God der goden. (engelen) Deel 1.

  1. Ter inleiding.
  2. De God der goden.
  3. Kennis over de eindtijd dat opgesloten ligt in het O.T.
  4. De Dagen van Noach.
  5. Als onsterfelijkheid sterfelijkheid aandoet.
  6. Het zaad der slang.
  7. Vermenging van menselijk zaad.

Ter inleiding.

Als u vaker stukken van mij hebt gelezen of gehoord, dan weet u dat ik met een open vizier de Bijbel bestudeer. Ik heb in mijn leven dan ook al vele dogma’s over boord moeten zetten, omdat de Bijbel mij het anders leert.

 

Deze studie heeft mijn ogen flink geopend. Ik hoop van harte dat het ook u overkomt. Dat kan alleen als u neutraal deze studie leest. Waar ik altijd op hamer is:

1.    Onderzoek of dit in overeenstemming is met de Bijbel. (niet te verwarren met “onderzoek of mijn kerk dit ook leert”)

2.    Zo nee, probeer daar achter te komen. Die kennis kan u altijd van pas komen.

3.    Zo ja, plant het in uw hart, want het is Gods Woord.

4.    En geloof het.

 

En waarom zou ik dat zeggen? Nou er is genoeg reden te bedenken om deze studie te verwerpen, omdat dit nogal haaks staat op de evangelische en orthodoxe kerkleringen. Het tegenovergestelde is ook waar. Als je dit niet verwerpt, ben je waarschijnlijk genoodzaakt je beeldvorming van het Oude Testament fors bij te stellen.

 

Terug naar begin

De God der goden.

De vorige studie die ik heb gemaakt, ging over Eden en engelen. Iets wat ik zelf heb moeten bijstellen in mijn Godsbeeld, is dat ik me meer moet realiseren dat de Heer Zich openbaart, tenzij het de bedeling der verborgenheid is. Maar niet alleen de Heer openbaart Zich, ook zijn engelen. En daar horen ook de zondige engelen bij, want:

Joz.22:22 De God der goden, de Heere, de God der goden, de Heere, Die weet het; IsraŽl zelf zal het ook weten! Is het door wederspannigheid, of is het door overtreding tegen den Heere, zo behoudt ons heden niet;

 

De Heer, dat is Jehova, is de God van alle goden! In Hebr.12:9 vinden we een synoniem van deze titel, namelijk “Vader der geesten”.

Wat heb ik gedaan? Ik heb alle Schriftplaatsen in de Bijbel opgezocht waar de Hebreeuwse term “Elohim” gebruikt wordt. Maar dan alleen die Schriftplaatsen die Elohim anders vertalen dan “God”, met een hoofdletter. En dat zijn er veel!

 

Elohim wordt 2605 keer in het Oude Testament gebruikt.

2306 x als “god of God”

216 x als “goden of gods”

En dan nog een paar keer als “rechter”, “godin” en 1x als “engelen”.

 

En terwijl ik bezig was met de voorstudie, kwam ik allerlei namen tegen van goden. En die heb ik ook maar verzameld, want dat kan altijd van pas komen.

 

Terug naar begin

Kennis over de eindtijd dat opgesloten ligt in het O.T.

Als ik het heb over de eindtijd, dan denk ik vaak aan Matt.24 en 25, “de rede der laatste dingen”. Nu, in Matt.24 daar kom je een stuk of vijf namen tegen. En er is ťťn naam die je zou moeten tegenkomen, juist omdat het er over gaat, maar die naam wordt heel bewust niet genoemd. Dat is: Jeruzalem!

Zoek het maar na! Jeruzalem wordt net zo bewust niet genoemd als in Openbaring 11. Maar waar ik u op wil attenderen is dat naast de namen Judea, Jezus en Olijfberg er twee namen genoemd worden als referentie.

Dat zijn:

  1. 1.    DaniŽl, den profeet (Matt.24:15).

  2. 2.    De dagen van Noach. (Matt.24:37-39)

De connectie tussen DaniŽl en Noach. 

De profetie van DaniŽl en expliciet Dan.9:24-27 gaat over de Joden en Jeruzalem voor wat betreft de 70 weken. En Noach gaat over de zondvloed die een oordeel bracht over de wereld der goddelozen (2Petr.2:5). Het is niet moeilijk om de verschillen tussen deze twee op te noemen. Maar hoe zit het met de overeenkomsten? Was er een vloed in DaniŽls dagen of in de 70 weken? Of waren en Joden in de dagen van Noach?

 

Er zit volgens mij wel degelijk een opzienbarende overeenkomst tussen DaniŽl en Noach. Maar om die overeenkomst goed te begrijpen, is het noodzakelijk eerst onze beeldvorming over de tijd die tussen hen beiden ligt, in overeenstemming te brengen met de Schrift.

 

Terug naar begin

De Dagen van Noach.

In Genesis 6 lezen we over de dagen van Noach, waar de Heer ons naar verwijst in MattheŁs 24.

 

Gen.6:1 En het geschiedde, als de mensen op den aardbodem begonnen te vermenigvuldigen, en hun dochters geboren werden, 2 dat Gods zonen de dochteren der mensen aanzagen, dat zij schoon waren, en zij namen zich vrouwen uit allen, die zij verkozen hadden.

Gen 6:3 Toen zeide de Heere: Mijn Geest zal niet in eeuwigheid twisten met den mens, dewijl hij ook vlees is; doch zijn dagen zullen zijn honderd en twintig jaren.

 

Na 1500 jaren na de Schepping van Adam – en dat is een HELE LANGE TIJD – komen we in Gen.6 aan. En daar zegt de Heer in vers 3, dat Hij over nog eens 120 jaren de wereld zal oordelen. Waarom? Terug naar vers 1 en 2. De zonen Gods kwamen. En dat zijn gťťn mensen, gťťn afstammelingen van KaÔn, maar engelen.

Dat ga ik heel kort proberen uit te leggen. Als mijn vader van de stam van Levi is, dan ben ik ook een Leviet. Dat is de Bijbelse logica. Als de Vader, de God der goden is, dan zijn zij die deel uitmaken van Zijn hemelse woning, van Zijn huisgezin, dus ook goden.

 

Gods zonen zijn ook goden. En ťťn van die goden heette vroeger Lucifer. Want: een god met een kleine letter heeft dezelfde strekking als de term “engel”. Zie ook Job 1 en 2.

Nephilim

 

Als we dan verder lezen in Genesis 6 over wat het gevolg was van de komst van de zonen Gods, dan lezen we dit:

 

Gen 6:4 In die dagen waren er reuzen op de aarde, en ook daarna, als Gods zonen tot de dochteren der mensen ingegaan waren, en zich kinderen gewonnen hadden; deze zijn de geweldigen, die van ouds geweest zijn, mannen van name.

 

De Bijbel leert ons dat in de dagen van Noach, maar ook daarna, engelen zich openbaarden en vrouwen uitkozen naar hun believen en zich met hen voortplantten. De kinderen van hen waren van moederszijde mens en van vaderszijde engel. De Bijbel noemt hen “nephilim”, gevallenen. Onze Statenvertaling heeft het vertaald naar reus. Dat is op zich niet onjuist, maar is misschien voor onze beeldvorming te smal.

Want de synoniemen die de Bijbel direct meegeeft aan dit woord “nephilim”, zijn:

 

  • 1.    deze zijn de geweldigen,

  • 2.    die van ouds geweest zijn,

  • 3.    mannen van name.

 

In de videopresentatie “On stage / backstage” heb ik hier over gezegd dat deze reuzen niet alleen letterlijk zeer groot waren, maar dat zij ook overdrachtelijk reusachtig waren. Hun namen zijn nog steeds te horen in ons dagelijks leven en leven voort in de vele mythologieŽn die wereldwijd verspreid en bekend zijn.

 

In de mythologie lees je over goden, die halfgoden kregen. De Bijbel leert ons dat engelen hemelse wezen zijn (Matt.18:10), die de Vader altijd zien. Dat is de plaats die God hen gegeven heeft, namelijk de onzienlijke wereld, dan wel de hemel.

 

En in de hemel, in hun woonstede “oiketerion” (Jud.1:6), daar horen zij te blijven en met hun hemelse lichaam kunnen zij zich niet voortplanten! Dat is belangrijk om vast te houden. De engelen kunnen zich alleen voortplanten, reuzen verwekken, als zij hun hemelse woonstede hebben verlaten.

Terug naar begin

Als onsterfelijkheid sterfelijkheid aandoet.

In Lukas 20 lezen we over een zeer onfortuinlijke vrouw, die de ene na de andere man verliest en geen kinderen krijgt. Daar wordt de Here Jezus de vraag gesteld:

“In de opstanding dan, wiens vrouw van dezen zal zij zijn?” (Luk.20:33)

 

 

Luk.20:34 En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: De kinderen dezer eeuw trouwen, en worden ten huwelijk uitgegeven;

Luk.20:35 Maar die waardig zullen geacht zijn die eeuw te verwerven en de opstanding uit de doden, zullen noch trouwen, noch ten huwelijk uitgegeven worden;

Luk.20:36 Want zij kunnen niet meer sterven, want zij zijn den engelen gelijk; en zij zijn kinderen Gods, dewijl zij kinderen der opstanding zijn.

 

De Here Jezus zegt hier een paar belangrijke feiten.

1.    De engelen in de hemel (paralleltekst Mark.12:25) sterven niet.

2.    De engelen in de hemel trouwen niet en worden niet uitgehuwd.

3.    De engelen in de hemel zijn kinderen Gods.

4.    De engelen in de hemel zijn niet kinderen der opstanding. Want ze zijn niet gestorven en kunnen dus ook niet opstaan uit de dood.

 

Maar het tegenovergestelde is ook waar. Als engelen de Vader de rug toe keren en hun hemelse woonstede wťl verlaten, dan zijn zij dus geopenbaard op aarde.

1.    De engelen op aarde zijn sterfelijk.

2.    De engelen op aarde nemen vrouwen die zij willen.

3.    De engelen op aarde zijn nog steeds Zijn kinderen, ondanks hun ontrouw.

4.    De engelen op de aarde zullen wel opstaan uit de dood, maar dan niet om nieuw leven te ontvangen, maar ontvangen de opstanding der verdoemenis (Joh.5:29), wanneer zij ook op de Jongste Dag geoordeeld zullen worden.

 

Daarom is het ook zo dat wanneer de satan uit de hemel geworpen wordt, hij sterfelijk is geworden en dus zal sterven en in de hel terecht zal komen. (Jes.14)

 

Waarom is dit belangrijk om vast te stellen? Nu, in de dagen van Noach openbaarden er engelen. Maar zij kozen voor de lust met de vrouwen. En omdat seks, dan wel voortplanting, gekoppeld is aan sterfelijkheid, konden de engelen niet meer terug naar de hemel.

Dit is voor mij een nieuw inzicht. Want in Luk.20 lazen we al even over de opstanding en dat wij de engelen in de hemel dan gelijkvormig zullen zijn. In 1Kor.15 gaat het ook over de opstanding (vers 42). En daar lezen we dat sterfelijkheid eerst onsterfelijkheid moet aandoen om in de hemel te komen. Want vlees en bloed kunnen de hemel niet beŽrven (1Kor.15:50-54).

Na geslachtsgemeenschap kan een engel niet meer terug naar de hemel. 

Met andere woorden, de aarde had in Noach’s dagen een hťťl groot probleem. Want de geopenbaarde engelen verwekten reuzen, maar konden niet meer terug naar de hemel. Wat krijg je dan? Ken je dat verhaal van die twee konijnen, die twee vrouwtjes zouden zijn? Dat fokt gewoon maar door en zo ging het ook in de dagen van Noach.

En de mensenvrouwen hadden totaal geen inbreng! De engelen namen vrouwen die zij verkozen hadden. Dat geld trouwens ook voor de nabije toekomst zegt de Heer in Matt.24:38.

Het menselijke ras werd gecorrumpeerd, bezoedeld met het DNA van zondige goden. Dat is niet iets nieuws, want dat was al aangekondigd aan Adam en Eva in Eden waar zij met de engelen van God leefden tot aan hun zondeval.

 

God zei (contextueel althans) dat uit Eva de Verlosser zou komen die de kop van de slang zou vermorzelen. Bekend dacht ik. Dat staat in Gen.3:15. God stelde de vijandschap in tussen de vrouw en de slang en de slang zou de verzenen van Eva’s zaad vermorzelen. Maar wat bijna niemand goed door heeft, is dat er niet alleen gesproken wordt over het zaad van Eva, maar ook over het zaad van de slang!

 

Gen.3:15 En Ik zal vijandschap zetten tussen u en tussen deze vrouw, en tussen uw zaad en tussen haar zaad; datzelve zal u den kop vermorzelen, en gij zult het de verzenen vermorzelen.

 

Het zaad betreft hier niet letterlijk sperma, maar slaat op nageslacht. Daar komt nog eens bij dat Eva een vrouw is en dus helemaal geen zaad heeft. Toch staat er “uw zaad”, namelijk Eva’s zaad. Waarom? Vers 20 zegt: “omdat zij een moeder aller levenden is.”

 
Terug naar begin

Het zaad der slang.

Maar wie of wat is dan het zaad van de slang?

Het is misschien iets te kort door de bocht, maar het is ongeveer het tegenovergestelde van “alle levenden”, waar Eva moeder over is. Leest u dat goed? Is Eva uw moeder? Mijn moeder heet ook geen Eva! En daarbij komt ook nog eens dat ik uit God geboren ben en Hem als Vader heb.

Eva is moeder aller levenden, omdat door de seksuele gemeenschap tussen de eerste mens, Adam, en Eva het DNA van Adam werd doorgegeven. En uit deze lijn kwam de laatste Mens, de nieuwe Adam. Namelijk Christus Jezus! (naar 1Kor.15:45-47). Zo bracht Eva “de levende zielen” voort.

 

Maar dat kunnen engelen ook als zij geopenbaard zijn, lazen we in Genesis 6. En elke engel die dat gedaan heeft, heeft de Vader verlaten en satan over zich als de vader (Joh.8:44). Hoewel in het Nieuwe Testament niet meer sprake is van engelen die zich openbaren ťn dat blijven, vinden we juist daar het zaad van de slang terug. De Heer noemt sommige mensen ook gewoon zo! Omdat ik niet kan bewijzen dat zij niet “halfgoden” waren en ook niet dat zij dat wel waren, houd ik het bij de meest logische en de meest voor de hand liggende verklaring, namelijk het is typologie!

 

Een slang is een reptiel en legt eieren. Een slangenei is dus een type van een reus uit Gen.6:4. In het NT vinden we bijvoorbeeld FarizeŽn en SadduceŽn, die volgens de Heer een type zijn van de bastaards tussen engelen en mensen.

 

∑         Matt.3:7 Hij dan, ziende velen van de FarizeŽn en SadduceŽn tot zijn doop komen, sprak tot hen: Gij adderengebroedsels! wie heeft u aangewezen te vlieden van den toekomenden toorn?

∑         Matt.12:34 Gij adderengebroedsels! hoe kunt gij goede dingen spreken, daar gij boos zijt? want uit den overvloed des harten spreekt de mond.

∑         Matt.13:38 En de akker is de wereld; en het goede zaad zijn de kinderen des Koninkrijks; en het onkruid zijn de kinderen des bozen;

∑         Matt.23:33 Gij slangen, gij adderengebroedsels! hoe zoudt gij de helse verdoemenis ontvlieden?

∑         Luk.3:7 Hij zeide dan tot de scharen, die uitkwamen, om van hem gedoopt te worden: Gij adderengebroedsels, wie heeft u aangewezen te vlieden van den toekomenden toorn?

∑         Joh.8:44 Gij zijt uit den vader den duivel, en wilt de begeerten uws vaders doen; die was een mensenmoorder van den beginne, en is in de waarheid niet staande gebleven; want geen waarheid is in hem. Wanneer hij de leugen spreekt, zo spreekt hij uit zijn eigen; want hij is een leugenaar, en de vader derzelve leugen.

∑         Hand.13:10 O gij kind des duivels, vol van alle bedrog, en van alle arglistigheid, vijand van alle gerechtigheid, zult gij niet ophouden te verkeren de rechte wegen des Heeren?

∑         1Joh.3:8 Die de zonde doet, is uit den duivel; want de duivel zondigt van den beginne. Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou.

∑         1Joh.3:10 Hierin zijn de kinderen Gods en de kinderen des duivels openbaar. Een iegelijk, die de rechtvaardigheid niet doet, die is niet uit God, en die zijn broeder niet liefheeft,

 

 FarizeŽrs werden door de Heer bestempeld als de voorafschaduwing van het letterlijke zaad van de slang.

Maar naast Genesis 3 waar het zaad der slang genoemd wordt, is er nog ťťn Schriftplaats dat over dit zaad spreekt. En dat is die connectie tussen Noach en DaniŽl. Want in DaniŽl hoofdstuk 2 wordt gesproken over menselijk zaad. En hier wordt heel vaak een zelfde soort lees- of interpretatiefout gemaakt zoals dat ook gebeurt met Jud.1:7. Daar lezen we dat de inwoners van Sodom en Gomorra ander vlees zijn nagegaan en daarmee hebben gehoereerd. En dan leest of interpreteert men dit als homoseksualiteit. Maar het betreft anders vlees dan de inwoners van Sodom en Gomorra, namelijk geopenbaarde zondige engelen, want daar gaat dat stuk over.

 

Terug naar begin

Vermenging van menselijk zaad.

Nu naar dat stuk in DaniŽl.

Dan.2:43 En dat gij gezien hebt ijzer vermengd met modderig leem, zij zullen zich wel door menselijk zaad vermengen, maar zij zullen de een aan den ander niet hechten, gelijk als zich ijzer met leem niet vermengt.

 

Deze “zij” zal zich vermengen met menselijk zaad. Als die “zij” mensen zijn, dan slaat deze zin helemaal nergens op! Het is ťťn van de belangrijkste profetieŽn in de Bijbel. Ik kan er niet bij dat God volkomen logische zaken, zoals dat mensen zich met andere mensen voortplanten, in deze profetie zou stoppen. Want voor mij persoonlijk zou dat betekenen dat God een prater is, in plaats van een spreker. Hij zou dan overbodige informatie verkopen en zo eentje ken ik wel, maar dat is niet mijn Heer!

2Tim.3:16 Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is;

 

Wie of wat zijn dan de die “zij” dat zich met menselijk zaad vermengd?

Antwoord: Niet-menselijk zaad. Bestaat dat? Ja! Daar sprak de Bijbel immers al over in Genesis 3! Het zaad van de slang. Wat gebeurde er in de dagen van Noach? Engelen van satan vermengden zich met het menselijke zaad. Die engelen konden doordat ze een van vlees werden met de mensen (1Kor.6:16), niet meer terug naar de hemel en gingen door met zich vermenigvuldigen, totdat in de dagen van Noach nog maar weinigen waren die niet in hun DNA iets van deze engelen had. Ja, zo erg was het!

 

Gen.6:11 Maar de aarde was verdorven voor Gods aangezicht; en de aarde was vervuld met wrevel.

Gen.6:12 Toen zag God de aarde, en ziet, zij was verdorven; want al het vlees had zijn weg verdorven op de aarde.

 

 

Valt het u op dat hier bewust gebruik wordt gemaakt van het woord “vlees”. Want tussen het menselijk vlees, zit ook dat “ander vlees” waarmee gehoereerd is. Er staat in elke vers van Gen.6 wel “mens” of “mensen”. Vanaf vers 8 staat er “Noach”, maar dat was ook een mens. En hier mis je dat! Waarom? Een hele goede reden, want van “al het vlees”, is maar een deel mens! Het andere deel zijn geen mensen maar goden of halfgoden.

Dat verzin ik niet. Want in vers drie hadden we dit kunnen lezen.

 

Gen.6:3 Toen zeide de HEERE: Mijn Geest zal niet in eeuwigheid twisten met den mens, dewijl hij ook vlees is; doch zijn dagen zullen zijn honderd en twintig jaren.

 

Hoezo ůůk vlees? De meest gegeven betekenis is denk ik, dat de mens zondig is in het vlees. Maar je kunt het ook gewoon lezen als: “de mens ik ook vlees” net als het “andere vlees” dat ook op de aarde is en de aarde en al het vlees verdorven heeft.

 

Verder lezen? -> God der goden. (engelen) Deel 2.

Terug naar begin


Copyright © 2014  Melle Velema  -  Eindtijd in Beeld [Eindtijdinbeeld.nl]. Alle rechten voorbehouden.
Laatst bijgewerkt: 16 juni 2015
.