Gog en Magog - Bijbelstudie

  1. Inleiding op Gog en Magog.
  2. Magog het land.
  3. EzechiŽl 39 – Einde 70ste week van DaniŽl - verzen 1 tm 10.
  4. EzechiŽl 39 – Einde 70ste week van DaniŽl - verzen 11 tm 29.
  5. EzechiŽl 38 vers 1 tm 8 en Opb.20 vers 7 tm 10 – Einde van de 1000 jaren.
  6. EzechiŽl 38 vers 9 tm 23 – Einde van de 1000 jaren.
  7. De overeenkomsten en verschillen van Gog in de 70ste week en na de 1000 jaren.

Inleiding op Gog en Magog.

Opb. 20:8 En hij zal uitgaan om de volken te verleiden, die in de vier hoeken der aarde zijn, de Gog en de Magog, om hen te vergaderen tot de krijg; welker getal is als het zand aan de zee.

Gog en Magog. Wie zijn dat eigenlijk? En wat heeft dit nu precies met de eindtijd te maken? En als ze iets met de eindtijd te maken hebben, wanneer spelen zij dan een rol? Eigenlijk zijn dit de belangrijkste vragen om zicht te krijgen in Gog en Magog.

 

Terug naar begin

Magog het land.

Magog is eigenlijk eigenlijk wel iets bijzonders. Want er zijn maar weinigen die zowel in Genesis, het eerst Bijbelboek, tot aan Openbaring, het laatste Bijbelboek, voorkomen.

1.    De zonen van Jafeth zijn: Gomer, en Magog, en MadŠi, en Javan, en Tubal, en Mesech, en Tiras. Gen.10:2

2.    De kinderen van Jafeth waren Gomer, en Magog, en Madai, en Javan, en Tubal, en Mesech, en Tiras. 1Kron.1:5

3.    Mensenkind! zet uw aangezicht tegen Gog, het land van Magog, de hoofdvorst van Mesech en Tubal; en profeteer tegen hem, Ez.38:2

4.    En Ik zal een vuur zenden in Magog, en onder hen, die in de eilanden zeker wonen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben. Ez.29:6

5.    En hij zal uitgaan om de volken te verleiden, die in de vier hoeken der aarde zijn, de Gog en de Magog, om hen te vergaderen tot de krijg; welker getal is als het zand aan de zee. Opb.20:8

 

Na de zondvloed komt Magog voor het eerst in beeld. Magog is een kleinzoon van Noach, die iedereen wel kent. Maar Magog staat buiten de bloedlijn die van Adam naar Christus loopt. Sem is Noachs eerstgeborene en Magog komt niet uit Sem, maar uit Jafeth.

Het verhaal van Magog begint dus in Genesis 10. Daar wordt deze man geboren. Magog gaat volgens de Bijbel, te lezen in Genesis en in 1 Kronieken, met zijn gezin naar een plek op aarde om daar uit te groeien tot een volksstam. Daarom lezen we later in EzechiŽl niet meer over de man Magog, maar over zijn land. Dit wordt bijvoorbeeld in Ez.38:2 genoemd “het land van Magog”.

 

Als je Jesaja, Jeremia en EzechiŽl doorbladert en je leest dan alleen de titels van de hoofdstukken, dan valt eigenlijk direct ťťn ding erg op. Dat zijn de aanklachten tegen de landen en hun vorsten rondom IsraŽl. Voor meer informatie daarover: de tien koningen.

Maar van Jesaja tot en met Malťachi komen we Gog en Magog niet tegen, op EzechiŽl na. Kijk dat soort dingen hebben een reden. Heel kort gezegd: de tien koningen (landen) rondom IsraŽl zijn mijns inziens, Bijbels onderbouwd, het laatste antichristelijke rijk dat straks (binnenkort) geopenbaard zal worden. Het land Magog hoort daar kennelijk niet bij! Maar, en nu komt de clue, speelt wel een rol in de eindtijd!

 

Magog is een land volgens de Bijbel. De naam Moskou zou afkomstig zijn van het Hebreeuwse woord "Magowg" of, volgens auteurs als Tim LaHaye en Hal Lindsey, van Mesech. Rusland, met de Doema in Moskou, zou dan moeten staan voor Magog. Dit is overigens niet van mijzelf, maar heb deze theorie van minstens drie onafhankelijke bronnen gehoord en gelezen.

Gog wordt in EzechiŽl 38:2 beschreven als een vorst. En wel van Mesech en Tubal (mogelijk Moskou en Tobolsk). Maar deze landen horen kennelijk volgens het vers, mijns inziens, bij Magog. Dit zijn wat je noemt noord Aziatische landen.

De betekenis van de namen is alsvolgt:

  Gog: Dak en bedekking. Het dak is namelijk de bedekking van het huis, maar bedekking is ook een synoniem voor verborgenheid.

  Magog: Dak, bedekking en ontbinden / uiteen halen. Idem Gog, maar met de toevoeging, die zou kunnen zijn, zeker in het licht dat het land Magog los staat van het antichristelijke wereldrijk, dat het zich onttrekt (zich ontbonden heeft) aan het bondgenootschap met de antichrist en IsraŽl.

Rusland heeft zich doorgaans altijd onttrokken aan world-domination. Bij de New World Order kom je volgens mij geen Russen tegen. Rusland werd dan ook als het kwaad voorgesteld door het Westen ten tijde van de Koude Oorlog. De reden is dat deze macht zich niet laat binden (ontbinden = Magog) aan de heerschappij van de NWO.

 

Terug naar begin

EzechiŽl 39 – Einde 70ste week van DaniŽl - verzen 1 tm 10.

Aangezien Gog en Magog verspreid in de Bijbel voorkomen, kun jij je afvragen: “Is dit ťťn chronologische gebeurtenis?” Het antwoord is nee. Als je leest dat Gog en Magog in Openbaring voorkomen na de 1000 jaren en je leest daarna EzechiŽl 38 en 39, dan zou het vragen oproepen die niet te beantwoorden zijn. Het blijkt dan ook, dat niet alles plaatsvindt na de 1000 jaren, maar ook voor de 1000 jaren, en wel in en na de 70ste jaarweek van DaniŽl. Ik heb er voor gekozen om de chronologie maar aan te houden en zal proberen zo goed mogelijk uit te leggen waarom Ez.39 voor Ez.38 plaatsvindt. Het begin van Magog is behandeld, namelijk zijn geboorte, vermeld in Gen.10 en in 1Kron.1. Dan komen we nu aan in EzechiŽl 39, waar het mijns inziens gaat om de periode van de 70ste week van DaniŽl ťn de Dag des Heren!

Ez. 39

1 Voorts, gij mensenkind! profeteer tegen Gog, en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik wil aan u, o Gog, hoofdvorst van Mesech en Tubal!

2 En Ik zal u omwenden, en een zeshaak in u slaan, en u optrekken uit de zijden van het noorden, en Ik zal u brengen op de bergen IsraŽls.

Gog werd al geÔntroduceerd in hoofdstuk 38, dus dat missen we op deze manier. De Here zal een zeshaak in hem slaan. Ik was erg benieuwd naar de betekenis daarvan. Het heeft de betekenis van verwarren. Het is de Here Zelf, Die Gog, als hoofdvorst, laat optrekken uit het noorden en de Here zal hem brengen op de bergen van IsraŽl.

3 Maar Ik zal uw boog uit uw linkerhand slaan, en Ik zal uw pijlen uit uw rechterhand doen vallen.

Gog wordt ons hier voorgesteld als een rechtshandige boogschutter, die door Dezelfde Here wordt ontwapend.

4 Op de bergen IsraŽls zult gij vallen, gij en al uw benden, en de volken, die met u zijn; Ik heb u aan de roofvogels, aan het gevogelte van alle vleugel, en aan het gedierte des velds tot spijs gegeven.

5 Op het open veld zult gij vallen; want Ik heb het gesproken, spreekt de Heere HEERE.

Als ťťn van de eerste belangrijke aspecten is dat de Here, tot twee maal toe, de dood van Gog voorzegt. Dit wordt nog eens beklemtoond door de Heer, wanneer Hij eindigt met de woorden: want Ik heb het gesproken! Maar niet alleen Gog zal sterven op de bergen van IsraŽl, ook alle benden en volken die met Gog strijden op de bergen van IsraŽl, zullen sterven en tot voedsel zijn voor alle vogels en het gedierte des velds.

6 En Ik zal een vuur zenden in Magog, en onder hen, die in de eilanden zeker wonen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.

7 En Ik zal Mijn heilige Naam in het midden van Mijn volk IsraŽl bekend maken, en zal Mijn heilige Naam niet meer laten ontheiligen; en de heidenen zullen weten, dat Ik de HEERE ben, de Heilige in IsraŽl.

8 Ziet, het komt en zal geschieden, spreekt de Heere HEERE; dit is de dag, waarvan Ik gesproken heb.

 

Nu komt direct het antwoord op de vraag wanneer dit zal gebeuren. Want vers 8 zegt: dit is de dag waarvan Ik gesproken heb, namelijk de Dag des Heren! Bij de verschijning van de Here Jezus met de Gemeente in heerlijkheid, zal Christus ook Zijn oordeel meebrengen. Want bekent is dat het lichaam van de antichrist (2Thess.2) bij die gebeurtenis wordt weggedaan en zijn geest in het dodenrijk beland (Jes.14).

Vers 6 spreekt over een vuur in Magog en in de eilanden. Voor velen is dit een atoombomachtige straf. Dat zou kunnen, maar dat staat hier niet. Met andere woorden, je mag dat, uit dit vers, niet concluderen. Overigens heb ik geen enkele moeite met die idee. Verder in vers 7 lezen we over het bekend maken van de Naam van de Here. Het zal voor IsraŽl blijken, dat als de Here komt in heerlijkheid, dat het Dezelfde Jezus is, die zij hadden gekruisigd. Dat is geprofeteerd en dat wil zeggen: als IsraŽl de Here ziet verschijnen en ze vragen: “Wie bent U?” Dan zal de Here zeggen: “Ik ben Jezus Christus, Davids Zoon.” Zo maakt de Here Zijn Naam bekend onder IsraŽl, want het gaat in Gods Heilsplan om: De verheerlijking van Zijn Zoon, Jezus Christus! Dus duidelijk is nu dat het hier gaat om het einde van de 70ste week van DaniŽl, waarbij de Here verschijnt in heerlijkheid en gekomen is met Zijn oordeel; de Dag des Heren. Het volgende gedeelte van Ez.39 heeft als kopje “IsraŽls toekomst”.

9 En de inwoners van de steden IsraŽls zullen uitgaan, en vuur stoken en branden van de wapens, zo van schilden als rondassen, van bogen en van pijlen, zo van stokken als van spiesen; en zij zullen daarvan vuur stoken zeven jaren;

10 Zodat zij geen hout uit het veld zullen dragen, noch uit de wouden houwen, maar van de wapens vuur stoken; en zij zullen hen beroven, die hen beroofd hadden, en plunderen, die hen geplunderd hadden, spreekt de Heere HEERE.

 

Na de 70ste week van DaniŽl, zal het gelovig overblijfsel van IsraŽl de wapens omsmelten en de hoeveelheid hout is zoveel, dat men 7 jaren daarvan kan stoken. Dit heeft uiteraard een diepere betekenis, maar die heb je nog van mij tegoed. Opmerkelijk is uiteraard dat wij vandaag de dag leven met pistolen en kanonnen. Wij kennen in de moderne oorlogsvoering bijna geen houten wapens. Maar aangezien de Bijbel leert dat er dan verschrikkelijk veel houten wapens zijn, zal dat in de 70ste week van DaniŽl wel een oorzaak hebben gehad.

Een reden zou kunnen zijn, dat de landen die beschikken over moderne wapens, niet bestaan of geen rol spelen in deze gebeurtenis.

 

Terug naar begin

EzechiŽl 39 – Einde 70ste week van DaniŽl - verzen 11 tm 29.

11 En het zal op die dag geschieden, dat Ik aan Gog aldaar een grafstede in IsraŽl zal geven, het dal der doorgangers naar het oosten der zee; en dat zal de doorgangers de neus stoppen; en aldaar zullen zij begraven Gog en zijn ganse menigte, en zullen het noemen: Het dal van Gogs menigte.

12 Het huis IsraŽls nu zal hen begraven, om het land te reinigen, zeven maanden lang.

13 Ja, al het volk des lands zal begraven, en het zal hun tot een naam zijn, ten dage als Ik zal verheerlijkt zijn, spreekt de Heere HEERE.

14 Ook zullen zij mannen afzonderen, die gestadig door het land doorgaan, en doodgravers met de doorgangers, om te begraven hen, die op de aardbodem zijn overgelaten, om die te reinigen; aan het eind van zeven maanden zullen zij onderzoek doen.

15 En deze doorgangers zullen door het land doorgaan, en als iemand een mensenbeen ziet, zo zal hij een merkteken daarbij oprichten; totdat de doodgravers het zullen hebben begraven in het dal van Gogs menigte.

16 Ook zo zal de naam van de stad Hamůna zijn. Alzo zullen zij het land reinigen.

 

De verzen 11 tot en met 16 gaan over het reinigen van het land IsraŽl. De vorst Gog krijgt een graf in een dal. Het dal krijgt zelfs een naam, namelijk “het dal van Gogs menigte”. Belangrijk is om vast te stellen dat Gog hier een graf krijgt en dus niet de antichrist is dan wel de satan zelf. Verder is het belangrijk om vast te stellen dat het reinigen van het land 7 maanden duurt. Waarom zou men het land moeten reinigen als deze gebeurtenis pas op het eind van de 1000 jaren zou plaatsvinden? Daarom hoort deze gebeurtenis in de periode direct na de 70ste week van DaniŽl en niet aan het einde van de 1000 jaren. Want na de 1000 jaren vangt de laatste dag aan, zal iedereen geoordeeld worden die nog niet geoordeeld is en verdwijnt de oude aarde.

Het land IsraŽl wordt dus gereinigd van alle dode lichamen. Er zijn er zoveel dat deze taak 7 maanden in beslag neemt en na de 7 maanden zal men opnieuw het land doorgaan, om te zoeken of er niet nog ergens lichaamsdelen liggen. En als er wel een bot of been gevonden wordt, zal men deze moeten markeren, zodat het als nog begraven kan worden door de doodgravers.

Het schoonmaken van het land is dus een secure zaak. Het zou kunnen zijn dat de botten en beenderen van de doden een mogelijk gevaar voor mensen zou kunnen hebben en daarom gemarkeerd moeten worden, zodat niet alleen de doodgravers weten waar nog resten liggen, maar dat voorbijgangers ook gewaarschuwd worden voor gevaar. Te denken valt aan radioactieve straling als gevaar, maar dat is speculatie.

 

17 Gij dan, mensenkind! zo zegt de Heere HEERE: Zeg tot het gevogelte van alle vleugel, en tot al het gedierte des velds: Vergadert u, en komt aan, verzamelt u van rondom, tot Mijn slachtoffer, dat Ik voor u geslacht heb, een groot slachtoffer, op de bergen IsraŽls, en eet vlees, en drinkt bloed.

18 Het vlees der helden zult gij eten, en het bloed van de vorsten der aarde drinken; van de rammen, van de lammeren, en bokken, en varren, die allemaal gemesten van Basan zijn.

19 En gij zult het vette eten tot verzadiging toe, en bloed drinken tot dronkenschap toe; van Mijn slachtoffer, dat Ik voor u geslacht heb.

20 En gij zult verzadigd worden aan Mijn tafel van rijpaarden en wagen paarden, van helden en alle krijgslieden, spreekt de Heere HEERE.

21 En Ik zal Mijn eer zetten onder de heidenen; en alle heidenen zullen Mijn oordeel zien, dat Ik gedaan heb, en Mijn hand, die Ik aan hen gelegd heb.

22 En die van het huis IsraŽls zullen weten, dat Ik, de HEERE, hun God ben, van die dag af en voortaan.

De verzen 11 tot en met 16 gingen over het reinigen van het land en het begraven van alle doden. Maar nu komt er toch wel iets heel opmerkelijks, want de Here nodigt alle vogels en dieren uit om te komen eten van alle lichamen. Ze waren toch begraven? Nee, er zit een verschil.

         Die in het dal gestorven zijn, worden begraven in het dal van Gogs menigte

         Die op de bergen gestorven zijn, worden opgegeten door de dieren.

Het verschil is niet alleen waar men gestorven is, maar wat er gestorven is. De Bijbel is duidelijk over het begraven van doden. Maar daarbij gaat het om mensen. Het slachtoffer waar de Here over triomfeert zijn geen mensen! Ze zijn allemaal gemesten van Bazan. Het gaat hier om reuzen. Daarover schreef ik onlangs nog dit over:

Waar wordt in dit vers gesproken over nephilim? Als eerste in vers 17. Tweemaal worden zij daar het slachtoffer genoemd. Maar dat wil niet zeggen dat het slachtoffer bestaat uit reuzen. Maar in vers 18 komen we de nephilim, nogmaals contextueel, tegen.

Want er wordt gesproken over helden. In de grondtekst komen we daar het woordje gibbŰr tegen. GibbŰr betekent: krachtig, strijder, tiran, kampioen, reus. Dat is dezelfde gibbŰr als uit Gen.6:4 waar het wordt gebruikt als synoniem voor nephilim.

Maar als dat niet genoeg mocht zijn, of niet overtuigend genoeg, voegt de Here aan deze profetie toe, dat het hier om de gemesten van Bazan gaat. Met andere woorden het gaat hier om gibbŰr, helden, reuzen, die letterlijk GROOT gebracht zijn in Bazan. En hoe zat dat met Bazan ook al weer?

 

  • het ganse Bazan; dat werd genoemd het land der reuzen. Deut. 3:13
  • Want Og, de koning van Bazan, was alleen van de overigen der reuzen overgebleven; Deut. 3:11

Het gaat in vers 18 niet alleen om gibbŰr, maar met de expliciete vermelding van het land der reuzen, Bazan! En als het hier dus werkelijk gaat over nephilim, dan is het noodzakelijk dat deze zijn verwekt bij Adamitische vrouwen. En let ook op hoe duidelijk de Here spreekt over Zijn overwinning! “Hier is het slachtoffer! Het huis IsraŽls zal weten dat Ik, de HEERE ben! Ik zal Mijn eer zetten! Dit is Mijn slachtoffer, dat IK voor u heb bereid.” Als het gaat om de strijd tegen de bastaards, dan lezen we hoe de Here de Ware Held is.

 

Dus verschil is er. Een duidelijk verschil dat de Here maakt tussen de menigte van Gog en de helden op de bergen van IsraŽl. We gaan verder.

23 En de heidenen zullen weten, dat die van het huis IsraŽls gevankelijk zijn weggevoerd om hun ongerechtigheid, omdat zij tegen Mij hadden overtreden, en dat Ik Mijn aangezicht voor hen verborgen heb, en heb ze overgegeven in de hand van hun tegenpartijders, zodat zij allen door het zwaard gevallen zijn;

24 Naar hun onreinheid en naar hun overtredingen heb Ik met hen gehandeld, en Ik heb Mijn aangezicht voor hen verborgen.

 

In de verzen 23 en 24 lezen we het woordje “verborgen”. De Here zegt tot twee maal toe dat Hij Zich had verborgen voor IsraŽl. Dat is vandaag de dag ook het geval. Ook nu ziet de wereld Christus Jezus niet, maar heeft Hij Zich verborgen. Dit noemen we de bedeling der verborgenheid. Deze eindigt bij het openbaar worden van Christus Jezus in heerlijkheid, dus aan het einde van de 70ste week van DaniŽl. De Here begint eigenlijk hier al met het uiteenzetten van de reden van het brengen van Gog naar het land IsraŽl. Zo valt te lezen dat IsraŽl zich schuldig heeft gemaakt aan overtredingen, dat de Here hen daarom heeft verstrooid onder de volkeren en dat zij in de hand van hun vijanden werden overgegeven.

25 Daarom zo zegt de Heere HEERE: Nu zal ik Jakobs gevangenen terugbrengen, en zal Mij ontfermen over het ganse huis IsraŽls, en Ik zal ijveren over Mijn heilige Naam;

26 Als zij hun schande zullen gedragen hebben, en al hun overtreding, waarmee zij tegen Mij hebben overtreden, toen zij in hun land zeker woonden, en er niemand was, die hen verschrikte.

 

Dus wanneer zal de Here Jacobs gevangenen terugbrengen? Het antwoord is “nu”. En dat is dus na de 70ste week van DaniŽl, wanneer de bedeling der verborgenheid voorbij is. Zo spreekt vers 26 over IsraŽls lot in de 70ste week. Zij zouden hun schade dragen tot de 70 weken van DaniŽl gedragen zijn, want daarna verschijnt de Here en wat Hij gaat doen lezen we in vers 25.

27 Als Ik hen zal hebben teruggebracht uit de volken, en hen vergaderd zal hebben uit de landen van hun vijanden, en Ik aan hen geheiligd zal zijn voor de ogen van vele heidenen;

28 Dan zullen zij weten, dat Ik, de HEERE, hun God ben, daar Ik ze gevankelijk heb doen wegvoeren onder de heidenen, maar heb ze weer verzameld in hun land, en heb aldaar niemand van hen meer overgelaten.

Vers 27 en 28 onderschrijven nogmaals wanneer deze gebeurtenissen van Gog en Magog zich afspelen. Want het terug verzamelen van de twaalf stammen naar IsraŽl gebeurd door de Heer Zelf en wel vůůr de aanvang van de 1000 jaren en direct na de 70ste week van DaniŽl. De reden is altijd duidelijk als het gaat om Gods Heilsplan, namelijk hier vertaalt met “geheiligd zal zijn”, dat is de verheerlijking van Christus Jezus. En dan tot slot het laatste vers.

 

29 En Ik zal Mijn aangezicht voor hen niet meer verbergen, wanneer Ik Mijn eest over het huis IsraŽls zal hebben uitgegoten, spreekt de Heere HEERE.

 

Terug naar begin

EzechiŽl 38 vers 1 tm 8 en Opb.20 vers 7 tm 10 – Einde van de 1000 jaren.

Gog en Magog spelen dus in de 70ste week van DaniŽl een rol. Gog werd begraven, net als zijn menigte. De reuzen, de helden, de vorsten die hun oorsprong hebben in Bazan, het land der reuzen, zijn opgegeten door de vogels en de dieren. En Magog is verwoest, want er kwam een vuur in Magog. Dan verstrekken 1000 jaren en zien we opnieuw de namen Gog en Magog. Hoe kan dat nou? Om te beginnen lezen we Opb.20.

Opb.20:7 En wanneer de duizend jaren zullen geŽindigd zijn, zal de satanas uit zijn gevangenis ontbonden worden.

8 En hij zal uitgaan om de volken te verleiden, die in de vier hoeken der aarde zijn, den Gog en den Magog, om hen te vergaderen tot den krijg; welker getal is als het zand aan de zee.

9 En zij zijn opgekomen op de breedte der aarde, en omringden de legerplaats der heiligen, en de geliefde stad; en er kwam vuur neder van God uit den hemel, en heeft hen verslonden.

10 En de duivel, die hen verleidde, werd geworpen in den poel des vuurs en sulfers, alwaar het beest en de valse profeet zijn; en zij zullen gepijnigd worden dag en nacht in alle eeuwigheid.

Dus opnieuw komen Gog en Magog naar voren. Dat er verschil zal zijn tussen deze Gog en Magog en die van 1000 jaar daarvoor zal waarschijnlijk wel duidelijk worden. Maar omdat de Bijbel Gog en Magog opnieuw benoemt, zelfs als hoofdrolspelers in de laatste eindtijd, namelijk na de 1000 jaren, zit hem juist niet in het verschil, maar in de overeenkomst tussen beide eindtijden.


Om te zien wat er dan zo overeenkomt tussen de eindtijd in de 70ste week van DaniŽl en de eindtijd na de 1000 jaren, moet duidelijk worden als we EzechiŽl 38 gaan lezen.

1 Voorts geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:

2 Mensenkind! zet uw aangezicht tegen Gog, het land van Magog, de hoofdvorst van Mesech en Tubal; en profeteer tegen hem,

3 En zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik wil aan u, o Gog, gij hoofdvorst van Mesech en Tubal!

Het begint met de introductie van de man Gog. Het gaat om Gog en niet om Magog. De overeenkomst is direct duidelijk, Gog is opnieuw de hoofdvorst van Mesech en Tubal.

 

4 En Ik zal u omwenden, en haken in uw kaken leggen, en Ik zal u uitvoeren, alsook uw ganse leger, paarden en ruiters, die allemaal volkomen goed gekleed zijn, een grote vergadering, met rondas en schild, die allemaal zwaarden hanteren.

5 Perzen, Moren en PuteeŽrs met hen, die allemaal schild en helm voeren;

6 Gomer en al zijn benden; het huis van TogŠrma, aan de zijden van het noorden, en al zijn benden; vele volken met u.

7 Weest bereid en maakt u gereed, gij en uw ganse vergadering, die tot u vergaderd zijn; en wees gij hun tot een wacht.

Gog verzamelt vele volkeren tot een grote vergadering, zeg maar een grote menigte. En Gog wordt aangesteld als hun wacht. Dat woordje “wacht” is niet hetzelfde woord als “wachter” dat synoniem is voor engel, maar heeft de betekenis van krijgoverste en aanvoerder. Nu, dit stukje komt overeen met Opb. 20:8

8 En hij zal uitgaan om de volken te verleiden, die in de vier hoeken der aarde zijn, den Gog en den Magog, om hen te vergaderen tot den krijg; welker getal is als het zand aan de zee.

Misschien is het nu nog een beetje onduidelijk waarom Ez.38 gaat over de Gog/Magog oorlog na de 1000 jaren en niet over de 70ste week, maar als we verder lezen, wordt dat direct duidelijk.

 

8 Na vele dagen zult gij bezocht worden; in het laatste der jaren zult gij komen in het land, dat teruggebracht is van het zwaard, dat vergaderd is uit vele volken, op de bergen IsraŽls, die steeds tot verwoesting geweest zijn; als dat land uit de volken zal uitgevoerd zijn, en zij allen zeker zullen wonen.

In vers 8 staat zoveel informatie! Maar het belangrijkste kenmerk dat dit gaat over ver na de 70ste week is er een terugverzameling heeft plaatsgevonden uit de vele volkeren. Die terug verzameling hebben we zojuist gelezen in Ez.39. De Here Jezus Christus zou na de 70ste week van DaniŽl Zich niet meer verbergen, dus openbaar worden en Hij zou hen dan terug verzamelen op de bergen van IsraŽl. En dat lezen we dus hier in vers 8.

IsraŽl is terugverzameld door de Heer. Zij wonen zeker, want het land is teruggebracht van het zwaard, dat betekend dat er vrede is en een verwijzing naar Dan.9, namelijk de verwoesting die door is gegaan tot met de 70ste week van DaniŽl. Vers 8 geeft weer hoe het leven er uit ziet in IsraŽl na de 1000 jaren.
Terug naar begin

EzechiŽl 38 vers 9 tm 23 – Einde van de 1000 jaren.

9 Dan zult gij optrekken, gij zult aankomen als een onstuimige verwoesting, gij zult zijn als een wolk, om het land te bedekken; gij en al uw benden, en vele volken met u.

Gog zal optrekken met zijn benden en zijn volken. Hier wordt gezegd over Gog dat hij is als een onstuimige verwoesting en als een wolk. Die onstuimige verwoesting is dť verwijzing naar DaniŽl 9:27 “de gruwelijke vleugel zal een verwoester zijn”. Die verwoester uit DaniŽl is de antichrist, namelijk de satan zelf. Gog wordt hier ook nog genoemd een wolk. Maar die wolk is in de grondtekst afgeleid van het woord “‚nan”, dat betekend: tovenaar, waarzegger, beoefenaar van magie en bestudeerde van de tijd. Het lijkt er op dat Gog wel heel erg veel negatieve eer krijgt. Maar het lijkt er zeer sterk op, dat de Gog waarover wordt gesproken in de periode na de 1000 jaren, gewoon de losgelaten satan is.

10 Alzo zegt de Heere HEERE: Op die dag zal het ook geschieden, dat er raadslagen in uw hart zullen opkomen, en gij zult een kwade gedachte denken,

11 En zult zeggen: Ik zal optrekken naar dat land van dorpen, ik zal komen tot hen, die in rust zijn, die zeker wonen, die allemaal wonen zonder muur, en grendel noch deuren hebben.

12 Om buit buit te maken, en om roof te roven; om uw hand te wenden tegen de woeste plaatsen, die nu bewoond zijn, en tegen een volk, dat uit de heidenen verzameld is, dat vee en have, verkregen heeft, wonende in het midden van het land.

Als deze Gog niemand minder is dan de satan zelf, dan moet dat natuurlijk verderop ook duidelijk worden. En gelukkig onderschrijft vers 10 die gedachte helemaal. Want als er iemand is die raadslagen in zijn hart heeft en kwade gedachten heeft dat is het de satan wel. Over hem is in de Bijbel minstens twee keer eerder geprofeteerd dat hij een hart heeft dat zich verheft tegen God.

1.    De koning van Babel – Jes.14:12-14 12 Hoe zijt gij uit de hemel gevallen, o morgenster, gij zoon van de dageraad! hoe zijt gij ter aarde neergehouwen, gij, die de heidenen krenktet!13 En zeidet in uw hart: Ik zal ten hemel opklimmen, ik zal mijn troon boven de sterren Gods verhogen; en ik zal mij zetten op de berg der samenkomst aan de zijden van het noorden. 14 Ik zal boven de hoogten der wolken klimmen, ik zal de Allerhoogste gelijk worden.

 

2.   De koning van Tyrus – Ez.28:2 Mensenkind! zeg tot de vorst van Tyrus: Zo zegt de Heere HEERE: Omdat uw hart zich verheft en zegt: Ik ben God, ik zit in Gods stoel, in het hart der zeeŽn! daar gij een mens en geen God zijt, stelt gij nochtans uw hart, als Gods hart.

 

3.   De koning van Magog – Ez.38:10 Alzo zegt de Heere HEERE: Op die dag zal het ook geschieden, dat er raadslagen in uw hart zullen opkomen, en gij zult een kwade gedachte denken,

 

Misschien is dit wel nieuw voor je, maar dan ben je in ieder geval weer wat wijzer geworden. Na vers 10, lezen we de inhoud van satans kwade gedachten in de verzen 11 en 12. Het gaat dus om de periode dat Christus Jezus zichtbaar aanwezig is op aarde. Hij is dat dan al 1000 jaren en zetelt op de troon van David in Jeruzalem. Omdat de Heer in hun midden woont zijn er geen sloten op de deuren nodig en geen muren om de stad. Zij wonen veilig, omdat er echte vrede is. En vrede is er omdat de Vredevorst in hun midden is. Daarom lezen we: ik zal komen tot hen, die in rust zijn, die zeker wonen, die allemaal wonen zonder muur, en grendel noch deuren hebben.  

13 Scheba, en Dedan, en de kooplieden van Tarsis, en al hun jonge leeuwen zullen tot u zeggen: Komt gij, om buit buit te maken? hebt gij uw vergadering vergaderd, om roof te roven? om zilver en goud weg te voeren, om vee en have weg te nemen, om een grote buit buit te maken?

14 Daarom profeteer, o mensenkind! en zeg tot Gog: Zo zegt de Heere HEERE: Zult gij het, op die dag, als Mijn volk IsraŽl zeker woont, niet gewaar worden?

15 Gij zult dan komen uit uw plaats, uit de zijden van het noorden, gij en vele volken met u; die allen op paarden zullen rijden, een grote vergadering, en een machtig leger;

Gog is uiteindelijk dezelfde als de koning van Tyrus, namelijk gewoon de satan. In de profetie over de koning van Tyrus wordt beschreven dat de satan rijk was. Ez.28:4 Door uw wijsheid en door uw verstand, hebt gij vermogen voor u verkregen; ja, gij hebt goud en zilver verkregen in uw schatten. 5 Door de grootheid van uw wijsheid in uw koophandel hebt gij uw vermogen vermeerderd, en uw hart verheft zich vanwege uw vermogen. Nou, die rijkdom op aarde werd hem dus afgepakt toen hij voor 1000 jaren de bak indraaide. Wat hij dus na die 1000 jaren terug wil is zijn heerschappij en rijkdom op aarde. Daarom lezen we de vragen die men Gog stelt in vers 13, als hij in vers 15 is losgelaten, namelijk uit zijn plaats zal komen. Ter verduidelijking nog even Opb.20:7 En wanneer de duizend jaren zullen geŽindigd zijn, zal de satanas uit zijn gevangenis ontbonden worden. Dat is dus uit zijn plaats komen!

 

16 En gij zult optrekken tegen Mijn volk IsraŽl, als een wolk, om het land te bedekken; in het laatste der dagen zal het geschieden; dan zal Ik u aanbrengen tegen Mijn land, opdat de heidenen Mij kennen, als Ik aan u, o Gog! voor hun ogen zal geheiligd worden.

Weer wordt Gog als een wolk aangeduid. Namelijk de ‚nan. Het heeft ook de betekenis hier van overschaduwen, een term die de maitreya vandaag de dag veelvuldig gebruikt. Weet je dat ook weer.

17 Zo zegt de Heere HEERE: Zijt gij die, van wie Ik in verleden dagen gesproken heb, door de dienst van Mijn knechten, de profeten IsraŽls, die in die dagen geprofeteerd hebben, jaren lang, dat Ik u tegen hen zou aanbrengen?

18 Maar het zal geschieden op die dag, ten dage als Gog tegen het land IsraŽls zal aankomen, spreekt de Heere HEERE, dat Mijn grimmigheid in Mijn neus zal opkomen.

19 Want Ik heb gesproken in Mijn ijver, in het vuur van Mijn verbolgenheid: Zo er niet, op die dag, een groot beven zal zijn in het land IsraŽls!

20 Zodat van Mijn aangezicht beven zullen de vissen der zee, en het gevogelte des hemels, en het gedierte des velds, en al het kruipend gedierte, dat op het aardrijk kruipt, en alle mensen, die op de aardbodem zijn; en de bergen zullen neergeworpen worden, en de steile plaatsen zullen neervallen, en alle muren zullen ter aarde neervallen.

21 Want Ik zal het zwaard over hem roepen op al Mijn bergen, spreekt de Heere HEERE; het zwaard van een ieder zal tegen zijn broeder zijn.

22 En Ik zal met hem rechten, door pestilentie en door bloed; en Ik zal een overstelpende plasregen, en grote hagelstenen, vuur en zwavel regenen op hem, en op zijn benden, en op de vele volken, die met hem zullen zijn.

23 Alzo zal Ik Mij groot maken, en Mij heiligen, en bekend worden voor de ogen van vele heidenen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.

Ik kan me erg goed voorstellen dat je hierin gebeurtenissen van de 70ste week leest. Maar als de helden van Gog sneuvelen op de bergen IsraŽls en IsraŽl zelf vredig woont op de bergen IsraŽls in de 1000 jaren, is het noodzakelijk dat die bergen er nog zijn als Gog na de 1000 jaren zal optrekken tegen IsraŽl. En dat is wat we hier lezen.

Openbaring geeft zeer beknopt weer, hoe de Here een einde zal maken aan Gog en zijn legers en beschrijft het als volgt: en er kwam vuur neder van God uit den hemel, en heeft hen verslonden.

Verder lezen we niets over een graf voor Gog of voor zijn legers. We lezen niets over het reinigen van het land. Dat is ook niet de bedoeling volgens de Bijbel, want voor deze Gog is er geen graf, maar de duivel, die hen verleidde, werd geworpen in den poel des vuurs en sulfers, alwaar het beest en de valse profeet zijn; en zij zullen gepijnigd worden dag en nacht in alle eeuwigheid.

Direct na deze gebeurtenis is het klaar. Het leven op de oude aarde is voorbij, want de jongste (laatste) dag vangt dan aan. En dit is allemaal te lezen in Openbaring 20.
Terug naar begin

De overeenkomsten en verschillen van Gog in de 70ste week en na de 1000 jaren.

Overeenkomsten en verschillen.

De 70ste week

Na de 1000 jaren.

Verschil: Eindtijd

Betreft de tweede eindtijd.

Betreft de derde en laatste eindtijd.

Verschil: Rol van satan.

Satan komt als de antichrist, omdat Christus al 2000 jaar verborgen is, hoopt hij een goede kans te maken met zijn verleidingsspel.

Satan komt niet als de antichrist, want de wereld weet wie de Echte Christus is. Satan komt dus als de krijgsoverste die hij vroeger ook altijd was, met de naam Gog.

Verschil: Magog

Magog speelt een eigen rol in de 70ste week van DaniŽl, die min of meer los staat van het antichristelijke wereldrijk.

Het antichristelijke wereldrijk van satan bestaat niet meer. Het enige dat bestaat is het Messiaanse wereldrijk van Christus. Magog wordt gebruikt door satan als het ontbonden land, dat zich niet heeft verbonden met het Messiaanse rijk, om tegen Christus en het land IsraŽl te strijden.

Verschil: Gogs dood.

Gog is een man van vlees en bloed. Sterft en krijgt volgens de Bijbel een graf. Dit bevestigd dat Gog een man is en niet satan zelf.

De tweede Gog blijkt satan zelf te zijn. Satan wordt geworpen in de poel des vuurs, waar de satan eindigt.

Verschil: Nephilim, reuzen en helden.

In de 70ste week zullen voor Gog meestrijden de reuzen val weleer. Deze zullen sterven op de bergen IsraŽls.

Voor zover ik kan nagaan, lijkt het uitgesloten dat er in de 1000 jaren nephilim zijn.

Verschil: IsraŽl

IsraŽl draagt in de 70ste week haar schande. Zij wordt na de Wederkomst van de Here terugverzameld uit de heidenen. De Here zal hun Koning zijn. Te lezen in Ez. 39

IsraŽl leeft onder de heerschappij van Christus. IsraŽl is terugverzameld en woont veilig, zonder muren, deuren en sloten in IsraŽl. Te lezen in Opb. 20 en Ez. 38

Verschil: Christus

Christus is verborgen in de 70ste week. Dat de bedeling der verborgenheid eindigt bij Zijn verschijning in heerlijkheid wordt tot tweemaal toe genoemd in Ez. 39

De bedeling der verborgenheid is al 1000 jaren achter de rug. Christus is geopenbaard en daarom lezen we in Ez. 38 niets over Zijn verborgenheid.

 

 

Terug naar begin