Studie Openbaring 


Studie Openbaring 7

  1. Ter inleiding.
  2. Vers 1, 4 engelen.
    1. Geen wind zou waaien.
  3. Vers 2 en 3.
    1. Een andere Engel.
    2. Het zegel.
    3. Aarde, zee noch de bomen.
    4. Doel van het aanstellen van de 144.000.
    5. Waarschuwing vooraf.
  4. Vers 4.
    1. 144.000.
  5. Vers 4-8 Alle geslachten der kinderen IsraŽls.
    1. De ontbrekende stam van Dan.
    2. Vers 9 (inleiding).
  6. Vers 9: Een grote schare, die niemand tellen kon.
    1. Koning- en priesterschap.
  7. Vers 10 - 12.
  8. Vers 13; Wie zijn zij?
  9. Vers 15 - 17.

Ter inleiding.

In de vorige studie, Openbaring hoofdstuk 6, heb ik uitvoerig met jullie de 70ste jaarsweek van DaniŽl behandeld. Dat kon ook niet anders, want juist daar spreekt Openbaring 6 over.

Openbaring 6 eindigde met:

Opb.6:17 Want de grote dag Zijns toorns is gekomen, en wie kan bestaan?

 

Ik heb u uitgelegd dat “ de grote dag Zijns toorns” een synoniem is van “ de Dag des Heeren”. Die is volgens het laatste vers van Openbaring 6 dus nu aangebroken. En vanaf dat moment gaat deze Bijbelstudie dan ook verder.

Om te doen wat de Bijbel van ons verwacht, namelijk Schrift met Schrift vergelijken en de Bijbel dus niet te lezen, maar te bestuderen, komen we er achter of deze visie niet toevallig Melle’s visie is of dat het toch in overeenstemming is met andere Schriftplaatsen. Daarom leg ik graag Mattheus 24, waar de 70ste week en in het bijzonder de grote verdrukking voor het Joodse volk, uitvoerig door de Heer Zelf behandeld worden, naast Openbaring 6 en 7.

 

Matt.24:29 En terstond na de verdrukking dier dagen, zal de zon verduisterd worden, en de maan zal haar schijnsel niet geven, en de sterren zullen van den hemel vallen, en de krachten der hemelen zullen bewogen worden.

30 En alsdan zal in den hemel verschijnen het teken van den Zoon des mensen; en dan zullen al de geslachten der aarde wenen, en zullen den Zoon des mensen zien, komende op de wolken des hemels, met grote kracht en heerlijkheid.

Als Christus Jezus terug komt, dan roept men niet Hosanna, zoals dat bij de intocht van Jeruzalem wel werd gedaan, maar men huilt! Het is helemaal niet zo leuk dat Christus terug komt. Dat in de diverse Gemeenten u wordt verteld dat het allemaal prachtig is, is niet in overeenstemming met wat de Bijbel Zelf zegt. Het huilen / wenen, komt dan ook overeen met de retorische woorden: “Wie kan bestaan?”

 

Wat we dus zouden mogen verwachten bij het bestuderen van hoofdstuk 7 is dat wat Matt.24:31 en verder beschrijft. Toch? Daar lezen we het volgende:

Matt.24:31 En Hij zal Zijn engelen uitzenden met een bazuin van groot geluid, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeenvergaderen uit de vier winden, van het ene uiterste der hemelen tot het andere uiterste derzelve.

32 En leert van den vijgeboom deze gelijkenis: wanneer zijn tak nu teder wordt, en de bladeren uitspruiten, zo weet gij, dat de zomer (zomer = het Koninkrijk Gods, vergelijk Luk.21:31) nabij is.

 

Een lekkere lange inleiding zou u kunnen zeggen, maar schijn bedriegt. Want eigenlijk zou ik met u heel Mattheus 24 moeten behandelen en Mattheus 25. Maar dat heb ik al eens gedaan. Dus als u zich echt de moeite gunt om zich te verdiepen in deze materie, hetgeen ik u van harte aanbeveel, dan wens ik u veel succes bij deze studie. (De studie telt, meen ik, een pagina of 70.) Download nu.

 

 

Terug naar begin

Vers 1, 4 engelen.

Opb.7:1 En na dezen zag ik vier engelen staan op de vier hoeken der aarde, houdende de vier winden der aarde, opdat geen wind zou waaien op de aarde, noch op de zee, noch tegen enigen boom.

Na dezen zag ik.

Johannes bedoelt hiermee dat dit gezicht volgde op wat hij hiervoor heeft gezien. Je vindt met gemak 14 keer een variant van het werkwoord zien in Openbaring 6.

Maar Johannes heeft het niet alleen gezien, maar gelukkig ook opgetekend.

 

Vier engelen.

Het cijfer vier heeft in de Bijbel de symbolische betekenis van de stoffelijke, zienlijke aarde. Als we dat weten is het ook niet zo verbazend dat we, wanneer we verder lezen, lezen dat zij staan op de aarde. Nog preciezer: op de vier hoeken der aarde. De vier hoeken der aarde zijn:

1.    Noord

2.    Oost

3.    Zuid

4.    West

 

De grote vraag die we ons dan zouden stellen is: “Waarom staan die vier engelen op de vier hoeken der aarde?” Dat staat gelukkig ook in het vers, zodat we niet iets zelf hoeven te verzinnen.

De reden dat ze daar staan is, om de winden te bedwingen.

 

Terug naar begin

Geen wind zou waaien.

Wind heeft in de Bijbel de betekenis van geestelijke kracht.

         Joh.3:8 De wind blaast, waarheen hij wil, en gij hoort zijn geluid; maar gij weet niet, van waar hij komt, en waar hij heen gaat; alzo is een iegelijk, die uit den Geest geboren is.

         Hand.2:2 En er geschiedde haastelijk uit den hemel een geluid, gelijk als van een geweldigen, gedreven wind, en vervulde het gehele huis, waar zij zaten. (wind is hier de aanduiding van de werking van de Heilige Geest)

 

De wind is lang niet altijd de aanduiding van de kracht / werking van de Heilige Geest, maar wel doorgaans voor de werking van geest. In Lukas 8 valt bijvoorbeeld te lezen dat Jezus de storm stilt, door de wind te bestraffen. Het bestraffen van de wind komt zeer overeen met de manier waarop de Heer onreine geesten bestraft en uitwerpt. Wat is de betekenis van de wind in dit vers?

Opb.7:1 En na dezen zag ik vier engelen staan op de vier hoeken der aarde, houdende de vier winden der aarde, opdat geen wind zou waaien op de aarde, noch op de zee, noch tegen enigen boom.

 

Aangezien we in Openbaring 7:1 zijn aangekomen bij het einde van de 70ste week en Christus met de Gemeente verschijnt in heerlijkheid en de dag Zijns toorns (Opb.6:17) is gekomen, zou je op zijn minst mogen verwachten dat het hard gaat waaien (om het zomaar te noemen).

Terug naar begin

Vers 2 en 3.

2 En ik zag een anderen engel opkomen van den opgang der zon, hebbende het zegel des levenden Gods; en hij riep met een grote stem tot de vier engelen, welke macht gegeven was de aarde en de zee te beschadigen,

3 Zeggende: Beschadigt de aarde niet, noch de zee, noch de bomen, totdat wij de dienstknechten onzes Gods zullen verzegeld hebben aan hun voorhoofden.

 

Die engelen hadden zowaar de vier winden losgelaten, ware het niet dat een andere Engel dat weerhoudt.

Terug naar begin

Een andere Engel.

Deze andere Engel is opgekomen vanuit het oosten. Want daar komt nog altijd de zon op. De betekenis van het oosten in de Bijbel is het begin of de oorsprong. Hier zouden we dus een Schriftverwijzing mogen verwachten naar:

Opb.1:8 Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde, zegt de Heere, Die is, en Die was, en Die komen zal, de Almachtige.

Opb.1:11 Zeggende: Ik ben de Alfa en de Omega, de Eerste en de Laatste; en hetgeen gij ziet, schrijf dat in een boek, en zend het aan de zeven Gemeenten, die in AziŽ zijn, namelijk naar Efeze, en naar Smyrna, en naar Pergamus, en naar Thyatire, en naar Sardis, en naar Filadelfia, en naar Laodicea.

 

Christus Zelf is Die andere Engel. Later komen we Christus nog eens tegen als Engel. Hij is namelijk, wat ik hierboven al heb vermeld de Eerste (= Aarts / Arch). En er is dus geen enkele engel vÚÚr Hem of boven Hem! Dat maakt Christus Jezus de Eerste engel, de aartsengel. Daar is er trouwens, volgens de Bijbel althans, maar ťťn van, dus het kan niet missen!

Terug naar begin

Het zegel.

Deze Engel heeft de zegel van de levende God. De zegel is in dit geval vergelijkbaar met een stempel, waarmee een afdruk gemaakt kan worden. Met deze stempel worden de “dienstknechten van onze God” verzegeld aan hun voorhoofden.

 

Naar nu blijkt zullen er heel veel mensen lopen met een teken aan hun voorhoofd of aan hun rechterhand. Want hoewel Christus 144.000 dienstknechten een merkteken geeft aan hun voorhoofd, zullen allen die het beest aanbidden (Opb.13 “666”) ook een merkteken ontvangen.

 
 
 
Terug naar begin

Aarde, zee noch de bomen.

3 Zeggende: Beschadigt de aarde niet, noch de zee, noch de bomen, totdat wij de dienstknechten onzes Gods zullen verzegeld hebben aan hun voorhoofden.

 

Hier zijn aarde en zee en bomen alle drie synoniemen van elkaar. Ze betekenen namelijk alle drie in dit vers mensen of volkeren.

1.    Aarde (Adamah) en mens (Adam) betekenen beiden “rood”. Zoals ik in het vorige hoofdstuk heb uitgelegd is de mens geformeerd uit de aarde en zal tot diezelfde aarde als stof wederkeren. Gods toorn is trouwens niet direct gericht tegen de globe, maar tegen de mensen die Christus verwerpen (de kinderen der ongehoorzaamheid.)

2.    De zee of wateren zijn in de Bijbel bijna altijd de uitbeelding van volkeren.

a.   “Volkeren zee”: Ps.65:8 en Jes.17:12

b.   De wateren: Opb.17:15

3.    Bomen kunnen ook de betekenis hebben van een volk. Het beste voorbeeld is de stamboom, waarvan alle takken volgende generaties zijn.

 

Terug naar begin

Doel van het aanstellen van de 144.000.

Het is in het O.T. geprofeteerd dat na de 70ste week, wanneer zon, maan en sterren zullen verduisterd worden, de Dag des Heeren aanbreekt (Jes.13:10, Joel 2:10). Maar vÚÚrdat Zijn oordeel over de aarde komt, worden er eerst 144.000 getuigen van God aangesteld. Zij zullen namelijk het Evangelie van het Koninkrijk gaan verkondigen over de hele wereld.

Want Christus is dan weliswaar met de Gemeente wedergekomen, het openbaren van Zijn Koninkrijk gaat dan pas officieel beginnen. De Here neemt daar Zijn tijd voor. Net als dat Hij nu al 2000 jaren de tijd neemt voor het aanstellen van Zijn regering (Zijn Ecclesia). De Bijbel zegt daar over:

2Petr.3:9 De Heere vertraagt de belofte niet (gelijk enigen dat traagheid achten), maar is lankmoedig over ons, niet willende, dat enigen verloren gaan, maar dat zij allen tot bekering komen.

 

Dat gaat nu op, in onze bedeling van de verborgenheid, maar kennelijk ook in de volgende bedeling. De volgende bedeling heet de bedeling van de volheid der tijden.

Matt.24:14 En dit Evangelie des Koninkrijks zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis allen volken; en dan zal het einde komen.

 

De 144.000 zullen volgens dit vers het Evangelie van het Koninkrijk prediken. Want zodra het Koninkrijk geopenbaard is, vangen de 1000 jaren aan en zijn alle volkeren en koninkrijken Hem onderworpen. Dat betekent dat zij allen Jezus Christus hebben aangenomen als Heer en Koning! Die mensen moeten eerst bereikt worden met het Evangelie. Want anders komt men het Koninkrijk niet in en wordt men gedood! Want:

Joh.3:5 Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Zo iemand niet geboren wordt uit water en Geest, hij kan in het Koninkrijk Gods niet ingaan.

 

Voor die taak van Evangelisatie zijn de 144.000 bestemd! Naast natuurlijk de Gemeente. Of dacht u dat wij in Zijn Toekomst niets te doen hadden?

 

Terug naar begin

Waarschuwing vooraf.

Ik gaf al aan dat de Here lankmoedig is en juist niet wil dat ze verloren gaan. Want Hij is gestorven voor alle mensen hun zonden! En Hij bewijst altijd rechtvaardig te zijn. Dat is Zijn oordeel altijd: RECHTVAARIG!

Daarom heeft Hij in het verleden al bewezen en zal Hij dat dus hier opnieuw bewijzen / doen, namelijk eerst waarschuwen vÚÚrdat Hij de vier winden loslaat.

 

Bijbelse voorbeelden:

         Zondvloed: Noach bouwde niet alleen de ark, hij predikte (net als de 144.000) de gerechtigheid, zodat die mensen niet verloren zouden gaan.

o   2Petr.2:5 En de oude wereld niet heeft gespaard, maar Noach, den prediker der gerechtigheid, zijn achttal bewaard heeft, als Hij den zondvloed over de wereld der goddelozen heeft gebracht;

         Sodom: Lot was de enige rechtvaardige in Sodom, die om die reden met zijn gezin gered werd voordat het oordeel van God over de stad kwam.

o   2Petr.2:7 En den rechtvaardigen Lot, die vermoeid was van den ontuchtigen wandel der gruwelijke mensen, daaruit verlost heeft;

         Jeruzalem: De Here Jezus heeft Zelf trouwens ook gewaarschuwd dat Jeruzalem zou verwoest worden en geen steen op de andere steen gelaten zou worden. Daarmee profeteerde Hij de verwoesting van de stad in het jaar 70 van onze jaartelling. De Heer heeft de inwoners van die stad ruim van te voren gewaarschuwd. In de 2e helft van de 70ste week wordt Jeruzalem opnieuw verwoest. Daarom stuurt de Here, omdat de Gemeente de mensen van Jeruzalem niet meer kan waarschuwen (wij zijn immers dan Opgenomen), twee getuigen. En deze zullen de hele eerste helft van de 70ste week profeteren dat Jeruzalem verwoest zal worden en dat men dus de stad uit moet vluchten en naar de woestijn moet gaan. (Opb.11:3 (2 getuigen profeteren.) Jeruzalem verwoest (Jer.7:34, 9:11, 33:10 enz.))

         Nineve: Jona moest van de Heer eerst de inwoners van de grote stad waarschuwen voor het naderende oordeel van God over de stad vÚÚrdat God de stad zou verwoesten. U kent de afloop! (Zie Jona 3)

 

Dus de Dag des Heren wordt vooraf gegaan aan de verzegeling van 144.000 die het Evangelie van het Koninkrijk gaan prediken. En natuurlijk hoe men binnen kan gaan en wat er gebeurt als men geen gehoor geeft aan hun prediken / profeteren.

Door de verzegeling zijn de 144.000 trouwens onkwetsbaar voor de duur van hun taak.

Ez.9:4 En de Heere zeide tot hem: Ga door, door het midden der stad, door het midden van Jeruzalem, en teken een teken op de voorhoofden der lieden, die zuchten en uitroepen over al die gruwelen, die in het midden derzelve gedaan worden.

5 Maar tot die anderen zeide Hij voor mijn oren: Gaat door, door de stad achter hem, en slaat, ulieder oog verschone niet, en spaart niet!

6 Doodt ouden, jongelingen en maagden, en kinderkens en vrouwen, tot verdervens toe; maar genaakt aan niemand, op denwelken het teken is, en begint van Mijn heiligdom. En zij begonnen van de oude mannen, die voor het huis waren.

 

Dan moet ik toch echt weer terug waar we gebleven waren. En gaan we nu naar vers 4.

Terug naar begin

Vers 4.

Opb.7:4 En ik hoorde het getal dergenen, die verzegeld waren: honderd vier en veertig duizend waren verzegeld uit alle geslachten der kinderen IsraŽls.

Terug naar begin

144.000.

Zoals we straks zullen lezen, zijn de 144.000 verdeeld in 12 x 12.000 verzegelden.

Maar hoeveel nullen er ook achter staan, het blijft een gros.

De betekenis van het getal 12 is in de Bijbel: “heerschappij”.

         12 stammen van IsraŽl die als volk door God apart zijn gezet. Het is een koninklijk priesterlijk volk. Ex.19:6 En gij zult Mij een priesterlijk koninkrijk, en een heilig volk zijn. Dit zijn de woorden, die gij tot de kinderen Israels spreken zult.

         12 poorten (Opb.21:12, 21). De poort is de plaats waar wordt beslist of men de stad (de uitbeelding van het Koninkrijk, want elke stad had een koning) in mag gaan of niet.

         12 discipelen en 12 apostelen die het Evangelie van het Koninkrijk Gods predikten en daarmee natuurlijk de Koning Zelf, dat is Jezus Christus. (Hand.8:12)

 

12 x 12 verandert de betekenis niet. Het versterkt de Bijbelse betekenis van het getal echter wel. De 144.000 hebben alles te maken met het Koninkrijk van Christus, net als hun aanstelling, hun afkomst en hun taak op aarde.

Terug naar begin

Vers 4-8 Alle geslachten der kinderen IsraŽls.

Opb.7:4 En ik hoorde het getal dergenen, die verzegeld waren: honderd vier en veertig duizend waren verzegeld uit alle geslachten der kinderen IsraŽls.

 

 

5 Uit het geslacht van Juda waren twaalf duizend verzegeld; uit het geslacht van Ruben waren twaalf duizend verzegeld; uit het geslacht van Gad waren twaalf duizend verzegeld;

6 Uit het geslacht van Aser waren twaalf duizend verzegeld; uit het geslacht van Nafthali waren twaalf duizend verzegeld; uit het geslacht van Manasse waren twaalf duizend verzegeld;

7 Uit het geslacht van Simeon waren twaalf duizend verzegeld; uit het geslacht van Levi waren twaalf duizend verzegeld; uit het geslacht van Issaschar waren twaalf duizend verzegeld;

8 Uit het geslacht van Zebulon waren twaalf duizend verzegeld; uit het geslacht van Jozef waren twaalf duizend verzegeld; uit het geslacht van Benjamin waren twaalf duizend verzegeld.

 

Ik heb het nog even terug gezocht in de grondtekst, maar er staat echt “alle” geslachten. Als we keurig alle genoemde stammen hier nummeren, komen we inderdaad uit op 12 stammen.

 

1.    Juda

2.    Ruben

3.    Gad

4.    Aser

5.    Nafthali

6.    Manasse

7.    Simeon

8.    Levi

9.    Issaschar

10. Zebulon

11. Jozef (= EfraÔm)

12. Benjamin

Terug naar begin

De ontbrekende stam van Dan.

Maar waar zijn Dan en EfraÔm dan? Er wordt nogal eens wat gespeculeerd over het ontbreken van de stam van Dan. Hoe zit dat?

Wat ik weet is het volgende:

 

Het is belangrijk om eerst het onderscheid te kennen tussen “stammen” en “zonen”. Want Jakob, die later de naam IsraŽl kreeg, kreeg 12 zonen. Maar officieel zijn er 13 stammen, want de stam van Jozef werd opgedeeld in twee stammen, namelijk die van zijn twee zonen: EfraÔm en Manasse. Daarbij kreeg EfraÔm het eerstgeboorterecht van alle stammen.

Jozef wordt dus in de Bijbel niet aangeduid als eigen stam. Manasse wordt in deze opsomming genoemd, net als zijn vader. Maar met de stam van Jozef, wordt de stam van EfraÔm aangeduid.

 

Hoe zit het met de stam van Dan? De meest bekende verklaring is dat de stam van Dan hier ontbreekt, omdat uit de stam van Dan de antichrist zou voortkomen. Nu, dat is mijns inziens kolder! Want de antichrist is volgens Joh.4:3 nu nog geest en zal verschijnen in de toekomst (openbaar worden) en dus mens worden. Het gaat om de engel Lucifer uiteraard en niet om een mens die geboren is uit een vrouw of uit een Daniet. Laat staan dat iemand weet wie Daniet is en wie niet.

 

Deze visie is ontleend aan slecht ťťn Schriftplaats, te weten:

Gen.49:16 Dan zal zijn volk richten, als een der stammen IsraŽls.

17 Dan zal een slang zijn aan den weg, een adderslang nevens het pad, bijtende des paards verzenen, dat zijn rijder achterover valle.

18 Op uw zaligheid wacht ik, Heere!

 

In Genesis 49 vinden we geen zegeningen over de 12 stammen zonen, maar profetieŽn(Gen.49:1) over de 12 zonen (Gen.49:2). Het punt is dat de “slang” en de “adderslang”, door de meeste Christenen alleen geassocieerd kan worden met iets negatiefs. Dat is onterecht mijns inziens, omdat de Bijbel naast de oude slang, welke genaamd wordt duivel en satans (Opb.12) de Nieuwe Slang zet. Christus is namelijk Die Nieuwe Slang (de Seraf), Die verhoogt is geworden. Dit is beeldend beschreven in Numeri 21:9, waarvan de Here Zelf sprak in Johannes 3:

De stam van Dan werd geassocieerd met de slang. 

14 En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, alzo moet de Zoon des mensen verhoogd worden;

15 Opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.

 

Voor meer informatie verwijs ik u graag door naar de systematische Bijbelstudie van mijn hand “de slang in de Bijbel”.

 

Waarom Dan niet genoemd wordt in Openbaring is niet helemaal duidelijk. Er is een verklaring die soelaas biedt. Deze zou ook contextueel in de verhalen van het O.T. naar voren komen. Als alle twaalf de stammen uit het land trekken om te evangeliseren, wie blijven er dan achter om het land draaiende te houden? Dat schijnt vroeger altijd al de taak van de Danieten te zijn geweest. Ik heb dit echter niet geverifieerd. We mogen niet vergeten dat de bevolking flink aan het uitdunnen is. Dus als 144000 man het recent verwoestte land verlaat, wie zal de achterblijvende Levieten die het land schoonmaken (Ez.39:14) in hun behoeften voorzien? Wie zullen er beginnen aan de herstelwerkzaamheden van infrastructuur en nieuwbouw? De ene stam die niet wordt uitgezonden door de Here, maar tot een ander doel is geroepen. Het is vergelijkbaar met de broeders die ’s zondagochtend de stoelen klaarzetten en de zuster die de koffie verzorgd na het einde van de preek. Is deze zuster minder omdat zij niet de hele preek bijwoont? Maakt ze dan geen deel uit van de Gemeente? Zo is het met de stam van Dan waarschijnlijk ook.

 

Wat ik wel weet is dat bij de opsommingen in de Bijbel altijd ťťn van de 13 stammen ontbreekt, waardoor je altijd 12 stammen telt. Daarom leren we op de zondagsschool over de 12 stammen en niet over de dertiende stam. Want die dertiende is eigenlijk verborgen en beeld daarmee de Gemeente uit, die uit IsraŽl zou voortkomen!

         Bij de zegening van Mozes (Deut.33) ontbreekt in de stam van Simeon.

         Bij de verdeling van het land IsraŽl in 12 stukken (Ez.48), ontbreekt de stam van Levi, omdat deze geacht worden onder de 12 stammen te wonen.

 

Terug naar begin

Vers 9 (inleiding).

We zijn in het verhaal van Openbaring 7 aangekomen bij het moment dat de Wederkomst van Jezus Christus met de Gemeente heeft plaatsgevonden. Wat er volgens de Here direct daarna gaat gebeuren is:

Matt.24:31 En Hij zal Zijn engelen uitzenden met een bazuin van groot geluid, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeenvergaderen uit de vier winden, van het ene uiterste der hemelen tot het andere uiterste derzelve.

 

Deze uitverkorenen, 144000 in getal, worden aangesteld door de Here voor een doel. Dat is de mensheid te waarschuwen dat Jezus Christus is gekomen om Zijn Koninkrijk te vestigen op aarde. Want Christus is immers de Koning der koningen en Hij is de Zoon des mensen. Op grond van de titel “Zoon des mensen”, maakt alleen Hij aanspraak op de troon en heerschappij over de mensheid en over de gehele aarde. Aangezien Christus Jezus alleen is geschapen naar het beeld van God, wordt dus vervuld wat al geprofeteerd werd in Genesis 1, namelijk:

Gen.1:26 En God zeide: Laat Ons mens maken, naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en dat zij heerschappij hebben over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over het vee, en over de gehele aarde, en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt.

 

Dit komt alleen de tweede Mens, de laatste Adam (1Kor.15:45,47) toe, want Hij is de Here uit de Hemel, namelijk Christus Jezus.

De mensheid en Christenen in het bijzonder, zouden toch verwachten dat het Koninkrijk zou komen? Vanuit de hemel naar de aarde en op aarde geopenbaard zou worden?

Luk.11:2 En Hij zeide tot hen: Wanneer gij bidt, zo zegt: Onze Vader, Die in de hemelen zijt! Uw Naam worde geheiligd. Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, gelijk in den hemel, alzo ook op de aarde.

 

De grote vraag is uiteraard: heeft het resultaat? En zo ja, worden er dan mensen gered in deze periode?

Het antwoord op deze vraag lezen we vanaf vers 9.

 

Terug naar begin

Vers 9: Een grote schare, die niemand tellen kon.

Opb.7:9 Na dezen zag ik, en ziet, een grote schare, die niemand tellen kon, uit alle natie, en geslachten, en volken, en talen, staande voor den troon, en voor het Lam, bekleed zijnde met lange witte klederen, en palm takken waren in hun handen.

 

Doorgaans wordt uitgelegd dat dit heel, heel, heel erg veel mensen zijn. Daarmee wordt het heden ten daagse Nederlandse spreektaal als maat genomen. Dat een grote schare bestaat uit meer dan twee mensen, is Bijbels gezien correct. Maar dat het niet te tellen is, is niet de Nederlandse betekenis van ontzettend veel. Ontelbaar heeft alles te maken met tellen en heeft een eigen Bijbelse verklaring. Deze is, wat geteld wordt heeft te maken met eigendom.

 

In 1 Kronieken 21 lezen we over het tellen van het volk, zoals ook hier in Openbaring het geval is.

1Kro.21:1 Toen stond de satan op tegen IsraŽl, en hij porde David aan, dat hij IsraŽl telde.

Dat deed David. Hoewel hem werd gezegd dat hij dat niet moest doen, deed hij het toch (1Kro.21:2-6). En dat heeft de Here God hem kwalijk genomen, lezen we een paar verzen verder.

1Kro.21:7 En deze zaak was kwaad in de ogen Gods; daarom sloeg Hij IsraŽl.

 

Waarom mocht David het volk niet tellen? En waarom was deze zaak kwaad in de ogen van God (en vers 17)? Omdat het niet Davids volk was, maar het volk van God. Het tellen heeft met eigendom te maken. Degene die telt, is eigenaar.

 

Ja, we vinden in de Bijbel ook Schriftplaatsen waar het “niet kunnen tellen”, mogen uitleggen als heel erg veel. Maar voor wat betreft het zaad dat zo talrijk zou zijn als het zand der zee of als de sterren des hemels, gaat het toch echt om eigendom. (zie bijvoorbeeld Gen.13:16, 15:5, Ex.30:12, Num.1:49, 3:15, en nog een aantal.)

In Genesis 41:49 lezen we bijvoorbeeld dat er zoveel koren was, dat men stopte te tellen, omdat het te veel was om te tellen. Deze zegening is afkomstig (eigendom) van God in de eerste plaats. In de tweede plaats was het wellicht voor mensen te veel, in aantal, om het te tellen.

 

We weten niet hoeveel mensen de grote schare bevat, omdat ze zijn verlost, dat is loskopen, door het bloed van het Lam. Omdat de Heer er een prijs voor heeft betaalt, ook voor u en mij (1Kor.6:20), zijn wij en dus ook zij, Zijn eigendom.

 

Terug naar begin

Koning- en priesterschap.

…bekleed zijnde met lange witte klederen, en palm takken waren in hun handen.

 

Lange witte klederen, zijn de uitbeelding van priesterschap. In dit geval onder het Nieuwe verbond, naar de ordening van Melchizedek. En de palmtakken beelden koningschap uit.

De palmboom is een lange stok, met daar bovenop de “kroon”.

“Palm” is in het Hebreeuws “Tamar”. Dat is overigens ook een Bijbelse vrouwennaam. En de vrouwen die in de Bijbel Tamar heten, zijn volgens mij allemaal van het koninklijk geslacht. Tamar betekent “overeind komen”. In de Engelse betekenis is beter te herleiden dat het te maken heeft met de fallus. “be erect”. Het is misschien een beetje vreemd, maar de penis is Bijbels gezien de uitbeelding van “opstanding” uit de dood en brengt nieuw leven voort (bij geslachtsgemeenschap). En Nieuw leven ontvangt men door Wedergeboorte en dat is weer opstanding uit de dood.

Tamar is dat wat omhoog staat of gesteld is en beeld koningschap (hij die verheven (omhoog is gesteld) is) uit. Dus toen men bij de intocht van Jeruzalem de koning der Joden wilden verwelkomen, zwaaide men dus met PALMtakken!

 

Joh.12:13 Namen de takken van palmbomen, en gingen uit Hem tegemoet, en riepen: Hosanna! Gezegend is Hij, Die komt in den Naam des Heeren, Hij, Die is de Koning IsraŽls!

 
 
Terug naar begin

Vers 10 - 12.

10 En zij riepen met grote stem, zeggende: De zaligheid zij onzen God, Die op den troon zit, en het Lam.

Wie zit er op de troon? God! Dit wordt gevolgd door wat Johannes heel vaak doet, namelijk een komma of het woordje “en”. Johannes bedoelt daarmee “namelijk”. Want het Lam dat na de komma staat, stond als geslacht op de troon. En dat is uiteraard dezelfde troon. Want van een tweede troon wordt geen melding gemaakt. De tweede troon bestaat louter en alleen door misinterpretatie van God die in wezen …ťn is (Mark.12:32).

 

11 En al de engelen stonden rondom den troon, en rondom de ouderlingen en de vier dieren; en vielen voor den troon neder op hun aangezicht, en aanbaden God,

We lezen ook hier weer dat alles gepositioneerd is rondom de troon. Dat betekent dat de troon in het midden staat. Het midden is wat centraal staat en krijgt de belangstelling. Dat kennen we bijvoorbeeld uit: “Ze stond weer eens in het middelpunt van de belangstelling.” We kwamen al eens eerder tegen dat de ouderlingen en de vier dieren letterlijk in aanbidding vallen.

En ook hier maakt Johannes gebruik van “, en…” voor “namelijk”. Want zich vernederen, door zich te laten vallen voor de troon, is aanbidding. Doordat de ouderlingen en de vier dieren op de grond liggen, is Christus, Die op de troon zit, nog hoger dan Hij al was.

Aanbidden is eigenlijk aanbieden in het Nederlands, maar volgens mij ook in de grondtekst.

 

12 Zeggende: Amen. De lof, en de heerlijkheid, en de wijsheid, en de dankzegging, en de eer, en de kracht, en de sterkte zij onzen God in alle eeuwigheid. Amen.

Het aanbidden wordt nog eens versterkt door hetgeen gesproken wordt. Dit wordt begonnen en afgesloten met het woord Amen, zo is het! Trouwens de Heer Zelf is de Amen.

Opb.3:14 En schrijf aan den engel van de Gemeente der Laodicensen: Dit zegt de Amen, de trouwe, en waarachtige Getuige, het Begin der schepping Gods:

 

Terug naar begin

Vers 13; Wie zijn zij?

13 En een uit de ouderlingen antwoordde, zeggende tot mij: Deze, die bekleed zijn met de lange witte klederen, wie zijn zij, en van waar zijn zij gekomen?

Een van de ouderlingen in het visioen van Johannes, stelt Johannes een goede vraag. Immers in het boek heet niet voor niets Openbaring en zou dus verborgenheden onthullen! Maar Johannes weet het niet.

 

14 En ik sprak tot hem: Heere, gij weet het. En hij zeide tot mij: Dezen zijn het, die uit de grote verdrukking komen; en zij hebben hun lange klederen gewassen, en hebben hun lange klederen wit gemaakt in het bloed des Lams.

Dit is trouwens de laatste keer dat “Dť grote verdrukking” wordt genoemd in de Bijbel. En let u op het voorzetsel “de”! Als het gaat om verdrukking of grote verdrukking en de vraag is welke? Dan wordt slechts twee keer in de Bijbel gesproken over “Dť grote verdrukking”, waardoor zij zich onderscheidt van andere verdrukkingen.

 

We zijn in dit visioen aangekomen op het moment dat de 1000 jaren aanvangen, zonder dat er gesproken is over het loslaten van de vier winden. Waardoor we weten dat dat verhaal later ons nader wordt uitgelegd. Het is niet van belang in dit gedeelte, omdat dit alleen spreekt over het Koninkrijk, het openbaren daarvan en het openbaren van de Koning en de Gemeente, die Zijn Lichaam vormt.

 

Bij het vijfde zegel zagen we ook al zielen onder het altaar. Maar die groep was nog niet compleet!

Opb.6:9 En toen Het het vijfde zegel geopend had, zag ik onder het altaar de zielen dergenen, die gedood waren om het Woord Gods, en om de getuigenis, die zij hadden.

10 En zij riepen met grote stem, zeggende: Hoelang, o heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt Gij ons bloed niet van degenen, die op de aarde wonen?

11 En aan een iegelijk werden lange witte klederen gegeven, en hun werd gezegd, dat zij nog een kleinen tijd rusten zouden, totdat ook hun mededienstknechten en hun broeders zouden vervuld zijn, die gedood zouden worden, gelijk als zij.

 

Het vijfde zegel spreekt over de zielen die gestorven zijn in de laatste 1260 dagen van de 70ste week van DaniŽl, dat we kennen als Dť grote verdrukking. Maar van die dagen sprak de Here Jezus Zelf, dat die ter behoud van het vlees van de uitverkorenen zou verkort worden tot 1260 dagen. Precies! Dus voor de wereld gaat Dť grote verdrukking gewoon door, totdat alle volkeren Hem onderworpen zijn en alle goddelozen van de wereld zijn verdwenen. Dus als we hier lezen dat deze uit de grote verdrukking komen, dan weten we uit Schriftvergelijking met Opb. 6 dat zij die mededienstknechten zijn, die gelijk als zij gedood zouden worden.

 

En eigenlijk kun je vanaf hier verder lezen in Openbaring 20, waar het verhaal in vers 4 verder gaat.

Opb. 20:4 En ik zag tronen, en zij zaten op dezelve; en het oordeel werd hun gegeven; en ik zag de zielen dergenen, die onthoofd waren om de getuigenis van Jezus, en om het Woord Gods, en die het beest, en deszelfs beeld niet aangebeden hadden, en die het merkteken niet ontvangen hadden aan hun voorhoofd en aan hun hand; en zij leefden en heersten als koningen met Christus, de duizend jaren.

 

Maar om de eerste drie verzen van Openbaring 20 ook te begrijpen, zullen er nog een flink aantal hoofdstukken volgen, die uitleg geven over waarom zij - en door wie zij - gedood zijn.

Terug naar begin

Vers 15 - 17.

15 Daarom zijn zij voor den troon van God, en dienen Hem dag en nacht in Zijn tempel; en Die op den troon zit, zal hen overschaduwen.

De term “dag en nacht”, daarvan zeg ik altijd dat het niet direct te maken heeft met tijd, maar met een positie. Een “schout bij nacht”, heeft die positie ook overdag! Dat komen we ook tegen in Openbaring 12.

 

Opb.12:10 En ik hoorde een grote stem, zeggende in den hemel: Nu is de zaligheid, en de kracht, en het koninkrijk geworden onzes Gods; en de macht van Zijn Christus; want de verklager onzer broederen, die hen verklaagde voor onzen God dag en nacht is nedergeworpen.

 

Hoe vreemd dat voor sommigen ook moge klinken, de positie van de satan is voor onze God, in de hemel. Hij is niet in de hel of dodenrijk, hoewel we dat natuurlijk graag zien gebeuren. Dat komt nog! De term “dag en nacht” komt een aantal keer voor in de Bijbel en spreekt mijns inziens niet over tijd, maar over een locatie, positie, plek, waar iets of iemand gezet is of verblijft (tot nader bericht uiteraard).

 

De troon van God en Zijn tempel zou ik niet direct letterlijk nemen, in de zin van dat zij een hemelse positie hebben ontvangen. Want die hebben zij mijns inziens niet! De Gemeente heeft een hemelse positie, namelijk in Christus Jezus. Zij zouden heersen met Christus de 1000 jaren op de oude aarde. Dat zouden zij doen toch? Dat lezen we in ieder geval in Opb.20

 "Schout bij Nacht"                        

Opb.20:6 Zalig en heilig is hij, die deel heeft in de eerste opstanding; over deze heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen priesters van God en Christus zijn, en zij zullen met Hem als koningen heersen duizend jaren.

 

Als we dit ver leggen naast ver 15, waar we nu zijn, ziet u waarom ik zeg dat het niet gaat om een hemelse beschrijving of roeping, maar een aardse.

 

Positie

Koningschap

Priesterschap

Opb.7:15 Daarom zijn zij voor den troon van God, en dienen Hem dag en nacht in Zijn tempel; en Die op den troon zit, zal hen overschaduwen.

         dag en nacht

         voor den troon van God.

De troon is de plaats waar men de koning kan vinden.

         in Zijn tempel

De tempel is de plaats waar de priester zijn werk doet.

Opb.20:6 Zalig en heilig is hij, die deel heeft in de eerste opstanding; over deze heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen priesters van God en Christus zijn, en zij zullen met Hem als koningen heersen duizend jaren.

 

         die deel heeft in de eerste opstanding; over deze heeft de tweede dood geen macht

 

         heersen duizend jaren

         als koningen heersen

         priesters van God en Christus zijn

 

Tot slot het “overschaduwen”. Dat is geestelijke bescherming. Dit wordt in de Bijbel doorgaans uitgebeeld door vleugels van bijvoorbeeld hemelwezens. Waarom dit hier staat is om deze reden:

Zij die gestorven zijn en hier vermeld werden, hebben allemaal niet geknield voor het beeld van het beest.

 

Opb. 20:4 … en ik zag de zielen dergenen, die onthoofd waren om de getuigenis van Jezus, en om het Woord Gods, en die het beest, en deszelfs beeld niet aangebeden hadden, …

 

Nu, dat beeld wordt genoemd in een andere Schriftplaats:

den gruwelijken vleugel (Dan.9:27)

 

Zij hebben de “overschaduwing” van satan verworpen en niet gewild, daarom zal de Heer dat wel doen! Het gevolg daarvan is, denk ik, dat de tweede dood dus geen macht meer over hen heeft. Maar in ieder geval zorgt de overschaduwing van Christus Jezus ervoor dat…

 

16 Zij zullen niet meer hongeren, en zullen niet meer dorsten, en de zon zal op hen niet vallen, noch enige hitte.

17 Want het Lam, Dat in het midden des troons is, zal hen weiden, en zal hun een Leidsman zijn tot levende fonteinen der wateren; en God zal alle tranen van hun ogen afwissen.

Terug naar begin