Bedelingen Gods


De bedeling van de belofte (nr. 3)

  1. Inleiding op de derde bedeling.
  2. Het verbond met Abraham.
  3. Het getal drie.
  4. De derde dag.
  5. De derde stamvader.
  6. De derde vrucht.

Inleiding op de derde bedeling.

De derde bedeling, "de bedeling van de belofte", houdt verband met wat in de Bijbel "de belofte" genoemd wordt. Die belofte wijst op het verbond met Abraham. De eerste bedeling gaat over alle individuen; de tweede bedeling over alle volkeren. Het eerste aspect van de derde bedeling is dat hij met ťnkele individuen (geroepenen/uitverkorenen) te maken heeft.

Dat is in de eerste plaats Abraham en in de tweede plaats het Zaad van Abraham: Christus (Galaten 3 : 16). Deze bedeling begint met de roeping van Abram en eindigt als de belofte vervuld wordt. Wanneer we weten, wat er beloofd werd, weten we ook wanneer de belofte vervuld wordt. Aan Abraham werd beloofd dat in hem en in zijn Zaad al de geslachten des aardrijks gezegend zouden worden (Genesis 22 : 18). Het begin van deze bedeling staat in Genesis 12 : 1.

Genesis 12 : 1

1 De HEERE nu had tot Abram gezegd: Ga gij uit uw land, en uit uw maagschap, en uit uws vaders huis, naar het land, dat Ik u wijzen zal.

Abram moest de eerste bedeling (zijn familie) verlaten, maar ook de tweede bedeling (= zijn land = Ur der ChaldeeŽn; Genesis 11 : 28, 31). De consequentie was dat hij onder een derde bedeling kwam.

Genesis 12 : 2, 3

2 En Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen, en uw naam groot maken; en wees een zegen!

3 En Ik zal zegenen, die u zegenen, en vervloeken, die u vloekt; en in u zullen alle geslachten des aardrijks gezegend worden.

 

Er wordt hier niet over het Zaad van Abraham gesproken. Deze dingen werden tegen Abram gezegd, maar het was ook voor zijn erfgenamen bestemd. Van Abraham wordt bijvoorbeeld gezegd dat hij aan Melchizťdek tienden betaalde (Genesis 14 : 20). In de brief aan de HebreeŽn wordt het aangehaald. Er wordt gezegd dat Levi tienden aan Melchizťdek betaalde (HebreeŽn 7 : 9). Levi was toen echter nog niet geboren. Hij was nog "in de lendenen van Abraham".Wat Abraham deed werd ook toegeschreven aan allen die op dat moment "in hem" waren. In Genesis 12 gaat het om Abram en zijn natuurlijke afstammelingen. Eťn van de zegeningen houdt in dat hij zeer veel afstammelingen zou hebben (vele volkeren en niet alleen IsraŽl). Abraham betekent volgens de Schrift "vader van vele volkeren".

Abraham geeft Melchizek een gift.

Abraham heette oorspronkelijk Abram. Beide namen betekenen hetzelfde. Sarah heette oorspronkelijk Sarai. Deze laatste naam eindigt op een "i" (l). Sarai was onvruchtbaar en Abram uiteindelijk ook,want hij was verstorven. De Heer wisselt de "jod" (l) van Sarai om voor een "hee" (h).

 

Genesis 17 : 15

15 Nog zeide God tot Abraham: Gij zult den naam van uw huisvrouw Sarai, niet Sarai noemen; maar haar naam zal zijn Sara.

De "jod" heeft een getalswaarde van 10, terwijl de "hee" een getalswaarde heeft van 5. De "10" van Sarai werd feitelijk gedeeld in twee "hee’s" (tweemaal 5). De ene "hee" bleef bij Sarah. De andere "hee" kreeg Abram in zijn naam. Abram werd Abra-h-am. Ze hadden de "jod" gedeeld en op grond van deze gemeenschappelijkheid werden zij vruchtbaar. Dat is typologie waarbij in zienlijke dingen uitgedrukt wordt wat er in onzienlijke dingen gebeurt. Eerst was er het stof der aardbodem (= adamah) en God maakte Adam daaruit. De "hee" verdween. Later komt deze "hee" weer in de namen van Abraham en Sarah terug.

 

Genesis 2 : 4

4 Dit zijn de geboorten des hemels en der aarde, als zij geschapen werden (= in hun schepping); ten dage als de HEERE God de aarde en den hemel maakte.

De uitdrukking "in hun schepping" is de vertaling van de Hebreeuwse uitdrukking "be-hibaram". "Be" (p) betekent "in" en "hibaram" betekent "hun schepping". De letter "hee" van "hibaram" staat klein geschreven. Bovendien is het woord "hibaram" een anagram (= met dezelfde letters een ander woord maken) van de naam Abraham. Abraham is in de gehele Schrift een voorbeeld voor/van de ware gelovige. Abraham twijfelde niet door ongeloof, maar hij geloofde wat de HEERE zei. Abraham verliet zijn land en ging als vreemdeling op weg naar een ander land waar hij helemaal geen grondgebied had. Een graf was het enige dat Abraham had (Genesis 23 : 4-20). Abraham ging naar een land dat de Here hem geven zou. Hij wist niet waar hij terecht zou komen en stierf voordat hij de belofte verkregen had (HebreeŽn 11 : 8-10).

 

Genesis 12 : 5-7

5 En Abram nam Sarai, zijn huisvrouw, en Lot, zijns broeders zoon, en al hun have, die zij verworven hadden, en de zielen, die zij verkregen hadden in Haran; en zij togen uit, om te gaan naar het land Kanašn, en zij kwamen in het land Kanašn.

6 En Abram is doorgetogen in dat land, tot aan de plaats Sichem, tot aan het eikenbos More; en de Kanašnieten waren toen ter tijd in dat land.

7 Zo verscheen de HEERE aan Abram, en zeide: Aan uw zaad zal Ik dit land geven. Toen bouwde hij aldaar een altaar den HEERE, Die hem verschenen was.

Abram werd uit twee voorgaande bedelingen geleid. Hij werd apart gezet. Hij werd een - schatrijke - wereldvreemde figuur. Hij leefde echter in tenten en had geen enkel stukje grond dan alleen een graf. In HebreeŽn 11 : 8 staat een commentaar over Abraham.

HebreeŽn 11 : 8

8 Door het geloof is Abraham, geroepen zijnde, gehoorzaam geweest, om uit te gaan naar de plaats, die hij tot een erfdeel ontvangen zou; en hij is uitgegaan, niet wetende, waar hij komen zou.

 

De volgorde is: geloven, geroepen worden, gehoorzamen. God riep Abraham, omdat hij geloofde, want er is "bij God geen aanneming des persoons" (Romeinen 2 : 11). Als Abraham geroepen werd vanwege zijn geloof betekent dit dat iedere gelovige geroepen wordt. De gelovigen van de huidige (vijfde) bedeling zijn geroepen tot "zoonschap".

Romeinen 8 : 28, 29

28 En wij weten, dat dengenen, die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede, namelijk dengenen, die naar Zijn voornemen geroepen zijn.

29 Want die Hij te voren gekend heeft, die heeft Hij ook tevoren verordineerd, den beelde Zijns Zoons gelijkvormig te zijn, opdat Hij de Eerstgeborene zij onder vele broederen.

Vader en zoon. 

"Zoonschap" wijst op "erfrecht", want men is geroepen om te erven. Van Abraham wordt gezegd dat hij een erfgenaam der wereld zou zijn (Romeinen 4 : 13). Abraham is de vader aller gelovigen (Romeinen 4 : 11, 12). Abraham geloofde en daarom werd hij geroepen. De derde fase is "gehoorzamen". Deze fase staat los van de eerste twee, omdat een gelovige, die dus geroepen is, zelf moet beslissen of hij aan die roeping gehoorzaam wil zijn. Dat wil zeggen: of hij in overeenstemming met zijn roeping wil leven.

…feze 4 : 1

1 Zo bid ik u dan, ik, de gevangene in den Heere, dat gij wandelt waardiglijk der roeping, met welke gij geroepen zijt;

Christus wordt als de Zoon geopenbaard en wij zullen met Hem als zonen geopenbaard worden,want wij zullen dan zijn gelijk Hij is (Kolossenzen 3 : 4; 1 Johannes 3 : 2). De schepping wacht op het openbaar worden van de zonen Gods (Romeinen 8 : 19). Het is de bedoeling, dat wij ons van onze toekomstige verantwoordelijkheden bewust zijn en in overeenstemming daarmee leven. Uiterlijk verschillen wij in niets met een dienstknecht, maar we zijn een "heer van alles" (Galaten 4 : 1).Wij zijn uitverkoren uit deze wereld op grond van ons geloof (…feze 1 : 4) en te voren verordineerd tot de Zoonstelling.

 

…feze 1 : 5

5 Die ons te voren verordineerd heeft tot Zoonstelling (= aanneming tot kinderen), door Jezus Christus, in Zichzelven, naar het welbehagen van Zijn wil.

Abraham ging uit naar de plaats die hij tot erfdeel ontvangen zou. Zo zijn wij eveneens op weg naar ons vaderland, namelijk de hemel zelf. Wij hebben een voorschot (onderpand) ontvangen op de toekomende erfenis (…feze 1 : 14).Wij weten dat wij het allemaal zullen ontvangen. Het is juridisch ons eigendom, omdat de Heer het ons beloofd en gegeven heeft.

HebreeŽn 11 : 13-16

13 Deze allen (niet alleen Abraham, maar ook de anderen, die genoemd werden) zijn in het geloof gestorven, de beloften niet verkregen hebbende, maar hebben dezelve van verre gezien ("en geloofd” staat er niet), en omhelsd, en hebben beleden, dat zij gasten en vreemdelingen op de aarde waren.

14 Want die zulke dingen zeggen, betonen klaarlijk, dat zij een vaderland zoeken.

15 En indien zij aan dat vaderland gedacht hadden, van hetwelk zij uitgegaan waren, zij zouden tijd gehad hebben, om weder te keren;

16 Maar nu zijn zij begerig naar een beter, dat is, naar het hemelse. Daarom schaamt Zich God hunner niet, om hun God genaamd te worden; want Hij had hun een stad bereid.

 

Terug naar begin

Het verbond met Abraham

De derde bedeling is gebaseerd op het verbond met Abraham dat oorspronkelijk alleen met Abraham werd gesloten. God zei tegen hem (Genesis 12 : 2) dat Hij hem tot een groot volk zou maken. Deze belofte werd vervolgens viermaal herhaald (zie de derde dag). Het verbond met Abraham is een verbond met Abraham ťn zijn Zaad. In wezen zijn het twee verbonden die tegelijkertijd gesloten werden: ťťn in verband met Abraham en ťťn in verband met Christus. Dit tweeledige verbond wordt onder het nieuwe verbond vervuld. Zoals het verbond met Abraham tweeledig is (Abraham en Christus), zo heeft ook het nieuwe verbond een dubbele toepassing: 

-         in verband met Abraham en zijn aardse nakomelingen.

-         in verband met Christus en allen die in Christus zijn (in de hemel).

De belofte aan Abraham heeft een letterlijke betekenis voor IsraŽl en een geestelijke betekenis voor de Gemeente.

Galaten 3 : 16

16 Nu zo zijn de beloftenissen tot Abraham en zijn zaad gesproken. Hij zegt niet: En den zaden, als van velen; maar als van ťťn: En uw zade; hetwelk is Christus.

Het zaad van Abraham is allťťn Christus. Wij zijn van nature Adamieten en dus zondaren. Wanneer wij gestorven zijn, zijn we geen Adamieten en geen zondaren meer. Elk gestorven mens is gerechtvaardigd van de zonde (Romeinen 6 : 7). Dit geldt dus ook voor een IsraŽliet. Hij is bovendien, naar het vlees, geen afstammeling meer van Abraham. Als een IsraŽliet met Christus is opgestaan, is hij een erfgenaam van de belofte; niet van de belofte aan Abraham,maar van de belofte aan Christus, het Zaad van Abraham.

Galaten 3 : 6, 7

6 Gelijkerwijs Abraham Gode geloofd heeft, en het is hem tot rechtvaardigheid gerekend;

7 Zo verstaat gij dan, dat diegenen, die uit het geloof zijn, Abrahams kinderen (= zonen) zijn.

het zaad van Abraham 

Wij zijn "geestelijk zaad" van Abraham.

 

Galaten 3 : 9

9 Zo dan, die uit het geloof zijn, worden gezegend met den gelovigen Abraham.

Abraham zou een erfgenaam der wereld zijn, want dat was hem beloofd (Romeinen 4 : 13). De gelovigen van de huidige bedeling (nr. 5) zullen in Christus over de wereld regeren.

Galaten 3 : 13, 14

13 Christus heeft ons verlost van den vloek der wet, een vloek geworden zijnde voor ons; want er is geschreven: Vervloekt is een ieder, die aan het hout hangt.

14 Opdat de zegening van Abraham tot de heidenen komen zou in Christus Jezus, en opdat wij de belofte des Geestes verkrijgen zouden door het geloof.

Christus is tot de heidenen gekomen. "Heiden" wil zeggen: een niet-IsraŽliet. De gelovigen uit de heidenen zijn erfgenamen van Abraham geworden, omdat zij in Christus zijn en Christus is de Erfgenaam van de belofte. De beloften worden ontvangen door diegenen die geloven. God beloofde iets aan Abraham,omdat hij geloofde en diezelfde belofte komt tot alle gelovigen.

 

Terug naar begin

Het getal drie

Drie is het getal van de vormwording. Bij "vorm" gaat het niet direct om een stoffelijke vorm, maar om een abstracte vorm: iets dat in onze gedachten gestalte krijgt. Wij kunnen bijvoorbeeld een scheikundige formule maken, maar dat is niet de substantie zelf. De formule is de abstracte uitbeelding van de stof. In Bijbel zijn bij de totstandkoming van de schepping en bij de vormwording van iets altijd drie dingen betrokken.

Drie is het getal van de geboorte. De drie houdt ook verband met een "geboorte". "Vormwording" en "geboorte" hangen met elkaar samen. "Geboorte" komt overeen met "verwekking". Het begrip "geboorte" slaat zowel op het vrouwelijke als op het mannelijke aandeel in de voortplanting. De Here Jezus werd uit de Heilige Geest geboren ťn uit Maria. Maria was de vrouw, de Geest was de Man. "Wedergeboorte uit de Geest" is de uitdrukking voor het mannelijke aandeel. Taalkundig zou het juist geweest zijn "geboorte" met "verwekking" te vertalen. De geboorte uit water en Geest is een contrast tussen de eerste en tweede geboorte en tevens tussen het vrouwelijke en het mannelijke aandeel.

Drie is het getal van de dubbelheid. Een drie is een dubbelheid: een drie houdt een vier in. De normale manier van tellen is ťťn, twee, drie, vier. Wanneer de drie dubbel is dan betekent het dat we te maken hebben met drie ťn vier. De vier ligt in de drie opgesloten. De vier is de logische consequentie van de drie. Bijvoorbeeld:

1. Abram

2. Izak

3/4. Jakob en Ezau

 

De derde generatie is een tweeling en samen is dat vier. Ze vormen een eenheid. We kennen de uitspraak: "tot in het derde en vierde geslacht" (Deuteronomium 5 : 9), waarin ook de "drie" en de "vier" aan elkaar zijn gekoppeld. Als de derde de vierde in zich houdt, dan betekent dit dat de bedeling van de wet (= de vierde) opgesloten zou moeten liggen in de bedeling van de belofte. Dat is precies het geval. De bedeling van de wet is de normale consequentie van de bedeling van de belofte. De belofte zegt immers dat Abraham tot een groot volk zou worden. Een groot volk krijgt een eigen taal, een eigen land, een eigen wet en een eigen koning.

De vierde bedeling lag op twee wijzen in de derde opgesloten:

1. IsraŽl werd een volk en kreeg daarom een wet, een koning en een land.

2. De periode van slavernij in Egypte stond model voor de vierde bedeling.

De Hebreeuwse "drie" is de letter "gimmel" (g). Deze letter heeft als betekenis: "kameel". De kameel is een derde en daarom zijn er twee soorten kamelen. Eťn met twee bulten en een kameel met ťťn bult (drommedaris).

De Hebreeuwse "drie" is de letter "gimmel" (g). Deze letter heeft als betekenis: "kameel".

De kameel is een derde en is daarom een beeld van de ziel, de mens. De kameel kan in de woestijn lang zonder water. De mens denktook lang zonder water te kunnen. "Water" is namelijk een beeld van het Woord van God. De kameel is gemaakt om in de woestijn te leven. Het wordt daarom wel "het schip der woestijn" genoemd. Het is een beeld van de individuele mens die in de woestijn (= de wereld) leeft. Dat leven is in een huis: deze schepping. De kameel (de mens) zoekt de uitgang van het huis, omdat hij er uit verlost wil worden. Er is weliswaar een uitgang, maar dat ligt voorbij de drie, namelijk in de vier.

 

Terug naar begin

De derde dag

Genesis 1 : 9

9 En God zeide: Dat de wateren van onder den hemel in een plaats vergaderd worden, en dat het droge gezien worde! En het was alzo.

9 En God zeide: Dat de wateren van onder den hemel in een plaats vergaderd worden, en dat het droge gezien worde! En het was alzo.

De aarde, die tot dan toe bedekt was met wateren, werd zichtbaar. De wateren trokken zich terug, waardoor het land boven water kwam. Het land deed niets; de wateren deden iets. De wateren zakten en maakten plaats voor het land. De toepassing daarvan is eenvoudig. De wateren/zeeŽn zijn een type van de volkeren. Op de derde dag werden de volkeren (wateren) verzameld. IsraŽl (het land) kwam boven water. IsraŽl verscheen uit de volkeren en de volkeren moesten zich terugtrekken voor IsraŽl. God zei wat er moest gebeuren en het gebeurde! Het verschijnen van het droge land uit de zeeŽn houdt verband met Abraham. Die moest zijn land en zijn vaders huis verlaten en een eigen positie innemen te midden van de volkeren. Droog land wordt altijd door de zeeŽn bedreigd en zo werd IsraŽl in de loop der historie ook door de volkeren bedreigd.

Openbaring 13 : 1, 11

1 En ik zag uit de zee een beest opkomen, hebbende zeven hoofden en tien hoornen; en op zijn hoornen waren tien koninklijke hoeden, en op zijn hoofden was een naam van gods lastering.

11 En ik zag een ander beest uit de aarde opkomen, en het had twee hoornen, des Lams hoornen gelijk, en het sprak als de draak.

Het beest uit de zee is een toekomstige vorst over de heidenen en het beest uit het land is een toekomstige vorst over IsraŽl. Hier staan land en zee ook naast elkaar. In DaniŽl worden de tijden der heidenen (de tijden, waarin de heidenen regeren) door beesten gesymboliseerd die uit de wateren opkomen (DaniŽl 7 : 2). De wateren zijn een beeld van de volkeren (Openbaring 17 : 15); het land is een beeld van IsraŽl. Op de derde dag verscheen het droge land zie zijlijn 4 uit de wateren. In de derde bedeling werd de basis voor IsraŽl gelegd.

De derde dag komt, wat de betekenis betreft, met elke derde dag overeen. De derde dag heeft met de dag van de opstanding van Christus te maken. Op de derde komt nieuw leven tot stand. De "drie" is een beeld van vormwording en van geboorte. De geboorte houdt verband met het breken van het water. Op de derde dag had dit tot gevolg dat het land te voorschijn kwam. Op de derde dag wordt nieuw leven voortgebracht. Alle leven komt voort uit het water. De derde dag is - als echte derde – weer een dubbele. Op de "normale" dagen sprak God ťťn keer, maar op de derde dag sprak God tweemaal.

Genesis 1 : 9, 11-13

9 En God zeide: Dat de wateren van onder den hemel in een plaats vergaderd worden, en dat het droge gezien worde! En het was alzo.

11 En God zeide: Dat de aarde uitschiete grasscheutjes, kruid zaadzaaiende, vruchtbaar geboomte, dragende vrucht naar zijn aard, welks zaad daarin zij op de aarde! En het was alzo.

12 En de aarde bracht voort grasscheutjes, kruid zaadzaaiende naar zijn aard, en vruchtdragend geboomte, welks zaad daarin was, naar zijn aard. En God zag, dat het goed was.

13 Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de derde dag.

 

Terug naar begin

Wat is ... ?

De derde stamvader is Enos. 

26 En denzelven Seth werd ook een zoon geboren, en hij noemde zijn naam Enos. Toen begon men den Naam des HEEREN aan te roepen. 

Genesis 4 : 26

26 En denzelven Seth werd ook een zoon geboren, en hij noemde zijn naam Enos. Toen begon men den Naam des HEEREN aan te roepen. 

Uit JoŽl 2:32 is bekend dat iedereen die de Naam des Heren aanroept, behouden zal worden. In verband met Enos wordt dus de weg tot verlossing genoemd. Het wordt verder niet verklaard. Dat gebeurt pas bijAbraham: hij geloofde God en dat werd hem tot gerechtigheid gerekend.

Alleen de naam Enos wordt genoemd. Deze naam wordt meestal met "mens" vertaald. Het normale Hebreeuwse woord voor "mens" is "iesh", sla (ieshah, hsa = vrouw). Enos is een samentrekking van de woorden "ani" en "iesh" (mens/man). Men vertaalt het dan met "mens". Het heeft iets met de mens als "krachtig wezen" te maken; ook wel "mannen van naam" genoemd (Genesis 6 : 4). Enos betekent "sterk/krachtig mens" en dit wijst zowel op Abraham als op Christus. Zoals Abraham uit de volkeren werd geroepen om over die volkeren te regeren (een schip "troont" boven de wateren), zo is ook Christus - het Zaad van Abraham – geroepen tot precies hetzelfde doel, namelijk: regeren over de volkeren.

 

Terug naar begin

De derde vrucht

Deuteronomium 8 : 8

8 Een land van tarwe en gerst, en wijnstokken, en vijgebomen, en granaatappelen; een land van olierijke olijfbomen, en van honig;

De wijnstok is hier de derde in de reeks van vruchten. Eens kwamen twaalf verspieders uit het beloofde land terug met een druiventros.

De wijnstok is hier de derde in de reeks van vruchten.

Numeri 13 : 23

23 Daarna kwamen zij tot het dal Eskol, en sneden van daar een rank af met een tros wijndruiven, dien zij droegen met tweeŽn, op een draagstok; ook van de granaatappelen en van de vijgen.

Deze tros werd door twee mannen gedragen. Dat heeft met de derde vrucht te maken: een dubbele. Als de derde vrucht gedragen wordt, gebeurt dat dus door twee mannen. De wijnstok heeft met het verbond met Abraham te maken. De wijnstok is ook een beeld van IsraŽl.

Hosea 10 : 1

1 IsraŽl is een uitgeledigde wijnstok, hij brengt weder vrucht voor zich; maar naar de veelheid zijner vrucht heeft hij de altaren vermenigvuldigd; naar de goedheid zijns lands, hebben zij de opgerichte beelden goed gemaakt.

IsraŽl is het resultaat van het verbond dat God met Abraham sloot. De "stok" (wijnstok) is een beeld van Abraham, terwijl de ranken typen zijn van diegenen die uit Abraham voortkomen en deel uitmaken van IsraŽl.

In het Oude Testament is Abraham de wijnstok. In het Nieuwe Testament noemt de Here Jezus Zichzelf de wŠre Wijnstok. Er zijn twee wijnstokken, namelijk: Abraham en het Zaad van Abraham. Alle typologie komt bij Christus terecht. Hij is de wŠre Wijnstok. Typologisch wijst rode wijn op de Here Jezus als de Zoon des mensen. Witte wijn wijst op de Here Jezus als de Zoon van God. "Rood" is een type van Abraham en wijst op de aardse vervulling van de belofte. "Wit" is een type van het Zaad van Abraham en wijst op de geestelijke vervulling van dezelfde belofte. Wijn is tevens een beeld van eeuwig leven. De vrucht van de wijnstok is een type van leven. Wijn en bloed zijn beide een type van leven. "Bloed" staat in dit verband voor het leven van de oude schepping, terwijl "wijn" voor het leven van de nieuwe schepping staat (1 Korinthe 11 : 25). Ongezuurd brood en wijn zijn beelden van de opstanding van Jezus Christus. zie zijlijn 5

 

Zijlijn 4

Het woord voor ”land”, ”aarde” is het Hebreeuwse woord ”eretz” . Dat wordt in het algemeen gebruikt voor IsraŽl zelf: ”Eretz JisreŽl”. ”Land” heeft met een bepaald territorium te maken. ”Eretz” is de aanduiding voor een begrensd gebied ter onderscheiding van een ander gebied. Dat wil zeggen: land ter onderscheiding van een ander land. Het land is tevens de begrenzing van het water. De droge aarde verschijnt ter onderscheiding van  de zeeŽn.

 

Zijlijn 5

De bereiding van druiven tot wijn is vrij ingewikkeld. De druif bestaat voor het grootste gedeelte uit water. De druif moet worden geplukt en geperst (met voeten getreden). ”Persen” heeft met vernedering/oordeel te  maken. Door vernedering en oordeel komt er een nieuwe schepping tot stand. Het druivesap gaat in  eikenhouten vaten, die in het donker bewaard worden. Tijdens het rijpingsproces komt er alcohol tot stand: water wordt wijn. Wijn is een beeld van de Geest en van de geestelijke dingen. De nieuwe mens ontwikkelt zich ten koste van de oude mens, want die legt men af.

 

Terug naar begin

Copyright © 201 www.bijbelstudie.nl. Auteur Ab Klein Haneveld. Alle rechten voorbehouden.
Bewerking lay-out www.eindtijdinbeeld.nl Auteur Melle Velema.