Onze oorlog in de hemelse gewesten en op aarde.

  1. Ter inleiding
  2. Ons hemels lichaam
  3. Een Bijbelse beeld van de hemel
  4. Hemelse strijd in Opb.12
  5. Wie woont er in de hemel?
  6. Chronologie van onze strijd

EiB IA's\Internet Samenkomst van Gelovigen\20121125-ISvG - Onze oorlog in de hemelse gewesten en op aarde.mp3


Ter inleiding

Goedemorgen broeders en zusters. Ik heet u van harte welkom bij de ISvG. Een samenkomst waarin wij als individuen via internet bij elkaar komen en Christus Jezus centraal stellen, omdat Hij het Woord is. En het Woord staat bij ons centraal!

 

Want Die Schriften Zijn het die van Hem getuigen, zegt de Here Jezus Zelf in Joh.5:39. Want daar staat:

John 5:39 Onderzoekt de Schriften; want gij meent in dezelve het eeuwige leven te hebben; en die zijn het, die van Mij getuigen.

 

Zullen we beginnen met gebed.

 

Terug naar begin

Ons hemels lichaam

Voor vanochtend heb ik als onderwerp “oorlog”. Dat is niet zo’n fraai onderwerp. Maar het is iets uitgebreider dan alleen oorlog. Het is: “Onze oorlog in de hemelse gewesten en op aarde.”

 

Ef.6:12 Want wij hebben den strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers der wereld, der duisternis dezer eeuw, tegen de geestelijke boosheden in de lucht.

 

Wanneer wij goed dit vers lezen, moeten we vaststellen dat dit vers wordt geplaatst in het “hier en nu”. Want nu zijn wij nog in het vlees, en zijn wij nog vlees en bloed.

Maar die strijd die wij hebben is niet gericht tegen gelijkgestemde, die ook bestaan uit vlees en bloed, maar tegen, kort samengevat: satan en zijn engelen. Want dat zijn de werkelijke geweldhebbers der wereld.

 

Dan mag u 1Kor.15 er even bij pakken.

Maar hoewel wij weten dat wij nu nog vlees en bloed zijn, weten wij, door de Bijbel te bestuderen, dat “wij verandert zullen worden”. Dat zei Paulus in 1Kor.15:51. En dat zegt Paulus nadat hij zei dat, wederom “vlees en bloed”, de hemel niet kunnen beŽrven.

 

Door die verandering waardoor wij wel de hemel kunnen beŽrven, zegt Paulus “zullen wij ook het beeld des Hemelsen dragen.” (1Kor.15:49)

 

Het aardse lichaam wordt een hemels lichaam en hoe dat er uit zal zien lezen we in hetzelfde hoofdstuk van 1Kor. 15.

Ons veranderd lichaam is:

∑         een geestelijk lichaam (vers 44),

∑         onverderfelijk (vers 50),

∑         niet van vlees en bloed (vers 50),

∑         onsterfelijk (vers 54),

∑         verschillend in heerlijkheid (vers 41).

 

Maar ook de Here Jezus Zelf sprak in de EvangeliŽn dat wij het lichaam van de Hemelsen zouden dragen.

∑         Matth. 22:30 Want in de opstanding nemen zij niet ten huwelijk, noch worden ten huwelijk uitgegeven; maar zij zijn als engelen Gods in den hemel.

∑         Mark 12:25 Want als zij uit de doden zullen opgestaan zijn, zo trouwen zij niet, noch worden ten huwelijk gegeven; maar zij zijn gelijk engelen, die in de hemelen zijn.

 

Even een kanttekening van mij. Voor hen die zelf verder onderzoek willen doen: Deze twee verzen over trouwende en ten huwelijk uitgevende, zou u kunnen leggen naast Matt.24:38 over de dagen van Noach. En als u er dan niet zelf uitkomt, bekijkt u dan mijn video “On stage / Backstage”. Tot zover.

 

Terug naar begin

Een Bijbelse beeld van de hemel

Naast Matt.22:30 en Mark.12:25, vinden we het “gelijk de engelen zijn” ook in:

∑         Luk. 20:36 Want zij kunnen niet meer sterven, want zij zijn den engelen gelijk; en zij zijn kinderen zonen Gods, dewijl zij kinderen zonen der opstanding zijn.

 

En als wij weten dat wij “den engelen gelijk” zullen zijn, wanneer Hij ons vlees en bloed veranderd heeft, stellen we ons de vraag: “maar wat gaan we dan doen, als engel?”

 

Engelen zijn in de scheppingsrang gesteld boven de mensheid. Daarom staat er over de Here Jezus, in Zijn omwandeling als mens:

Heb 2:7 Gij hebt hem een weinig (voor een korte tijd) minder gemaakt dan de engelen; … Dat betekent lager in rang.

2Pet 2:11 Daar de engelen in sterkte en kracht meerder zijnde (en in de scheppingsrang dus gesteld zijn boven de mensheid), geen lasterlijk oordeel tegen hen voor den Heere voortbrengen.

 

Dit zeg ik bewust om uw beeld bij te stellen, indien dat nodig was. Want als mens van vlees en bloed moet u waarschijnlijk niet denken aan een fysieke krachtsmeting met wie dan ook. Ik beken u direct dat ik daartoe ook geen enkele behoefte heb.

Maar… Straks zijn wij geen vlees en bloed meer, kunnen wij niet meer sterven of zondigen en hebben wij een lichaam dat past bij onze wedergeboren geest.

En dan zullen wij toch wel aan iets meer moeten denken dan alleen maar in den eeuwigheid halleluja zingen.

Uiteraard is dat iets dat wij zullen doen, omdat de Bijbel dat simpelweg leert. Maar ik wijs graag op de beeldvorming. Bijvoorbeeld dit stuk uit Opb.4

Opb. 4:8 En de vier dieren hadden elkeen voor zichzelven zes vleugelen rondom, en waren van binnen vol ogen; en hebben geen rust dag en nacht, zeggende: Heilig, heilig, heilig is de Heere God, de Almachtige, Die was, en Die is, en Die komen zal.

Opb. 4:9 En wanneer de dieren heerlijkheid, en eer, en dankzegging gaven Hem, Die op den troon zat, Die in alle eeuwigheid leeft;

Opb. 4:10 Zo vielen de vier en twintig ouderlingen voor Hem, Die op den troon zat, en aanbaden Hem, Die leeft in alle eeuwigheid, en wierpen hun kronen voor den troon, zeggende:

Opb. 4:11 Gij Heere, zijt waardig te ontvangen de heerlijkheid, en de eer, en de kracht; want Gij hebt alle dingen geschapen, en door Uw wil zijn zij, en zijn zij geschapen.

 

Dit kan het beeld oproepen over een langdradig, gedragen, eeuwigdurend priesterlijk ritueel. U zou zelfs hier een beeld van kunnen krijgen zoals dat gedragen in de RK kerk uitgedragen wordt. Maar het gaat om de uitbeelding ergens van.

Met de ISvG dien ik de Heer ook, zonder dat er allerlei rituelen aan te pas komen. Zo zou u ook zo’n stuk moeten zien.

 

Terug naar begin

Hemelse strijd in Opb.12

Maar goed, nu u toch Opb.4 heeft openliggen, vers ťťn impliceert dat de Gemeente, die in de voorgaande hoofdstukken nog uitvoerig behandeld werden, is Opgenomen. Wij zijn door die geopende deur de hemel ingegaan. Niet bij de Opname, maar al vanaf het moment dat wij zijn Wedergeboren. Dat is de echte Bijbelse idee, zoals is beschreven in Ef.2:6!

 

Maar als wij doorbladeren naar hoofdstuk 12 komen we uit bij dezelfde gebeurtenis, maar dan beschreven vanuit een heel ander uitgangspunt. Dat heb ik u al eens eerder gezegd. De opname van de Gemeente komt veel vaker voor in de Bijbel, dan u denkt, omdat zij op vele verschillende wijzen beschreven wordt.

 

Sterker nog! In Opb.12 komen we de Opname van de Gemeente twee keer tegen.

De eerste keer beschreven vanuit een aards perspectief met een duidelijke symbolische beschrijving. Namelijk het Lichaam van Christus, dat is de mannelijke zoon, wordt weggerukt tot God en Zijn troon. Dat is de eerste.

 

De tweede is contextueel, symbolisch beschreven. En als u het er niet in wilt lezen, dan hoeft het niet, maar dan houdt u een abstract, Bijbels, heraldiek verhaal over, dat spreekt over een hemelse oorlogsvoering.

 

Opb. 12:7 En er werd krijg in den hemel: MichaŽl en zijn engelen krijgden tegen den draak, en de draak krijgde ook en zijn engelen.

Die oorlog is nu al bezig! Dat is niet straks, want wat hadden we zo juist gelezen?

Ef.6:12 Want wij hebben den strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers der wereld, der duisternis dezer eeuw, tegen de geestelijke boosheden in de lucht.

Dat zijn de draak en zijn engelen! Dus als wij nu al strijden tegen de overheden, machten, et cetera, namelijk de geestelijke boosheden in de lucht en die worden uitgebeeld zijnde de draak en zijn engelen, wie worden ons dan voorgesteld als wij MichaŽl en Zijn engelen lezen? Dan zijn MichaŽl en Zijn engelen op z’n minst de uitbeelding van Christus en de Gemeente!

 

Opb. 12:8 En zij hebben niet vermocht, en hun plaats is niet meer gevonden in den hemel.

Als we 2Thess.2 dan weer even voor de geest halen, dan weten we dat als de ongerechtige geopenbaard wordt, die in het verborgene werkt, dat is de hemelse dimensie, dat dan de wederhouder, en dat is de Gemeente, uit het midden is weggedaan.

 

Opb. 12:8 En zij hebben niet vermocht, en hun plaats is niet meer gevonden in den hemel.

Dan moeten we contextueel de conclusie trekken, doordat wij Schrift met Schrift hebben vergeleken, dat als zij uit de hemel zijn geworpen, dat wij in de hemel zijn opgenomen! En houdt dat soort dingen goed vast hŤ!

 

Terug naar begin

Wie woont er in de hemel?

Opb. 12:9 En de grote draak is geworpen, namelijk de oude slang, welke genaamd wordt duivel en satanas, die de gehele wereld verleidt, hij is, zeg ik, geworpen op de aarde; en zijn engelen zijn met hem geworpen.

Opb. 12:10 En ik hoorde een grote stem, zeggende in den hemel: Nu is de zaligheid, en de kracht, en het koninkrijk geworden onzes Gods; en de macht van Zijn Christus; want de verklager onzer broederen, die hen verklaagde voor onzen God dag en nacht is nedergeworpen.

Opb. 12:11 En zij hebben hem overwonnen door het bloed des Lams, en door het woord hunner getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad tot den dood toe.

 

Opb. 12:12 Hierom bedrijft vreugde, gij hemelen, en gij, die daarin woont!

Ja, wie woont er in de hemel? Alleen God?

 

John 14:2 In het huis Mijns Vaders zijn vele woningen; anderszins zo zou Ik het u gezegd hebben; Ik ga heen om u plaats te bereiden.

John 14:3 En zo wanneer Ik heen zal gegaan zijn, en u plaats zal bereid hebben, zo kome Ik weder en zal u tot Mij nemen, opdat gij ook zijn moogt, waar Ik ben.

Wie woont er in de hemel? Het antwoord is heel duidelijk!

 

Wee dengenen, die de aarde en de zee bewonen, want de duivel is tot u afgekomen, en heeft groten toorn, wetende, dat hij een kleinen tijd heeft.

 

Dan is de hemel schoongeveegd, door hen die hun leven niet liefgehad hebben en het hebben begraven en met Christus zijn Opgestaan. En wij zijn zoals de engelen, maar uiteraard hoger in rang dan de engelen die nu in de hemel zijn, want wij zijn in Christus en daarmee gezet boven de engelen.

 

1Cor 6:3 Weet gij niet, dat wij de engelen oordelen zullen? Hoeveel te meer de zaken, die dit leven aangaan?

 

 

Ik heb al eerder gezegd dat de Bijbel leert: “wij erin, zij eruit!” En dan zullen wij wel degelijk actief een rol spelen in het dienen van onze Heer.

Zelfs de dingen die wij nu, nu wij nog in het vlees zijn, verschrikkelijk zouden vinden om te doen.

Want als wij al zelfs de engelen zullen oordelen, als wij een hemels lichaam hebben, hoeveel te meer zullen wij dan delen in Zijn oordeel over het vlees en bloed dat op de aarde is en zelfs in sterkte en kracht minder is dan de engelen die wij zullen oordelen?

 

Dan wil ik u nu uw perceptie bijstellen, door razendsnel door Openbaring heen te gaan en u te laten zien dat wij actief betrokken zullen zijn in het oordeel van ons Hoofd, waaraan het Lichaam van Christus verbonden is.

 

Terug naar begin

Chronologie van onze strijd

Als u nog eens helder wilt hebben hoe die chronologie in Openbaring in elkaar steekt, of beter gezegd, van de hele eindtijd, dan verwijs ik u met broederlijke liefde naar de uitvoerige seminar “Chronologie der profetieŽn” op mijn site. Beginpagina, Linker kolom, vierde blokje van boven.

 

∑         2520 dagen na het akkoord dat het Joodse volk met de vorst van een volk dat komen zou, heeft getekend (Da.9:26-27), vangt de gruwelijke Dag des Heeren aan (Jes.13:9). En komen wij, als de engelen gelijk, met Christus terug. Of zoals Matt.16:27 dat prachtig beeldend beschrijft:

∑         Matth. 16:27 Want de Zoon des mensen zal komen in de heerlijkheid Zijns Vaders, met Zijn engelen, en alsdan zal Hij een iegelijk vergelden naar zijn doen.

 

Dan verzegelen wij de 144.000 mensen, van vlees en bloed, zodat zij niet kunnen sterven tijdens hun bediening en tot het einde van hun bediening, net als dat wij ook niet kunnen sterven. Dat staat in Opb.7:3

 

Dan zullen wij een oordeel brengen over:

1.    De aarde (de 1e bazuin; Opb.8:7 en de 1e fiool; Opb.16:1 en 2).

2.    De zee (de 2e bazuin; Opb.8:8 en 9 en de 2e fiool; Opb.16:3  )

3.    De wateren (de 3e bazuin; Opb.8:10 en 11 en de 3e fiool; Opb.16:4-7)

4.    De zon (de 4e bazuin; Opb.8:12 en 13 en de 4e fiool; Opb.16:8 en 9)

 

Daarna zullen wij betrokken zijn in het oordeel van Gods wege over het rijk van satan en zijn personeel en haar residentie te Babylon in het bijzonder.

Namelijk door, grofweg:

5.    Verduisteringsoordeel (de 1e wee, namelijk de 5e bazuin; Opb.9:1-11 En de 5e fiool; Opb.16:10 en 11)

6.    Oordeel m.b.t. de Eufraat (de 2e wee, namelijk de 6e bazuin; Opb.9:12-21 En de 6e fiool; Opb.16:12-16)

7.    Oordeel met als gevolg de val van Babylon en het hele antichristelijke wereldrijk als zodanig (de 3e wee, namelijk de 7e bazuin; Opb.11:14-19 En de 7e fiool; Opb.16:17-21)

 

 

Daarna vangen de duizend jaren aan, waarin wij vanuit de hemel, met Christus zullen heersen over de hemel en aarde. En in Zijn hoedanigheid zijn wij “hemelsen” gesteld boven de zaligen en heiligen, van vlees en bloed, die door Christus op de oude aarde zullen aangesteld worden als koningen en priesters in Zijn Koninkrijk, gedurende de 1000 jaren, op de oude aarde. (zie Opb.20:4 en verder.)

 

En daarna zullen wij nog steeds met Christus heersen als koningen en priesters, vanuit de hemel, over de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.

 

Maar dat is nog ver weg. Wat veel dichterbij staat is onze aanstelling tot zonen (Rom.8), namelijk de verlossing van ons lichaam, waardoor wij een hemels lichaam zullen dragen (1Kor.15). En zullen in dat opzicht gelijk zijn aan de engelen, die ook een hemels lichaam dragen.

Dat houdt wel in dat een derde deel der hemel-lichamen, dan wel sterren, dat is toch hetzelfde, hun hemelse lichamen zullen verliezen en daarmee van de hemel vallen, dan wel uit de hemel vallen en daardoor niet langer onzienlijk zijn, maar zienlijk.

En daar ga ik de volgende keer mee verder. Want de Opname staat voor de deur en wat de wereld te wachten staat na de Opname is vreselijk.

Opb.12:12 …Wee dengenen, die (dan, na de Opname,) de aarde en de zee bewonen, want de duivel is tot u afgekomen, en heeft groten toorn, wetende, dat hij een kleinen tijd heeft.

 

Daarom is onderricht op dit, voor velen zeer onbekend terrein, waarschijnlijk meer dan zinvol.

 

Terug naar begin