Na de Opname: de rechterstoel van Christus.

  1. Ter inleiding.
  2. Het verlangen naar de Hemel.
  3. Voor de rechterstoel.
  4. Het goede en het kwade worden geopenbaard.
  5. Ons bouwwerk moet vuurbestendig zijn.
  6. De Here Jezus legt uit.
  7. Wat moeten we doen?

../EiB-ISvG/Internet Samenkomst van Gelovigen/20130428-ISvG - Loon naar werken.mp3


Ter inleiding.

Elke kerk, gemeente, samenkomst heeft haar eigen visie. Tenminste, daarin probeert zij zich te onderscheiden van de andere gemeenten. En een van deze visies is gelegen in de strijd tegen de zonde. Het leven onder de wet. Van de Bijbel wordt dan een wetboek gemaakt waarin duidelijk staat wat wel en niet mag. En als we ons daar aan houden, houdt de Heer van ons en zijn wij gered.

Tja… wat ik schrijf is kort door de bocht. Dus hebben we de Bijbel als toetsinstrument.

Het Woord.

 
Terug naar begin

Het verlangen naar de Hemel.

Onze eindbestemming is de Hemel. Het is dan ook niet meer dan normaal dat wij uitzien naar het moment dat wij door de Here Jezus worden geroepen, bijvoorbeeld met de woorden: “Kom hier op!” (Opb. 4:1). Want bij die unieke, specifieke gebeurtenis worden wij verlost van ons aardse lichaam. Het lichaam is zondig. Het lichaam is van stof en zal volgens de Bijbel tot stof wederkeren en dus niet naar de Hemel gaan. In datzelfde lichaam zit onze geest, dat één is geworden met de Here Jezus Christus (Rom. 6:5) en niet kan zondigen. Dit is als water en vuur. Altijd met elkaar in conflict.

2 Kor. 5 spreekt over dit verlangen. Namelijk het verlangen om het oude deel van ons, dat dus niet van dag tot dag toe wordt vernieuwd, maar verdorven wordt (2 Kor. 4:16) te verlaten, dan wel achter te laten of verlost ervan te worden. 

1 Want wij weten, dat, zo ons aardse huis van deze tabernakel gebroken wordt, wij een gebouw van God hebben, een huis niet met handen gemaakt, maar eeuwig in de hemelen.

2 Want ook in dezen zuchten wij, verlangende met onze woonstede, die uit de hemel is, overkleed te worden.

3 Zo wij ook bekleed en niet naakt zullen gevonden worden.

4 Want ook wij, die in deze tabernakel zijn, zuchten, bezwaard zijnde; aangezien wij niet ontkleed, maar overkleed willen worden, opdat het sterfelijke door het leven verslonden worde. 

Bij de bazuin van de aartsengel.

Het laatste vers legt precies uit op welke manier ons aardse lichaam zal vervangen worden door het hemelse lichaam. Het hemelse lichaam, dat in dit vers wordt genoemd wordt “het leven” verslind, of “opeten”, het sterfelijke. En in dit geval komt het Nederlandse gezegde mooi tot z’n recht; namelijk “met huid en haar”! Dan gaat het stuk verder. 

5 Die ons nu hiertoe bereid heeft, is God, Die ons ook het onderpand des Geestes gegeven heeft.

Dit vers legt uit dat de Here Jezus dit gebeuren klaar heeft gelegd, namelijk aan allen die deel hebben aan Zijn Geest. Want Zijn Geest is de garantie, het onderpand, dat deze verandering van het lichaam, je zal overkomen.

6 Wij hebben dan altijd goede moed, en weten, dat wij, inwonende in het lichaam, uitwonen van de Heere;

7 (Want wij wandelen door geloof en niet door aanschouwen.)

8 Maar wij hebben goede moed, en hebben meer behagen om uit het lichaam uit te wonen, en bij de Heere in te wonen.

9 Daarom zijn wij ook zeer begerig, hetzij inwonende, hetzij uitwonende, om Hem welbehagelijk te zijn.

10 Want wij allen moeten geopenbaard worden voor de rechterstoel van Christus,

opdat een ieder wegdrage, hetgeen door het lichaam geschiedt, naardat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad.

 

Ik eindig bij vers 10. Want hier staat beschreven het oordeel dat over iedere Wedergeboren Christen zal komen. Want het komen voor de rechterstoel van Christus, is, denk ik, ons einddoel. En ga nu even niet verder op het doel dat wij daarna, met Christus, hebben, tot in alle eeuwigheden.

 

Terug naar begin

Voor de rechterstoel.

Waslijst met verkeerde dingen.

De Opname van de Gemeente is geschied. Het aardse lichaam bestaat niet meer. En met ons prachtige hemelse lichaam staan wij allemaal voor de Here Jezus Christus. Hij zit op Zijn rechterstoel en wij weten, als Bijbelkenners onder elkaar, dat de Here Jezus nu met een waslijst komt, met zaken die wij, toen we nog in het lichaam waren, hebben gedaan. Over de goede dingen zijn wij niet zo bezorgd, maar die kwade dingen… tja. Geen weg meer terug! Na een Hemels kwartiertje vraagt de Here Jezus nu jou om voor Hem te komen staan. O, oh! Hartkloppingen.

Als je in Zijn ogen kijkt zakken de hartkloppingen weg. Het voelt goed. In Zijn handen zie je geen waslijst met foute dingen. En dan begint de Here je allemaal positieve dingen op te noemen. Een aantal wist je nog wel, maar ook veel dingen waarvan je helemaal niet wist dat je ze gedaan had. Als de Here Jezus is uitgesproken ziet Hij dat je een brandende vraag op je lippen hebt. “Ja, vraagt het Me maar.” “Heer, U heeft alleen maar positieve dingen opgenoemd. Maar ik heb ook heel veel foute dingen gedaan. En de Bijbel zegt toch dat we hier ook oordeel krijgen over de kwade zaken”. Je begint allemaal ruzies te noemen, maar de Here onderbreekt je. “Ik heb dat oordeel, waar jij het over hebt, voor jou al weggedragen. Al jou fouten staan niet op een lijstje, zoals je dacht. Want Ik heb je voor de Vader vrijgesproken en die vrijspraak heb je aangenomen. Dat is je redding en daarom sta je volkomen schoon en zondevrij voor Mij”.

 

Terug naar begin

Het goede en het kwade worden geopenbaard.

Dit bovenstaande stukje is natuurlijk fictief, maar geheel gegrond op de Bijbel. Het kwaad dat wij gedaan hebben is iets anders dan de zonde. Dat kan niet anders, omdat de Here Jezus juist daarvoor aan het kruis is gestorven. Hij heeft onze schuld afbetaald. Welke betekenis heeft het goede en het kwade dan? Want het wordt voor de rechterstoel geopenbaard.

Het gaat om ons leven. En om dat, wat we in ons leven hebben gedaan. Want van Wie hebben we aards leven ontvangen? Van de Here God. Van Wie hebben we eeuwig leven ontvangen? Van de Here Jezus Christus. In ons leven zet de Heer ons aan het werk. Want waar wij toe zijn geschapen is de dienst aan de Here God. Priesterschap noemt de Bijbel dat. Alles wat wij doen, zouden we voor de Heer doen.

Daar gij openbaar zijt geworden, dat gij een brief van Christus zijt, en door onze dienst bereid, die geschreven is niet met inkt, maar door de Geest van de levende God, niet in stenen tafelen, maar in vlesen tafelen des harten. (2 Kor. 3:3) 

Wij leven immers uit genade, tenminste dat is Zijn bedoeling met ons. Dan leven we dus niet meer in zonde. Want waarom zouden we tegen de zonde strijden, als de Here Zelf deze al heeft overwonnen? Dus genade. En elke dag dat we leven, is een dag om voor Hem te leven. Er is geen enkele dag in ons leven op aarde dat wij opnieuw kunnen doen. Dus leef elke dag. In Openbaring wordt nog meer uit de doeken gedaan wat voor de rechterstoel van Christus geopenbaard wordt.

De werken worden geopenbaard voor de rechterstoel van Christus. 

Opb. 2:23 En haar kinderen zal Ik door de dood ombrengen; en al de gemeenten zullen weten, dat Ik het ben, Die nieren en harten onderzoek. En Ik zal u geven een ieder naar uw werken. 

Opb. 22:12 En zie, Ik kom haastig; en Mijn loon is met Mij, om een ieder te vergelden, gelijk zijn werk zal zijn. 

In beide verzen gaat het om het werk. Loon naar werk om het zomaar te noemen. Het werk dat wij volgens de Bijbel doen en waarvoor wij dus loon ontvangen staat in 1 Kor. 3:9 Want wij zijn Gods medearbeiders; Gods akkerwerk, Gods gebouw zijt gij. Wat zijn bouwers van Zijn gebouw, Zijn Lichaam. En wij bouwen op het fundament dat er al is, namelijk de Here Jezus Christus (1 kor. 3:11). En wat wij bouwen is hetgeen dat voor de rechterstoel van Christus geopenbaard wordt (vers 13).

 

Terug naar begin

Ons bouwwerk moet vuurbestendig zijn.

Wat voor de rechterstoel van Christus geopenbaard wordt is dus het werk dat wij dagelijks voor Hem mogen doen. Het werken aan Zijn gebouw. Maar als dat te abstract is, mag je ook gewoon zeggen het werk dat je niet voor jezelf doet, maar voor Hem. De Bijbel legt in 1 kor. 3 uit welke verschillende bouwwerken er in onze levens gebouwd worden:

vers 12, En indien iemand op dit fundament bouwt:

  • goud,
  • zilver,
  • kostbare stenen,
  • hout,
  • hooi,
  • stoppels;

 

En met ons bouwwerkje komen we voor de Heer te staan. We gaan weer even terug naar het verhaal voor de rechterstoel. De Here Jezus heeft net uitgelegd dat de zondes helemaal niet aan de orde komen. Dan ineens zie je tussen jou en de Here Jezus een klein gebouwtje. Het bestaat uit kostbare stenen en takjes, gouden en zilveren versieringen en hooi en zaagsel. Terwijl je kijkt begint het gebouwtje te branden. Het is kort maar krachtig. Dan pas kijkt de Here Jezus naar je bouwwerkje. “Here Jezus, U zag het misschien zo net niet, maar voordat hij in brand vloog was hij veel groter” zeg je. De Here Jezus kijkt je aan en zegt:”Ik zie alleen dit bouwwerk”. Voor je gevoel is het gebouwtje, door de brand qua omvang en grootte, gehalveerd. Net als je er weer over wil beginnen zegt de Here Jezus:”Mooi, heel mooi. Ik zie dat je allemaal goud en zilver en kostbare stenen hebt gebruikt. Zo hoor je te bouwen! En voor wat je gebouwd hebt zal ik je belonen”.

De kroon op je werk.

De Here Jezus zet je een kroon op je hoofd en vervolgens komt een zeer bekende predikant naar voren. Ook tussen de predikant en de Here Jezus komt een gebouw te voorschijn. Het lijkt wel een kasteel. Door het grote bouwwerk ben je helemaal onder de indruk. Maar je ziet nog net dat de Here Jezus helemaal niet kijkt. Zou Hij het echt niet zien? En dan vliegt het kasteel in de brand. Het brand tot de grond toe af. Het enige wat overblijft zijn wat kleine kostbare steentjes die in de kasteelmuren verwerkt waren. De predikant is behoorlijk ontdaan. Dan kijkt de Here Jezus naar het bouwwerk van de predikant. De Here Jezus vraagt de predikant of dit alles is wat hij heeft gebouwd. De predikant ontvangt voor zijn kostbare steentjes ook een kroon. Het is niet zo’n mooie als jij hebt. Zijn kroon is kleiner, met minder steentjes en minder stralend. De Here Jezus legt de predikant uit dat dit loon naar werk is. De predikant begrijpt dat heel veel zaken die hij voor de plaatselijke kerk had gedaan, niet voor de Here Jezus had gedaan, maar voor zichzelf.

Dan komt er een jongetje van een jaar of vier naar voren. De Here Jezus staat op en gaat naast het jongetje staan. Voor de Here Jezus en het jongetje verschijnt een piepklein gouden hutje. Het hutje vliegt niet in brand en de Here Jezus geeft het jongetje een werkelijk prachtige kroon. De predikant van zojuist ziet wat er gebeurt en komt naar voren. Hij vraagt aan de Heer waar dit grote verschil in zit.

 

Terug naar begin

De Here Jezus legt uit.

En zoals wij allen de Here Jezus kennen, begon Hij ons een uitleg te geven.

1 Want het Koninkrijk der hemelen is gelijk een heer des huizes, die met de morgenstond uitging, om arbeiders te huren in zijn wijngaard. 2 En toen hij het met de arbeiders eens geworden was, voor een penning des daags, zond hij hen heen in zijn wijngaard. 3 En uitgegaan zijnde omtrent de derde ure, zag hij anderen, ledig staande op de markt. 4 En hij zeide tot hen: Gaat ook gij heen in de wijngaard, en zo wat recht is, zal ik u geven. En zij gingen. 5 Weer uitgegaan zijnde omtrent de zesde en negende ure, deed hij evenzo. 6 En uitgegaan zijnde omtrent de elfde ure, vond hij anderen ledig staande, en zeide tot hen: Wat staat gij hier de gehele dag ledig? 7 Zij zeiden tot hem: Omdat ons niemand gehuurd heeft. Hij zeide tot hen: Gaat ook gij heen in de wijngaard, en zo wat recht is, zult gij ontvangen. 8 Toen het nu avond geworden was, zeide de heer van de wijngaard, tot zijn rentmeester: Roep de arbeiders, en geef hun het loon, beginnende van de laatsten tot de eersten. 9 En toen zij kwamen, die ter elfder ure gehuurd waren, ontvingen zij ieder een penning. 10 En de eersten komende, meenden, dat zij meer ontvangen zouden; en zij zelf ontvingen ook elk een penning. 11 En die ontvangen hebbende, murmureerden zij tegen de heer des huizes. 12 Zeggende: Deze laatsten hebben maar één uur gearbeid, en gij hebt ze gelijk gemaakt aan ons, die de last van de dag en de hitte gedragen hebben. 13 Doch hij, antwoordende, zeide tot een van hen: Vriend! ik doe u geen onrecht; zijt gij het niet met mij eens geworden voor een penning? 14 Neem het uwe en ga heen. Ik wil deze laatsten ook geven, zoals u.

 

Toen zei de Here Jezus dat het kleine jongetje op vier jarige leeftijd stierf. In die vier jaar is hij met z’n oma een paar keer naar de zondagsschool geweest. In die korte momenten en met zijn korte leven heeft hij iets gebouwd dat voor Mij meer van waarde heeft dan alles wat u voor Mij hebt gedaan in uw leven van 67 jaren. Maar voor alles wat u voor Mij hebt gedaan heb Ik u beloond.

 

Terug naar begin

Wat moeten we doen?

Al onze fouten...

Wat moeten we doen? Ik heb geprobeerd uiteen te zetten wat de Here belangrijk vindt.

  1. We leven uit genade. Elke zonde die wij doen of zullen doen heeft de Here Jezus ons al vergeven. Probeer te leven zonder de zonde, zodat de boze geen vat op je krijgt.
  2. Als wij voor de rechterstoel van Christus staan is er dus geen waslijst met verwijten van de Heer. De Heer ziet onze mooie kant, namelijk Christus in ons.
  3. Wat voor de rechterstoel geopenbaard wordt is alles wat wij in ons leven, hoe lang dat ook moge zijn of was, voor Hem hebben gedaan. De dingen die wij in de gemeente voor onszelf doen zijn zaken die door het vuur verteerd zullen worden. De Bijbel noemt dat de kwade zaken. De Here Jezus straft ons daar niet voor. Hij rekent ze simpelweg niet.
  4. Wat de Here ons aanrekent is dat wat vuurbestendig is. Dat is wat voor de Here waarde heeft en voor al die dingen komt er een oordeel. Oordeel hoeft niet altijd negatief te zijn. Want hier in de Bijbel lezen we juist dat oordeel gelijk staat aan het ontvangen van loon.
  5. Nu je dit hebt gelezen is het zaak om daar wat mee te gaan doen. Wees je bewust dat een ziekenbezoekje door de Heer gerekend wordt, behalve als je het doet om bij anderen in het aanzien te komen. Doe wat je doet voor Hem. En toets het aan de Bijbel!

 

 

Gods zegen toegewenst,

 

Melle.

 

Terug naar begin