten komen. We beginnen met de uitspraak van de Here Jezus in Matt.24 in “de rede der laatste dingen”. 

Matt 24:15 Wanneer gij dan zult zien den gruwel der verwoesting, waarvan gesproken is door DaniŽl, den profeet, staande in de heilige plaats; (die het leest, die merke daarop!)

 

De Here Jezus spreekt niet over een tempel, dus “naos”, maar over “de heilige plaats”. Dat stellen we voorop. Wat staat er in de grondtekst? Heilige plaats = Hagios topos. Ik stel vast dat heilige plaats de beste vertaling is van wat er in de grondtekst staat. Topos kennen wij van ons woordje topografie, of ook wel plaatsaanduiding. Daar kom ik zo op terug.

Wat zal er volgens de Here Jezus dan staan in die heilige plaats? Een gruwel der verwoesting. Namelijk een afgodsbeeld, waar vanuit verwoesting komt. Immers het beeld zou kunnen spreken en de doodstraf (dat is verwoestend voor het lichaam) zou volgen op het niet knielen of aanbidden van het beeld. Het beeld zou dan ook kunnen oproepen tot een jihad of iets dergelijks. 

Opb.13:15 En hetzelve werd macht gegeven om het beeld van het beest een geest te geven, opdat het beeld van het beest ook zou spreken, en maken, dat allen, die het beeld van het beest niet zouden aanbidden, gedood zouden worden.

 

Daar spreekt de Here Jezus dus over. Namelijk er zou een beeld worden opgericht en deze zal men plaatsen in de heilige plaats. Dus niet in de tempel. Misschien vindt u mijn volgende uitspraak flauw, maar misschien is het beeld wel veel te groot om in de tempel te zetten. De tempel heeft namelijk ook een plafond. Daarnaast mogen we opmerken dat het de bedoeling is dat iedereen het beeld zou aanbidden en die daar geen gehoor aan geeft, zal gedood worden. 

In de Bijbelse geschiedenis vinden we dit beeld terug. Op ťťn detail na, namelijk het volgende beeld kon niet spreken. Maar is absoluut een voorafschaduwing van de gruwel der verwoesting die zal staan in de heilige plaats. De Here Jezus verwees ons daarvoor naar de profeet DaniŽl. Leest u anders zelf heel DaniŽl hoofdstuk 3. Maar hieronder een drietal verzen. 

Dan.3:1 De koning Nebukadnezar maakte een beeld van goud, welks hoogte was zestig ellen, zijn breedte zes ellen; hij richtte het op in het dal Dura, in het landschap van Babel.

Dan.3:5 Ten tijde als gij horen zult het geluid des hoorns, der pijp, der citer, der vedel, der psalteren, des akkoordgezangs, en allerlei soorten van muziek, zo zult gijlieden nedervallen, en aanbidden het gouden beeld, hetwelk de koning Nebukadnezar heeft opgericht;

Dan.3:6 En wie niet nedervalt en aanbidt, die zal te dierzelfder ure in het midden van den oven des brandenden vuurs geworpen worden. (zie Opb.13:15) 

Goed, we lezen hier eigenlijk hetzelfde als in Openbaring 13. Er wordt een beeld opgericht die men moet aanbidden. Zo niet, dan wordt men gedood. Over de grootte van het beeld, staat in dit vers dat het 60 ellen hoog is. Ik meen dat dat overeenkomt met 27 meter. Anders laat u het mij maar weten. Als de gruwel der verwoesting uit Matt.24 dezelfde lengte heeft, past het waarschijnlijk niet in de tempel. En als men het dus buiten de tempel plaatst, bijvoorbeeld op het Tempelplein in Jeruzalem, dat nu nog steeds bestaat, dan begrijp ik waarom de Here Jezus niet spreekt over “in de tempel” maar over “in de heilige plaats”.

 

Terug naar begin

Slachtoffer, spijsoffer en de gruwel der verwoesting uit DaniŽl 9.

We begrijpen natuurlijk dat de Here Jezus niet direct verwees in Matt.24:15 naar het beeld uit DaniŽl 3, maar naar de gruwel der verwoesting uit DaniŽl 9. Maar dat neemt niet weg dat we Bijbelgedeelten naast elkaar zouden leggen om te zien of ze over hetzelfde spreken. (vrij naar Hand.17:11) We zullen nu gaan naar Dan.9:26 en 27, waar we terecht zijn gekomen in de uitleg van wat er zal gebeuren in de 70ste week van DaniŽl. 

Dan 9:26 En na die twee en zestig weken zal de Messias uitgeroeid worden, maar het zal niet voor Hem zelven zijn; en een volk des vorsten, hetwelk komen zal, zal de stad en het heiligdom verderven, en zijn einde zal zijn met een overstromenden vloed, en tot het einde toe zal er krijg zijn, en vastelijk besloten verwoestingen.

Dan 9:27 En hij zal velen het verbond versterken een week; en in de helft der week zal hij het slachtoffer en het spijsoffer doen ophouden, en over den gruwelijken vleugel zal een verwoester zijn, ook tot de voleinding toe, die vastelijk besloten zijnde, zal uitgestort worden over den verwoeste. 

Er staat ook hier niets over een toekomstige tempel in de 70ste week van DaniŽl. Dat mogen we direct vast stellen. Wel wordt er gesproken over het slacht- en spijsoffer. Deze zullen weer in ere zijn hersteld in de eerste helft van de 70ste week. Want hoe wil je anders het laten ophouden op de helft van de 70ste week. Dat is dus contextueel verklaren van de Schrift. Het staat er niet letterlijk, maar dat mogen we wel aannemen. 

Hoe mogen we dit lezen, in het licht van de vraag of er straks een derde tempel wordt gebouwd? Offeren is een priesterlijke aangelegenheid. Zoals de Here Jezus Christus nu onze Hogepriester (Hebr.8:1) is en dus voor ons bid (Rom.8:34) en verzoening (vergeving van zonde) voor ons heeft bewerkstelligd, zo was het ook met de priesters in het Oude Testament. De Levieten, de priesters, brachten offers om de zonden van het volk weg te doen. We spreken over het oude verzoeningswerk dat de voorafschaduwing natuurlijk was, van wat de Here Jezus voor ons heeft gedaan. 

Waar werden deze slacht- en spijsoffers dan gebracht. Ik dacht zelf in de tempel, maar dat is niet zo. We lezen dit in:

1Kon.8:64 Ten zelfden dage heiligde de koning het middelste des voorhofs, dat voor het huis des Heeren was, omdat hij aldaar het brandoffer en het spijsoffer bereid had, mitsgaders het vet der dankofferen; want het koperen altaar, dat voor het aangezicht des Heeren was, was te klein, om de brandofferen, en de spijsofferen, en het vet der dankofferen te vatten. 

Dus vůůr het huis des Heren, namelijk de vůůr de tempel. Daar was het middelste voorhof. De reden die hier wordt genoemd, is dat het koperen altaar te klein was voor deze offers. Het koperen altaar stond bij mijn weten in een vertrek in de tempel. Ik kon dat zo gauw niet terugvinden. Maar wel weet ik hoe groot het koperen altaar was. Namelijk: 20 ellen x 20 ellen x 10 ellen (LxBxH). Dat is iets van 9 x 9 x4,5 meter (2Kron.4:1). Redelijk groot dus. Maar hoe het ook zei, ťťn ding komt nu ook vast te staan, namelijk om een spijsoffer te brengen moet er ook een tempel zijn, want dit offer werd buiten de tempel gebracht. Het voorhof hoort bij het tempelcomplex immers.

Terug naar begin

De eerste vervulling van de profetie over de gruwel der verwoesting.

Als we dan even terug gaan naar het vers in Dan.9 lezen we dat op het altaar een gruwel der verwoesting wordt geplaatst.

en in de helft der week zal hij het slachtoffer en het spijsoffer doen ophouden, en( namelijk of want) over den gruwelijken vleugel zal een verwoester zijn. En dat is al eens gebeurt. We hebben het dan over de voorafschaduwing van de antichrist, namelijk Antiochus Epifanus. In de apocriefe boeken van de MakkabeeŽn lezen we over dit gebeuren. 

1Makk.1:54,59

54 Naar al deze woorden heeft hij geschreven aan zijn ganse koninkrijk, en heeft opzieners gemaakt over al het volk.
55 En hij beval de steden van Juda, dat zij offeren zouden van stad tot stad.
56 En velen van het volk vergaderden tot hen, een ieder die de wet verliet, en zij deden veel kwaad in het land;

57 En maakten dat IsraŽl zich zette in holen, in al hun schuilplaatsen.
58 En de vijftiende dag van de maand Chasleu in het honderdenvijfenveertigste jaar, bouwden zij een gruwel der verwoesting op het reukaltaar, en rondom in alle steden van Juda bouwden zij altaren.
59 En in de deuren van de huizen, en op de straten offerden zij reukwerk;

de voorafschaduwing van de antichrist, namelijk Antiochus Epifanus.  

1Makk.6:7

7 En dat zij verbroken hadden de gruwel, die zij op het altaar hadden gebouwd te Jeruzalem, en dat zij het heiligdom, gelijk het eerst was, hadden omringd met hoge muren, en Bethsura, zijn stad.

 

2Makk.6:1-5

1 En niet lang daarna zond de koning een oud man van Athene, om de Joden te noodzaken dat zij zouden afwijken van de wetten hunner vaderen, en niet zouden wandelen naar de wetten van God.
2 En ook om de tempel te Jeruzalem te ontreinigen, en deze te noemen de tempel van Jupiter Olympius, en de tempel) te Garizin te noemen, (gelijk degenen, die in die plaats woonden, begeerden), de tempel van Jupiter Xenius.

3 De invoering van deze boosheid was het volk bezwaarlijk en moeilijk.
4 Want de tempel werd vervuld met overdadigheid, en brasserijen der heidenen, die met de hoeren daar in luiheid leefden, en in de heilige galerijen zich vermengden met de vrouwen; en daarenboven dingen daarin brachten die niet betaamden.
5 En het altaar werd ook met onbehoorlijke dingen, die de wet verboden had, vervuld.

 

Dit is Joodse geschiedenis. Verschillende Bijbelcommentaren op Matt.24:15 en Dan.9:27 verwijzen naar deze teksten uit de MakkabeeŽn. Ook Flavius Josephus schreef over deze Joodse geschiedenis. Maar hierboven lezen we over de tempel, het altaar, het offeren en de oprichting van de gruwel der verwoesting. Die gruwel der verwoesting werd volgens 1Makk.1:58 op het reukaltaar gebouwd. Maar het reukaltaar is een ander altaar dan het altaar waar slacht- en spijsoffers werden geofferd, volgens de Bijbel. Want het reukaltaar stond in de tempel. 

2Kron.26:16 Maar als hij sterk geworden was, verhief zich zijn hart tot verdervens toe, en hij overtrad tegen den Heere, zijn God; want hij ging in den tempel des Heeren, om te roken op het reukaltaar. 

Maar dat de gruwel der verwoesting wordt gebouwd op het reukaltaar, vinden we niet terug in de Bijbel. En omdat we ons aan de Bijbel vasthouden, houd ik het erop dat in de toekomst het afgodsbeeld (Opb.13) wordt opgericht buiten de tempel. Namelijk daar waar in de 3,5 jaren daarvoor werd geofferd het slacht- en spijsoffer. Het lijkt mij dus, contextueel gezien, voor de hand, dat er dan wel een tempelcomplex moet zijn. Want voor het offeren buiten de tempel, moet er wel een tempel zijn. Hoe zou je anders er buiten kunnen zijn?

Terug naar begin

Noodzaak voor een derde tempel.

Een andere kijk op deze zaak is dat we weten dat de geopenbaarde antichrist zijn bediening heeft onder de Joden. Het tweede beest uit Openbaring 13 is de antichrist en stijgt op uit de aarde. En aarde (grond) staat in de Bijbel vaak voor het land IsraŽl. Om de neuzen allemaal ťťn kant op te krijgen, zal de antichrist zich voordoen als ťťn van hen. Net als de Here Jezus, Die een Jood was! 

Ik geloof dat de antichrist zich zal voordoen als zijnde de Christus. Daarom kan hij zich ook in de plaats (anti) stellen van Christus. De Here Jezus bracht het echte priesterlijke werk tot stand, namelijk Zijn dood en Opstanding voor ons. En de aap zal de Here na-apen! Mijn verwachting is dat er dan sprake is van een soort “priesterlijke” functie van de antichrist. En laten we niet vergeten dat Openbaring vermeld dat hij veel weg heeft van het Lam (Christus), maar dat hij de draak (satan) is.

Baphomet, alias de satan.

Opb.13:11 En ik zag een ander beest uit de aarde opkomen, en het had twee hoornen, des Lams hoornen gelijk, en het sprak als de draak. 

Wat ik nu het meest voor de hand vind liggen, is dat deze persoon, die zich voordoet als de Christus, als Jood (net als de Here Jezus!) en als priester, na of bij het sluiten van een vredesakkoord, zal eisen dat er een tempel moet komen. Misschien zal dat wel worden opgenomen in het vredesakkoord, zodat de Joden over stag zullen gaan. Wie weet! En dan nog tot slot, de satan verheft zich altijd tegen God. Dat weet u. Waar kun je je nu beter verheffen tegen God (2Thess.2:4), dan in een tempel die aan Hem gewijd is? Dat lijkt mij de meest ultieme verheffing in het vlees tegen God, geheel contextueel bezien dan.

Terug naar begin

Typologische betekenis van de derde, vierde en vijfde tempel.

De drie is typologisch gezien de voorloper van de vier. Een “op naar” de vier om het zomaar te zeggen. De derde bedeling is die van de Belofte Gods. De derde tempel kan mijns inziens worden uitgelegd als zijnde de belofte, de profetie dat er een derde tempel zal komen, maar met uitzicht op de volgende: de vierde. De vierde bedeling is de bedeling van de wet. De vierde tempel, die voor en door Christus wordt gebouwd en waar Christus zal heersen (niet alleen als Hogepriester, maar ook als Koning) is de nieuwe wet. Het Nieuwe Verbond waar vanuit Christus zal heersen. De derde en vierde tempel zijn dan daarmee ook de uitbeelding van het oude (vlees) dat moet worden afgelegd, moet sterven en het Nieuwe (Geest) dat zou moeten worden aangedaan om zalig te worden. Sprekende over Wedergeboorte. In de parousia van de Here en de 1000 jaren, zullen de volkeren en IsraŽl zijn onderworpen aan Christus. Het onderworpen zijn slaat ook op wet! En dan is er nog een vijfde tempel. Namelijk de tempel die er wel is, maar ook weer niet.

Opb.21:22 En ik zag geen tempel in dezelve; want de Heere, de almachtige God, is haar tempel, en het Lam.

En dat is de typologische betekenis van de vijf. Namelijk verborgenheid! Het is er wel, maar ook weer niet. De vijfde tempel op de nieuwe aarde is er niet, want Johannes zei dat hij hem niet zag! Maar de tempel is er ook weer wel, want de Heere, de almachtige God, is haar tempel, en het Lam.

Terug naar begin

Samenvatting studie.

2Thess.2:4 Die zich tegenstelt, en verheft boven al wat God genaamd, of als God geŽerd wordt, alzo dat hij in den tempel Gods als een God zal zitten, zichzelven vertonende, dat hij God is.

 

Hoewel deze studie qua lengte behoort tot ťťn van de langste van de studies op deze site, kom ik tot de conclusie dat het allemaal vrij magertjes is. Of dat aan mijn onkunde ligt of aan het feit dat ik maar ťťn Nieuw Testamentisch vers heb gevonden die de mogelijkheid van een derde tempel impliceert, weet ik niet. Ik heb geprobeerd u door de hele Bijbel mee te nemen en volle aandacht te schenken aan wat er wel staat en wat er niet staat geschreven. Ik heb geprobeerd zoveel mogelijk Schrift met Schrift te vergelijken. Mijn conclusie is:

Een letterlijke, gebouwde, stenen tempel, in de 70ste week van DaniŽl, is contextueel voor de hand liggend en feitelijk op ťťn Schriftplaats te grondvesten.

 

  1. 2Thess.2:4 spreekt over “naos”, namelijk Gods Woord dat er een derde tempel zal zijn. De tempel Gods waar de antichrist zal zitten, is hier profetisch gesproken, maar zal letterlijk worden vervuld.
  2. De derde tempel, waar de antichrist zal zetelen, zal er zijn voor een zeer korte tijd. 2Thess.2:4 is de belofte (profetie) van de Heer dat die tempel er zal komen. De typologische betekenis van het getal 3.
  3. Matt.24:15 spreekt niet over de derde tempel, maar over de heilige plaats. Contextueel bezien zou dat het Tempelplein in Jeruzalem kunnen zijn. In ieder geval is het buiten de tempel, waarbij het bestaan van een letterlijke tempel noodzakelijk word gemaakt.
  4. Dan.9:27 spreekt over het oprichten van een afgodsbeeld op het altaar. Ook hierbij is er geen sprake van een activiteit in de derde tempel. Maar ook hier is contextueel bezien het bestaan van een letterlijke tempel noodzakelijk.
  5. Bijbelverklaringen van Matt.24:15 en Dan.9:27 verwijzen naar de boeken van de MakkabeeŽn, waarin de Joodse geschiedenis te lezen is. De voorafschaduwing van de antichrist, Antiochus Epifanus, heeft ook een gruwel der verwoesting laten oprichten. Dan lezen we dat het wel gaat om een activiteit in de tempel, maar dit komt mijns inziens niet overeen met wat de Schrift zegt. En voegt helaas niets toe.
  6. In het verklaren wie de antichrist is, die zich zal zetten in de tempel Gods, wordt mijns inziens het beste de noodzaak van een bestaande letterlijke tempel in de 70ste week van DaniŽl weergegeven. Echter is dit uitsluitend contextueel.

 

Terug naar begin