Bedelingen Gods


De bedeling van de genade Gods (nr. 5)

  1. Ter inleiding.
  2. Kenmerken van de vijfde bedeling.
  3. De naam van de vijfde bedeling.
  4. Het nieuwe verbond.
  5. Het getal vijf.
  6. De vijfde dag.
  7. De vijfde stamvader.
  8. De vijfde vrucht.

Ter inleiding.

Deze bedeling zou men over kunnen slaan. Na de vierde bedeling kan men zonder iets te missen doorgaan met de zesde bedeling. De heerschappij van Christus werd in het Oude Testament beloofd; in de eerste plaats aan IsraŽl en in de tweede plaats aan de volkeren. De Gemeente werd niet genoemd, want dat was een verborgenheid. De boodschap, namelijk het evangelie van het koninkrijk, moest eerst gepredikt worden in Jeruzalem (de hoofdstad van de twee stammen), daarna in Samaria (de hoofdstad van de tien stammen) en tenslotte tot aan de uitersten der aarde. Het koninkrijk is gebaseerd op wedergeboorte. Op grond van wedergeboorte zou het koninkrijk over IsraŽl gevestigd worden. De Heer beŽrfde het koninkrijk door Zijn opstanding, als Eersteling van een nieuwe schepping.Wie zou Hem in die wedergeboorte volgen? De wereld verwierp Hem (Johannes 1 : 10). IsraŽl is Hem ook niet gevolgd, want "de Zijnen hebben Hem niet aangenomen" (Johannes 1 : 11).

Johannes 1 : 12 zegt echter:  

Johannes 1 : 12

12 Maar zovelen Hem aangenomen hebben, dien heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven;

 

Er zijn wel enkele personen geweest die Hem aangenomen hebben en die zijn dus wedergeboren geworden. Johannes 1 spreekt over wat tijdens het openbare optreden van de Here Jezus gebeurde. Dat wil zeggen: vůůr Zijn lijden, dood en opstanding. Diegenen die toťn tot geloof kwamen, kregen macht om kinderen Gods te wůrden. Dat kon op dat moment nog niet, omdat de Here Jezus Zelf nog niet was opgestaan. Wedergeboorte

komt overeen met opstanding. Christus is de eerste Die wedergeboren werd. Diegenen die tijdens het openbare optreden van de Here Jezus in Hem geloofden, ontvingen de macht om kinderen van God te worden en zij zijn dat inmiddels ook geworden.

1 Johannes 3 : 1, 2

1 Ziet, hoe grote liefde ons de Vader gegeven heeft, namelijk dat wij kinderen Gods genaamd zouden worden en wij zijn het ook. Daarom kent ons de wereld niet, omdat zij Hem niet kent.

2 Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods, en het is nog niet geopenbaard, wat wij zijn zullen. Maar wij weten, dat als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem zullen gelijk wezen; want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is.

 

Het gedeelte dat in vers 1 vetgedrukt is weergegeven, ontbreekt in de Statenvertaling. In de Griekse grondtekst staat het echter wel en het zou in de Statenvertaling dus moeten worden toegevoegd. De oudtestamentische lijn eindigde bij de kruisiging van de Here Jezus. Dat was tevens het einde van de oude schepping. Na de voorgaande vier bedelingen moest het koninkrijk komen. Dat was beloofd! In Jeremia 31 staat dat er een nieuw verbond zou komen, ter vervanging van de wet. Vanaf de opstanding trad het nieuwe verbond in werking. Het nieuwe verbond trad en treedt in werking over allen die geloven (Romeinen 3 : 22). Het nieuwe verbond kwam dus niet over IsraŽl en de wereld, hoewel het hen beloofd was, maar alleen over gelovigen. IsraŽl en de wereld zullen het nog ontvangen, maar pas in de toekomst; als zij wedergeboren zijn. Een koninkrijk begint bij een koning (vergelijk DaniŽl 2 : 44); onafhankelijk van onderdanen. Er is een Koning: Christus en dus is er een koninkrijk.

Ieder die in Christus is heeft deel aan dat koninkrijk, want hij heeft deel aan de Koning. Het koninkrijk was beloofd en is ook gekomen, maar niet op aarde. Het is nu verborgen; in de hemel. De Bijbelse term is "de verborgenheid van het koninkrijk der Hemelen". Het koninkrijk bestaat nu slechts in verband met de Gemeente. In de toekomst zal het op aarde geopenbaard worden, te beginnen bij IsraŽl.

 

Terug naar begin

Kenmerken van de vijfde bedeling.

De heilshistorie (alleen op de aarde toegepast) werd onderbroken. Er zit een gat in de tijdrekening. De tijdrekening in verband met de volkeren der aarde loopt via IsraŽl. De tijdrekening van IsraŽl werd onderbroken (vergelijk DaniŽl 9 : 24-27). De profetieŽn die over IsraŽl spreken hebben tevens een toepassing op de Gemeente. Het zijn dezelfde profetieŽn, maar ze zijn voor verschillende volken en van toepassing op verschillende

tijden en op verschillende niveaus. Dit is hťt kenmerk van de vijfde bedeling! De beloften die aan IsraŽl gedaan zijn, worden op de Gemeente toegepast. De profetieŽn zijn nu van toepassing op de Gemeente en in de toekomst zullen dezťlfde profetieŽn alsnog op IsraŽl van toepassing zijn. De toepassingen tezamen vervullen een profetie. ProfetieŽn hebben:

  • Een verborgen toepassing/applicatie in verband met de verborgenheid van het koninkrijk der Hemelen voor de Gemeente (in de hemel).
  • 2. Een letterlijke vervulling/interpretatie in verband met de openbaring van het koninkrijk der Hemelen op aarde (voor IsraŽl, de volkeren en de wereld).

 

Tussen de komst van de Messias (aan het eind van de 69-ste week) en de openbaring van het koninkrijk (aan het eind van de 70-ste week) zit volgens de profetie van DaniŽl 9 : 24-27 een periode van zeven jaar. Daarom werd gepredikt:

Bekeert u; want het koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.

MatthťŁs 3 : 2

2 En zeggende: Bekeert u; want het koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.

 

Het is ťťn koninkrijk dat eerst in de hemel en vervolgens op aarde gevestigd wordt. Het koninkrijk is niet uitgesteld, maar het is wel verborgen.

 

Lukas 19 : 11

11 En als zij dat hoorden, voegde Hij daarbij, en zeide een gelijkenis; omdat Hij nabij Jeruzalem was, en omdat zij meenden, dat het koninkrijk Gods terstond zou openbaar worden.

 

Er staat niet dat zij meenden dat het koninkrijk Gods terstond zou komen. Zij meenden dat het koninkrijk terstond openbaar zou worden. DŠt was onjuist. Het koninkrijk zou verborgen blijven. Daarom wordt er een gelijkenis verteld. In MatthťŁs 13 staat de eerste gelijkenis die de Heere Jezus ooit uitsprak.

 

MatthťŁs 13 : 10, 11

10 En de discipelen tot Hem komende, zeiden tot Hem: Waarom spreekt Gij tot hen door gelijkenissen?

11 En Hij, antwoordende, zeide tot hen: Omdat het u gegeven is, de verborgenheden van het koninkrijk der hemelen te weten, maar dien (= de schare) is het niet gegeven.

 

De Heer sprak tot de schare in gelijkenissen, want zij mochten niets weten. De discipelen mochten de dingen wťl weten en daarom werden aan hen de gelijkenissen verklaard. Er werd dus in gelijkenissen gesproken om bepaalde aspecten van het koninkrijk te verbergen! Gelijkenissen werden dus niet verteld om iets te openbaren. De gelijkenis handelt over de verborgenheden van het koninkrijk. Daarmee weten we meteen dat alle gelijkenissen over die verborgenheden handelen. Na de bedeling van de wet moest de oprichting van het koninkrijk verwacht worden; op grond van het genade-verbond met Abraham. Dat is ook gebeurd, maar op een verborgen wijze. De profetieŽn met betrekking tot het koninkrijk werden vervuld, maar op een manier die onder het oude verbond niet werd geopenbaard.

Terug naar begin

De naam van de vijfde bedeling.

De meeste bedelingen hebben geen naam. Deze bedeling heeft twee aanduidingen.

 

…feze 3 : 2

2 Indien gij maar gehoord hebt van de bedeling der genade Gods, die mij gegeven is aan u;

…feze 3 : 9

9 En allen te verlichten, dat zij mogen verstaan, welke de bedeling der verborgenheid zij, die van alle eeuwen verborgen is geweest in God, Welke alle dingen geschapen heeft door Jezus Christus; 

In de Statenvertaling staat ten onrechte "de gemeenschap der verborgenheid" vertaald. In de Griekse grondtekst staat slechts in enkele handschriften "koinonia" (= gemeenschap). In de meeste en betere handschriften staat "oikonomia" (= bedeling). De namen van deze bedelingen zijn beide aanduidingen voor de tegenwoordige vijfde bedeling, gedurende

welke het koninkrijk verborgen is. De tegenwoordige bedeling is een vervulling van de bedeling der belofte. De belofte aan Abraham wordt, wat de hemelse kant betreft, aan de Gemeente vervuld. Van de gelovigen die deel uitmaken van de Gemeente wordt gezegd dat zij zonen (namelijk erfgenamen) zijn van Abraham. 

Galaten 3 : 7

7 Zo verstaat gij dan, dat diegenen, die uit het geloof zijn, Abrahams kinderen zijn.

Gelovigen hebben de belofte geŽrfd. De vijfde bedeling is het vervolg op de derde bedeling. Aan de andere kant blijft die belofte aan Abraham ook gewoon in zijn letterlijke en directe betekenis bestaan en zal pas vervuld worden bij de oprichting van het Messiaanse rijk. De belofte duurt tot het moment waarop die belofte in zijn volle betekenis vervuld wordt/is. Aan Abraham was het land beloofd en tegelijkertijd woonde hij in dat land. Het lijkt erop dat de belofte aan Abraham vervuld werd.

De Heer zou hem dat land geven. Toch bleef het een toekomstverwachting, een hoop. Abraham is "in hope zalig geworden" (Romeinen 8 : 24; HebreeŽn 11 : 10). In de toekomst zal de Heer hem het land definitief in bezit geven (erfelijk). Zo is het ook met de Gemeente. Wij hebben de belofte geŽrfd. Wij zijn in hope zalig geworden. Wij zullen dat Vaderland - de hemel - ontvangen. De brief aan …feze (o.a. 2 : 6) leert dat wij al in de hemel zijn. Abraham werd geroepen uit Babel, de oorsprong van de volkeren. Gelovigen zijn ook uit de volkeren geroepen. Wij gelovigen zijn uit deze wereld getrokken. Wij zijn erfgenamen van Abraham en hebben dezelfde weg achter ons. Wij zijn dus vreemdelingen, medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods (…feze 2 : 19). Het nieuwe verbond, waaronder wij leven, werd onder het oude verbond reeds aangekondigd. Het is aan ons vervuld. Wanneer iemand tot geloof gekomen is, heeft hij deel gekregen aan de belofte aan Abraham. Die belofte is in Christus vervuld. Hij is de Eersteling van een nieuwe schepping. Alle verbonden die verband houden met de eeuwigheid, de zaligheid, het herstel van IsraŽl en de opname van de Gemeente, zijn gegrond op de belofte aan Abraham. In Romeinen 3 en 4 wordt Abraham als voorbeeld gesteld. Naast Romeinen 3 en 4 hoort Galaten 3. Dat  Schriftgedeelte heeft eveneens met deze bedeling te maken.

Die belofte is in Christus vervuld. Hij is de Eersteling van een nieuwe schepping.

Galaten 3 : 2

2 Dit alleen wil ik van u leren: hebt gij den Geest ontvangen uit de werken der wet, of uit de prediking des geloofs?

 

Paulus zet "wet” en "geloof" tegenover elkaar. Het is dus een bedelingenkwestie. Paulus vervolgt in: 

Galaten 3 : 9

9 Zo dan, die uit het geloof zijn, worden gezegend met den gelovigen Abraham.

 

Dit is een universele waarheid. Elke gelovige wordt gezegend met de gelovige Abraham, want er is "bij God geen aanneming des persoons" (2 Kronieken 19 : 7; Handelingen 10 : 34; Romeinen 2 : 11; …feze 6 : 9; Kolossenzen 3 : 25). Abraham is een voorbeeld en een model van de tegenwoordige gelovige. Wij mogen in geloof leven; als vreemdelingen en bijwoners. Wij wachten op de vervulling van de beloften die God aan Abraham en zijn Zaad gedaan heeft. Paulus gaat verder in: 

Galaten 3 : 10

10 Want zovelen als er uit de werken der wet zijn, die zijn onder den vloek; want er is geschreven: Vervloekt is een ieder, die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet, om dat te doen.

 

Dat niemand door de wet gerechtvaardigd wordt voor God is openbaar, want de rechtvaardige zal uit het geloof leven (Habakuk 2 : 4). De wet eist werken en dat is geen geloof. "Werken" zijn zelfs een beeld van ongeloof (Romeinen 4 : 5). 

Galaten 3 : 13

13 Christus heeft ons verlost van den vloek der wet, een vloek geworden zijnde voor ons; want er is geschreven: Vervloekt is een ieder, die aan het hout hangt.

 

Christus is voor ons tot vloek geworden door en onder de wet, opdat ... 

Galaten 4 : 5

5 Opdat Hij diegenen, die onder de wet waren, verlossen zou, en opdat wij de aanneming tot kinderen (= Zoonstelling) verkrijgen zouden.

 

In het Grieks staat niet "de aanneming tot kinderen", maar Zoonstelling. Het is de vertaling van het Griekse woord huothesia (uiodesia). Dit woord staat in het enkelvoud. Het komt totaal vijfmaal voor (Romeinen 8 : 15, 23; 9 : 4 en …feze 1 : 5.

Christus is:             onder de wet gekomen

door de wet veroordeeld

door de wet vervloekt

onder de wet gevonnist

 

Daardoor is de wet vervuld en voltooid, opdat de zegening van Abraham tot de heidenen zou komen in Christus Jezus. Christus Jezus kwam tot de heidenen, opdat wij de belofte des Geestes ontvangen zouden door het geloof.  

Galaten 3 : 14

14 Opdat de zegening van Abraham tot de heidenen komen zou in Christus Jezus, en opdat wij de belofte des Geestes verkrijgen zouden door het geloof.

 

De Geest was beloofd, namelijk "leven". Geest en Leven zijn identiek. Leven wordt voorgesteld door de olijfboom (zie zevende bedeling). We krijgen de belofte des Geestes door het geloof; niet uit werken, want de rechtvaardige zal uit het geloof leven (Romeinen 1 : 17). 

Galaten 3 : 16

16 Nu zo zijn de beloftenissen tot Abraham en zijn zaad gesproken. Hij zegt niet: En den zaden, als van velen; maar als van ťťn: En uw zade; hetwelk is Christus.

 

Als het in de Bijbel om veel zaden gaat, kan dat allťťn omdat er eerst ťťn Zaad was dat stierf en veel vrucht voortbracht. 

Johannes 12 : 24

24 Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Indien het tarwegraan in de aarde niet valt, en sterft, zo blijft hetzelve alleen; maar indien het sterft, zo brengt het veel vrucht voort.

Nu zo zijn de beloftenissen tot Abraham en zijn zaad gesproken. 

De beloften waren dus aan Abraham en zijn Zaad gegeven. Het gaat om de tweevoudige betekenis van die belofte: ťťn directe betekenis en ťťn hogere in verband met de toepassing op Christus. Natuurlijk zullen alle volkeren in Abraham gezegend worden, maar de toepassing nu (m.b.t. de vijfde bedeling) is dat een ieder die wil uit de volkeren getrokken kan worden en lid kan worden van het Lichaam van Christus, de Gemeente.

Dat is de hogere vervulling. Het is een verbond dat vastgemaakt is aan en bevestigd is op de Persoon van Christus. Het verbond dat te voren was vastgelegd op Christus werd door de wet, die na 430 jaar gekomen is, niet krachteloos gemaakt en de beloften verdween niet. 

Galaten 3 : 17, 18

17 En dit zeg ik: Het verbond, dat te voren van God bevestigd is op Christus, wordt door de wet, die na vierhonderd en dertig jaren gekomen is, niet krachteloos gemaakt, om de beloftenis te niet te doen.

18 Want indien de erfenis uit de wet is, zo is zij niet meer uit de beloftenis; maar God heeft ze Abraham door de beloftenis genadiglijk gegeven.

 

Als wij de belofte aan Abraham willen erven dan kan dat alleen op grond van geloof; uit genade en zonder wet. 

Galaten 3 : 22

22 Maar de Schrift heeft het alles onder de zonde besloten, opdat de belofte uit het geloof van Jezus Christus aan de gelovigen zou gegeven worden.

 

De wet is vervuld en er blijft slechts belofte over; uit genade. Vroeger heerste de dood; nu heerst genade. 

Romeinen 5 : 21

21 Opdat, gelijk de zonde geheerst heeft tot den dood, alzo ook de genade zou heersen door rechtvaardigheid tot het eeuwige leven, door Jezus Christus onzen Heere.

 

Terug naar begin

Het nieuwe verbond.

Aan de basis van de vijfde bedeling ligt het verbond dat bij de opstanding van Christus zou beginnen. Het wordt in deze bedeling alleen op de Gemeente toegepast. Het komt over allen die geloven. In HebreeŽn 8 : 6- 13 citeert Paulus de profeet Jeremia. De Heer zou een nieuw verbond oprichten; niet naar het verbond dat Hij met hun (IsraŽls) vaderen gemaakt had, ten dage als God hen bij de hand nam om hen uit Egypteland te leiden. Het nieuwe verbond zou niet op stenen tafelen geschreven worden, maar op vlezen tafelen; in de harten der mensen. Het verbond wordt in de volgende Schriftplaatsen genoemd (behandeld in volgorde van Bijbelboeken): 

Psalmen 89 : 4, 5

4 Ik heb een verbond gemaakt met Mijn uitverkorene; Ik heb Mijn knecht David gezworen:

5 Ik zal uw zaad tot in eeuwigheid bevestigen, en uw troon opbouwen van geslacht tot geslacht. Sela.

 

Het gaat hier over een eeuwig verbond en een eeuwige troon; over een Koning Die gezalfd is en voor eeuwig op de troon zal zitten. Dit verbond spreekt over het koningschap van Christus, het Davidisch verbond (2 SamuŽl 7 : 12-17). Dit zaad van David was SŠlomo niet! SŠlomo werd tijdens het leven van David geboren en niet nŠ zijn leven. SŠlomo is een beeld van Christus. Hij bouwde ook een huis voor de Naam des Heren. In 2 SamuŽl 7 staat van dit Zaad van David dat Hij de Zoon van God zal zijn. Dat kan alleen als het om erfrecht gaat.

In 2 SamuŽl 7 : 16 wordt gesproken over een eeuwig verbond en een eeuwige belofte aan David in verband met een koninkrijk. Hieruit volgt dat het Davidisch verbond en het nieuwe verbond feitelijk ťťn geheel vormen. Zij hebben te maken met wedergeboorte, opstanding, nieuw leven. Men kan slechts deel uitmaken van een eeuwig koninkrijk als men zelf eerst eeuwig leven heeft ontvangen. Dat gebeurt door wedergeboorte. Vlees en bloed kunnen het koninkrijk niet beŽrven (1 Korinthe 15 : 50). Deze profetie wordt geestelijk in Christus vervuld. Hij bouwt voor de Naam des Heren een huis, een geestelijk huis: "een woonstede Gods in (den) Geest". 

…feze 2 : 20-22

20 Gebouwd op het fondament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen;

21 Op Welken het gehele gebouw, bekwamelijk samengevoegd zijnde, opwast tot een heiligen tempel in den Heere;

22 Op Welken ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in den Geest.

 Het nieuwe verbond.

Christus bouwt de tempel des Heren, de Gemeente die Zijn Lichaam is. Er is ook een letterlijke toepassing. De tempel zal straks in de duizend jaren gebouwd gaan worden (zie laatste hoofdstukken van EzechiŽl). De bouwer zal ook Christus zijn, maar dan op aarde. Het bouwen van de tempel door SŠlomo loopt daarop vooruit. In Psalmen 89 werd gesproken van een eeuwig verbond "met Mijn uitverkorene, met Mijn knecht David". Dit verbond zal in de toekomst zeker vervuld worden. 

Psalmen 89 : 27, 28

27 Hij zal Mij noemen: Gij zijt mijn Vader! mijn God, en de Rotssteen mijns heils!

28 Ook zal Ik hem ten eerstgeborenen zoon stellen, ten hoogste over de koningen der aarde.

 

"Eerstgeborene" wil zeggen dat het om het hoogste erfrecht gaat. Het nieuwe verbond zal in werking treden waardoor het koninkrijk van David in eeuwigheid bevestigd zal worden (Psalmen 89 : 29, 30). 

Jesaja 55 : 3

3 Neigt uw oor, en komt tot Mij, hoort en uw ziel zal leven; want Ik zal met u een eeuwig verbond maken, en u geven de gewisse weldadigheden van David.

 

Jesaja 54 spreekt over een toekomstig herstel van IsraŽl; over het sluiten van een nieuw huwelijk. Dit hebben we reeds besproken in verband met de vierde bedeling. Het gaat over IsraŽl in de letterlijke betekenis. De Gemeente wordt in dit hoofdstuk ook genoemd. 

Jesaja 55 : 5

5 Ziet, gij zult een volk roepen, dat gij niet kendet, en het volk, dat u niet kende, zal tot u lopen, om des HEEREN uws Gods wil, en om des Heiligen IsraŽls wil, want Hij heeft u verheerlijkt.

 

De Gemeente wordt hier omschreven als "een volk dat gij (= IsraŽl) niet kendet, ...". De Gemeente is uit de heidenen geroepen voor Zijn Naam. In Jesaja 55 : 6 staat een oproep. 

Jesaja 55 : 6

6 Zoekt den HEERE, terwijl Hij te vinden is; roept Hem aan, terwijl Hij nabij is.

 

De brief aan …feze leert ons dat wij nabij zijn gebracht. 

…feze 2 : 13

13 Maar nu in Christus Jezus, zijt gij (heidenen), die eertijds verre waart, nabij geworden door het bloed van Christus.

 

Het gaat om het eeuwige verbond en de weldadigheden van David, maar de eerste toepassing, die ook hier gemaakt wordt, is op de Gemeente.  

Jeremia 31 : 31

31 Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van IsraŽl en met het huis van Juda een nieuw verbond zal maken;

 

Jeremia 32 : 37-40

37 Ziet, Ik zal hen vergaderen uit al de landen, waarhenen Ik hen zal verdreven hebben in Mijn toorn, en in Mijn grimmigheid, en in grote verbolgenheid; en Ik zal hen tot deze plaats wederbrengen, en zal hen zeker doen wonen.

38 Ja, zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn.

39 En Ik zal hun enerlei hart en enerlei weg geven, om Mij te vrezen al de dagen, hun ten goede, mitsgaders hun kinderen na hen.

40 En Ik zal een eeuwig verbond met hen maken, dat Ik van achter hen niet zal afkeren, opdat Ik hun weldoe; en Ik zal Mijn vreze in hun hart geven, dat zij niet van Mij afwijken.

 

Wij zeggen: "Iemand wijkt af van de Heer". Van God uit gezien kan dat niet. Het gaat namelijk over de nieuwe mens en die is vast met God verbonden. Zo is het straks ook met de vervulling van deze profetieŽn aan IsraŽl. Het eeuwige verbond zal niet tenietgedaan worden; dit in tegenstelling tot het verbond der wet, dat wel tenietgedaan werd. 

Jeremia 50 : 5

5 Zij zullen naar Sion vragen; op den weg herwaarts zullen hun aangezichten zijn; zij zullen komen en den HEERE toegevoegd worden, met een eeuwig verbond, dat niet zal worden vergeten.

 

Dit is een commentaar op Jeremia 32, dat spreekt over de terugverzameling van IsraŽl en het in werking treden van het nieuwe verbond uit Jeremia. 

EzechiŽl 16 : 59, 60

59 Want alzo zegt de Heere HEERE: Ik zal u ook doen, gelijk als gij gedaan hebt, die den eed veracht hebt, brekende het verbond.

60 Evenwel zal Ik gedachtig wezen aan Mijn verbond met u, in de dagen uwer jonkheid, en Ik zal met u een eeuwig verbond oprichten.

 

Hij zal een eeuwig verbond met hen oprichten, want het verbond met Mozes (= de wet) is de aankondiging van het nieuwe verbond. De wet was de aanleiding tot betere dingen (HebreeŽn 7 : 19). 

EzechiŽl 34 : 23-25

23 En Ik zal een enigen Herder over hen verwekken, en Hij zal hen weiden, namelijk Mijn knecht David; die zal ze weiden, en Die zal hun tot een Herder zijn.

24 En Ik, de HEERE, zal hun tot een God zijn; en Mijn knecht David zal Vorst zijn in het midden van hen, Ik, de HEERE, heb het gesproken.

25 En Ik zal een verbond des vredes met hen maken, en zal het boos gedierte uit het land doen ophouden; en zij zullen zeker wonen in de woestijn, en slapen in de wouden.

 

Het eeuwige verbond heet hier "het verbond des vredes"; van SŠlomo. 

EzechiŽl 37 : 26

26 En Ik zal een verbond des vredes met hen maken, het zal een eeuwig verbond met hen zijn; en Ik zal ze inzetten en zal ze vermenigvuldigen, en Ik zal Mijn heiligdom in het midden van hen zetten tot in eeuwigheid. 

Het Davidisch verbond en het zogenaamde nieuwe verbond worden samen beschouwd. Het komt op grond van geloof. Deze verbonden zijn beide van toepassing op gelovigen, maar wel in hogere zin (i.v.m. de hemel). Het gaat om een verborgen Koning in een verborgen koninkrijk en om een verborgen volk en een verborgen tempel.

 

Terug naar begin

Het getal vijf.

Het getal "vijf" is in de Schrift het getal van de genade. Bijzonderheden over de "vijf" geven, is moeilijk, omdat de "vijf" zich kenmerkt door afwezigheid. De "vijf" hoort er niet bij. Abraham werd onder de naam Abram uit Ur der ChaldeeŽn geroepen. Bij hem begon de derde bedeling. De bedeling van de genade is gebaseerd op het Zaad van Abraham, hetwelk is Christus (Galaten 3 : 16). De bedeling van de genade heeft zijn fundament/oorsprong in het verbond met Abraham (zie de brief aan de Galaten). De vijfde bedeling wordt gebaseerd op hetgeen in de derde bedeling werd aangekondigd. Abrams naam werd veranderd in Abraham. Er kwam een "h" in zijn naam. De Hebreeuwse letter "h" (h) heeft een getalswaarde van "vijf".

Het getal vijf.

Het bijzondere van deze "hee" is dat er iets aan ontbreekt. Het is namelijk moeilijk onderscheid te maken tussen de letter "hee" (h) en de letter "cheet" (x), de "acht". Het enige verschil tussen beiden is een kleine opening aan de linker bovenkant. Dat ontbrekende stukje van de "hee" houdt in dat deze letter niet af is. De letter wordt later pas afgemaakt, namelijk in de "acht". In alle talen is het onderscheid tussen de "vijf" en de "acht", tussen de "h" en de "ch" problematisch. Het Grieks heeft geen letter "h" (alleen een klein kommaatje). Bij de vertaling van het Hebreeuws naar het Grieks zijn alle "hee’s" verloren gegaan (Habel werd bijvoorbeeld Abel). De "vijf" en de "acht" geven in principe hetzelfde aan; ook in uitspraak. De "h" is slechts de adem, eigenlijk zonder klank. De "h" is dus altijd stom. Die "5" staat voor geestelijke, onzienlijke dingen; dingen die er wel zijn, maar niet gezien worden. Abram ontving genade van God, omdat hij geloofde. Als gevolg daarvan kreeg hij de "h" erbij in zijn naam.  

Hiermee hebben we verschillende aspecten van de vijfde bedeling aangehaald. We funderen die aspecten niet op het getal "vijf", maar ze worden daarin wel geÔllustreerd. Het heeft ten eerste met geestelijke, onzienlijke dingen te maken, omdat het adem/geest is. Ten tweede blijkt dat de "vijf" er tussen geschoven wordt. Ten derde lijkt de "vijf" op de "acht". De "acht" is het getal van de nieuwe schepping; "acht" staat voor opstanding. De "drie" wijst op het verbond met Abraham. De "vijf" is de bevestiging daarvan op Christus, maar het leidt uiteindelijk tot de "acht", de nieuwe schepping. Ooit zal dat laatste streepje van de letter "hee" doorgetrokken worden. Het getal "drie" heeft ook met de opstanding te maken, want de opstanding vond op de derde dag plaats. Voordat de "acht" uit de "drie" zal voortkomen, ligt daar de "vijf" tussen. Het is een nog niet voltooide "acht". Kortom: het is de nog niet voltooide nieuwe schepping.  

Paulus leert ons dat wij die in Christus zijn al een nieuwe schepping geworden zijn. De nieuwe schepping is al begonnen, maar is nog niet geopenbaard. Wij leven in een "tussengeschoven", verborgen, geestelijke bedeling (zie Genesis 2 : 4: "be-hibaram"; derde bedeling). Deze "hee" uit Genesis 2 spreekt al over Gods ingrijpen in deze wereld. David raapte bijvoorbeeld vijf steentjes op, om Goliath te verslaan. Heel concreet spreekt het over de vijfde bedeling, want Christus overwon de satan door Zijn dood en opstanding. Dit was de aanvang van de vijfde bedeling. De "vijf" kan ook weergegeven worden als de beroemde vijfpuntige ster. We kennen ook een zespuntige ster waarvan de tekening uit twee lijnen bestaat, want de "zes" is een dubbele "drie". De "vijf" is ťťn lijn. Daarmee is een verhouding vastgesteld die rekenkundig niet kan worden vastgesteld. Zoiets vinden we bijvoorbeeld ook bij het getal "pi".

Zoiets vinden we bijvoorbeeld ook bij het getal "pi".

Dit getal bestaat niet en kan ook niet bestaan, maar het speelt wel een rol. Als men weet wat een cirkel betekent, weet men ook waarom wij het getal "pi"niet kennen. Een cirkel staat voor de eeuwigheid. Het is ook een wiel (Hebreeuws: Gilgal; dit woord staat ook voor "wedergeboorte"). Er is een getal dat "de gulden snede" wordt genoemd. Dat is een in twee stukken verdeelde lijn waarbij het kleinste gedeelte zich verhoudt tot het grootste gedeelte als het grootste tot het geheel (A : B = B : C).  

Hier is geen goede verdeling voor te vinden. Meestal wordt het afgerond als 1/3 en 2/3. Het bijzondere van deze "gulden snede" is dat de hele schepping uit zulke verhoudingen bestaat. Dit is de meest ideale verhouding. Deze "gulden snede" ontstaat als men een vijfhoek tekent. De vijfpuntige ster is de meest harmonische figuur, die men bedenken kan. Ook de mens is opgebouwd volgens "de gulden snede". Deze menselijke gedaante, als beeld van volmaakte schoonheid, is een beeld van Christus. Het gaat dus ook over de Gemeente, die in Christus volmaakt is. 

…feze 5 : 27

27 Opdat Hij haar Zichzelven heerlijk zou voorstellen, een Gemeente, die geen vlek of rimpel heeft, of iets dergelijks, maar dat zij zou heilig zijn en onberispelijk.

 

Terug naar begin

De vijfde dag.

Genesis 1 : 20, 21

20 En God zeide: Dat de wateren overvloediglijk voortbrengen een gewemel van levende zielen; en het gevogelte vliege boven de aarde, in het uitspansel des hemels!

21 En God schiep de grote walvissen, en alle levende wremelende ziel, welke de wateren overvloediglijk voortbrachten, naar haar aard; en alle gevleugeld gevogelte naar zijn aard. En God zag, dat het goed was. 

De wateren zijn "volken en scharen en natiŽn en tongen" (Openbaring 17 : 15), waaruit veel individuen (= levens) voortkomen. In typologisch verband gaat het over hetgeen uit de wateren gehaald wordt (namelijk: vissen). In de Schrift hoort een vis gevangen te worden. Dan blijkt dat een vis niet in de zeeŽn thuishoort. Eťn van de hoogste opdrachten voor de mens was visser te worden; visser van mensen. 

Markus 1 : 17

17 En Jezus zeide tot hen: Volgt Mij na, en Ik zal maken, dat gij vissers der mensen zult worden.

 

De vijfde bedeling is een bedeling waarin individuen uit deze tegenwoordige wereld getrokken worden. Ze worden in Christus in de hemel geplaatst. In Genesis 1 : 20 staat niet dat de hemelen iets voortbrachten. Er staat alleen "dat de wateren levende zielen voortbrengen en het gevogelte vliege boven de aarde". Overdrachtelijk gaat het over precies hetzelfde. Als iemand uit de volkeren wordt gehaald is hij in de hemel. De gedachte is dat leven uit de wateren wordt gehaald en onmiddellijk in de hemel wordt geplaatst.

In Genesis 1 : 21 wordt gesproken over grote vissen ("walvissen" staat niet in de grondtekst). Het zijn grote vissen die feitelijk geen vissen zijn. De uitdrukking wordt gebruikt voor een vis die in werkelijkheid een zoogdier is (walvissen en dolfijnen). Het zijn vissen zonder schubben die naar de oppervlakte moeten komen om adem ("vijf") te halen (= om iets uit de hemel te halen). Zouden ze onder water blijven, dan zouden ze verdrinken.

en het gevogelte vliege boven de aarde, in het uitspansel des hemels!

Deze vissen leven wel in de wateren, maar gezien hun bouw horen ze er niet thuis. Ze hebben de gedaante van een vis,maar ze zijn geen vis. Wij hebben de gedaante van een mens, maar we zijn geen mens (meer). Wij zien eruit als zondaren te midden van de volkeren, maar zijn het niet. Wij horen in de hemel thuis, want dŠŠr zijn wij in Christus geplaatst op het moment dat wij tot geloof in Hem kwamen. Er zijn ook vliegende vissen en vissen die hun voedsel uit de atmosfeer halen. Dolfijnen wekken de indruk dat ze "geest" hebben, omdat ze zo intelligent zijn. De ogen van dolfijnen kan men rustig blinderen,want ze "zien" met hun oren. Ze stoten geluiden uit en horen het "woord". Daardoor horen ze hun omgeving. "Zij zien niet en nochtans geloven zij" (Johannes 20 : 29; 1 Petrus 1 : 8). Grote vissen nemen hun omgeving niet waar op grond van wat zij zien, maar op grond van wat zij horen.  

Romeinen 10 : 17

17 Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods,

 

Het "gevogelte des hemels" kwam ook op de vijfde dag tot stand. Dit slaat op gelovigen als hemelburgers. De vleermuis is een dier dat wel vliegt, maar het is een zoogdier. Vleermuizen komen ook in de Bijbel voor, maar het is niet altijd correct vertaald.  

Psalmen 84 : 4

4 Zelfs vindt de mus een huis, en de zwaluw een nest voor zich, waar zij haar jongen legt, bij Uw altaren, HEERE der heirscharen, mijn Koning, en mijn God! 

Zwaluwen leggen geen jongen, maar eieren. Dit woord "zwaluw" moet vertaald worden met "vleermuis": dat wat gevleugeld is. Vleermuizen vliegen nog kunstiger dan zwaluwen. Ze gebruiken hetzelfde sonarsysteem als de dolfijnen (sonar = SOund Navigation And Ranging). Ze gebruiken hun ogen niet, maar vliegen op het gehoor. Ze leven in het donker.  

2 Korinthe 5 : 7

7 ... (Want wij wandelen door geloof en niet door aanschouwen.)

 

Wanneer vleermuizen slapen, hangen ze ondersteboven. De hele wereld staat voor hen op haar kop en dat is bij een gelovige ook het geval. Als een gelovige het Woord van God hanteert, komen alle dingen onderste boven te staan. Alles blijkt precies andersom te zijn dan men in de wereld zegt. Voor ons komt de wereld op haar kop te staan, maar we zijn dan ook niet van deze wereld. Wij horen in de hemel.

 

Terug naar begin

De vijfde stamvader.

De vijfde stamvader is Mahalal-el. 

Genesis 5 : 12, 15

12 En Kenan leefde zeventig jaren, en hij gewon Mahalal-el.

15 En Mahalal-el leefde vijf en zestig jaren, en hij gewon Jered.

 

In de naam Mahallal-el zit het woord "halel". Dat woord is bekend van "hallelujah". Het betekent "prijzen". De letter "M" (m) is een voorvoegsel en betekent "tot". "El" (ga) betekent "God". De naam Mahalal-el betekent dus: "tot lof van God". Hiermee is de vijfde bedeling precies gekarakteriseerd. De vijfde is altijd tot lof van God. Vijf staat voor de genade. Als een mens niets doet en uit genade leeft, dient God daarvoor alle lof te ontvangen. We zijn dan ook opgewekt tot heerlijkheid des Vaders (Romeinen 6 : 4). Alles is in deze bedeling tot lof van God en niet tot eer van mensen. De vijfde bedeling heeft met het verborgen koninkrijk te maken. Er is dus niemand anders die de eer kan ontvangen dan de Koning van dat koninkrijk: Christus. De Gemeente ontvangt in de wereld geen lof. Alles wat wij doen is tot heerlijkheid van God. Door de Gemeente wordt de veelkleurige wijsheid van God bekendgemaakt (…feze 3 : 10). Deze wijsheid bestaat in verborgenheid (1 Korinthe 2 : 7). Jesaja 40 spreekt in bedekte termen over de positie van de Gemeente. Het gaat over de toekomstige verlossing van IsraŽl.

De naam Mahalal-el betekent dus: "tot lof van God".

Jesaja 40 : 10, 11

10 Ziet, de Heere HEERE zal komen tegen den sterke, en Zijn arm zal heersen; ziet, Zijn loon is bij Hem, en Zijn arbeidsloon is voor Zijn aangezicht.

11 Hij zal Zijn kudde weiden gelijk een herder; Hij zal de lammeren in Zijn armen vergaderen, en in Zijn schoot dragen; de zogenden zal Hij zachtjes leiden.

 

De Heer zal komen en Hij zal Zijn kudde redden en verzorgen. Zijn loon is bij Hem. De Gemeente is dat loon. Hij heeft dat ontvangen. Dit staat ook in:

Jesaja 62 : 11

11 Ziet, de HEERE heeft doen horen, tot aan het einde der aarde: zegt der dochter van Sion: Zie, uw Heil komt; zie, Zijn loon is met Hem, en Zijn arbeidsloon is voor Zijn aangezicht.

 

Dat heil van IsraŽl is dus een Persoon. 

Jesaja 62 : 12

12 En zij zullen hen noemen het heilige volk, de verlosten des HEEREN; en gij zult genoemd worden de gezochte, de stad, die niet verlaten is.

 

Het arbeidsloon bestaat uit een groep mensen. Het betekent dat de eerste vruchten van het werk van de Here Jezus voor Hemzelf bestemd zijn, als Zijn loon. De arbeider is zijn loon waardig (Lukas 10 : 2; 1 TimothťŁs 5 : 18). Die Arbeider is in de eerste plaats de Heer Zelf. Hij is Zijn loon waardig. Normaal gesproken bestaat het loon van de arbeider uit een deel van zijn werk. Het werk van de Heer is dat Hij de wereld met God verzoent. Het eerste deel van de wereld dat met God verzoend wordt is voor Hem; Zijn loon. De Gemeente van de vijfde bedeling, het Lichaam van Christus, is het resultaat van de arbeid van de Heer. De gelovigen van de vijfde bedeling zijn de eerste vruchten. De oogst komt slechts tot stand doordat de Heer de wasdom geeft. Dit wordt in 1 Korinthe 3 : 6  overdrachtelijk gebruikt. 

1 Korinthe 3 : 6

6 Ik heb geplant, Apollos heeft nat gemaakt; maar God heeft den wasdom gegeven.

 

"Mahalal-El" is een beeld van de Gemeente. De Gemeente is ook "tot lof van God". De Heer dient door ons leven heerlijkheid te ontvangen. 

Kolossenzen 3 : 1, 2

1 Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechter hand Gods.

2 Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn.

Als de Heer door ons heen werkt ontvangen wij daar geen eer van, maar de Heer. Wij zijn vaten der barmhartigheid (Romeinen 9 : 23).

Terug naar begin

De vijfde vrucht.

Deuteronomium 8 : 8

8 Een land van tarwe en gerst, en wijnstokken, en vijgebomen, en granaatappelen; een land van olierijke olijfbomen, en van honig; 

De vijfde vrucht is de granaatappel. In het Hebreeuws is dat "Rimmon" (Nwmd). Rimmon komt in de Bijbel ook onvertaald voor, namelijk als plaatsnaam (o.a. Jozua 19 : 7; 1 Kronieken 4 : 32; ZacharŪa 14 : 10). Rimmon wordt vertaald met "hoge plaats"; een bergtop, een hoogvlakte; "de heiligen der hoge plaatsen" (DaniŽl 7 : 18, 22, 25, 27). Rimmon spreekt over de positie van de Gemeente, die in een hoge plaats is gesteld: de hemel (…feze 1 : 3). Rimmon wordt in Richteren 20 : 45, 47 genoemd. Daar gaat het over de geschiedenis van Benjamin. 

Richteren 20 : 45-47

45 Toen keerden zij zich, en vloden naar de woestijn, tot den rotssteen van Rimmon; maar zij deden een nalezing onder hen op de straten, van vijf duizend man; voorts kleefden zij hen achteraan tot aan Gideom, en sloegen van hen twee duizend man.

46 Alzo waren allen, die op dien dag van Benjamin vielen, vijf en twintig duizend mannen, die het zwaard uittrokken; die allen waren strijdbare mannen.

47 Doch zeshonderd mannen keerden zich, en vloden naar de woestijn, tot den rotssteen van Rimmon, en bleven in den rotssteen van Rimmon, vier maanden.

De vijfde vrucht is de granaatappel. 

Benjamin (betekent: zoon van de rechterhand) is een type van het gelovig overblijfsel van IsraŽl. In deze geschiedenis werd bijna de gehele stam van Benjamin uitgeroeid en toch werd er voorzien in een overblijfsel. Dit is een beeld van dood en opstanding. Het is een beeld van het volk IsraŽl dat door dood en opstanding tot een overblijfsel gesteld zal worden. Het restje van Benjamin bleef bewaard in de rotsspleet van Rimmon. Men schuilde (geestelijk gezien) in de rots en dat is Christus. 

1 Korinthe 10 : 4

4 En allen denzelfden geestelijken drank gedronken hebben; want zij dronken uit de geestelijke steenrots, die volgde; en de steenrots was Christus.

 

Diezelfde hoge plaats - Rimmon - staat ook voor de granaatappel. De granaatappel komt in de Bijbel weinig voor (o.a. Numeri 13 : 23; 20 : 5). In de opsomming van Deuteronomium 8 : 8 wordt ze als vijfde vrucht genoemd, maar er staat niet bij vermeld waarvan ze een beeld is. De granaatappel (nagemaakt!) wordt bij de kleding van de hogepriester genoemd.

Dan niet op een hoge plaats, maar op de laagste plaats die we ons kunnen bedenken, namelijk onderaan de zoom van het kleed (Exodus 28 : 33, 34). Het wijst op de positie van de Gemeente in haar aardse verschijningsvorm. De gelovigen van de Gemeente (het Lichaam van Christus) hebben een hemelse positie in Christus, maar leven nog op aarde. In een opengesneden granaatappel zijn kleine "pitjes" zichtbaar. De kleur aan de binnenzijde is een mengeling van rood en blauw. Dit wijst op de aardse en hemelse kant van de gelovige van de huidige (vijfde) bedeling. De vrucht is zeer dorstlessend.

 

Terug naar begin

Copyright © 2011  www.bijbelstudie.nl. Auteur Ab Klein Haneveld. Alle rechten voorbehouden.
Bewerking lay-out www.eindtijdinbeeld.nl Auteur Melle Velema.