Studie Openbaring


Studie Openbaring 8-1

  1. Ter inleiding.
  2. Vers 1 en 2 - het 7de zegel.
  3. Half uur.
  4. Half jaar (profetisch).
  5. Half jaar op de kalender.
  6. Samenvatting.

Ter inleiding.

In de vorige studie, Openbaring hoofdstuk 7, hebben we gelezen dat na de Wederkomst een periode aanbreekt, waarin 144.000 worden verzegeld, zodat zij in die periode niet gedood kunnen worden.

Want de Wederkomst van Christus met de Gemeente vindt plaats bij het verbreken van het 6de zegel, waar de hemelbeving wordt beschreven. Dat is uiteraard dezelfde hemelbeving zoals de Here die Zelf beschreef in MatthťŁs 24. Namelijk:

Matt.24:29 En terstond na de verdrukking dier dagen, zal de zon verduisterd worden, en de maan zal haar schijnsel niet geven, en de sterren zullen van den hemel vallen, en de krachten der hemelen zullen bewogen worden.

 

Maar er zou nog een zevende zegel zijn! Tussen het vermelden van het zesde en het zevende zegel, wordt gemeld dat er eerst 144.000 dienstknechten moeten worden verzegeld. Daarom worden de vier engelen vastgehouden (Opb.7:1-3), tot nader orde.

Terug naar begin

Vers 1 en 2 - het 7de zegel.

Opb.8:1 En toen Het het zevende zegel geopend had, werd er een stilzwijgen in den hemel, omtrent van een half uur.

Daar wordt dan het laatste zegel genoemd. En weer is het, het Lam, dat de zegel verbreekt. Waarom zeg ik dat? Het verbreken van de zegelen had te maken met enerzijds het openbaren van het Koninkrijk. Anderzijds heeft het te maken met oordeel. Want na het verbreken van de zegelen gebeuren er dingen op de aarde, die we zouden kunnen mogen categoriseren als oordelen van het Lam. Maar door het verbreken van de zegelen komt ook Het Oordeel van het Lam (de Dag des Heren) dichterbij. Om dat oordeel wordt dan ook gevraagd door de zielen onder het altaar:

Opb.6:10 …Hoelang, o heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt Gij ons bloed niet van degenen, die op de aarde wonen?

 

Oordeel dat volgens Openbaring 6 afkomstig is / zal zijn van:

Opb.6:16 En zeiden tot de bergen en tot de steenrotsen: Valt op ons, en verbergt ons van het aangezicht Desgenen, Die op den troon zit, en van den toorn des Lams.

17 Want de grote dag Zijns toorns is gekomen, en wie kan bestaan?

 

Nu komt het: Het Lam verbreekt de zegelen, zeven stuks. En deze kunnen we tegenover de bazuinen en schalen (NBG) / fiolen (St.Vert.) zetten, want die worden voortgebracht door 1 van de zeven engelen.

 

Opb.8:2 En ik zag de zeven engelen, die voor God stonden; en hun werden zeven bazuinen gegeven.

Wat nu direct opvalt is dat we zouden verwachten dat Het Lam de zeven bazuinen ter hand nam, want uit de Schrift verwachten we immers Zijn oordeel en niet van de zeven engelen.

MAAR… -en nu komt het- het zijn niet gewoon zeven engelen! Wat staat er echt:

Opb.8:2 En ik zag Dť zeven engelen, die voor God stonden

 

Dit betreft een visioen, dus vragen we niet wie zijn dit, maar waar is dit een uitbeelding van? Als we hebben opgelet bij de eerste 5 hoofdstukken, dan kwamen we de “zeven” talloze malen tegen. Het is de uitbeelding van de Gemeente. En waar we het Lam zien, is dat mťt 7 hoornen, namelijk de Gemeente.

 

De Gemeente zou met Christus heersen vanuit de hemel en met Hem erven. Waar we Christus lezen, is dat met inbegrip van de Gemeente, omdat wij IN Christus zijn, onlosmakelijk met Hem verbonden. En als we Schrift met Schrift vergelijken, klopt het inderdaad dat wij de uitbeelding van de zeven engelen zijn en volledig betrokken zijn bij het oordeel van het Lam over de wereld.

1Kor 6:2 Weet gij niet, dat de heiligen de wereld oordelen zullen?...

 

Terug naar begin

Half uur.

Goed, ik moet nog even terug naar vers een. Want daar staat nog iets anders opmerkelijks.

Opb.8:1 En toen Het het zevende zegel geopend had, werd er een stilzwijgen in den hemel, omtrent van een half uur.

 

Allereerst de vraag kan er een stilzwijgen in de hemel zijn? Ja. Dat staat hier. Moeten we dat letterlijk nemen of overdrachtelijk? Dat lijkt mij afhankelijk van in wat voor context dit staat. Dus lezen we verder.

“omtrent van een half uur.”

 

Hier wordt gesproken over iets dat niet in de hemel bestaat. Tenminste, niet in de hemel die hier aan de orde is, namelijk de 3de hemel. Want God woont in die hemel en Hij, nog Zijn hemel is aan de tijd onderworpen. De tijd is immers door Hem Zelf geschapen, N.B. pas op de vierde dag (Gen.1:14).

 

Het lijkt mij dus dat een half uur symbolisch of overdrachtelijk geÔnterpreteerd moet worden. De Bijbel kan in Zichzelf verklaart worden. Wat gebeurt er tijdens dat “half uur”? Niets! Er wordt niets gezegd door de Heer. En de verwachting was dat God Zich niet langer zou verbergen, maar zou spreken. En als Hij spreekt, dan gebeurt er iets. Ik noem altijd “Sta op en wandel”. Als de Heer spreekt, gebeurt het ook. Maar God spreekt niet. En dat is precies wat we in het vorige hoofdstuk hebben gelezen.

 

Na de Wederkomst zou je Zijn oordeel, dan wel Zijn spreken verwachten, maar er is een stilzwijgen van Zijn kant. De vier winden worden dus nog niet losgelaten. Het enige dat gebeurt in dat “half uur”, is de verzameling van de uitverkorenen (Matt.24) en hun verzegeling aan de voorhoofden.

 

Terug naar begin

Half jaar (profetisch).

Er staat inderdaad een half uur, maar een uur hoeft niet perse 60 minuten te betekenen. De “ure der verzoeking” duurt helaas geen 60 minuten, maar jaren!

De 70ste week van DaniŽl duurt geen zeven dagen, maar zeven jaren, van 360 dagen per stuk.

In het profetisch Woord wordt de 7 gesteld tegenover de 33. Of het dubbele 14 tegenover 66. Hier is een aparte studie van.

De idee is dat het regeren van David, die een type is van Jezus Christus, uitbeelding geeft aan 7 jaren, zijnde de 70ste week en 33 jaren, zijnde de regering niet alleen over het huis van Juda (staat IsraŽl) maar geheel IsraŽl. Daarom moeten er 144.000 verzegeld worden en niet 24.000!!!

 

1Kon.2:11 De dagen nu, die David geregeerd heeft over IsraŽl, zijn veertig jaren; zeven jaren heeft hij geregeerd in Hebron, en in Jeruzalem heeft hij drie en dertig jaren geregeerd.

 

Maar, andere Schriftplaatsen hebben het niet over 7 + 33, maar over 7,5 + 33!!!

 

2Sam.5:4 Dertig jaar was David oud, als hij koning werd; veertig jaren heeft hij geregeerd.

2Sam.5:5 Te Hebron regeerde hij over Juda zeven jaren en zes maanden; en te Jeruzalem regeerde hij drie en dertig jaren over gans IsraŽl en Juda.

 

2Sam.2:11 Het getal nu der dagen, die David koning geweest is te Hebron, over het huis van Juda, is zeven jaren en zes maanden.

 

Volgens mij is het “half uur” een periode (= ure) na de 70ste week, zoals we in de vorige studie hebben gelezen, maar voor de resterende 33 jaren van grote verdrukking over de wereld. Het gaat trouwens niet over verdrukking bij het regeren van David. Zoals David regeerde de 33 jaren over het huis van IsraŽl en Juda (12 stammen), zo zal Christus regeren over Zijn volk (Matt.24 noemt dat: “uitverkorenen”). Maar dat kan alleen als Zijn volk, door Hem is terug verzameld.

 

Daarom hoort het “halfje” bij de 7 en niet bij de 33. In het “halfje” wordt geheel IsraŽl terug verzameld, zodat Christus hen kan verzegelen en kan toerusten voor de taak waartoe zij lang geleden al geroepen waren:

Exo.19:6 En gij zult Mij een priesterlijk koninkrijk, en een heilig volk zijn. Dit zijn de woorden, die gij tot de kinderen IsraŽls spreken zult.

  • Zie voor nadere toelichting op de studie van dit onderwerp ook: 7 en 33 jaren.
Terug naar begin

Half jaar op de kalender.

Dacht u dat er niet nog meer over te vertellen was? Ik heb nog een mooie voor u in petto. Er is nog iets in de Bijbel dat spreekt over dit “halfje”. De Heer heeft destijds bewust de maandkalender veranderd. De grote vraag is: waarom?

 

Ex.12:1 De Heere nu had tot Mozes en tot Ašron in Egypteland gesproken, zeggende: 2 Deze zelfde maand zal ulieden het hoofd der maanden zijn; zij zal u de eerste van de maanden des jaars zijn.

Door deze instelling van de Here veranderde het volgende:

Maand nr.1 werd maand nr.7. Daardoor verschoof elke maand.

Maand nr.2 werd maand nr.8

Maand nr.3 werd maand nr.9

Maand nr.4 werd maand nr.10

Maand nr.5 werd maand nr.11

Maand nr.6 werd maand nr.12

Maand nr.7 werd maand nr.1

Maand nr.8 werd maand nr.2

Maand nr.9 werd maand nr.3

Maand nr.10 werd maand nr.4

Maand nr.11 werd maand nr.5

Maand nr.12 werd maand nr.6

 

Welk nut heeft het om de kalender een half jaar te verschuiven? De reden is dat deze instelling plaats vond bij het instellen van het oude verbond. Van het oude verbond weten we drie dingen zeker:

1.    Het oude verbond is een type, dan wel een negatief type van het Nieuwe verbond.

2.    Het oude verbond zal vervangen worden door het nieuwe verbond.

3.    Het oude verbond is tijdelijk en het nieuwe is eeuwig.

 

Onder het oude verbond werd bewust koningschap gescheiden van priesterschap. De koninklijke lijn in IsraŽl was alleen te vinden in de stam van Juda.

Gen.49:10 De schepter (=uitbeelding van koningschap) zal van Juda niet wijken, noch de wetgever van tussen zijn voeten, totdat Silo komt, en Denzelven zullen de volken gehoorzaam zijn.

Priesterschap lag niet bij Juda, maar bij de stam van Levi. Dat weet u wel, naar ik aanneem. Onder het Nieuwe verbond zal er niet langer sprake zijn van scheiding tussen priesterschap en koningschap, maar van “koninklijk priesterschap”, zoals werd geprofeteerd in het eerder genoemde vers Exodus 19:6.

Exo.19:6 En gij zult (toekomstig) Mij een priesterlijk koninkrijk, en een heilig volk zijn. Dit zijn de woorden, die gij tot de kinderen IsraŽls spreken zult.

 

Goed terug naar de kalender. Als na de Wederkomst in dat “halfje” / half jaar, Zijn uitverkorenen bijeen verzameld worden en verzegeld zijn, begint de regeringsperiode van Christus, net als David, over geheel IsraŽl (12 stammen of 13 zo u wilt). Die duurt 33 jaren. Christus heerst dan nog niet over de volkeren, want dat is pas gerealiseerd bij de aanvang van de 1000 jaren. Dus logischerwijs vindt de zogenoemde scheiding van de volkeren voor de troon van Christus (zie Matt.25:31 e.v.) plaats vÚÚr de aanvang van de 1000 jaren, maar na de Wederkomst.

 

Het zou kunnen dat bij de aanvang van de 33 jaren de kalender weer terug wordt geschoven. Ik denk dat dat gaat gebeuren, omdat daarmee de Here demonstreert dat de scheiding tussen koningschap en priesterschap, weer ťťn wordt onder het Nieuwe verbond. Want wat gebeurt er?

 

Stel dat de Heer zou terug komen op “dezen uw dag” (Luk.19:42). Die dag was het de 10 Nisan. Nisan is maand nummer ťťn (Est.3:7). Volgens de Bijbel zou men op die dag het Lam (paaslam) in huis nemen (Ex.12:3). Maar als de kalender op hetzelfde moment een halfjaar verschuift, dan is het tegelijkertijd ůůk Grote Verzoendag (Lev.23:27).

Het paaslam, dan wel het Lam stond op de troon en beeld koningschap uit. Verzoeningswerk wordt gedaan door de priester. Onder het Nieuwe verbond wordt dit bijeen gebracht en is Christus Koning en Hogepriester naar de ordening van Melchizedek.

 

Nog ťťn.

Ašron stierf op de eerste van de vijfde maand (Num.33:38). Ašron was priester onder het oude verbond zoals u weet. Aangenomen wordt dat Mozes stierf (Deut.32:48-50) na het schrijven van het boek Deutronomium. Dat was op de eerste van de elfde maand (Deut.1:3). Daar zit dus exact zes maanden tussen. Mozes werd tot zoon gesteld van de dochter van Farao (Ex.2:10). Daardoor werd Mozes lid van de koninklijke Egyptische familie. En die koninklijke titel geeft weer uitbeelding aan koningschap. Zodat als men de sterfdata van Mozes en Ašron zou vieren, zouden deze weer samenvallen als de kalender een halfjaar verschoven wordt. En blijken de koning en priester weer ťťn te zijn!

 

Datzelfde principe zou ook gelden voor de geboortedata van Johannes de Doper en de Here Jezus. Ook hier zou exact zes maand / een “halfje” tussen zitten (Luk.1:26,36). En als men de geboortedata van hen zou vieren en de kalender is een halfjaar verschoven, zijn zij op dezelfde dag jarig. Dat is de uitbeelding van priesterschap (Johannes was immers de zoon van een priester (Luk.1:8)) en koningschap (Jezus “koning der Joden” (Joh.19:19)).

 

Terug naar begin

Samenvatting.

Opb.8:1 En toen Het het zevende zegel geopend had, werd er een stilzwijgen in den hemel, omtrent van een half uur.

 

Punt 1.

Goed, natuurlijk moet u niet geloven wat ik schrijf of zeg! U moet de Bijbel geloven. En in navolging van wat de Bijbel zegt dat wij zouden doen, is:

Hand.17:11 En dezen waren edeler, dan die te Thessalonica waren, als die het woord ontvingen met alle toegenegenheid, onderzoekende dagelijks de Schriften, of deze dingen alzo waren.

 

Dus toetst u “of deze dingen zo zijn” die ik schrijf. Daarmee breng ik u terug naar de Bijbel, waaruit (op grond waarvan) wij, u en ik, geloven dat wij het eeuwige Leven hebben ontvangen (Joh.5:39).

 

Punt 2.

Het half uur is gťťn letterlijke weergave van 30 minuten! Er is geen tijd in de hemel, omdat God niet onderworpen is aan iets dat Hij Zelf geschapen heeft.

Het is de weergave van een tijdsperiode. Zeer waarschijnlijk, door Schrift met Schrift te vergelijken, een half jaar.

 

Punt 3.

In het “halfje” spreekt God niet en komt er dus geen toorn. Hoewel in het O.T. diverse malen geprofeteerd is dat na de verduistering van zon en maan de Dag des Heren zou aanbreken, wordt dit uitgesteld. Dat is de reden dat Johannes deze bewoording gekozen heeft.

 

Punt 4.

In het “halfje” worden er uit 12 stammen 144.000 verzegeld om het Evangelie van het Koninkrijk te prediken. En in die zelfde periode zullen dus de twee en de tien stammen weer samengevoegd worden. En zal de profetie uit EzechiŽl 37:15 en verder in vervulling gaan.

 

Punt 5.

Het “halfje” komen we profetisch tegen bij de regeringsperiode van David, dat typologisch de uitbeelding is van de 7 en 33 jaren. De eerste 7 jaren gaan niet over geheel IsraŽl, maar alleen over Judea (heden ten daagse staat IsraŽl). De daaropvolgende 33 jaren betreffen zowel Juda als IsraŽl. Volgens de Bijbel is het 7 + 33 jaren, maar ook 7 en een “halfje” + 33 jaren. Dat “halfje” is het halfje dat hier expliciet genoemd wordt als een “half uur”.

 

Punt 6.

Als de Heer in het verleden de kalender een “halfje” heeft verschoven, zal Hij dat waarschijnlijk ook weer terugdraaien. Daarmee zou Hij kunnen demonstreren dat priesterschap en koningschap onder het oude verbond weliswaar van elkaar gescheiden waren, maar onder Christus en het Nieuwe verbond weer bij elkaar is gekomen.

Vergelijk het met de instelling van zomer- en wintertijd. De wintertijd is de oorspronkelijke tijd. Toch wordt ongeveer een “halfje” van het jaar de klok verschoven, maar wordt dat weer herstelt voordat het jaar ten einde loopt.

 

Terug naar begin