Bedelingen Gods  


De bedeling van het menselijk bestuur (nr. 2)

  1. Volksverhuizing.
  2. Babel.
  3. Het verbond met Noach.
  4. Overheden en machten.
  5. Het getal twee.
  6. De tweede dag.
  7. De tweede stamvader.
  8. De tweede vrucht.

Volksverhuizing.

De tweede bedeling kwam na de zondvloed tot stand. De zondvloed vond 1656 jaar na Adam (na de zondeval) plaats. "Zondvloed" is geen eigennaam. Het is een zelfstandig naamwoord en het betekent "grote vloed". De zondvloed maakte in de dagen van Noach een eind aan het leven van iedereen die op de aarde leefde. Verder maakte de zondvloed nergens een eind aan; ook niet aan de eerste bedeling. We zullen zien, welke rol de zondvloed in de geschiedenis gespeeld heeft en waarom die noodzakelijk was.

De tweede bedeling wordt gekenmerkt door volkeren. De tweede bedeling begint bij Noach en duurt tot de tijd dat de volkeren geoordeeld worden. Als er een huishouding is met huisregels, dan moet het uitlopen op een verantwoording aan het eind van de geschiedenis waarbij bekeken wordt in hoeverre men zich aan die regels heeft onderworpen. Die "men" slaat in dit geval op de volkeren. De verdeling houdt nauw verband met de heerschappij over die volkeren. Deze bedeling houdt verband met de instelling van de menselijke overheid. Daarom noemde Dr. Scofield deze bedeling "de bedeling van het menselijk bestuur".

De verdeling in volkeren was noodzakelijk. Vůůr de zondvloed wordt nergens over volkeren gesproken. De mensheid bestond gewoon uit een verzameling mensen. De mensheid was wel onderverdeeld in twee lijnen, namelijk diegenen die van Seth afstammen en diegenen die van KaÔn afstammen. De mensheid werd in volkeren verdeeld nadat er eerst een nieuw begin met die mensheid gemaakt was; via Noach. Slechts Noach en zijn drie zonen bleven van de gehele mensheid in leven, zodat alle tegenwoordige mensen van Noach afstammen.

De verdeling in volkeren is geen willekeurige indeling. Het is een natuurkundige verdeling, door de afstamming bepaald. De volkeren worden in de Bijbel bij de naam van de stamvader genoemd. Een volk is een uitgegroeide familie, omdat ze ťťn gemeenschappelijke voorouder hebben. Zo’n indeling werd alleen mogelijk doordat de mensheid weer teruggevoerd werd tot die ene man, Noach, uit wie vervolgens de volkeren tot stand kwamen.

Bij het in werking treden van deze bedeling wordt een tafel (tabel) van alle zeventig volkeren genoemd (Genesis 10). Het is een lijst van afstammelingen van Noach, maar tegelijkertijd ook een lijst van stamvaders van de verschillende volkeren der aarde. God deelde de mensheid in zeventig volkeren in. Die volkeren worden in drie groepen ingedeeld, naar de drie zonen van Noach: Sem, Cham en Jafeth. We hebben Chamietische volkeren, Semietische volkeren en Jafethietische volkeren. Tegenwoordig is heel slecht na te gaan wie van welk volk afstamt en in hoeverre de volkeren die wij nu kennen overeenkomen met de volkeren die in Genesis 10 genoemd worden. In Genesis 10 : 6 wordt bijvoorbeeld "MitsraÔm" genoemd. Dat is de Hebreeuwse naam voor Egypte. De Egyptenaren zijn dus afstammelingen van MitsraÔm. Of de tegenwoordige Egyptenaren van MitsraÔm afstammen is nog maar de vraag.

 volksverhuizingen.

Genesis 10 : 5

5 Van dezen zijn verdeeld de eilanden der volken in hun landschappen, elk naar zijn spraak, naar hun huisgezinnen, onder hun volken.

Dit wordt gezegd van de zonen van Jafeth, de oudste zoon van Noach. Dit betekent dat een deel van de aarde onder de hier genoemde afstammelingen van Jafeth verdeeld werd. Genesis 10 : 20 spreekt over de zonen van Cham.

 

Genesis 10 : 20

20 Deze zijn zonen van Cham, naar hun huisgezinnen, naar hun spraken, in hun landschappen, in hun volken. 

Hier worden de afstammelingen van Cham genoemd, voor zover zij stamvaders van volkeren geworden zijn. Dat zij hier genoemd worden, betekent dat God die volkeren erkent.

 

Genesis 10 : 31

31 Deze zijn zonen van Sem, naar hun huisgezinnen, naar hun spraken, in hun landschappen, naar hun volken. 

Van de drie zonen van Noach wordt hetzelfde gezegd. Het hoofdstuk besluit met alle drie samen te vatten:

 

Genesis 10 : 32

32 Deze zijn de huisgezinnen der zonen van Noach, naar hun geboorten, in hun volken; en van dezen zijn de volken op de aarde verdeeld na den vloed.

 

De volkeren werden over de aarde verdeeld of anders gezegd: de aarde werd onder de volkeren verdeeld. De zeventig hier genoemde personen zijn niet alleen de stamvaders/verwekkers van die volkeren, maar waren ook de eerste koningen van die volkeren. De tabel van Genesis 10 is nog niet volledig, want later worden er nog andere volkeren in de Bijbel genoemd. Bijvoorbeeld de volkeren die van IsmaŽl, Ezau en Lot afstammen. Ook IsraŽl maakt geen deel uit van deze opsomming.

Deze volkeren, die later ontstaan zijn, zijn onderverdelingen van de zeventig volkeren. Ze passen vanwege de natuurlijke afstamming in het schema. De mensheid werd verdeeld om er over te kunnen heersen. Dit brengt ons bij het vaste Bijbelse principe dat een koninkrijk bij een koning begint. Dit principe komt de hele Bijbel door voor, speciaal in verband met de evangeliŽn.

Johannes de Doper predikte dat het koninkrijk der Hemelen nabij was gekomen, omdat de Koning daar rondliep. De volkeren werden in het land geplaatst dat de Heer voor hen bestemd had. Dit betekent niet dat dit in de tegenwoordige tijd nog zo is. IsraŽl werd verstrooid over de aarde, omdat de vestiging van het koninkrijk van Christus op aarde niet doorging. IsraŽl woonde sindsdien overal, behalve op hun eigen stuk grond. In de tijd dat IsraŽl onder de volkeren werd verstrooid, vonden ook de grote volksverhuizingen plaats.

De volkeren werden over de aarde verstrooid. We kennen wel veel volkeren der aarde, maar we weten niet waar ze thuis horen. Geen volk is op de plek waar het thuis hoort. Van IsraŽl weten we nog waar het thuis hoort, maar bij IsraŽl is het probleem dat we niet weten wie IsraŽl is. In de tijd dat de volkeren geoordeeld zullen worden, zal in de eerste plaats IsraŽl naar het land terugkeren (de twee ťn de tien stammen). Het betekent tevens dat ook alle andere volkeren terug verzameld zullen worden naar het land dat hun oorspronkelijk geschonken is. De Koning, de Rechthebber over al die tronen, regelt dat. De troon van de Zoon van Adam, de troon van Christus, is een troon boven die van de zonen van Noach.

Daarom is Christus Degene Die de volkeren terug zal brengen in hun oorspronkelijke bestemming (dit zal ook met de individuen gebeuren, alleen later). In Genesis 10 : 5 staat het woord "eilanden" (Hebreeuws: "ie",la) en in de andere verzen staat "landschappen" (Hebreeuws: "eretz", Ura). "Eiland" betekent "een beperkt gebied". Het geeft aan dat elk volk zijn eigen stukje grond heeft. Als het ťcht over een eiland gaat, spreekt de Schrift over "de eilanden der zee" (o.a. Esther 10 : 1; Jeaja 11 : 11; EzechiŽl 26 : 18). Een eiland, in de absolute betekenis van het woord, is altijd een eiland der zee. Omdat het er bij staat betekent het dat er ook eilanden zijn die niet "der zee" zijn. Het gaat hier om een stuk grond dat beperkt/bepaald is voor een bepaald volk. Dit was een algemeen kenmerk van deze tweede bedeling.

Terug naar begin

Babel.

De spraakverwarring bij Babel is het begin van de bedeling van de volkeren; een bedeling die tot vandaag voortduurt. Genesis 10 spreekt op voorhand over de verdeling van de volkeren en dat niet alleen naar hun landschappen, maar ook naar hun spraak. Dit betekent dat elk volk niet alleen zijn eigen stuk grond heeft, maar ook zijn eigen taal. In Genesis 11 zien we dat de mens de wil van God niet wilde uitvoeren en zich niet wilde onderwerpen aan de huisregels van de huishouding. De mens onderwierp zich nadrukkelijk niet aan deze bedeling, want daartoe werd juist de toren gebouwd.

Genesis 11 : 1

1 En de ganse aarde was van enerlei spraak en enerlei woorden.

Dat was nog zo, dus Genesis 10 grijpt vooruit op de latere geschiedenis. In Genesis 11 : 4 zeggen de mensen:

Genesis 11 : 4

4 En zij zeiden: Kom aan, laat ons voor ons een stad bouwen, en een toren, welks opperste in den hemel zij, en laat ons een naam voor ons maken, opdat wij niet misschien over de ganse aarde verstrooid worden!

Men poogde de verstrooiing te voorkomen. Men wilde geen verdeling in volkeren en streefde een eenheid na, zoals de Verenigde Naties dat behoren te doen. God had echter tegen Noach gezegd:

 

Genesis 9 : 1

1 En God zegende Noach en zijn zonen, en Hij zeide tot hen: Zijt vruchtbaar en vermenigvuldigt, en vervult de aarde!

Toren van Babel 

Nimrod (Genesis 10 : 10) was de oprichter van Babel. Babel werd gebouwd om de volkeren tot eenheid te brengen en de toren was het symbool van die eenheid. Babel blijkt het begin van de koninkrijken der aarde te zijn. De koninkrijken der aarde eindigen bij het oordeel over Babel. Dan zijn alle volken aan Christus onderworpen. De toren van Babel werd gebouwd van tichelstenen. Dť Steen is Christus. Een baksteen, tichelsteen, is een namaaksteen. Baksteen is een type van de mens zelf. Hier in Babel bakten ze hun eigen steen: 

Genesis 11 : 3

3 En zij zeiden een ieder tot zijn naaste: Kom aan, laat ons tichelen strijken, en wel doorbranden! En de tichel was hun voor steen, en het lijm was hun voor leem.

Ze bouwden een stad. Dat was niets nieuws, want KaÔn bouwde ook al een stad. Een toren is een bouwwerk, waarvan het opperste in de hemel (de eerste hemel) is. Een toren wijst naar de hemel en daarom is het een godsdienstig symbool. In de stad en de toren wordt het streven naar politieke en godsdienstige eenheid uitgedrukt. Dat is Babel en dat is nog steeds het streven van de mens. Babel zal daarom ook weer herbouwd worden.

 

Genesis 11 : 6

6 En de HEERE zeide: Ziet, zij zijn enerlei volk, en hebben allen enerlei spraak; en dit is het, dat zij beginnen te maken; maar nu, zoude hun niet afgesneden worden al wat zij bedacht hebben te maken?

Het was niet de bedoeling van de Heer dat zij ťťn volk bleven met ťťn taal en op ťťn plaats wonend. De Heer verstrooide hen door hun taal te verwarren. Het was geen willekeurige verdeling. Genesis 10 vertelt dat de aarde verdeeld werd onder de zeventig afstammelingen van Noach.

 

Genesis 11 : 8

8 Alzo verstrooide hen de HEERE van daar over de ganse aarde; en zij hielden op de stad te bouwen.

In den beginne was het Woord. Het woord was er eerder dan de mens en de taal was er eerder dan een volk. Vůůrdat Adam er was, bestond de taal al. Toen Adam kwam, kon hij meteen spreken. Adam was een volwassen mens en geen baby. Eerst was er de taal en toen werden zij die die taal spraken bij elkaar gebracht. Zo ontstond een volk. Lang voordat IsraŽl verstrooid werd onder alle volkeren werden de volkeren zelf verstrooid. Zo zien we de parallel tussen IsraŽl en de volkeren.

Genesis 11 : 9

9 Daarom noemde men haar naam Babel; want aldaar verwarde de HEERE de spraak der ganse aarde, en van daar verstrooide hen de HEERE over de ganse aarde.

 

De Heer verstrooide hen over de aarde door hun spraak te verwarren. Daarom noemde men haar naam Babel, want Babel betekent in het Hebreeuws "verwarring". Babel is in het Chaldeeuws (de taal van de BabyloniŽrs) echter Bab-el. Dit betekent "poort (van) God". Een poort is het middel tot macht. Bab-el betekent "poort van God", maar daardoor ook "heerschappij van God" en bovendien ook "tempel van God", omdat een poort een bouwwerk is. Zoals een koning vanuit zijn paleis regeert, zo regeert een god vanuit zijn tempel. Een tempel en een poort zijn feitelijk identieke begrippen. Als men naar wereldheerschappij streeft, heet dat streven "Babel". Babel is het streven naar eenheid in politiek, maatschappelijk en godsdienstig opzicht en het is lijnrecht in strijd met Gods plan met de volkeren. Gods wil is: verdeling tot een bepaald tijdstip. Dat tijdstip is nog niet aangebroken. In Genesis 10 staat een soort geslachtsregister van Sem. In vers 21 staat: "Sem gewon Arfachsad". In vers 22: "en Arfachsad gewon Selah". In vers 24: "en Selah gewon Heber".

Genesis 10 : 25

25 En Heber werden twee zonen geboren; des enen naam was Peleg; want in zijn dagen is de aarde verdeeld; en zijns broeders naam was Joktan.

Peleg - de zoon van Heber - werd zo genoemd omdat de aarde in zijn dagen verdeeld werd. "Peleg" is het Hebreeuwse woord voor "verdelen". Vanaf Genesis 11 : 11 wordt hetzelfde geslachtsregister tot Peleg en verder gegeven. Daarbij worden de jaartallen genoemd. Als dit uitgerekend wordt, komen we bij Peleg op 130 jaar na de vloed terecht. In de dagen van Peleg werd de aarde verdeeld. De spraakverwarring vond dus 130 jaar na de zondvloed plaats.

 

Terug naar begin

Het verbond met Noach.

De inhoud van de tweede bedeling wordt bepaald door het verbond met Noach. Dat verbond met Noach lijkt in grote trekken op het verbond met Adam, maar bij Noach werd aan het verbond van Adam iets toegevoegd. In de eerste plaats staat er over het verbond in:

Genesis 9 : 1, 2

1 En God zegende Noach en zijn zonen, en Hij zeide tot hen: Zijt vruchtbaar en vermenigvuldigt, en vervult de aarde! 2 En uw vrees, en uw verschrikking zij over al het gedierte der aarde, en over al het gevogelte des hemels; in al wat zich op den aardbodem roert, en in alle vissen der zee; zij zijn in uw hand overgegeven.

De vijandschap tussen de wereld en de mens wordt duidelijk aangetoond, evenals het onvermogen van de mens om de wereld en de dieren aan zich te onderwerpen.

 Verbond met Noach.

Genesis 9 : 3

3 Al wat zich roert, dat levend is, zij u tot spijze; Ik heb het u al gegeven, gelijk het groene kruid.

Dit is een toevoeging op het verbond met Adam, want aan Adam werd alleen het groene kruid tot spijs gegeven. Aan Adam werd geen vlees tot voedsel gegeven; aan Noach en zijn afstammelingen wťl. Er is een verklaring, waarom de mens na Noach vlees zou mogen eten. Typologisch gezien wordt het ene leven overgedragen aan het andere. Het leven van het dier wordt aan de mens overgedragen. Dat is een soort plaatsvervanging en het is een illustratie van het begrip wedergeboorte.

Johannes 6 : 53-57

53 Jezus dan zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik ulieden: Tenzij dat gij het vlees des Zoons des mensen eet, en Zijn bloed drinkt, zo hebt gij geen leven in uzelven.

54 Die Mijn vlees eet, en Mijn bloed drinkt, die heeft het eeuwige leven; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage.

55 Want Mijn vlees is waarlijk Spijs, en Mijn bloed is waarlijk Drank.

56 Die Mijn vlees eet, en Mijn bloed drinkt, die blijft in Mij, en Ik in hem.

57 Gelijkerwijs Mij de levende Vader gezonden heeft, en Ik leve door den Vader; alzo die Mij eet, dezelve zal leven door Mij.

 

De praktische betekenis is dat het niťt eten van vlees volgens de Schrift een leer van demonen is.

 

1 TimothťŁs 4 : 2, 3

1 Doch de Geest zegt duidelijk, dat in de laatste tijden sommigen zullen afvallen van het geloof, zich begevende tot verleidende geesten, en leringen der duivelen (= demonen),

2 Door geveinsdheid der leugensprekers, hebbende hun eigen geweten als met een brandijzer toegeschroeid;

3 Verbiedende te huwelijken, gebiedende van spijzen te onthouden, die God geschapen heeft, tot nuttiging met dankzegging, voor de gelovigen, en die de waarheid hebben bekend.

De Bijbel leert dat demonen de mens leren om geen vlees te eten. Hiervoor is een goede reden. Iemand die namelijk geen vlees eet en geen vleselijke genoegens heeft, wordt beter geschikt om te fungeren als medium. In spiritistische kringen weet men dit heel goed. Wil men niet met deze demonen te maken krijgen, dan moet men zich vooral aan deze vleselijke genoegens overgeven, want dan wordt men tamelijk onbruikbaar. De zondvloed van Noach kwam over een mensheid, die zich met geestelijke wezens had ingelaten. Daarom wordt er na de zondvloed gezegd dat men vlees moet eten om deze toestanden te voorkomen.

Genesis 9 : 4

4 Doch het vlees met zijn ziel, dat is zijn bloed, zult gij niet eten.

Hier wordt het bloed gezien als een type van de ziel. De ziel is de mens; het oude leven van de mens. Dat bloed mag niet gegeten worden, omdat het de ziel - het leven van de mens - uitbeeldt. We mogen elkaars leven niet opeten.

 

Genesis 9 : 5, 6

5 En voorwaar, Ik zal uw bloed, het bloed uwer zielen eisen; van de hand van alle gedierte zal Ik het eisen; ook van de hand des mensen, van de hand eens ieder zijns broeders zal Ik de ziel des mensen eisen.

6 Wie des mensen bloed vergiet, zijn bloed zal door den mens vergoten worden; want God heeft den mens naar Zijn beeld gemaakt.

 

Het gaat om de hogere overdrachtelijke betekenis. Bloed mag niet gegeten worden, omdat het een type is van het leven van de mens en van het dier. Bij het avondmaal wordt de wijn "het bloed van het Nieuwe Testament" genoemd (MatthťŁs 26 : 28). Zoals echt bloed een beeld is van het leven in de oude schepping zo is wijn een type van het leven in de nieuwe schepping. Wijn is een type van de Heilige Geest. "Ziel en bloed" horen bij elkaar en "wijn en Geest" horen eveneens bij elkaar. Het ťťn is een beeld van het ander. In Genesis 9 : 6 is de belangrijkste uitspraak "door de mens".

Genesis 9 : 6

6 Wie des mensen bloed vergiet, zijn bloed zal door den mens vergoten worden; want God heeft den mens naar Zijn beeld gemaakt.

Het gaat hier om een opdracht, "want God heeft den mens naar Zijn beeld gemaakt". Welke mens is naar het beeld van God gemaakt? Dat is de Zoon des mensen! Zijn bloed zal gewroken worden! Hij is Degene Die oordeelt en het vonnis voltrekt.

 

Terug naar begin

Overheden en machten.

In het algemeen geldt dat de ene mens over de andere mens regeert.

Romeinen 13 : 1

1 Alle ziel (er staat niet: alle geest) zij den machten, over haar gesteld, onderworpen; want er is geen macht dan van God, en de machten, die er zijn, die zijn van God geordineerd.

In de grondtekst staat: "want er is geen macht dan door God, en de machten die er zijn, zijn door God geordineerd". God is/heeft de hoogste macht. Als de machten onderworpen zijn aan God betekent dit dat ze Zijn goedkeuring hebben. Wij als gelovigen worden geacht ons te onderwerpen aan de overheid, want de brief aan de Romeinen is geschreven aan gelovigen. 

Overheden en machten, zoals in de dagen van de Here Jezus.

Romeinen 13 : 2

2 Alzo dat die zich tegen de macht stelt, de ordinantie van God wederstaat; en die ze wederstaan, zullen over zichzelven een oordeel halen. 

Wie zich opstelt tegen de overheid, stelt zich op tegen de instelling van God. Wie wederstaan, zullen gevonnist worden; niet door God, maar door die machten zelf.

Romeinen 13 : 3, 4

3 Want de oversten zijn niet tot een vreze den goeden werken, maar den kwaden. Wilt gij nu de macht niet vrezen, doe het goede, en gij zult lof van haar hebben;

4 Want zij is Gods dienares, u ten goede. Maar indien gij kwaad doet, zo vrees; want zij draagt het zwaard niet te vergeefs; want zij is Gods dienares, een wreekster tot straf dengene, die kwaad doet.

God is de hoogste macht. Daaronder zijn de machten en daaronder staan wij, de zielen. In Romeinen 13 : 4 staat dat de overheid Gods dienares is. Het is dus een vrouw. Daaruit volgt dat de overheid er niet voor ons is, maar voor God. De overheid dient God. Tenminste: zo behoort het te zijn. Die overheid is aangesteld in de dagen van Noach (Genesis 9 : 6). Dat blijkt uit de volgende hoofdstukken van Genesis, want daar krijgen we de verdeling van de volkeren met over elk volk een eigen regering. De overheid is door God ingesteld als instelling. Dat betekent niet dat alle leden van die instelling door God zijn aangesteld. De overheid is Gods dienares. niet de leden van die overheid, want in de praktijk denken de leden van de regering dat zij er zijn om het volk te dienen.

 

Romeinen 13 : 5

5 Daarom is het nodig onderworpen te zijn, niet alleen om der straffe, maar ook om des gewetens wil.

Men moet onderworpen zijn vanwege de straf en vanwege het geweten.

 

Titus 3: 1

1 Vermaan hen, dat zij aan de overheden en machten onderdanig zijn, dat zij hun gehoorzaam zijn, dat zij tot alle goed werk bereid zijn;

 

Er staan drie dingen in dit vers: vermaan hen (de gelovigen) dat zij:

1.    de overheden en de machten onderdanig zijn.

2.    gehoorzaam moeten zijn (= gehoor moeten geven aan; namelijk: aan Het Woord van God).

3.    tot alle goed werk bereid zijn.

 

De Bijbel leert dat de gelovige onderdanig moet zijn aan de overheid, maar leert niet dat de gelovige de overheid moet gehoorzamen. Er staat dat zij gehoorzaam moeten zijn, maar er staat niet bij: aan de overheid. Dat kan niet, want men moet Gode mťťr gehoorzaam zijn dan mensen (Handelingen 5 : 29). Het woordje "hun" staat cursief, hetgeen betekent dat het in de grondtekst niet voorkomt. Onderworpen zijn houdt in dat we ons bewust zijn dat we in een lagere positie staan dan de overheid.

 

1 Petrus 2 : 13-15

13 Zijt dan alle menselijke ordening onderdanig, om des Heeren wil; hetzij den koning, als de opperste macht hebbende;

14 Hetzij den stadhouderen (plaatsvervangers), als die van hem gezonden worden, tot straf wel der kwaaddoeners, maar tot prijs dergenen, die goed doen.

15 Want alzo is het de wil van God, dat gij, weldoende, den mond stopt aan de onwetendheid der dwaze mensen;

Petrus zegt dat de wereld bestaat uit "onwetendheid der dwaze mensen". Petrus kende "Christus, Die wijsheid van God geworden was" (1 Korinthe 1 : 30) en hij zegt tegen gelovigen dat ze ter wille van de Heer, aan elke overheid onderworpen moeten zijn. Tot hoever gaat die onderwerping? Als de overheid ons verbiedt om dingen te doen die de Bijbel ons opdraagt (voor zover de Bijbel ons iets opdraagt), dan doen we het tůch (zie Handelingen 4 : 17-21). Als de overheid dan zegt dat we de gevangenis ingaan, dan steken we onze handen uit en laten ons boeien. DŠt is onderworpen zijn aan de overheid. Dat is niet tegen de overheid strijden, maar de consequenties van ons geloof aanvaarden.

Spreuken 8 : 15, 16

15 Door Mij regeren de koningen, en de vorsten stellen gerechtigheid.

16 Door Mij heersen de heersers, en de prinsen, al de rechters der aarde.

 

Hier spreekt de Wijsheid. Het is een Persoon. De Wijsheid is Christus.

 

DaniŽl 4 : 17

17 Deze zaak is in het besluit der wachters, en deze begeerte is in het woord der heiligen; opdat de levenden bekennen, dat de Allerhoogste heerschappij heeft over de koninkrijken der mensen, en geeft ze aan wien Hij wil, ja, zet daarover den laagste onder de mensen.

Hoe regeert God? Door de koninkrijken aan anderen te geven. Een menselijke koning is een plaatsvervanger van God en hij regeert in naam van God. Dit wil niet zeggen dat de koning rechtstreeks onder God staat, want daar staan nog andere machten tussen. In verband met de mensheid spreken we slechts over de mensen en daarboven een koning; dat zijn maar twee verschillende niveau’s. De niveau’s van machten in de hemel worden in …feze 1 genoemd. Een volk wordt niet alleen geregeerd door een koning op aarde, maar ook door een koning in de hemel.

 

…feze 1 : 19-21

19 En welke de uitnemende grootheid Zijner kracht zij aan ons, die geloven, naar de werking der sterkte Zijner macht, 20 Die Hij gewrocht heeft in Christus, als Hij Hem uit de doden heeft opgewekt; en heeft Hem gezet tot Zijn rechter hand in den hemel;

21 Verre boven alle overheid, en macht, en kracht, en heerschappij, en allen naam, die genaamd wordt, niet alleen in deze wereld, maar ook in de toekomende.

In …feze 1 : 21 wordt gesproken over: overheid, macht, kracht, heerschappij en alle naam die genoemd wordt. Het vers gaat over verschillende "groepen" en daaruit dient men te concluderen dat ze boven elkaar staan. De allerbovenste is Christus, want Christus staat verre boven dat alles; niet alleen nu (in deze eeuw) maar ook straks (in de toekomende eeuw). Voor de verschillende machten worden verschillende uitdrukkingen gebruikt:

 

overheid                   = arche, arch                    = begin, eerste

macht                      = exousia, exousia             = gedelegeerde/ondergeschikte macht

kracht                      = dunamis, dunamiv           = reproducerende macht

heerschappij              = kuriotes, kuriothv           = heerschappij

alle naam

 

Het gaat hier om machten die onder Christus staan. De eerste macht die genoemd wordt, wordt in het Grieks aangeduid met "arche" (arch). Dit begrip slaat hier op de duivel, de satan. Na overheid wordt het woord "macht" genoemd (exousia, exousia). Deze macht ontvangt men van een hoger geplaatst iemand. Het wijst op een gedelegeerde macht. Het gaat over diegenen die rechtstreeks onder de satan geplaatst zijn. Het woord "kracht" is het Griekse woord "dunamis" (dunamiv). Dunamis hangt samen met het woord "dynamo". Een dynamo produceert iets.

Dunamis is het vermogen tot zelf-expressie. Dunamis is het vermogen van de ene mens om de ander te laten doen wat hij wil. Het gaat hier om geestelijke machten die mensen beÔnvloeden om te doen wat zij willen. Dan komt het woord "heerschappij" (kuriotes, kuriothv). In kuriotes zit het woord ”kurios” (kuriov), dat "heer" betekent. Kuriotes wordt letterlijk vertaald met "heerschappij". Het woord houdt verband met territoriale macht.

Een territorium is een bepaald grondgebied. Een kurios regeert over een bepaald gebied, namelijk over een heerlijkheid. Ogenblikkelijk boven de menselijke koning die over een bepaald gebied regeert, staat in de hemel iemand die heerschappij heeft. De Bijbel noemt bijvoorbeeld de vorst der Grieken en de vorst der Perzen (DaniŽl 10 : 13). Het zijn de engelen die aangesteld zijn over een bepaald volk en dus over een bepaald land. Dan krijgen we nog "alle naam, die genaamd wordt". Overheid, macht, kracht en heerschappij zijn allemaal synoniemen voor macht. Het woord "naam" is geen synoniem voor macht. Het is een omschrijving van geestelijke wezens, die bij name bekend zijn. Ze hebben geen plaats in de normale hiŽrarchie. "Alle naam" is geen aanduiding van engelen, maar van demonen. De demonen worden in de Schrift bij name gekend; niet alle, maar sommige wel. De demonen waren bekend bij de oude volkeren in de dagen van de Grieken. In Openbaring 9 : 11 wordt over schorpioenen gesproken.

 

Openbaring 9 : 11

11 En zij hadden over zich tot een koning den engel des afgronds; zijn naam was in het Hebreeuws Abaddon, en in de Griekse taal had hij den naam Apollyon.

Abaddon en Apollyon zijn dezelfden. Het is de engel des afgronds. Dit is de naam van een engel en niet van een demon. In Handelingen 16 wordt wťl over een demon gesproken, maar de vertalers hebben dat niet vertaald.

Handelingen 16 : 16

16 En het geschiedde, als wij tot het gebed heengingen, dat een zekere dienstmaagd, hebbende een waarzeggenden geest, ons ontmoette, welke haar heren groot gewin toebracht met waarzeggen.

In de grondtekst staat er: "hebbende een geest, namelijk een python". Python is een naam uit de Griekse mythologie. Een groot deel van de zogenaamde goden van de Grieken, die bij name bekend waren, waren ordinaire demonen. De demonen spelen een rol in de geestelijke wereld, maar dat betekent niet dat zij boven de mens geplaatst zijn. Demonen zijn geesten van mensen en niet van engelen. Demonen staan in hiŽrarchie op hetzelfde niveau als de mens. Ze staan eigenlijk lager, omdat ze bij voorbaat veroordeeld zijn.

Demonen zijn te manipuleren en ze doen in feite wat mensen willen. Van de natuurlijke mens kan gezegd worden dat hij op hetzelfde niveau staat als "alle naam, die genaamd wordt". De mens staat daar iets boven, omdat de mens een lichaam heeft, terwijl een demon zijn lichaam kwijt is. Gelovigen staan niet in dezelfde positie als demonen, maar staan in de positie van Christus: ver boven alle macht en kracht en heerschappij. Christus is gezeten ter rechterhand Gods in de hemel; boven alles. Wij zijn met Hem gezeten boven alle overheid, macht, kracht, heerschappij en alle naam, die genaamd wordt. De satan staat lager op de ladder, maar hij onderwerpt zich niet. 

De tweede bedeling eindigt niet bij de verkiezing van Abraham. Abraham werd tot op zekere hoogte buiten de bedeling getrokken en de bedeling van de volkeren liep gewoon door. Deze tweede bedeling loopt door tot de volkeren geoordeeld zullen worden. In Openbaring eindigt de geschiedenis van de volkeren waar hij begon, namelijk bij Babel en in Armageddon, waar de legers van Babel aan het koninkrijk van Christus onderworpen worden. Dan worden de volkeren op aarde onder ťťn Hoofd samengebracht. Daarmee is de geschiedenis van de volkeren ten einde.  

Het wordt in het kort vermeld in MatthťŁs 25 (zie zesde bedeling). Een volk is een tijdelijke bestaansvorm, in tegenstelling tot de mens. De mens bestaat in eeuwigheid. Een volk bestaat slechts in deze wereld. Een volk bestaat uit levende mensen. Als iemand sterft, wordt hij tot zijn vaderen verzameld en niet tot zijn volken. Een volk houdt op te bestaan als de mensen daarvan overleden zijn. Een volk kan dus niet in de eeuwigheid geoordeeld worden, omdat "in de eeuwigheid" geen volkeren bestaan. Daarom moeten de volkeren nog in deze oude wereld geoordeeld worden. Dat gebeurt in de zesde bedeling, waarin de volkeren aan Christus worden onderworpen. Daarna volgt de zevende bedeling en in die tijd zijn de volkeren tot ťťn verzameld en onderworpen aan Christus.

 

Terug naar begin

Het getal twee.

De eerste letter in de Bijbel is het getal twee. Onze cijfers zijn Arabische cijfers. Ze zijn Semietisch van oorsprong. In onze "twee" is de Hebreeuwse "Beth" (b) te herkennen. De Bijbel begint met "Bereshiet", dat vertaald is met "In den beginne". De eerste letter van de Bijbel wordt extra groot geschreven. In de Bijbel komen meer van deze letters voor. Soms staan bepaalde letters juist extra klein gedrukt en er zijn zelfs letters die op hun kop staan. Soms staan er letters verkeerd. Dat wil zeggen: ze staan op plaatsen waar zij volgens de grammatica niet behoren te staan. De grammatica is echter later door mensen opgesteld en is derhalve ondergeschikt aan de Bijbel. De Joden waren zo getrouw in het overschrijven dat daar geen fouten bij werden gemaakt. Er was zoveel controle op dat ze geen "tittel" of "jota" zouden durven veranderen.

het getal twee in de Bijbel.

De afwijkingen in de tekst zijn er niet ter controle, maar zijn zo overgeleverd. Zo is het oorspronkelijke schrift en het heeft zijn betekenis. De eerste afwijking komt voor bij de eerste letter van de Bijbel, de letter Beth, die groot gedrukt wordt. Het geeft aan dat hetgeen volgt helemaal in het teken van de twee staat. Alles heeft met de verdeling van de twee te maken, met een tweedeling. In den beginne schiep God de hemel en de aarde. God maakte scheiding tussen:

duisternis                      en                    licht

nacht                            en                    dag

avond                           en                    morgen

wateren beneden          en                    wateren boven (het uitspansel)

land                             en                    wateren

Alles heeft met twee kanten te maken. Deze wereld staat in het teken van de twee. Wij leven in een dualistische wereld. Alles is in de schepping aan twee verschillende machten onderworpen. Dat wijst op het mannelijke en het vrouwelijke binnen de schepping. Het woord "beth" betekent "huis". Een huis is, heel fundamenteel, "dat wat zich binnen bevindt". Een huis komt tot stand via tweedeling, want door het huis zondert men zich af van de wereld. De schepping zelf is een huis. Het woord "huis" wordt gebruikt voor alles wat zich afzondert van de rest. In de schepping (de hemelen en de aarde) kunnen we spreken van een huis voor de mens: de aarde.

Wanneer wij ons afzonderen van de rest van de wereld of van de volkeren op aarde, dan zijn we lid van een volk en dat ene volk heet dan een huis. Het volk IsraŽl wordt aangeduid als een huis (o.a. Exodus 40 : 38; Leviticus 17 : 3; Jeremia 2 : 4). Het was oorspronkelijk het huisgezin van Jakob. Een volk voldoet aan de omschrijving van een huis, want het volk is afgezonderd in een eigen land. Elk volk is een huis. In de bedeling van het menselijk bestuur is de mensheid onderverdeeld in "huizen".

 

Terug naar begin

De tweede dag.

God maakte op de tweede dag scheiding tussen wateren en wateren. God deed dat ook bij de Schelfzee (Genesis 14 : 21) en later bij de Jordaan (Jozua 3 : 16). 

Genesis 1 : 6

6 En God zeide: Daar zij een uitspansel in het midden der wateren; en dat make scheiding tussen wateren en wateren!

God zei: "Dat er scheiding zij tussen wateren en wateren". Het staat er onduidelijk, omdat het op verschillende zaken van toepassing moet zijn. In de eerste plaats is het uiteraard van toepassing op wat er toen gebeurde: scheiding maken tussen wateren boven en wateren beneden.

Openbaring 17 : 15

15 En hij zeide tot mij: De wateren, die gij gezien hebt, waar de hoer zit, zijn volken, en scharen, en natiŽn, en tongen.

Wateren zijn een beeld van de volkeren. Als er van de tweede dag staat dat God scheiding maakte tussen wateren en wateren slaat dat typologisch op de tweede bedeling waarin God scheiding maakte tussen volkeren en volkeren.

Psalmen 65 : 8

8 Die het bruisen der zeeŽn stilt, het bruisen harer golven, en het rumoer der volken.

Het bruisen der zeeŽn is een type van het rumoer der volken. Bij de storm op het meer sprak de Here Jezus tegen de golven en de zee en de wateren werden stil (Markus 4 : 37-40; Lukas 8 : 23-25). Het is profetisch voor het moment dat de volkeren - die bruisen en tekeer gaan - tot rust gebracht zullen worden door de almacht van Christus. De "ťťn", het woord "ani" is nauw verwant met het woord voor "schip" dat op de golven drijft. Het duidt op het individu, los van de volkeren. Petrus wandelde op het water. Petrus is het schip, de enkeling, de gelovige, die zijn blik op de Heer vestigt (MatthťŁs 14 : 29).

 

EzechiŽl 26 : 3

3 Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik wil aan u, o Tyrus! en Ik zal vele heidenen tegen u doen opkomen, alsof Ik de zee met haar golven deed opkomen.

Dit is typologie. Zoals de zee zou kunnen opkomen om de stad te vernietigen, zo zouden de volkeren opkomen om Tyrus te vernietigen. Tegen de kracht van het water is niets bestand.

Jesaja 17 : 12

12 Wee der veelheid der grote volken, die daar bruisen, gelijk de zeeŽn bruisen; en wee het geruis der natiŽn, die daar ruisen, gelijk de geweldige wateren ruisen!

 

Wat de zeeŽn doen wordt toegeschreven aan de volkeren. In DaniŽl staat dat vier grote beesten uit de wateren opkomen. Dat is makkelijk te verklaren, want zij komen uit de volkeren (DaniŽl 7 : 3). In Openbaring 13 : 1 komt er een beest uit de afgrond/de zee, dus ook uit de volkeren.

Psalmen 2 : 1

1 Waarom woeden de heidenen, en bedenken de volken ijdelheid?

"Woeden" is een uitdrukking die normaal voor de zeeŽn geldt, maar die nu op de heidenen wordt toegepast. De heidenen gaan tekeer zoals de zeeŽn tekeer gaan. Op de tweede dag van de herschepping in Genesis 1 wordt er scheiding gemaakt tussen de wateren boven het uitspansel en wateren beneden het uitspansel. Dit staat model voor een scheiding die er tussen de volkeren wordt gemaakt. Normaal brengt de scheiding van wateren nieuw leven voort (bijvoorbeeld bij de wateren van de Schelfzee, waar IsraŽl werd geboren; de wateren van de Jordaan, waar IsraŽl - typologisch gezien - werd wedergeboren). Het water breekt en brengt nieuw leven voort, net als bij de geboorte van een kind.

 

Terug naar begin

De tweede stamvader.

De tweede stamvader is Seth.

Genesis 4 : 25

25 En Adam bekende wederom zijn huisvrouw, en zij baarde een zoon, en zij noemde zijn naam Seth; want God heeft mij, sprak zij, een ander zaad gezet voor Habel; want KaÔn heeft hem doodgeslagen. 

Abel betekent "leeg". Seth kwam daarvoor in de plaats. De vertaling van die naam wordt hier gegeven (Genesis 4 : 25), namelijk "een ander zaad gezet". Seth (ts) betekent "plaatsvervanger"; in de eerste plaats van Abel, maar we weten dat alle typologie (in hoogste instantie) op Christus slaat. De Heer Zelf heeft Zich verdeeld: Hij was Jehovah in de hemel, maar Hij was ook Jehoshua (Jezus) op aarde. Dat zijn de twee hoedanigheden van de Here Jezus: ťťn in de hemel en ťťn op de aarde. Seth is een type van Christus. Seth kwam in de plaats van Abel. Abel was een type van de Here Jezus, Die een offer bracht en stierf. Hij werd mens om te sterven. Het enige dat wij van Abel weten is dat hij werd geboren, een offer bracht en stierf. De Opgewekte neemt de plaats in van Degene Die stierf. Abel is een type van de Here Jezus en Seth is een type van Christus; "een ander Zaad gezet". Christus - de opgewekte Zoon - is gezet tot Gods rechterhand (…feze 1 : 20). 

In de tweede bedeling hebben we ook met plaatsvervanging te maken. Adam was als koning over de aarde gesteld en het eerstgeboorterecht ging over naar de tweede. Abel stierf en zo kwam de opdracht de aarde te onderwerpen bij Seth terecht. De lijn via Seth komt uiteindelijk bij de Here Jezus Zelf terecht (Lukas 3 : 23-38). Seth was de plaatsvervanger van Abel in verband met het erfrecht en de heerschappij. Daarom is Seth ook een type van de tweede bedeling. Daarin is iemand plaatsvervanger voor iemand anders, namelijk een Koning die de plaats van God inneemt.  

Genesis 9 : 6

6 Wie des mensen bloed vergiet, zijn bloed zal door den mens vergoten worden; want God heeft den mens naar Zijn beeld gemaakt.

God zal wraak nemen.

Romeinen 12 : 19

19 Wreekt uzelven niet, beminden, maar geeft den toorn plaats; want er is geschreven: Mij komt de wraak toe; Ik zal het vergelden, zegt de Heere.

Die wraak wordt voor een deel door de mens uitgevoerd. De mens staat daardoor in de plaats van God. Elke koning is een type van de uiteindelijke Koning, Christus. Seth is hiervan een type. Hij bekleedde het koningschap in plaats van Abel.

 

Terug naar begin

De tweede vrucht.

Deuteronomium 8 : 8

8 Een land van tarwe en gerst, en wijnstokken, en vijgebomen, en granaatappelen; een land van olierijke olijfbomen, en van honig;

Tweede vrucht, namelijk gerst.

Gerst is de tweede vrucht die genoemd wordt. Wat aan tarwe wordt toegeschreven geldt ook voor ieder ander graan (zie 1 Korinthe 15 : 36, 37). Alle granen zijn een beeld van de individuele mens die sterft om vrucht te kunnen dragen. Bij gerst hebben we wel te maken met de mens, maar niet in zijn hoedanigheid als zondaar, maar in zijn hoedanigheid van vorst. Gerst is in het Hebreeuws "seorah". De laatste letter, de "hee" (h), is de vrouwelijke uitgang van het woord. De stam van het woord wordt gevormd door drie letters: res. De stam ("sar", rs) betekent "vorst", "machthebber". De naam Sarah (hrs) is nauw verwant met het woord "gerst", hoewel in de naam Sarah de "ajien" (e) wordt weggelaten.

Er is nog een afleiding van het woord: rles of res, dat "haar" of "harig" betekent. "Haar" heeft dezelfde stam. Het Hebreeuwse woord voor "harig" komt in de Bijbel ook als eigennaam voor, namelijk "SeÔr" (rles). Op een gerstekorrel staat een grote haar. Bij tarwe ontbreekt die haar meestal. "Haar" is in de Bijbel een beeld van macht (vergelijk Simson). "Haar" is een beeld van hetgeen de mens voortbrengt; de macht die van hem uitgaat. Tot op zekere hoogte is het hoofdhaar een alternatief voor een kroon. 1 Korinthe 7 leert dat wat de mens op zijn hoofd draagt een beeld is van de macht die boven hem of haar staat. Gerst is een beeld van de individuele mens, maar dan als machthebber. Het woord "seorah" wordt ook vertaald met "poort". Een poort is in de Bijbel ook een beeld van macht. "Seorah" wordt in Spreuken 23 : 7 vertaald met "bedenken".

Het denken van de mens is een uitdrukking van zijn macht. Het praktiseren van macht is het resultaat van het denken van de mens. Gerst komt vaak voor in de Bijbel. In de geschiedenis van de vijf broden en de twee visjes waren de broden "gerstebroden" (Johannes 6 : 9, 13). "Vijf" heeft met verborgen dingen te maken. Het gaat over het verborgen koningschap van Christus.

Terug naar begin

Copyright © 201 www.bijbelstudie.nl. Auteur Ab Klein Haneveld. Alle rechten voorbehouden.
Bewerking lay-out www.eindtijdinbeeld.nl Auteur Melle Velema.