Nephilim en hun toekomst. De Bijbelstudie

  1. Ter inleiding.
  2. Nephil (reus).
  3. Reuzen.
  4. Enak.
  5. Emieten.
  6. Raphah (Rapha´m).
  7. Mannen van naam.
  8. De geweldigen: Gibb˘r.
  9. De wederkomst van de reuzen!
  10. Waarom nephilim?

Ter inleiding.

Op deze site staat al het een en ander geschreven over nephilim. Nephilim is het Hebreeuwse meervoud van nephil. Nephil is Hebreeuws voor reus en Hebreeuwse uitgangen met –im, zijn meervoudvormen. In het Oude Testament komen we deze nephilim, reuzen, op verschillende manieren tegen.

Terug naar begin

Nephil (reus).

Ik heb slechts twee Schriftplaatsen gevonden waar geschreven wordt over de aanwezigheid van nephilim.

Ě         In die dagen waren er reuzen (nephil(im)) op de aarde, en ook daarna, toen Gods zonen tot de dochters der mensen ingegaan waren, en zich kinderen gewonnen hadden; deze zijn de geweldigen, die van ouds geweest zijn, mannen van naam. Gen. 6:4

Ě         Wij hebben ook daar de reuzen (nephil(im)) gezien, de kinderen van Enak, van de reuzen (nephil(im)); en wij waren als sprinkhanen in onze ogen, alzo waren wij ook in hun ogen. Num. 13:33

De Bijbel zegt dat nephilim, reuzen, bastaardkinderen zijn van zondige engelen, aangeduid als de zonen Gods, en de dochters der mensen. De Bijbel kent voor het woord “mensen” twee verschillende woorden. Hier worden de mensen genoemd: ADAM, afstammelingen van Adam. De andere vorm is I’YSH, dat meer de betekenis heeft van “wezen”, een levend iets, maar zonder vermelding van zijn of haar afkomst. Deze laatste vorm wordt dan ook vaak toegekend aan “mensen” die niet van Adam afstammen, dus bastaardbloed hebben, om het zomaar te zeggen.

In de beide Schriftplaatsen vinden we ook aanwijzingen, synoniemen voor nephilim. Daardoor kunnen we in de Bijbel verder zoeken naar waar ze nog meer voorkomen en dat ze zullen terugkomen. Aanwijzingen zijn:

Ě         In Noach’s dagen waren er reuzen, maar ook daarna!

Ě         Nephilim worden ook genoemd: de geweldigen.

Ě         Nephilim worden ook genoemd: die van ouds geweest zijn.

Ě         Nephilim worden ook genoemd: mannen van naam.

Ě         Nephilim worden ook genoemd: kinderen van Enak of Anak.

Nephilim worden ook genoemd: reuzen.

 

Terug naar begin

Reuzen.

Dat Gen. 6:4 vermeld, dat vermenging tussen zondige engelen en Adamitische vrouwen ook na de zondvloed plaatsvond, vinden we weer terug als we het woordje “reuzen” opzoeken in de Bijbel.

1.

Gen 6,4

 

In die dagen waren er reuzen op de aarde, en ook daarna, toen Gods zonen tot de dochters der mensen ingegaan waren, en zich kinderen gewonnen hadden; deze zijn de geweldigen, die van ouds geweest zijn, mannen van naam.

 

2.

Num 13,33

 

Wij hebben ook daar de reuzen gezien, de kinderen van Enak, van de reuzen; en wij waren als sprinkhanen in onze ogen, alzo waren wij ook in hun ogen.

 

3.

Deut 2,11

 

Dezen werden ook voor reuzen gehouden, als de Enakieten; en de Moabieten noemden hen Emieten.

 

4.

Deut 2,20

 

Dit werd ook voor een land der reuzen gehouden; de reuzen woonden tevoren daarin, en de Ammonieten noemden hen Zamzummieten;

 

5.

Deut 3,11

 

Want Og, de koning van Bazan, was alleen van de overigen der reuzen overgebleven; ziet, zijn bedstede, zijnde een bedstede van ijzer, is zij niet te Rabba der kinderen Ammons? Negen ellen is haar lengte, en vier ellen haar breedte, naar de elleboog van een man.

 

6.

Deut 3,13

 

En het overige van Gilead, alsook het ganse Bazan, het koninkrijk van Og, gaf ik aan de halve stam van Manasse, de ganse landstreek van Argob, door het ganse Bazan; dat werd genoemd het land der reuzen.

 

7.

Joz 12,4

 

Daartoe het gebied van Og, de koning van Bazan, die van het overblijfsel der reuzen was, wonende te Asthar˘th en te EdrÚ´.

 

8.

Joz 13,12

 

Het ganse koninkrijk van Og, in Bazan, die geregeerd heeft te Asthar˘th, en te EdrÚ´; deze is overgebleven uit het overblijfsel der reuzen, die Mozes heeft verslagen, en heeft ze verdreven.

 

Als we wat meer willen weten over de reuzen, om te zien wat nephilim zijn, zullen we deze Schriftplaatsen onderzoeken op kenmerken en aanwijzingen. Daarbij hebben we Gen.6:4 al grotendeels behandeld.

Ě         De Nephilim: waren op aarde.

Ě         De Nephilim: zijn kinderen van Enak, de Enakieten.

Ě         De Nephilim vinden we onder de Moabieten.

Ě         De Nephilim vinden we onder de de Emieten.

Ě         De Nephilim vinden we onder de Zamzummieten, inwoners van het land der reuzen.

Ě         Koning Og, koning van het land Bazan, was een nephil, een reus.

Ě         Bazan wordt het land der reuzen genoemd.

Ě         Koning Og hoort bij het overblijfsel van de nephilim.

Ě         Mozes heeft hen verslagen en verdreven.

Het Hebreeuwse woord voor reus, “Nephil”, kwamen we maar twee keer tegen. Het andere Hebreeuwse woord voor reus is: raphah (rapha´m). Na Num.13:33 komen nephilim niet meer in de Bijbel tegen. De reuzen die we vanaf dan tegenkomen zijn rafa´eten (rapha´m) en andere volkeren die reuzen onder zich hebben.

Het land Bazan, het land van de reuzen, heeft een negatieve betekenis in de Bijbel. De koning van dit land is uiteraard ook een reus en wordt door de Here uitgeroeid. Dat is het Bijbelse principe van de Here. Hij duldt geen vermenging tussen de zonen Gods en Adamieten. En daarover gaat dit vers. Let op hoe hard en duidelijk de Here God is over deze bastaards!

Deut. 23:2 Geen bastaard zal in de vergadering des HEEREN komen; zelfs zijn tiende geslacht zal in de vergadering des HEEREN niet komen. 3 Geen Ammoniet, noch Moabiet zal in de vergadering des HEEREN komen; zelfs hun tiende geslacht zal in de vergadering des HEEREN niet komen tot in eeuwigheid.

 

De Here heeft een gruwel aan deze vermenging en heeft in het Oude Testament keer op keer Zijn volk gebruikt om te strijden tegen deze bastaards. Wat naar voren komt en dat is toch wel belangrijk: de strijd tegen deze bastaards was noodzakelijk in Gods Heilsplan. Want bij de komst van de Here Jezus en de aanvang van de Gemeentelijke periode, moesten al deze figuren uitgeroeid zijn, zodat het volk dat Hij nu verzameld niet ergens bloedverwantschap zou hebben met een zondige engel.

 

Terug naar begin

Enak.

Enak, een reus, en nephil, verwekte een groot volk, waar de Here, door Mozes en Jozua, vaak tegen gestreden heeft. Maar wat weten we eigenlijk over deze vader der Enakieten? Laten we weer een opsomming maken.

1.

Num. 13,22

 

En zij trokken op in het zuiden, en kwamen tot Hebron toe, en daar waren AhÝman, Sesai en Talmai, kinderen van Enak; Hebron nu was zeven jaren gebouwd vˇˇr Zoan in Egypte.

 

2.

Num 13,28

 

Behalve dat het een sterk volk is, dat in dat land woont, en de steden zijn vast, en zeer groot; en ook hebben wij daar kinderen van Enak gezien.

 

3.

Num 13,33

 

Wij hebben ook daar de reuzen gezien, de kinderen van Enak, van de reuzen; en wij waren als sprinkhanen in onze ogen, alzo waren wij ook in hun ogen.

 

4.

Deut 9,2

 

Een groot en lang volk, kinderen der Enakieten; die gij kent, en van wie gij gehoord hebt: Wie zou bestaan voor het aangezicht van de kinderen van Enak?

 

5.

Joz 15,13

 

Doch Kaleb, de zoon van Jefunne, had hij een deel gegeven in het midden van de kinderen van Juda, naar de mond des HEEREN tot Jozua, de stad van Arba, vader van Enak, dat is Hebron.

 

6.

Joz 15,14

 

En Kaleb verdreef van daar de drie zonen van Enak, SÚsai, en AhÝman, en Talmai, geboren aan Enak.

6b.

Joz 21,11

 

Zo gaven zij hun de stad van Arba, de vader van Anok (zij is Hebron), op de berg van Juda, en haar weidegronden rondom haar.

 

7.

Ri 1,20

 

En zij gaven Hebron aan Kaleb, zoals Mozes gesproken had; en hij verdreef van daar de drie zonen van Enak.

 

 

De Enakieten worden beschouwd als een sterk volk, een groot volk en een lang volk. En Enak had een vader die Arba heette.

Ě         Enak betekend een halsketting, ornament (versiering).

Ě         En Arba betekend het getal vier.

Ě         Arba was de koning van Hebron, dat genootschap en vriendschap betekend.

Ě         Enaks zoon SÚsai betekend: het getal zes, genade en vlas.

Ě         Enaks zoon AhÝman betekend: broeder van de rechter hand.

Ě         Enaks zoon Talmai betekend: mijn groeven, watermassa.

Enak was geen “raphah”, maar een nephil. De Enakieten waren dus nephilim. Deze reuzen waren gigantisch. Ze waren, volgens de Bijbel, zo groot dat de IsraŰlieten zich als sprinkhanen voelden bij het zien van deze reuzen. De reus Goliath zou ongeveer 2.89 meter zijn geweest. Maar daarbij voel je, je wellicht klein, maar nog geen sprinkhaan. Er was in die tijd zelfs een gezegde over deze nephilim: “Wie zou bestaan voor het aangezicht van de kinderen van Enak?”

 

Terug naar begin

Emieten.

Een ander reuzen volk, dat in de Bijbel voorkomt, zijn de Emieten. Daarover zegt de Bijbel het volgende:

1.

Gen 14,5

 

In het veertiende jaar rukte Kedorlaomer op, samen met de koningen die zijn bondgenoten waren, en zij versloegen de Refa´eten in Asterot-Karna´m, de Zuzieten in Ham, de Emieten in Sawe-Kirjata´m

 

2.

Deut 2,10

 

(Vroeger woonden daar de Emieten, een groot en machtig volk van reuzen zoals de Enakieten.

 

3.

Deut 2,11

 

Evenals de Enakieten worden zij tot de Refa´eten gerekend; in Moab worden ze Emieten genoemd.

 

Een toelichting op Deut.2:11. Een oudere Statenvertaling komt veel dichter in de buurt van de grondtekst en formuleert het zo: Dezen (Emieten) werden ook voor reuzen gehouden, als de Enakieten; en de Moabieten noemden hen Emieten. Het verschil tussen de Emieten en de Enakieten is deze: Enakieten zijn nephilim en Emieten zijn rapha´m, net als vele andere reuzenvolkeren.

Terug naar begin

Raphah (Rapha´m)

Tot nu toe is gebleken dat de Schrift onderscheid maakt tussen reuzen en reuzen. Want de ene groep reuzen worden aangeduid als nephilim en de anderen als rapha´m. De Refa´eten zijn rapha´m. Daarover komen we in de Bijbel deze Schriftplaatsen tegen. 

  • Gen 14,5 Zo kwam Kedor-Laˇmer in het veertiende jaar, en de koningen, die met hem waren, en sloegen de Refa´eten in Asteroth-Karnß´m, en de Zuzieten in Ham, en de Emieten in Schave-Kiriathß´m;
  • Gen 15,20 En de Hethiet, en de Fereziet, en de Refaieten,
  • Deu 2:11 Dezen werden ook voor reuzen gehouden, als de Enakieten; en de Moabieten noemden hen Emieten
  • Deu 2:20 Dit werd ook voor een land der reuzen gehouden; de reuzen woonden tevoren daarin, en de Ammonieten noemden hen Zamzummieten;
  • Deu 3:11  Want Og, de koning van Bazan, was alleen van de overigen der reuzen overgebleven; ziet, zijn bedstede, zijnde een bedstede van ijzer, is zij niet te Rabba der kinderen Ammons? Negen ellen is haar lengte, en vier ellen haar breedte, naar de elleboog van een man.
  • Deu 3:13 En het overige van Gilead, alsook het ganse Bazan, het koninkrijk van Og, gaf ik aan de halve stam van Manasse, de ganse landstreek van Argob, door het ganse Bazan; dat werd genoemd het land der reuzen.
  • Jos 12:4 Daartoe het gebied van Og, de koning van Bazan, die van het overblijfsel der reuzen was, wonende te Asthar˘th en te EdrÚ´.
  • Jos 13:12 Het ganse koninkrijk van Og, in Bazan, die geregeerd heeft te Asthar˘th, en te EdrÚ´; deze is overgebleven uit het overblijfsel der reuzen, die Mozes heeft verslagen, en heeft ze verdreven.
  • Joz 15,8 En deze grens zal opgaan door het dal van de zoon van Hinnom, aan de zijde van de Jebusiet van het zuiden, dat is Jeruzalem; en deze grens zal opwaarts gaan tot de spits van de berg, die voor aan het dal van Hinnom is, westwaarts, dat in het uiterste van het dal der Refa´eten is, tegen het noorden.
  • Joz 17,15 Jozua nu zeide tot hen: Omdat gij een groot volk zijt, zo ga op naar het woud, en houw daar voor u af in het land der Ferezieten en der Refaieten, omdat u het gebergte van Efra´m te eng is.
  • Joz 18,16 En deze grens gaat af tot aan het uiterste van de berg, die tegenover het dal van de zoon van Hinnom is, die in het dal der Refa´eten is tegen het noorden; en gaat af door het dal van Hinnom, aan de zijde der Jebusieten zuidwaarts, en gaat af aan de fontein van Rogel;
  • 2 Sam 5,18 En de Filistijnen kwamen en verspreidden zich in het dal Refa´m.
  • 2 Sam 5,22 Daarna trokken de Filistijnen weer op; en zij verspreidden zich in het dal Refa´m.
  • 2 Sam 23,13 Ook gingen af drie van de dertig hoofden, en kwamen in de oogst tot David, in de spelonk van Adullam; en het leger der Filistijnen had zich gelegerd in het dal Rafa´m.
  • 1 Kron 11,15 En drie uit de dertig hoofden trokken af naar de rotssteen tot David in de spelonk van Adullam; en het leger der Filistijnen had zich gelegerd in het dal Refa´m.
  • 1 Kron 14,9 Toen de Filistijnen kwamen, zo spreidden zij zich uit in de laagte van Refa´m.
  • 1Ch 20:4 En het geschiedde daarna, toen de krijg met de Filistijnen te Gezer ontbrandde, toen sloeg Sibchai, de Husathiet, Sippai, die van de kinderen van Rafa was; en zij werden tenonder gebracht.
  • 1Ch 20:6 Daarna was er nog een krijg te Gath; en daar was een zeer lang man, en zijn vingers waren zes en zes, vier en twintig, en hij was ook aan Rafa geboren;
  • 1Ch 20:8 Dezen waren aan Rafa geboren te Gath; en zij vielen door de hand van David, en door de hand van zijn knechten.
  • Jes 17,5 Want hij zal zijn, gelijk wanneer een maaier het staande koren verzamelt, en zijn arm aren afmaait; ja, hij zal zijn, gelijk wanneer iemand aren leest in het dal Refa´m.

Nogmaals: tussen reuzen en reuzen kent de Bijbel een verschil. Nephilim hebben we al kort behandeld, dus gaan we nu kijken naar de andere tak van de familie, namelijk de rapha´m.

  • Rapha´m betekend letterlijk reuzen.
  • Soms wordt rapha (reus) letterlijk in de Bijbel vertaald met reus of reuzen, maar vaker vinden we de vertaling van het reuzenvolk, de Refa´eten of Rafa´eten of kinderen van Rafa.
  • Rapha komen we ook tegen als de aanduiding van het grondgebied van de reuzen. Te weten:
    • Land der reuzen
    • Dal der Refa´eten 
    • Het dal Refa´m.
    • De laagte van Refa´m.
  • Wederom komen we de reuzen (rapha´m) tegen als het gaat om de strijd die God voert tegen de bastaards.
  • En we komen een specifieke verwijzing tegen, een bijzondere kenmerk van deze raphah, naast het opmerkelijke, de lengte. Want spreekt de Bijbel over de vingers aan de handen, namelijk 6 links en 6 rechts, samen (dus met de tenen erbij gerekend) 24 stuks.
  • De bastaards worden ook nog een paar keer aangeduid met de woorden: “het overblijfsel der reuzen”.
Het is belangrijk bij een Bijbelstudie om zoveel mogelijk Schriftplaatsen op te zoeken en te bestuderen als je wilt weten wat de Here te zeggen heeft over dit soort dingen. Daarom heb ik vele Schriftplaatsen onder elkaar gezet, zodat we straks wat systematischer kunnen worden.

 

Terug naar begin

Mannen van naam.

We begonnen deze studie vanuit Gen.6:4. Daar kwamen we niet alleen nephilim tegen, maar ook synoniemen voor reuzen. ╔Ún daarvan is de titel “Mannen van naam.” De Hebreeuwse grondtekst zegt: ╬ysh shŕm. Iysh benoemde ik al eerder als aanduiding voor een wezen met bewuste weglating van de afkomst van Adam. Ik kom eigenlijk maar vier keer deze aanduiding tegen. Zowel in de positieve zin als de negatieve zin. Dat is mij nu nog niet helemaal duidelijk.

Maar naast Gen.6:4 komen we ook nog in negatieve zin, deze mannen van naam tegen in Num.16:2

En zij stonden op voor het aangezicht van Mozes, alsmede tweehonderd vijftig mannen uit de kinderen IsraŰls, oversten van de vergadering, de geroepenen der samenkomst, mannen van naam. (╬ysh shŕm)

Hier in Nummeri gaat het over Korach die in opstand kwam tegen Mozes en Aaron. Ook hier wordt duidelijk gemaakt hoe de Heer hiermee omgaat. Want dat valt een paar verzen verderop te lezen.

31 En het geschiedde, toen hij geŰindigd had al deze woorden te spreken, zo werd het aardrijk, dat onder hen was, gekloofd; 32 En de aarde opende haar mond, en verslond hen met hun huizen, en alle mensen, die Korach toebehoorden, en al de have. 33 En zij voeren neer, zij en alles wat het hunne was, levend ter helle; en de aarde overdekte hen, en zij kwamen om uit het midden der gemeente.

 

Terug naar begin

De geweldigen: Gibb˘r.

Naast de term “mannen van naam”, worden nephilim ook aangeduid als “de geweldigen”. Het Hebreeuwse woord daarvoor is gibb˘r. Gibb˘r betekend: krachtig, strijder, tiran, kampioen, reus.

Waar komen we in de Bijbel deze geweldigen, deze gibb˘r tegen?

  • Gen. 6:4 In die dagen waren er reuzen op de aarde, en ook daarna, toen Gods zonen tot de dochters der mensen ingegaan waren, en zich kinderen gewonnen hadden; deze zijn de geweldigen, die van ouds geweest zijn, mannen van naam

  • Gen 10:8 En Kusch gewon Nimrod; deze begon geweldig te zijn op de aarde.

  • Gen. 10:9 Hij was een geweldig jager voor het aangezicht des HEEREN; daarom wordt gezegd: Gelijk Nimrod, een geweldig jager voor het aangezicht des HEEREN.

  • Joz. 6:2 Toen zeide de HEERE tot Jozua: Zie, Ik heb Jericho met zijn koning en strijdbare helden in uw hand gegeven.

  • Joz. 10:2 Zo vreesden zij zeer; want GÝbeon was een grote stad, als een der koninklijke steden; ja, het was groter dan Ai, en al zijn mannen waren sterk.

  • Ri. 5:13 Toen deed Hij de overgeblevenen heersen over de heerlijken onder het volk; de HEERE doet mij heersen over de geweldigen.

 

We komen direct al twee Schriftplaatsen tegen waar wordt gesproken over Nimrod. Nimrod, de eerste koning van Babel, typologisch gezien synoniem voor de echte koning van Babel, namelijk de satan. En er is zelfs een gezegde over Nimrod. Net als bij de gezegde over de Enakieten, een gezegde krijg je pas als je indruk hebt gemaakt. En dat heeft Nimrod zeker gedaan. Verder lezen we dat deze reuzen, worden uitgeroeid door de Here. De Here geeft hen in de handen van Jozua, dat net zoveel betekend als dat zij dood zijn.

 

Terug naar begin

De wederkomst van de reuzen!

Dan komt nu de grote vraag: klopt het dat die reuzen weer terug komen in de eindtijd? Bij de bestudering van de Bijbel over reuzen (nephilim en rapha´m) komen we in ieder geval tot de conclusie dat de Bijbel vele malen spreekt over deze reuzenvolkeren. Ja ze hebben bestaan! En de Here heeft in Zijn Heilsplan hier tegen gestreden met verbijsterende resultaten. De eerste reuzen komen we tegen voor de zondvloed. Maar met vermelding dat zij, ook daarna er weer zouden zijn. En aangezien de Bijbel de Waarheid is, lezen we inderdaad dat ook na de zondvloed er reuzen waren.

De Bijbel noemt deze vermenging tussen engelen en Adamieten een gruwel. De Here God wil deze bastaards bislist niet aannemen als Zijn kinderen. Sterker nog, de Here heeft het volk IsraŰl altijd gebruikt als de schoonmaakploeg voor dit soort gruwel. Deze Oud Testamentische “Clean Sweep” periode is het beeld van de Nieuw Testamentische “Clean Sweep” periode. Daarover straks meer.

De Here heeft er voor gezorgd dat bij aanvang van de Gemeentelijke periode er geen bastaards meer zouden leven op aarde. Want vanaf de Gemeentelijke periode is ook de bedeling der verborgenheid begonnen. Dit is de periode waarin Christus verborgen is en wij met Hem verborgen zijn, namelijk in Christus Jezus. Maar met onze verborgenheid is ook de satan en zijn engelenmacht verborgen. Vandaar de term: “de bedeling der verborgenheid”. En deze laatste, zullen zeer binnenkort geopenbaard worden in vernedering! En dat gebeurt bij de aanvang van de Opname van de Gemeente, waarbij de Gemeente met Christus de strijd voert tegen de draak en zijn engelen (Opb.12). Ga er nu even snel doorheen.

Opb.12:7 En er werd krijg in de hemel: MichaŰl en zijn engelen krijgden tegen de draak, en de draak krijgde ook en zijn engelen. 8 En zij hebben niet vermocht, en hun plaats is niet meer gevonden in de hemel. 9 En de grote draak is geworpen, namelijk de oude slang, welke genaamd wordt duivel en satanas, die de gehele wereld verleidt, hij is, zeg ik, geworpen op de aarde; en zijn engelen zijn met hem geworpen.

Op het moment dat de satan met zijn engelen uit de hemel geworpen worden, betekend dat letterlijk dat zij uit de verborgenheid worden geworpen en dus geopenbaard worden. Dezelfde strekking lezen we niet alleen in Opb.12:8 en 9, maar ook in 2Thess.2:8… direct na de Opname van de Gemeente… En alsdan zal de ongerechtige geopenbaard worden, die de Heere verdelgen zal door de Geest Zijns monds, en te niet maken door de verschijning Zijner toekomst;

Zo gaat het in 2Thess.2:8 over de openbaarwording van de satan alleen, als de antichrist, in Openbaring lezen we gelukkig dat niet alleen de satan, maar ook al zijn personeel uit de hemel worden geworpen. Tja, gelukkig voor hen die in de hemel zijn: Hierom bedrijft vreugde, gij hemelen, en gij, die daarin woont!, voor de mensen op de aarde geld de grote waarschuwing: Wee hun, die de aarde en de zee bewonen, want de duivel is tot u afgekomen, en heeft grote toorn, wetende, dat hij een kleine tijd heeft. (vers 12)

Maar goed, voor meer informatie: lees andere artikelen over de Opname. Wat nu belangrijk is, is vast te stellen dat na de Opname van de Gemeente niet alleen de satan geopenbaard wordt, maar ook al zijn engelen. De demonen worden overigens niet geopenbaard op dit moment! Het gaat alleen maar om de vele zondige engelen van satan. Deze hebben al eens hun woonstede verlaten en met de Adamitische vrouwen gemeenschap gehad.

Als zij geopenbaard zijn, zullen ze wederom ingaan in de mensen, dus seksuele omgang. Echter Schriftplaatsen die dit letterlijk zeggen, kom ik niet tegen in de Bijbel, maar in de context van de Bijbel zeker wel!

Allereerst neem ik u even mee naar het Apocrief boek Henoch 56:1-5

1 En daar zag ik de scharen engelen der bestraffing uitgaan, en zij hielden knevels en kettingen van ijzer en brons vast. 2 En ik vroeg aan de engel van vrede die mij begeleidde, zeggende: "Naar wie gaan dezen, die de knevels vasthouden?" En hij zei tegen mij: "Naar degenen die zij verkiezen en liefhebben, opdat zij in de kloof van de afgrond van de vallei geworpen mogen worden".

4. En dan zal de vallei gevuld worden met hun verkozenen en geliefden, en de dagen van hun levens zullen aan een einde zijn gekomen, en de dagen dat zij tot dwaling leiden zullen van dan af aan ophouden. 5. En in die dagen zullen de engelen terugkeren, en zich naar het oosten op de Parten en Meden storten: Zij zullen de koningen in beroering brengen, zodat er een grote onrust over hen zal komen, en zij zullen hen van hun tronen doen opstaan, opdat zij mogen uitbreken als leeuwen vanuit hun leger, en als hongerige wolven onder hun kudden.

 

Ik heb al eens eerder uit dit apocrief boek geciteerd. Of u daar waarde aan wilt hechten moet u zelf weten. Het is op z’n minst zeer interessant te noemen. In dit hoofdstuk wordt gezegd dat deze zondige engelen zullen uitgaan (vers 1) en verderop lezen we wat het betekend dat zij uit de hemel zullen uitgaan, namelijk: de terugkeer van die engelen in die dagen. Niets bijzonders eigenlijk, want dit is wat de Bijbel zelf ook zegt in Opb.12.

Wat ik nog kort wil benoemen is, dat er in Henoch wel degelijk wordt gesproken over wat de zondige engelen gaan doen. Namelijk exact hetzelfde als in Gen.6:4. Want lezen we, dat de engelen zullen uitgaan naar degenen die zij zelf gekozen hebben en liefhebben. Dit komt overeen met de gebeurtenis van Gen.6:4. Want ook dat wordt vermeld in het boek Henoch 6:1-3.

 

1 En het gebeurde dat toen de mensenkinderen talrijk geworden waren, dat er aan hen in die dagen 2 mooie en bevallige dochters geboren werden. En de engelen, de kinderen van de hemel, zagen hen, verlangden naar hen, en zeiden tegen elkaar: 'Kom, laat ons vrouwen kiezen vanuit de mensenkinderen 3 en nageslacht bij hen verwekken'.

De overeenkomsten tussen de eerste en de tweede komst van de zondige engelen is duidelijk. Want zowel wordt er in beide gedeelten gesproken over uitverkiezing. En wat bij de eerste komst wordt genoemd “verlangen naar hen”, wordt in het tweede deel genoemd “liefhebben en geliefden”.

We weten nu dat de Bijbel spreekt over het openbaar worden van de gevallen engelen na de Opname van de Gemeente. En buiten de Bijbel om vinden we aanwijzingen die duiden op het wederom verwekken van nephilim en rapha´m.

Maar zoals ik al aangaf, contextueel vinden we de nephilim in de Bijbel ook terug in de profetieŰn van na de Opname van de gemeente. En wel ten tijde van de grote strijd van Gog tegen Jeruzalem in Ez. 39. Als u deze studie helemaal heeft gelezen, dan zult u waarschijnlijk direct zien waar hier wordt gesproken over nephilim.

Ez. 39 

13 Ja, al het volk des lands zal begraven, en het zal hun tot een naam zijn, ten dage als Ik zal verheerlijkt zijn, spreekt de Heere HEERE.

14 Ook zullen zij mannen afzonderen, die gestadig door het land doorgaan, en doodgravers met de doorgangers, om te begraven hen, die op de aardbodem zijn overgelaten, om die te reinigen; aan het eind van zeven maanden zullen zij onderzoek doen.

15 En deze doorgangers zullen door het land doorgaan, en als iemand een mensenbeen ziet, zo zal hij een merkteken daarbij oprichten; totdat de doodgravers het zullen hebben begraven in het dal van Gogs menigte.

16 Ook zo zal de naam van de stad Hamˇna zijn. Alzo zullen zij het land reinigen.

17 Gij dan, mensenkind! zo zegt de Heere HEERE: Zeg tot het gevogelte van alle vleugel, en tot al het gedierte des velds: Vergadert u, en komt aan, verzamelt u van rondom, tot Mijn slachtoffer, dat Ik voor u geslacht heb, een groot slachtoffer, op de bergen IsraŰls, en eet vlees, en drinkt bloed.

18 Het vlees der helden zult gij eten, en het bloed van de vorsten der aarde drinken; van de rammen, van de lammeren, en bokken, en varren, die allemaal gemesten van Basan zijn.

19 En gij zult het vette eten tot verzadiging toe, en bloed drinken tot dronkenschap toe; van Mijn slachtoffer, dat Ik voor u geslacht heb.

20 En gij zult verzadigd worden aan Mijn tafel van rijpaarden en wagen paarden, van helden en alle krijgslieden, spreekt de Heere HEERE.

21 En Ik zal Mijn eer zetten onder de heidenen; en alle heidenen zullen Mijn oordeel zien, dat Ik gedaan heb, en Mijn hand, die Ik aan hen gelegd heb.

22 En die van het huis IsraŰls zullen weten, dat Ik, de HEERE, hun God ben, van die dag af en voortaan.

 

Waar wordt in dit vers gesproken over nephilim? Als eerste in vers 17. Tweemaal worden zij daar het slachtoffer genoemd. Maar dat wil niet zeggen dat het slachtoffer bestaat uit reuzen. Maar in vers 18 komen we de nephilim, nogmaals contextueel, tegen.

Want er wordt gesproken over helden. In de grondtekst komen we daar het woordje gibb˘r tegen. Gibb˘r betekend: krachtig, strijder, tiran, kampioen, reus. Dat is dezelfde gibb˘r als uit Gen.6:4 waar het wordt gebruikt als synoniem voor nephilim.

Maar als dat niet genoeg mocht zijn, of niet overtuigend genoeg, voegt de Here aan deze profetie toe, dat het hier om de gemesten van Bazan gaat. Met andere woorden het gaat hier om gibb˘r, helden, reuzen, die letterlijk GROOT gebracht zijn in Bazan. En hoe zat dat met Bazan ook al weer?

 

  • het ganse Bazan; dat werd genoemd het land der reuzen. Deut. 3:13
  • Want Og, de koning van Bazan, was alleen van de overigen der reuzen overgebleven; Deut. 3:11

Het gaat in vers 18 niet alleen om gibb˘r, maar met de expliciete vermelding van het land der reuzen, Bazan! En als het hier dus werkelijk gaat over nephilim, dan is het noodzakelijk dat deze zijn verwekt bij Adamitische vrouwen. En let ook op hoe duidelijk de Here spreekt over Zijn overwinning! “Hier is het slachtoffer! Het huis IsraŰls zal weten dat Ik, de HEERE ben! Ik zal Mijn eer zetten! Dit is Mijn slachtoffer, dat IK voor u heb bereid.” Als het gaat om de strijd tegen de bastaards, dan lezen we hoe de Here de Ware Held is.

 

  • Satan en zijn engelen zullen na de Opname geopenbaard worden.
  • Satans engelen zullen wederom gemeenschap hebben met de vrouwen (die zij uitverkozen en liefhebben, volgens Henoch.)
  • Uit de vrouwen zullen reuzen geboren worden.
  • In de eindtijd, specifiek ten tijde van de Wederkomst van Christus met Zijn Gemeente, zullen de reuzen worden afgeslacht.
  • De Here was, is en blijft de overwinnaar!

 

Terug naar begin

Waarom nephilim?

Waarom waren er nephilim, wat was satans doel eigenlijk?

Ergens “in den beginne”, toen de Here de hemelen en aarde schiep, vond ook de zondeval van de satan plaats. Daarna krijgen we in Gen.3 de zondeval van Adam en Eva. Ik denk voor iedereen bekend. Bij die gelegenheid sprak de Here God de volgende profetische woorden en wel in de verzen 14 en 15.

Gen 3:14 Toen zeide de Heere God tot die slang: Dewijl gij dit gedaan hebt, zo zijt gij vervloekt boven al het vee, en boven al het gedierte des velds! Op uw buik zult gij gaan, en stof zult gij eten, al de dagen uws levens.

Gen 3:15 En Ik zal vijandschap zetten tussen u en tussen deze vrouw, en tussen uw zaad en tussen haar zaad; datzelve zal u den kop vermorzelen, en gij zult het de verzenen vermorzelen.

De satan wist vanaf dat moment dat uit het zaad van de vrouw, zijn tegenstander zou opstaan. Satans Opponent, Christus, zou volgens deze profetie weliswaar vermorzelde verzenen oplopen, maar zou ook satans kop vermorzelen.

Wat de satan toen heeft geprobeerd, is er voor te zorgen dat het zaad van de vrouw werd ge´nfecteerd met “zijn” bloed, zodat de Messias ergens een bloedverwant van satan, dan wel zijn personeel zou zijn. Daarom hebben zondige engelen van satan zich bewust vermengd met het Adamietische ras en ontstonden er allerlei vreemde variaties, nephilim en rapha´m, in de hoop dat Maria, dan wel Jozef ergens bastaardbloed in zich hadden.

Het vervolg hiervan is inmiddels meerdere malen genoemd. Denk aan de zondvloed en de clean sweep periode ten tijde van het Oude Testament tot de komst van de Here Jezus. Volgens mijn inzichten zijn er geen satanische bloedlijnen op aarde mogelijk vanaf Christus opstanding tot aan de Opname van de Gemeente! Er zijn geen levende nephilim op dit moment op aarde.

 

Ik hoop u een duidelijke uiteenzetting te hebben gegeven over de Bijbelse idee betreffende nephilim en de toekomstige vermenging van geopenbaarde zondige engelen. Ik weet dat er nog veel meer over te schrijven valt, maar met deze eerste 14 pagina’s vind ik het eerst wel even voldoende.

 

Gods zegen toegewenst!

 

Melle Velema, auteur www.eindtijdinbeeld.nl

 

Terug naar begin