God der goden. (engelen) Deel 4.

  1. De richteren en koningen.
  2. 70 nephilim-koningen van Kanašn.
  3. Jehovah strijdt met Zijn engelen van tijd tot tijd.
  4. Saul ziet spoken.
  5. Koning Salomo.

De richteren en koningen.

Ik houd een beetje de grove tijdslijn aan in de Bijbel. In deze periode staan weer de Bašls centraal. Maar dit keer vinden we veel nieuwe namen. Het is volgens mij de meest afgodische tijd die IsraŽl heeft gekend.

Het is dat het Gods Woord is en dat Hij zegt dat het de Waarheid is, anders kan je niet geloven dat IsraŽl keer op keer God de rug toekeert en andere goden dient. Het is werkelijk waar onvoorstelbaar hoe vaak koningen en richters zich bogen voor andere goden. En dan even vasthouden dat de Engel Jehovah in deze periode vele malen is verschenen!

Deut.4:7 zegt daarover dat de Engel des Heeren, Jehovah Zelf, nabij was als het volk Hem aanriep.

 

Deut.4:7 Want wat groot volk is er, hetwelk de goden zo nabij zijn als de Heere, onze God, zo dikwijls als wij Hem aanroepen?

de Engel des Heeren 

Dat is het grote verschil met onze bedeling waarin de Heer Zich verborgen heeft en niet verschijnt als Hij aangeroepen wordt.

De Heer roept het volk dan ook herhaaldelijk op om Hem te dienen en niet andere goden. Zo presenteert Hij Zich telkens als de God der goden. Dat doet Hij door het volk te wijzen op Egypte. Want het dienen van andere goden dan Degene Die boven de goden staat, leidt tot slavernij, wet en dood!

 

Rich.2:12 En zij verlieten den Heere, hunner vaderen God, Die hen uit Egypteland had uitgevoerd, en volgden andere goden na, van de goden der volken, die rondom hen waren, en bogen zich voor die, en zij verwekten den Heere tot toorn.

 

Terug naar begin

70 nephilim-koningen van Kanašn.

Zo waren er zeventig nephilim-koningen in die tijd. Zij moesten van God gedood worden, maar in plaats van het uitroeien van het zaad van de slang, probeerden zij mensen van hen te maken. Hoe gebeurde dat? En hoe ging dat in z’n werk?

 

In Deut.7:16 en het hele hoofdstuk uit, doet de Heer een oproep om de goden van de volkeren in Kanašn te doden, de beelden van hun goden te vernietigen (Deut.7:25) en het zaad van de slang, zoals nephilim-koningen (Deut.7:24) te doden.

 

Deut.7:16 Gij zult dan al die volken verteren, die de Heere, uw God, u geven zal; uw oog zal hen niet verschonen, en gij zult hun goden niet dienen; want dat zoude u een strik zijn.

 

In Richteren 1 lezen we dat het volk de goden en het zaad der slang niet vernietigde, maar hen in het land hield en inde vervolgens belasting van hen. Daarom hielp God hen niet deze oorspronkelijke volkeren in Kanašn en hun goden te verdrijven.

In Richteren 1 lezen we over Adoni-Bezek. “Adoni” waren we al eerder tegen gekomen in deze Bijbelstudie toen Lot twee engelen huisvesting aanbood. Hij noemde hen niet Bašls, maar Adoni’s om zo te zeggen. Adoni-Bezek is in mijn beleving een nephilim. Zijn naam zou overgezet kunnen worden volgens Brown-Driver-Brigss’ Hebrew Definitons naar “mijn Heer is Bezek”. De god Bezek, dat “Bliksem” betekent, verwekte een zoon, die hij bevestigde als koning in Kanašn. Daar heb ik een goede reden voor om dit aan te nemen.

 

Adoni-Bezek, nephil, zesvingerige.

Nadat de stammen van Juda en Simeon 10000 man hadden gedood bij de stad Bezek, vonden zij daar Adoni-Bezek, maar die vluchtte. En terecht! Toch werd hij kort daarna gevangen genomen en hakten zij zijn duimen van handen en voeten af.

 

Waarom?

Wel, in 2Sam.21:20 staat geschreven hoe je een nephil, een bastaard tussen een engel en een mens kunt herkennen.

2Sam.21:20 Nog was er ook een krijg te Gath; en er was een zeer lang man, die zes vingeren had aan zijn handen, en zes tenen aan zijn voeten, vier en twintig in getal, en deze was ook aan Rafa geboren.

 

Deze wezens hadden een vinger te veel. Die zesde vinger werd bij Adoni-Bezek van zijn handen en voeten afgehouwen. Zo had hij evenveel vingers als een mens. Adoni-Bezek zegt vervolgens zelf:

Rich.1:7 Toen zeide Adoni-bezek: Zeventig koningen, met afgehouwen duimen van hun handen en van hun voeten, waren onder mijn tafel, de kruimen oplezende; gelijk als ik gedaan heb, alzo heeft mij God vergolden! En zij brachten hem te Jeruzalem, en hij stierf aldaar.

De extra duim werd verwijderd. 

En vervolgens lezen we drie verzen verder nog drie namen van nephilim die door Juda gedood werden. Namelijk: Sesai, en Ahiman, en Thalmai.

 

Rich.2 begint dan te spreken van de tocht die de Engel des Heeren, namelijk de Heere (2:5) maakte. Want ook Hij wandelde van tijd tot tijd zichtbaar door dat gebied rond.

 

Terug naar begin

Jehovah strijdt met Zijn engelen van tijd tot tijd.

De Heer strijd Zelf ook van tijd tot tijd. De voorwaarde is dat IsraŽl dan wel Hem dient. En kennelijk gebeurde het ook wel eens dat de Heer niet alleen vocht, maar met Zijn engelen vocht. Dit is typologie, want dat lezen we ook in Openbaring 12 bijvoorbeeld.

In 1 Samuel 4 lezen we over de oorlog tussen de Filistijnen en IsraŽl. IsraŽl laat de ark van de Heer in het leger komen. Ze voelen zich machtig en sterk en de Filistijnen zien de Heer met Zijn engelen in het leger van IsraŽl. En dan zeggen zij dit:

1Sam.4:5 En het geschiedde, als de ark des verbonds des HEEREN in het leger kwam, zo juichte gans IsraŽl met een groot gejuich, alzo dat de aarde dreunde.

6 Als nu de Filistijnen de stem van het juichen hoorden, zo zeiden zij: Wat is de stem van dit grote juichen in het leger der HebreeŽn? Toen vernamen zij, dat de ark des HEEREN in het leger gekomen was.

7 Daarom vreesden de Filistijnen, want zij zeiden: God is in het leger gekomen. En zij zeiden: Wee ons, want diergelijke is gisteren en eergisteren niet geschied!

8 Wee ons, wie zal ons redden uit de hand van deze heerlijke goden? Dit zijn dezelfde goden, die de Egyptenaars met alle plagen geplaagd hebben, bij de woestijn.

9 Zijt sterk, en weest mannen, gij Filistijnen, opdat gij de HebreeŽn niet misschien dient, gelijk als zij ulieden gediend hebben; zo zijt mannen, en strijdt.

 

En de IsraŽlieten vochten tegen de Filistijnen. De Filistijnen waren dapper en zij vertrouwden meer op hun goden en hun reuzen, dan IsraŽl vertrouwde op God. IsraŽl verloor deze slag en de ark des Heeren werd buitgemaakt door de Filistijnen. Hofni en Pinehas kwamen om en toen de hogepriester Eli het slechte nieuws hoorde, niet dat zijn beide zonen dood waren, maar dat de ark des Heeren weg was, viel hij achterover van zijn stoel en brak zijn nek.

MichaŽl en Zijn engelen 

Deze heerlijke goden die de Filistijnen zien, is niet de aanduiding voor IsraŽl. Filistijnen dienden goden, engelen. En hadden reuzen in hun midden, zoals Goliath. Zij wisten heel goed, zoals de meeste volkeren in dat gebied, het verschil tussen mensen en goden. Het waren niet de HebreeŽn die de Egyptenaren plaagden, het was God Zelf die dat deed en via Mozes en Ašron communiceerde met Farao. En Mozes spreekt dan ook: “Zo zegt de Heere (Jehovah), de God der HebreeŽn…”

 

Farao wist met wie hij van doen had en de Filistijnen ook. De Engel met de Naam Jehovah! En aan Zijn zijde had de Heer engelen. En dat is helemaal niet vreemd of verwonderlijk. Want de Heer is sinds de schepping van de engelen, door hen omringd! Het zijn gedienstige geesten, behalve de geesten die zich aan Hem onttrekken en zich openbaren in het vlees.

 

De ark des Heeren kwam uiteindelijk terug. De Heer slaat de Filistijnen met aambeien en muizen. En van die aambeien en muizen moesten de Filistijnen gouden beeldjes maken. Daar heb ik trouwens nog een Bijbelstudie over geschreven. De Heer is niets te vreemd, dus waarom zou je dat niet mogen bestuderen?

In 1Samuel 6 wordt gesproken over de goden van de Filistijnen. Dat zijn Bašls die onder de Filistijnen woonden. …ťn van die Bašls, die uit Gath, genaamd Rafa, gewon vijf zonen. Dat staat in 2Sam.21:20. Dat gaat over die zesvingerige reus. 1 van die nephilim-zonen heette Goliath. Goliath werd door David gedood. Dubbel gedood moet ik zeggen. Met slinger en steen doodde hij Goliath en hakte vervolgens zijn kop eraf. Dat is wat de Heer graag ziet. De andere vier broers van Goliath werden ook door David gedood in 2Sam.21:22. Dat was de reden dat niet ťťn steentje opraapte, maar vijf. Vijf stenen voor vijf bastaards.

 

Terug naar begin

Saul ziet spoken.

Ik kwam nog een aardig stukje tegen. Een tijdje terug heb ik een ISvG gehouden over spoken. Daarin behandelde ik het Griekse woord “Phantasma”, dat de Statenvertaling heeft vertaald met “spooksel”. En ik kon toen in de Bijbel geen tweede getuige vinden, wat wel gebruikelijk is in de Bijbel. Maar in mijn voorstudie naar deze Bijbelstudie kwam ik nog een “andere” spook tegen.

 

In 1Samuel 28 vinden we het verhaal van koning Saul die alle waarzegsters en occultisten heeft gedood. En na de heksenjacht spreekt God niet tegen hem en de profeet Samuel is gestorven. Hij vermomt zich en bezoekt een waarzegster die niet door heeft dat hij koning Saul is.

 

1Sam.28:6 En Saul vraagde den HEERE; maar de HEERE antwoordde hem niet; noch door dromen, noch door de urim, noch door de profeten.

7 Toen zeide Saul tot zijn knechten: Zoekt mij een vrouw, die een waarzeggenden geest heeft, dat ik tot haar ga, en door haar onderzoeke. Zijn knechten nu zeiden tot hem: Zie, te Endor is een vrouw, die een waarzeggenden geest heeft.

8 En Saul verstelde zich, en trok andere klederen aan, en ging heen, en twee mannen met hem, en zij kwamen des nachts tot de vrouw, en hij zeide: Voorzeg mij toch door den waarzeggenden geest, en doe mij opkomen, dien ik tot u zeggen zal.

9 Toen zeide de vrouw tot hem: Zie, gij weet, wat Saul gedaan heeft, hoe hij de waarzegsters en de duivelskunstenaars uit dit land heeft uitgeroeid; waarom stelt gij dan mijn ziel een strik, om mij te doden?

10 Saul nu zwoer haar bij den HEERE, zeggende: Zo waarachtig als de HEERE leeft, indien u een straf om deze zaak zal overkomen!

 

Saul wordt gevraagd welke geest er moet opkomen. En dť profeet bij uitstek is SamuŽl.

 

1Sam 28:11 Toen zeide de vrouw: Wien zal ik u doen opkomen? En hij zeide: Doe mij SamuŽl opkomen.

1Sam 28:12 Toen nu de vrouw SamuŽl zag, zo riep zij met luider stem, en de vrouw sprak tot Saul, zeggende: Waarom hebt gij mij bedrogen? Want gij zijt Saul.

 

De vrouw, die een medium is, ziet SamuŽl. Dit is interessant voor broeders en zusters die in hun omgeving horen “geesten bestaan niet” en “Derek Ogilvie is een charlatan.” Geesten bestaan weldegelijk en volgens het Woord van God zijn geesten oproepbaar en kunnen ze communiceren!

Als het medium SamuŽl ziet, weet zij onmiddellijk dat de man voor haar koning Saul is. En ze vreest terecht voor haar leven.

 

Ja, Saul heeft haar bedrogen. Zij is in alle staten en heel humoristisch is de reactie van Saul die daar bij haar in het geheim iets doet wat niet mag. Hij wimpelt dat af met “vreest niet”. En direct erachter “maar, wat zie je???”

 

1Sam 28:13 En de koning zeide tot haar: Vrees niet; maar wat ziet gij? Toen zeide de vrouw tot Saul: Ik zie goden, uit de aarde opkomende.

 

De goden die uit de aarde opkomen, komen dus van onder de aarde vandaan. Snapt u dat? Zij ziet niet de hel, maar zij ziet wezens die geen mensen zijn en die zij identificeert met goden die in het land wonen, dan wel woonden.

 

En omdat zij SamuŽl eerst zag, is SamuŽl ťťn van de goden die uit de aarde opkomt. Vanaf het moment dat geesten uit de aarde zijn opgekomen, zijn ze pas zichtbaar voor het medium. SamuŽl wordt vergezeld om het zomaar te zeggen. Waarom? En door wie? SamuŽl was gestorven en iedereen die sterft verblijft in het dodenrijk tot op de Jongste Dag (Opb.20). De hel is een gevangenis voor de doden en verblijven daar in afwachting van hun eindoordeel. Wie vergezellen SamuŽl dus? Gevangenebewaarders uit de hel, dan wel Abrahams Schoot. Want nadat hij is opgeroepen, gaat hij weer terug.

Samuel verschijnt als spook 

Vervolgens vraagt Saul hoe SamuŽl eruit ziet. En als SamuŽl dan de kamer binnenkomt en verschijnt, durft Saul niet te kijken.

 

1Sam 28:14 Hij dan zeide tot haar: Hoe is zijn gedaante? En zij zeide: Er komt een oud man op, en hij is met een mantel bekleed. Toen Saul vernam, dat het SamuŽl was, zo neigde hij zich met het aangezicht ter aarde, en hij boog zich.

 

Hoe herken je een spook? Aan zijn witte laken over zich heen. Zo letterlijk wordt dat niet van SamuŽl gezegd, maar ook SamuŽl is bekleed met een mantel. Geesten zijn per definitie onzichtbaar, daarom noemt de Bijbel dat: geest. Maar SamuŽl verschijnt als gestalte. Al zou het maar zijn dat de mantel een menselijke gestalte aanneemt. Maar het is hier meer dan dat. En als geesten zich manifesteren, noemt de Bijbel dat een spook.

 

En dan begint SamuŽl direct te communiceren met Saul, zonder dat het medium er tussen komt. En dat is opmerkelijk, want een medium is nu eenmaal een medium omdat hij of zij middelaar is tussen geesten en mensen.

1Sam 28:15 En SamuŽl zeide tot Saul: Waarom hebt gij mij onrustig gemaakt, mij doende opkomen? Toen zeide Saul: Ik ben zeer beangstigd, want de Filistijnen krijgen tegen mij, en God is van mij geweken, en antwoordt mij niet meer, noch door den dienst der profeten, noch door dromen; daarom heb ik u geroepen, dat gij mij te kennen geeft, wat ik doen zal.

1Sam 28:16 Toen zeide SamuŽl: Waarom vraagt gij mij toch, dewijl de Heere van u geweken en uw vijand geworden is?

1Sam 28:17 Want de Heere heeft voor Zich gedaan, gelijk als Hij door mijn dienst gesproken heeft; en heeft het koninkrijk van uw hand gescheurd, en Hij heeft dat gegeven aan uw naaste, aan David.

1Sam 28:18 Gelijk als gij naar de stem des Heeren niet gehoord hebt, en de hittigheid Zijns toorns niet uitgericht hebt tegen Amalek; daarom heeft de Heere u deze zaak gedaan te dezen dage.

1Sam 28:19 En de Heere zal ook IsraŽl met u in de hand der Filistijnen geven, en morgen zult gij en uw zonen bij mij zijn; ook zal de Heere het leger van IsraŽl in de hand der Filistijnen geven.

 

Terug naar begin

Koning Salomo.

Typisch voor deze periode is bijvoorbeeld Salomo. Salomo die wijs was. Wat zeg ik, Salomo mocht vragen wat hij wou hebben van de Heer en vroeg de Heer om een verstandig hart (1Kon.3). Die kreeg hij. En ondanks dat de Heer hem twee maal was verschenen (1Kon.11:9) en ondanks dat hij door de Heer een verstandig hart, wijsheid, rijkdom en niet te vergeten 1000 schoonmoeders had gekregen, hing hij met liefde vrouwen uit afgodische landen en dier goden aan (1Kon.11:2).

 

Even een korte impressie uit 1Koningen 11.

 

1Kon.11:5 Want Salomo wandelde Astoreth, den god der SidoniŽrs, na, en Milchom, het verfoeisel der Ammonieten.

1Kon.11:7 Toen bouwde Salomo een hoogte voor Kamos, het verfoeisel der Moabieten, op den berg, die voor Jeruzalem is, en voor Molech, het verfoeisel der kinderen Ammons.

1Kon.11:8 En alzo deed hij voor al zijn vreemde vrouwen, die haar goden rookten en offerden.

1Kon.11:9 Daarom vertoornde Zich de Heere tegen Salomo, omdat hij zijn hart geneigd had van den Heere, den God IsraŽls, Die hem tweemaal verschenen was.

 

En Salomo was niet de eerste en niet de laatste die dat deed. De koningen na hem en de richteren voor hem overkwam het ook regelmatig. Hier vinden we ook Molech terug. Ik schreef al dat de betekenis koning of engel is. Daarom weet ik niet zeker of de god Molech wel zo heet. Hij is een molech of een malek en geeft zich daarom uit voor god.

We vinden wel twee namen van Molech. Twee verschillende goden die beiden kindoffers eisten. Dat waren Adramelech en Anamelech. En Melech = Molech, want het Hebreeuws kent geen klinkers zoals u weet.

 

2Kon.17:31 En de Avieten maakten Nibhaz en Tartak, en de Sefarvieten verbrandden hun zonen voor Adramelech en Anamelech, de goden van Sefarvaim, met vuur.

 

NibhazAdramelech

Hier vinden we direct al vier verschillende goden. En dat de Avieten Nibhaz en Tartak maakten, dat is zo vertaalt omdat men veronderstelt dat dit afgodsbeelden waren. Maar het Hebreeuwse woord betekent “doen”, in de zin van dienen.

Zoals: “Dat kun je niet maken!” Wat wil zeggen: “dat je dat niet moet doen”. Gaat dus volgens mij niet om het maken in de zin van fabriceren van goden.

Want in dat hoofdstuk worden heel veel goden genoemd.

 

En u weet wat ik heb geschreven over Molech en kindoffers. Dat is niet een vrijwillige keuze die een geestelijk gezonde ouder maakt. En hier heeft het er de schijn van gekregen. “Ze maakten afgodsbeelden en die idioten verbranden hun kinderen vrijwillig voor stenen beelden.”

Dat is niet het Bijbelse idee en volgens mij staat die gedachte ook niet in de Bijbel. Het gaat om verschrikkelijke wezens die machtig genoeg zijn dit af te dwingen van mensen.

Verder lezen? -> God der goden. (engelen) - Bijbelstudie - Deel 5.

Terug naar begin


Copyright © 2014  Melle Velema  -  Eindtijd in Beeld [Eindtijdinbeeld.nl]. Alle rechten voorbehouden.
Laatst bijgewerkt: 16 juni 2015
.