De bedeling van de volheid der tijden (nr. 6)

  1. De zesde bedeling uit Efeze 1
  2. Kenmerken van de zesde bedeling
  3. De tijdrekening van de profetie van Daniël 9
  4. De getallen 7 + 33
  5. Grote verdrukking
  6. Het overblijfsel
  7. Het getal 6
  8. De zesde dag
  9. De zesde stamvader
  10. De zesde vrucht
  11. Zijlijn 6

De zesde bedeling uit Efeze 1

De zesde bedeling wordt in Éfeze 1 "de bedeling van de volheid der tijden" genoemd. Deze bedeling komt in veel bedelingenschema’s niet voor. In Éfeze 1 wordt een opsomming gegeven van alle geestelijke zegeningen die de gelovige ontvangen heeft. De opsomming bestaat uit zeven geestelijke zegeningen.

 

Éfeze 1 : 9, 10

9 Ons bekend gemaakt hebbende de verborgenheid van Zijn wil, naar Zijn welbehagen, hetwelk Hij voorgenomen had in Zichzelven.

10 Om in de bedeling van de volheid der tijden, wederom alles tot één te vergaderen in Christus, beide dat in den hemel is, en dat op de aarde is;

 

Het eerste woordje van vers 10 "in" is de vertaling van het Griekse "eis" (eiz). "Eis" drukt een beweging uit die ergens in eindigt. Wij zeggen dan: "tot in", of "tot en met". Het gaat over hetgeen gebeurt "tot aan" en zelfs "tot in" de bedeling van de volheid der tijden. Wat dat is, staat er achter: "...alles tot één te vergaderen in Christus, beide dat in den hemel is, en dat op de aarde is". Het woordje "wederom" komt in het Grieks niet voor.

Verborgenheid naar openbaring (kiekeboe)

Éfeze 1 : 9 spreekt over de verborgenheid van Gods wil. De verborgenheid van Zijn wil was geen onvoorziene omstandigheid in het heilsplan van God. God had het wel degelijk zo gepland. Het is de vijfde geestelijke zegening. Dat houdt verband met de vijfde bedeling. Het gaat om iets, dat zich "tot in de bedeling van de volheid der tijden" voortzet. Het is de

periode voorafgaande aan de periode van de openbaring van het koninkrijk. Dit betekent dat het Messiaanse rijk, de zevende bedeling (de duizend jaar) niet de bedeling van de volheid der tijden kan zijn,want dat is niet meer verborgen, maar openbaar. De uitdrukking "de bedeling van de volheid der tijden" kan ook niet slaan op hetgeen ná de duizend jaar nog komt,want de nieuwe schepping maakt onderdeel uit van dat koninkrijk.

Het betekent dat de bedeling van de volheid der tijden vooraf moet gaan aan de duizend jaar. Deze bedeling moet ná de bedeling van de genade (de vijfde bedeling) liggen.

 

Hoelang duurt deze bedeling van de volheid der tijden? De problemen van de profetieën zijn namelijk niet de details, maar de juiste volgorde waarin de gebeurtenissen zullen plaatsvinden. Meestal wordt gezegd dat er ná de opname van de Gemeente nog zeven jaar verlopen tot aan het aanbreken van de duizend jaar. Dit baseert men op Daniël 9 : 24-27.

Het is in sommige kringen bekend dat de 70-ste week (van zeven jaar in plaats van zeven dagen) uit Daniël 9 nog moet komen. Die zeven jaar laat men (terecht!) beginnen bij de opname van de Gemeente. Aangezien men verder niets weet te plaatsen, concludeert men (ten onrechte) dat de duizend jaar ná die zeven jaar beginnen. Dan blijkt er echter niet

genoeg tijd te zijn voor alle genoemde profetieën. Meestal schaart men deze zeven jaar onder onze bedeling waardoor er helemaal geen ruimte overblijft voor de vervulling van de profetieën. In de Bijbel wordt bijvoorbeeld een periode genoemd waarin de 144.000 uit Israël het evangelie aan de volkeren der aarde zullen prediken (Openbaring 7 : 4). Het probleem is altijd geweest wanneer dit zal gebeuren. In de grote verdrukking (tweede helft 70-ste week) zullen de heidenen tegen Israël ten strijde trekken en Israël en Jeruzalem zullen vernietigd worden.

 

Zacharía 14 : 1-4

1 Ziet, de dag komt den HEERE, dat uw roof zal uitgedeeld worden in het midden van u, o Jeruzalem!

2 Want Ik zal alle heidenen tegen Jeruzalem ten strijde verzamelen; en de stad zal ingenomen, en de huizen zullen geplunderd, en de vrouwen zullen geschonden worden; en de helft der stad zal uitgaan in de gevangenis; maar het overige des volks zal uit de stad niet uitgeroeid worden.

3 En de HEERE zal uittrekken, en Hij zal strijden tegen die heidenen, gelijk ten dage als Hij gestreden heeft, ten dage des strijds.

4 En Zijn voeten zullen te dien dage staan op den Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt, tegen het oosten; en de Olijfberg zal in tweeën gespleten worden naar het oosten, en naar het westen, zodat er een zeer grote vallei zal zijn; en de ene helft des bergs zal wijken naar het noorden, en de helft deszelven naar het zuiden.

Zacharía 14 : 4 is een algemeen bekend vers. Men vergeet meestal de eerste drie verzen van dit hoofdstuk te lezen. Op het moment dat de Heer op de Olijfberg verschijnt, zal het gehele land en ook Jeruzalem zijn verwoest.

Zacharía 14 : 4 is een algemeen bekend vers. Men vergeet meestal de eerste drie verzen van dit hoofdstuk te lezen. Op het moment dat de Heer op de Olijfberg verschijnt, zal het gehele land en ook Jeruzalem zijn verwoest. Hoe kan de Schrift dan zeggen dat de vijanden op de bergen van Israël verslagen zullen worden? Wanneer gebeurt dat dan? Alle details zijn in boeken terug te vinden, maar de volgorde en de onderlinge samenhang worden niet gegeven. Dit komt omdat men de bedeling van de volheid der tijden niet kent. Deze bedeling ligt tussen de huidige (vijfde) bedeling van de genade en de zevende bedeling van het geopenbaarde koninkrijk op aarde.

 

Terug naar begin

Kenmerken van de zesde bedeling

De bedeling van de volheid der tijden is een korte bedeling die veertig jaren duurt en volgens Éfeze 1 : 10 deel uitmaakt van de verborgenheid. Er wordt gesproken over Gods wil om tot in de bedeling van de volheid der tijden alles tot één te vergaderen in Christus. "De verborgenheid" is niet hetzelfde als "de bedeling van de verborgenheid". De verborgenheid

heeft te maken met hetgeen God doet in de tijd dat het koninkrijk verborgen is. In 1 Petrus 1 : 10, 11 wordt ook gesproken over deze tijd, tussen de eerste en tweede komst van Christus:

 

1 Petrus 1 : 10, 11

10 Van welke zaligheid ondervraagd en onderzocht hebben de profeten, die geprofeteerd hebben van de genade, aan u geschied;

11 Onderzoekende, op welken of hoedanigen tijd de Geest van Christus, Die in hen was, beduidde en te voren getuigde, het lijden, dat op Christus komen zou, en de heerlijkheid daarna volgende.

 

Het lijden is in het verleden geweest, maar wanneer wordt de Christus verheerlijkt? De Schrift rekent een hele periode, waarin die verheerlijking tot stand komt. Zoals de eerste komst van de Here Jezus, in lijden en nederigheid, een periode was, zo is de tweede komst van Christus om (op aarde!) verheerlijkt te worden een periode. Die periode eindigt wanneer Christus op de troon Zijner heerlijkheid gezeten is als de Zoon des mensen (Matthéüs 25 : 31).

Dit is het tijdstip waarop alle volkeren der aarde aan de Koning zijn onderworpen en de satan gebonden wordt. Dan is alles op aarde aan Christus onderworpen en is de verborgenheid Gods vervuld (Openbaring 10:7). De tijd vanaf het einde van de eerste komst van de Here Jezus Christus tot aan het begin van de duizend jaren wordt in de Schrift omschreven als "de verborgenheid". In die tijd verlopen er twee bedelingen: de bedeling van de verborgenheid (ook "de bedeling van de genade" genoemd) en de bedeling van de volheid der tijden. De bedeling van de volheid der tijden mag niet verward worden met "de volheid des tijds".

 

Galaten 4 : 4

4 Maar wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet;

 

"De volheid des tijds" is de tijd waarin Christus (onder de wet) geboren is (Zijn eerste komst). "De bedeling van de volheid der tijden" is de naam voor de zesde bedeling en houdt dus verband met de tweede komst van de Heer. De 69ste week uit Daniël 9 eindigde bij de dood en opstanding van de Here Jezus Christus. De 70-ste week eindigt bij de opstanding van Israël. In de Bijbel wordt herhaaldelijk gezegd dat de opstanding van Christus na twee dagen (= op de derde dag) plaatsvindt (Matthéüs 16 : 21; Lukas 18 : 33; 1 Korinthe 15 : 4). Die twee dagen zijn eveneens op Israël van toepassing. Israël zal na twee dagen - op de derde dag - tot leven komen.

 

Hosea 6 : 1, 2

1 Komt en laat ons wederkeren tot den HEERE, want Hij heeft verscheurd, en Hij zal ons genezen; Hij heeft geslagen, en Hij zal ons verbinden.

2 Hij zal ons na twee dagen levend maken; op den derden dag zal Hij ons doen verrijzen, en wij zullen voor Zijn aangezicht leven.

 

Als Israël in het verleden tot geloof zou zijn gekomen, zouden deze twee dagen dezelfde zijn geweest als de twee dagen waarna de Here Jezus Christus opstond. Israël kwam toen niet tot geloof. Die twee dagen zijn daarom geen letterlijke dagen, maar twee dagen van elk duizend jaar.

 

2 Petrus 3 : 8

8 Doch deze ene zaak zij u niet onbekend, geliefden, dat een dag bij den Heere is als duizend jaren, en duizend jaren als een dag.

Eén dag is bij de Heer als duizend jaar.Dit betekent niet dat het heel lang kan duren.

Eén dag is bij de Heer als duizend jaar.Dit betekent niet dat het heel lang kan duren. Petrus vervolgt namelijk met de mededeling dat duizend jaar bij de Heer als één dag is. Dit zou dan moeten betekenen dat het heel kort kan duren. Als dát de betekenis zou zijn, is dit een nietszeggend vers. Er verlopen twee dagen van duizend jaar tot aan de wederkomst van Christus en de bekering van Israël. Deze "twee" dagen komen ook bij Paulus voor.

 

Handelingen 28 : 28-30

28 Het zij u dan bekend, dat de zaligheid Gods den heidenen gezonden is, en dezelve zullen horen.

29 En als hij dit gezegd had, gingen de Joden weg, veel twisting hebbenden onder elkander.

30 En Paulus bleef twee gehele jaren in zijn eigen gehuurde woning; en ontving allen, die tot hem kwamen;

 

Paulus zat twee jaar in Rome gevangen. Deze gevangenis komt overeen met de gevangenis van Jozef. Beide zijn een beeld van de Gemeente. De Gemeente bestaat uit gevangenen van Christus (vergelijk Éfeze 4 : 1; Filémon :9). Paulus zat twee jaar in Rome gevangen en predikte ongehinderd het evangelie. Hij predikte het evangelie aan allen die tot hem kwamen. De twee jaar staan model voor de tweeduizend jaar die voorbijgaan voordat Israël tot leven zal komen. De tweeduizend jaar slaan dus mede op de tijd van het ongeloof van Israël. Deze tweeduizend komen in Jozua 3 nadrukkelijk naar voren.

 

Jozua 3 : 3, 4

3 En zij geboden het volk, zeggende: Wanneer gij de ark des verbondsgedachte des HEEREN, uws Gods, ziet, en de Levietische priesters dezelve dragende, verreist gijlieden ook van uw plaats, en volgt haar na;

4 Dat er nochtans ruimte zij tussen ulieden en tussen dezelve, bij de twee duizend ellen in de maat; en nadert tot dezelve niet; opdat gij dien weg wetet, dien gij gaan zult; want gijlieden zijt door dien weg niet gegaan gisteren en eergisteren.

 

Israël moest door de Jordaan trekken, van Sittim naar Gilgal. Toen het volk de ark des Heren zag, moest zij de ark gaan navolgen. Er moest echter een ruimte van tweeduizend ellen tussen de ark en het volk zijn. De ark daalde af in de Jordaan,waardoor het volk de ark niet langer kon zien. Israël bevond zich op een afstand van tweeduizend ellen. Israël moest tweeduizend ellen "inlopen" om op dezelfde hoogte als de ark te komen.

Een "el" geeft een bepaalde maat aan. De ark is een type van Christus. De Here Jezus stierf en stond op uit de doden. Pas tweeduizend jaar later zal Israël zich in diezelfde positie bevinden en met Christus verenigd worden. De tweeduizend jaar slaan dus op de tijd waarin de Ark - Christus - voor Israël verborgen is. De berekening van de tweeduizend jaren is niet zo eenvoudig. In de eerste plaats moet de opstanding van Christus bekend zijn.

Naar mijn beste inzichten vond de opstanding plaats in het jaar 32 van onze jaartelling. Vanaf de opstanding verlopen tweeduizend jaren tot aan het einde van de 70-ste week. Het gaat om profetische jaren van 360 dagen. Voor een nauwkeurige berekening moet niet met jaren, maar met dagen worden gerekend. Vanaf de opstanding verlopen dus 2000 x 360 dagen (= 720.000 dagen) tot aan het einde van de 70-ste week van Daniël 9. Die 720.000 dagen moeten door 365,24 dagen worden gedeeld (= 1971,3065 jaren) vanwege de omzetting naar onze tijdrekening. Bij een nauwkeurige berekening blijkt dat het einde van de 70-ste week in het jaar 2003 A.D. valt.

 

Deze berekening is alléén correct als het jaar 32 A.D. correct is.

Dit jaartal is nooit te bewijzen, omdat het niet in de Bijbel voorkomt. Het einde van de 70-ste week valt volgens bovenstaande berekening in het jaar 2003. Hiervan moeten zevenmaal 360 dagen (= 2520 dagen) worden afgetrokken om aan het begin van de 70-ste week uit te komen. Het is uiteraard ook mogelijk om vanaf de opstanding van Christus 1993 x 360 dagen te tellen tot aan het begin van de 70-ste week. Het begin van de 70-ste week valt gelijk met het moment van de opname van de Gemeente. In hetzelfde jaar waarin de opname van de Gemeente plaatsvindt begint ook de 70-ste week. Terugrekenend vanaf 2003 is dat het jaar 1996. Deze berekening leert tevens dat het midden van de 70-ste week in het jaar 2000 A.D. valt. In het midden van de 70-ste week worden de twee getuigen uit Openbaring 11 gedood en wordt de gruwel der verwoesting opgericht (Daniël 9 : 27).

De vijfde bedeling duurt 1993 jaar van 360 dagen, gevolgd door de bedeling van de volheid der tijden die veertig jaar van 360 dagen duurt (zie de uitleg van "7 + 33"). Deze zesde bedeling heeft de functie om het koninkrijk, dat bijna 2000 jaar verborgen is geweest, op aarde te openbaren. Deze zesde bedeling heeft een verbindende functie. Dit wordt ook in het getal "zes" uitgedrukt. De verborgenheid wijst op het verborgen zijn van de Koning en dus ook op het verborgen zijn van het koninkrijk.

 

Openbaring 10 : 7

7 Maar in de dagen der stem des zevenden engels, wanneer hij bazuinen zal, zo zal de verborgenheid Gods vervuld zijn (= worden), gelijk Hij Zijn dienstknechten, den profeten, verkondigd heeft.

 

De verborgenheid wordt vervuld als de zevende engel (de laatste engel) zal bazuinen. Dit gebeurt aan het einde van de bedeling van de volheid der tijden.

De verborgenheid wordt vervuld als de zevende engel (de laatste engel) zal bazuinen. Dit gebeurt aan het einde van de bedeling van de volheid der tijden.

Openbaring 11 : 15

15 En de zevende engel heeft gebazuind, en er geschiedden grote stemmen in den hemel, zeggende: De koninkrijken der wereld zijn geworden onzes Heeren en van Zijn Christus, en Hij zal als Koning heersen in alle eeuwigheid.

 

De vierentwintig oudsten zeggen in:

 

Openbaring 11 : 17

17 Zeggende: Wij danken U, Heere God almachtig, Die is, en Die was, en Die komen zal! dat Gij Uw grote kracht hebt aangenomen, en als Koning hebt geheerst;

 

"Heersen" is de vertaling van een woord dat aangeeft dat iemand de heerschappij op zich neemt. Bij de zevende bazuin is het koninkrijk op aarde gevestigd en dus ook geopenbaard. De verborgenheid eindigt met een volledige openbaring van het koninkrijk. De "bedeling van de verborgenheid" eindigt aan het einde van de vijfde bedeling. De "verborgenheid" eindigt aan het eind van de zesde bedeling.

De gelijkenissen spreken over de verborgenheid van het koninkrijk der hemelen. Zij hoeven dus niet alleen op de Gemeente van toepassing te zijn, maar ze kunnen ook over Israël en de volkeren spreken. Men andere woorden: ze kunnen zowel op de vijfde als de zesde bedeling betrekking hebben. Zij eindigen in ieder geval bij de vestiging van het koninkrijk op aarde. De "parel" spreekt bijvoorbeeld over de Gemeente, terwijl de "schat in de akker" over Israël spreekt. De vissen in het net zijn een beeld van de volkeren (Matthéüs 13 : 44-48).

 

Terug naar begin

De tijdrekening van de profetie van Daniël 9

De bedeling van de volheid der tijden valt in twee delen uiteen. Het eerste deel heeft met Israël te maken en beslaat een periode van 7 jaar. Het tweede deel heeft met de volkeren te maken en beslaat een periode van 33 jaar. De tegenwoordige bedeling, die met de Gemeente te maken heeft, ging hieraan vooraf. Voor het tijdrekenkundig aspect moeten we naar Daniël 9. Daniël had de profetieën van Jeremia bestudeerd.

Daniël 9 : 2

2 In het eerste jaar zijner regering, merkte ik, Daniël, in de boeken, dat het getal der jaren, van dewelke het woord des HEEREN tot den profeet Jeremia geschied was, in het vervullen der verwoestingen van Jeruzalem, zeventig

jaren was.

 

Er zou een verwoesting over het land en over de stad zijn die 70 jaar zou duren. Het gaat hier niet over de ballingschap! Elk zevende jaar was een sabbatsjaar en in dat jaar mocht het land niet bebouwd worden (Leviticus 25 : 2-23). Het land had 490 jaar geen sabbatsjaren gevierd (7 x 70). Daarom heeft de Heer het land 70 jaar braak gelegd. God verwoestte het land voor 70 jaar en dat werd door Jeremia aangekondigd.

 

Jeremia 7 : 34

34 En Ik zal uit de steden van Juda en uit de straten van Jeruzalem doen ophouden de stem der vrolijkheid en de stem der vreugde, de stem des bruidegoms en de stem der bruid; want het land zal tot een verwoesting worden.

 

Daniël las dat en hij berekende wanneer deze periode zou ophouden. Hij wist dat deze dingen onder bepaalde voorwaarden zouden plaatsvinden. Ten eerste moest het de bestemde tijd zijn en ten tweede moest Israël tot bekering komen. Daniël rekende de tijd uit en deed vervolgens belijdenis van de zonden van zijn volk. Daniël kwam - namens zijn volk - tot bekering. In de geschiedenis van Israël staat dat ze  zich tot de Heer zal bekeren. Het zal gepaard gaan met berouw en ze zal belijdenis doen van haar zonden. Na 3500 jaren zal zij toegeven dat zij de wetten van de Heer niet heeft gehouden. Als zij de Heer heeft aangeroepen zal God Zijn beloften aan Israël vervullen.

 

Joël 2 : 32

32 En het zal geschieden, al wie den Naam des HEEREN zal aanroepen, zal behouden worden; want op den berg Sions en te Jeruzalem zal ontkoming zijn, gelijk als de HEERE gezegd heeft; en dat, bij de overgeblevenen, die de HEERE zal roepen.

 

Daniël kreeg een nieuwe profetie; niet over 70, maar over 7 x 70 jaar.

 

Daniël 9 : 24

24 Zeventig weken zijn bestemd over uw volk, en over uw heilige stad, om de overtreding te sluiten, en om de zonden te verzegelen, en om de ongerechtigheid te verzoenen, en om een eeuwige gerechtigheid aan te brengen, en

om het gezicht, en den profeet te verzegelen, en om de heiligheid der heiligheden te zalven.

 

Dit is een profetie over tijd. Eerst moeten we de feiten kennen om vervolgens te weten wanneer die feiten zullen plaatsvinden. Daniël had er geen persoonlijk belang bij, maar hij was geïnteresseerd in het Woord en het werk van God. Deze tijdrekening gaat alleen over de twee stammen en over Jeruzalem. Er staat "zeventig zevens". Leviticus 25 : 8 spreekt over een "jaarweek":

 

Leviticus 25 : 8

8 Gij zult u ook tellen zeven jaarweken, zevenmaal zeven jaren; zodat de dagen der zeven jaarweken u negen en veertig jaren zullen zijn.

 

In het Hebreeuws staat niet "zeven jaarweken", maar "zeven weken van jaren". Het wordt ook genoemd in:

 

Genesis 29 : 27

27 Vervul de week van deze; dan zullen wij u ook die geven, voor den dienst, dien gij nog andere zeven jaren bij mij dienen zult.

 

De Bijbel verklaart Zelf dat een week heel goed zeven jaar kan beslaan. In Daniël 9 gaat het om 70 weken. Dat zijn 490 jaren. Na 490 jaren zal het koninkrijk van Christus worden opgericht. Het zalven van de heiligheid der heiligheden is een beeld van het zalven van Christus. Wanneer begonnen die 490 jaar?

 

Daniël 9 : 25

25 Weet dan, en versta: van den uitgang des woords, om te doen wederkeren, en om Jeruzalem te bouwen, tot op Messias, den Vorst, zijn zeven weken, en twee en zestig weken; de straten, en de grachten zullen wederom gebouwd worden, doch in benauwdheid der tijden.

 

De tijd van de 490 jaar (70 weken) startte vanaf het officiële moment dat men schriftelijk of mondeling toestemming kreeg om weder te keren uit de ballingschap. Er zouden eerst 7 en 62 weken verlopen. Dit komt overeen met 7 + 62 = 69 x 7 = 483 jaren tot op Messias de Vorst.

Vervolgens zouden er nog zeven jaar moeten verlopen. De tijdrekening begon "bij de uitgang des woords om te doen wederkeren en Jeruzalem te bouwen". Dit "woord" vinden we in Nehemía. Dat was in het twintigste jaar van koning Arthahsasta.

 

Nehemía 2 : 1

1 Toen geschiedde het in de maand Nisan, in het twintigste jaar van den koning Arthahsasta, als er wijn voor zijn aangezicht was, dat ik den wijn opnam, en gaf hem den koning; nu was ik nooit treurig geweest voor zijn aangezicht.

 

Het twintigste jaar van Arthahsasta was het jaar 445 vóór onze jaartelling (of: - 444!). Nehemía 2 : 1 zegt dat het in de maand nisan was. Wanneer er niets bij vermeld wordt, heeft het altijd te maken met de eerste dag van de maand die genoemd wordt; hier dus de eerste dag van de eerste maand. Vanaf 1 nisan van het jaar 445 vóór onze jaartelling (= - 444) is het 69 jaarweken tot op Messias de Vorst. Exact uitgerekend komt dit - tot op de dag nauwkeurig - uit op de dag van de zogenaamde "intocht in Jeruzalem". Dit was de enige keer dat de Here Jezus als Eerste/ Vorst - als Rechthebber - op de troon verscheen. Het wordt ten onrechte "de intocht in Jeruzalem" genoemd, want de tocht eindigde op de Olijfberg en niet in Jeruzalem. De Heer weende over de stad.

 

Lukas 19 : 42

42 Zeggende: Och, of gij ook bekendet, ook nog in dezen uw dag, hetgeen tot uw vrede dient! Maar nu is het verborgen voor uw ogen.

 

Dit alles vond precies één week vóór de opstanding van de Heer plaats; dus ook op een zondag (bij ons nog bekend als Palmpasen). Deze zondag was de laatste dag van de 69 weken van Daniël. Dit was op 10 nisan van het jaar 32; de dag waarop Israël het paaslam in huis moest nemen. 10 Nisan komt overeen met 6 april 32 na Chr., terwijl 1 nisan 445 vóór onze jaartelling overeenkomt met 14 maart van dat jaar op onze kalender. Nu is uit te rekenen hoeveel jaren er tussen deze twee data liggen. Het zou 483 jaar moeten zijn, namelijk 69 x 7 jaar.

·         445 jaar + 31 (volle) jaren = 476 jaar; normale kalenderjaren.

·         Dat is van 1 nisan 445 tot 1 nisan 32 = 476 x 365 dagen = 173.740 dagen. Let wel: het jaar "nul" bestaat niet!

Dat komt overeen met de tijd van 14 maart 445 tot 14 maart 32. We moeten naar 6 april. Er komen dus nog 24 dagen bij. We moeten ook nog rekening houden met schrikkeldagen. Elk vierde jaar komt er één schrikkeldag bij: 476 : 4 = 119. Van de vier eeuwjaren is er slechts één een schrikkeljaar. Voor elke 400 jaar zijn dus 3 dagen teveel gerekend. In 476 jaar zijn drie dagen teveel gerekend: 119 - 3 = 116 schrikkeldagen. Totaal krijgen we 173.740 + 24 + 116 = 173.880 dagen vanaf de uitgang des woords om te doen wederkeren tot op Messias de Vorst.

Die 173.880 dagen moesten 483 profetische jaren van 360 dagen zijn: 483 x 360 = 173.880 dagen!

14-3-445 - 14-3-32   = 476 jaar van 365 dagen = 173.740 dagen

14-3- 32 - 6-4-32     = 24 dagen

schrikkeldagen        = 116 dagen

--------------------------

Totaal                             = 173.880 dagen

 

Op de dag van de zogenaamde "intocht in Jeruzalem" waren de 483 jaren exact om. Vanaf dat moment waren er nog zeven jaren te gaan tot aan de vestiging van het koninkrijk. Die zeven jaren liggen nog steeds in de toekomst, omdat de tijdrekening na de 69 weken werd onderbroken. Voordat de 70-ste week aanbreekt gebeurt er eerst nog iets anders.

Dit wordt ná de 69-ste en vóór de 70-ste week genoemd. De "intocht" viel precies zeven dagen vóór de opstanding van Christus. Op 17 nisan, de dag van de opstanding van de Here Jezus Christus, begon de vijfde bedeling.

Daniël 9 : 26

26 En na die twee en zestig weken zal de Messias uitgeroeid worden, maar het zal niet voor Hem zelven zijn; en een volk des vorsten, hetwelk komen zal, zal de stad en het heiligdom verderven, en zijn einde zal zijn met een overstromenden vloed, en tot het einde toe zal er krijg zijn, en vastelijk besloten verwoestingen.

 

Dit wordt ná de 69-ste en vóór de 70-ste week genoemd. De "intocht" viel precies zeven dagen vóór de opstanding van Christus. Op 17 nisan, de dag van de opstanding van de Here Jezus Christus, begon de vijfde bedeling. Die valt in de onderbreking tussen de 69-ste en de 70-ste week. Op dat moment werd de klok van/voor Israël stil gezet. Die klok staat nog steeds stil! Daniël 9 : 27 is nog steeds toekomst.

 

Daniël 9 : 27

27 En hij zal velen het verbond versterken een week; en in de helft der week zal hij het slachtoffer en het spijsoffer doen ophouden, en over den gruwelijken vleugel zal een verwoester zijn, ook tot de voleinding toe, die vastelijk besloten zijnde, zal uitgestort worden over den verwoeste.

 

Er staat letterlijk: "En hij zal met de velen... ". Deze vorst zal met de velen een sterk verbond maken. Bij "de velen" gaat het om de staat Israël. Bij de bekrachtiging van dat verbond begint de 70-ste week. Deze laatste periode van zeven jaar wordt in twee helften van 3 1/2 jaar verdeeld. Deze 3 ½ jaar wordt op verschillende manieren in de Bijbel genoemd.

 

Daniël 7 : 25

25 En het zal woorden spreken tegen den Allerhoogsten, en het zal de heiligen der hoge plaatsen verstoren, en het zal menen de tijden en de wet te veranderen, en zij zullen in deszelfs hand overgegeven worden tot een tijd, en tijden, en een gedeelte eens tijds.

 

Het gaat hier om een tijd (1 tijd), tijden (2 tijden) en een deel van een tijd (1/2 tijd). Totaal wordt hier dus over 3 1/2 tijd gesproken (vergelijk Openbaring 12 : 14).Verder wordt de periode van 3 1/2 jaar aangeduid met "duizend tweehonderdzestig dagen" (Openbaring 11 : 3; 12 : 6) en "tweënveertig maanden" (Openbaring 11 : 2; 13 : 5). Het kan zowel op de eerste als de tweede deel van de 70-ste week slaan.

Er wordt een verbond gesloten tussen de vorst uit de eindtijd (= de koning van Babel = het beest uit de zee) en de staat Israël. In het midden van de week wordt dat verbond verbroken. De koning van Babel zal het slachtoffer en spijsoffer doen ophouden.

 

Daniël 8 : 10-12

10 En hij werd groot tot aan het heir des hemels; en hij wierp er sommigen van dat heir, namelijk van de sterren, ter aarde neder, en hij vertrad ze.

11 Ja, hij maakte zich groot tot aan den Vorst diens heirs, en van Denzelven werd weggenomen het gedurig offer, en de woning Zijns heiligdoms werd nedergeworpen.

12 En het heir werd in den afval overgegeven tegen het gedurig offer; en hij wierp de waarheid ter aarde; en deed het, en het gelukte wel.

 

In de eerste helft van die zeven jaar zal er (schijn)vrede zijn. In de tweede helft grote verdrukking: "de tijd der benauwdheid van Jakob".

 

Jeremia 30 : 7

7 O wee! want die dag is zo groot, dat zijns gelijke niet geweest is; en het is een tijd van benauwdheid voor Jakob; nog zal hij daaruit verlost worden.

 

Terug naar begin

De getallen 7 + 33

De zesde bedeling duurt 40 jaar en bestaat uit een periode van 7 jaar, gevolgd door een periode van 33 jaar.

 

Openbaring 12 : 1-4

1 En er werd een groot teken gezien in den hemel; namelijk een vrouw, bekleed met de zon; en de maan was onder haar voeten, en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren;

2 En zij was zwanger, en riep, barensnood hebbende, en zijnde in pijn om te baren.

3 En er werd een ander teken gezien in den hemel; en ziet, er was een grote rode draak, hebbende zeven hoofden, en tien hoornen, en op zijn hoofden zeven koninklijke hoeden.

4 En zijn staart trok het derde deel der sterren des hemels, en wierp die op de aarde. En de draak stond voor de vrouw, die baren zou, opdat hij haar kind zou verslinden, wanneer zij het zou gebaard hebben.

 

Deze toekomstige wereldmacht wordt hier uitgebeeld door een rode draak met zeven hoofden, die zeven achtereenvolgende wereldrijken voorstellen:

  1. 1.    Egypte

  2. 2.    het Assyrische rijk

  3. 3.    het Babylonische rijk

  4. 4.    het Medo-Perzische rijk

  5. 5.    het Griekse rijk

  6. 6.    het Romeinse rijk

  7. 7.    de tien-statenbond