Studie Openbaring


Studie Openbaring 2 - Thyatire.

  1. Thyatire van 600 tot 1500. “de donkere middeleeuwen”.
  2. Aankondiging van Christus.
  3. Toestand van de Gemeente Tijdsperiode.
  4. Jezabel.
  5. “Die nieren en harten onderzoek”
  6. Met Christus heersen.

Thyatire van 600 tot 1500. “de donkere middeleeuwen”.

Voor wat betreft de naam Thyatire, deze zou betekenen “geur; opoffering van werken”. En dat komt dan ook ruim aan de orde in deze brief over deze Gemeentelijke periode. 

Opb.2:18 En schrijf aan den engel der Gemeente te Thyatire: Dit zegt de Zoon van God, Die Zijn ogen heeft als een vlam vuurs, en Zijn voeten zijn blinkend koper gelijk:

19 Ik weet uw werken, en liefde, en dienst, en geloof, en uw lijdzaamheid, en uw werken, en dat de laatste meer zijn dan de eerste.

20 Maar Ik heb enige weinige dingen tegen u, dat gij de vrouw Jezabel, die zich zelve zegt een profetes te zijn, laat leren, en Mijn dienstknechten verleiden, dat zij hoereren en afgodenoffer eten.

21 En Ik heb haar tijd gegeven, opdat zij zich zou bekeren van haar hoererij, en zij heeft zich niet bekeerd.

22 Zie, Ik werp haar te bed, en die met haar overspel bedrijven, in grote verdrukking, zo zij zich niet bekeren van hun werken.

23 En haar kinderen zal Ik door den dood ombrengen; en al de Gemeenten zullen weten, dat Ik het ben, Die nieren en harten onderzoek. En Ik zal ulieden geven een iegelijk naar uw werken.

24 Doch Ik zeg ulieden, en tot de anderen, die te Thyatire zijn, zovelen, als er deze leer niet hebben, en die de diepten des satans niet gekend hebben, gelijk zij zeggen: Ik zal u geen anderen last opleggen;

25 Maar hetgeen gij hebt, houdt dat, totdat Ik zal komen.

26 En die overwint, en die Mijn werken tot het einde toe bewaart, Ik zal hem macht geven over de heidenen;

27 En hij zal ze hoeden met een ijzeren staf; zij zullen als pottenbakkersvaten vermorzeld worden; gelijk ook Ik van Mijn Vader ontvangen heb.

28 En Ik zal hem de morgenster geven.

29 Die oren heeft, die hore wat de Geest tot de Gemeenten zegt.

 

Terug naar begin

Aankondiging van Christus.

Opb.2:18 En schrijf aan den engel der Gemeente te Thyatire: Dit zegt de Zoon van God, Die Zijn ogen heeft als een vlam vuurs, en Zijn voeten zijn blinkend koper gelijk:

Zie Studie Openbaring 1:14 en 15. Daar ga ik in op “vlam vuurs” en “ogen” en “voeten” en “koper”.

 

Terug naar begin

Toestand van de Gemeente Tijdsperiode.

Thyatire beschrijft de periode van de middeleeuwse Kerk. De na de val van het West-Romeinse rijk is er een snelle opkomst van het pausdom, vooral sinds Gregorius de Grote (590-604), en van een “christelijk” Germaans rijk, vooral sinds Karel de Grote (768-814, vanaf 800 keizer). Heftige machtsstrijd tussen keizer en paus (investituurstrijd), waarin de paus in de dertiende eeuw zegeviert (Innocentius III, Bonifatius VIII). In de veertiende en vijftiende eeuw achteruitgang en tenslotte afschuwelijk moreel verval van het pausdom. Maar gelukkig is er nog altijd een gelovig overblijfsel te vinden. Ook in deze meest duistere dagen van de Gemeentelijke periode. Er zijn volgens de Bijbel altijd ten minste twee getuigen (2Kor.13:1), twee die kunnen verklaren dat Gods Woord de Waarheid is. En zo niet, als bijvoorbeeld in n keer alle ware gelovigen van de aarde worden weggenomen, dan stuurt Hij gewoon Zijn twee getuigen (Opb.11). Dat kleine gelovig overblijfsel bezat niet veel licht, maar bleven de Heer, op verschillende van manieren, trouw. Hoewel zij geen Bijbel mochten lezen, bleven zij trouw. De Bijbel was een gevaarlijk boek, omdat men zich zou kunnen verzetten tegen de kerk. Wat men moest leren was de leer van de kerk en niet de Bijbelse leer. De Bijbel werd verboden voor de gewone man. De Bijbel was alleen toegankelijk voor de hoogst geplaatsten binnen de Romeinse kerk / Rooms Katholieke kerk.

 

19 Ik weet uw werken, en liefde, en dienst, en geloof, en uw lijdzaamheid, en uw werken, en dat de laatste meer zijn dan de eerste.

 

Hier komen we de naam Thyatire tegen. Namelijk: “geur; opoffering van werken”. De Heer kent ook hier de toestand van deze Gemeentelijke periode, zoals hierboven beschreven. Voor de ware gelovigen was er dan ook gedrevenheid nodig. De eerste werken, die de Here Jezus Christus hier opsomt, zijn: werken, liefde, dienst, geloof en lijdzaamheid. De laatste werken zijn dan dat wat overblijft, namelijk de gewone werken. Dat is precies de verkeerde volgorde van Christelijke prioriteit. Want gewone werken, dan wel “uw werken”, horen op de laatste plaats te staan en liefde, broederliefde zoals Johannes dat vaak noemt en daarnaast de dienst, te weten de dienst aan God, en zo voort, horen voorrang te hebben.

 

20 Maar Ik heb enige weinige dingen tegen u, dat gij de vrouw Jezabel, die zich zelve zegt een profetes te zijn, laat leren, en Mijn dienstknechten verleiden, dat zij hoereren en afgodenoffer eten.

 

Terug naar begin

Jezabel.

Jezabel

Jezabel is de vrouw van koning Achab (1Kon.16:31). Ook hier gaat het niet om een letterlijke vrouw die in die dagen daar gruwelijke dingen deed. Ook hier zouden wij ons de vraag stellen: “waar is zij de uitbeelding van?” We weten wie deze Jezabel dus was. Zij stond destijds aan het hoofd (1Kon.18:19) van honderden Bal priesters en priesters van het bos, dat betreft een andere afgod. Mogelijk dat het gaat om Priapus (1Kon.15:13). Ik heb hier al eens over geschreven, maar ik kan het niet meer vinden. Ik kwam toen uit op een andere naam. Het zij zo. In ieder geval zijn Bal en Priapus gewoon de uitbeelding van de satan, namelijk de god dezer eeuw (2Kor.4:4). Izebel, dat is Jezabel, was het hoofd van de afgoderij van Isral. Dus als zij de mensen dingen laat leren, kom je uit bij afgodendienst.

 

 

…dat zij hoereren en afgodenoffer eten.

De Romeinen hadden ten tijde van hun overheersing op de Grieken geen eigen goden, maar wel een behoefte aan religie. Daarop namen zij de Griekse godsdienst over en gaven zij aan de Griekse goden, Latijnse namen. Hierdoor werd de god Zeus, Jupiter enzovoort.

 

Ditzelfde herhaald zich in de dagen van Thyatire. Want de geschiedenis herhaalt zich nu eenmaal graag. Want in deze dagen, dan wel deze Gemeentelijke periode, was het Romeinse rijk tot het christendom overgegaan, maar miste een aantal specifieke goden die zij eertijds wel hadden. Denk aan de god van de vruchtbaarheid, de god van de liefde, de god van dit en een god van dat. Daarom werden bepaalde christelijke figuren heilig verklaard door de kerk. En maakten zij van deze heiligen een beeld die hen dan zou beschermen. En zo kreeg de kerk “gruwelijke vleugels”, zoals Danil 9 beschrijft, namelijk afgodsbeelden van een beschermer. Dit is n van de redenen dat men gelooft dat de Rooms Katholieke kerk in de personificatie van de paus, de antichrist is.

 

Die idee is hier ontstaan en heeft in de daarop volgende Gemeentelijke periode Bijbelse onderbouwing gekregen. Deze Bijbelse onderbouwing was onmogelijk in deze dagen, omdat men niet beschikte over de Bijbel, dan wel onvoldoende geletterd was. De visie dat de paus de antichrist is, is niet geheel onjuist, want dat hij antichristelijk is, staat mijns inziens als een paal boven water en is voor mij buiten onderwerp van discussie. Echter is d antichrist ‘geest’ volgens Johannes, die als enige de term “antichrist” 4 maal heeft genoemd in zijn brieven. De paus is geen geest, maar mens.

 

21 En Ik heb haar tijd gegeven, opdat zij zich zou bekeren van haar hoererij, en zij heeft zich niet bekeerd.

22 Zie, Ik werp haar te bed, en die met haar overspel bedrijven, in grote verdrukking, zo zij zich niet bekeren van hun werken.

23 En haar kinderen zal Ik door den dood ombrengen; en al de Gemeenten zullen weten, dat Ik het ben, Die nieren en harten onderzoek. En Ik zal ulieden geven een iegelijk naar uw werken.

 

“En Ik heb haar tijd gegeven”.

Deze Gemeentelijke periode is de langste in de hele Gemeentelijke geschiedenis. Dus die tijd heeft ze meer dan voldoende gehad. Die tijd zou deze Gemeente gebruiken om zich te bekeren van haar hoererij. Hoererij is hier de uitbeelding van de afgodendienst, die in de RK kerk gentroduceerd werd. Namelijk door Maria, heiligen en engelen te vereren, in plaats van alln God.

 

“Zie, Ik werp haar te bed”

Het bed is de Nederlandse vertaling van het Griekse “kline”, dat bed en of tafel betekent. In de dagen van de Here Jezus was het gezamenlijk eten niet op rechte keukenstoelen, zoals in Nederland dat de gewoonte is, maar ligt men op een bed of sofa te eten. Lijkt mij niet handig, maar goed. Gezamenlijk eten is in de Bijbel de uitbeelding van gemeenschap hebben. Denk maar aan ons heilig avondmaal!

 

Het bed is natuurlijk als eerste de uitbeelding van de plaats waar men slaapt, pas daarna de plaats waar men geslachtsgemeenschap heeft of waar men ligt uit te zieken. Ten minste volgens de Bijbel. De slaap is volgens mij de uitbeelding van de dood, waaruit men zou opstaan, indien men nieuw leven heeft ontvangen. Dit heb ik al vaker u uitgelegd. Maar ook in bed komen we de gemeenschap tegen. Dus op twee verschillende manieren is het bed de uitbeelding van gemeenschap.

 

22 Zie, Ik werp haar te bed, en die met haar overspel bedrijven, in grote verdrukking, zo zij zich niet bekeren van hun werken.

In dit vers is het dan ook de bedoeling dat men het volgende met haar in bed zou doen: “met haar overspel bedrijven”. En zij die dus blijven hoereren en zich dus niet bekeren van hun werken, van hen, zegt Christus Jezus, dat Hij hen in grote verdrukking werpt. Ik geloof zelf niet dat dit spreekt over D grote verdrukking, maar over de verschrikkingen aan ziektes en dergelijke, die het Rooms Katholieke Europa qua bevolkingsaantal fors reduceerde. Want d grote verdrukking die we vinden in Matt.24 spreekt specifiek over de tijdsperiode n de Opneming van de Gemeente, met een duur van 1260 dagen ter behoud van het vlees van de uitverkorenen, namelijk uw volk, uit uw heilige stad (Dan.9:24). Wat de Here bedoelt met het werpen van hen in grote verdrukking, maakt de Heer overigens, in het volgende vers gewoon duidelijk. Daar lezen we dan ook niets over het oprichten van de gruwel der verwoesting in Juda.

 

Terug naar begin

“Die nieren en harten onderzoek”.

23 En haar kinderen zal Ik door den dood ombrengen; en al de Gemeenten zullen weten, dat Ik het ben, Die nieren en harten onderzoek. En Ik zal ulieden geven een iegelijk naar uw werken.

 

“Die nieren en harten onderzoek”

Harten en nieren spreken volgens mij over het geweten van de mens. Het hart is de plaats waar gedachten uit voort komen. In het hart zou men het geloof bewaren, enzovoort.

Satan is een negatief voorbeeld in dezen. Er staan namelijk in de Bijbel een aantal profetien over koningen, die feitelijk op de satan van toepassing zijn. In dit soort stukken kom ik altijd n specifiek kenmerk tegen, namelijk dat er iets in zijn hart broedt. Bijvoorbeeld:

         Uw hart verheft zich (Ez.28:17)

         En zeidet in uw hart: (Jes.14:13)

         dat er raadslagen in uw hart zullen opkomen (Ez.38:10)

Dit betekent volgens de Bijbel het bedenken van kwade gedachten. Maar in Openbaring lezen we dat de Here hun harten en nieren zal onderzoeken. Hetgeen inhoudt dat Hij hen zal geven naar hun werken. Loon en oordeel zijn in dit voorbeeld dan ook synoniemen.

 

24 Doch Ik zeg ulieden, en tot de anderen, die te Thyatire zijn, zovelen, als er deze leer niet hebben, en die de diepten des satans niet gekend hebben, gelijk zij zeggen: Ik zal u geen anderen last opleggen;

 

“de diepten des satans”

Dan richt Jezus Christus Zich tot de ware gelovigen. Dat zijn zij, die deze leer niet hebben. Deze leer waar de Heer over spreekt, noemt Hij het kennen van de diepten des satans. Namelijk wat uit het hart van de satan komt, zie hierboven. Deze diepten van de satan kregen vorm, inhoud, in de grote afgoderij die in de middeleeuwen ontstond.

 

25 Maar hetgeen gij hebt, houdt dat, totdat Ik zal komen.

Tot deze ware gelovigen zegt Hij dan ook dat ze zouden vasthouden aan dat kleine beetje dat zij hadden. En daarmee zou men volharden en doorzetten tot het einde.

 

26 En die overwint, en die Mijn werken tot het einde toe bewaart, Ik zal hem macht geven over de heidenen;

 

De Heer spreekt dan over Zijn werken. Hij komt dus terug op het begin, waar Hij het had over hun werken en dat de laatste meer zijn dan de eerste (19). Met andere woorden, ze zouden zich weer moeten gaan richten op de eerste werken, want dat zijn werken tot eer van Hem. En dat zijn de werken waar de Heer zojuist van sprak: En Ik zal ulieden geven een iegelijk naar uw werken (23). Deze werken zijn dan ook die voor de rechterstoel van Christus zullen geoordeeld worden.

 

2Kor.5:10 Want wij allen moeten geopenbaard worden voor den rechterstoel van Christus, opdat een iegelijk wegdrage, hetgeen door het lichaam geschiedt, naardat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad.

Terug naar begin

Met Christus heersen.

27 En hij zal ze hoeden met een ijzeren staf; zij zullen als pottenbakkersvaten vermorzeld worden; gelijk ook Ik van Mijn Vader ontvangen heb.

Wie zijn die “ze”, die Hij zal hoeden? Wie zijn die “zij”, die als potterbakkersvaten vermorzeld worden? Dan leggen we gewoon een andere Schriftplaatsen er naast die over hetzelfde spreken.

1.    Opb.12:5 En zij baarde een mannelijken zoon, die al de heidenen zou hoeden met een ijzeren roede; en haar kind werd weggerukt tot God en Zijn troon.

2.    Opb.19:15 En uit Zijn mond ging een scherp zwaard, opdat Hij daarmede de heidenen slaan zou. En Hij zal hen hoeden met een ijzeren roede; en Hij treedt den wijnpersbak van den wijn des toorns en der gramschap des almachtigen Gods.

 

Die ijzeren staf of roede is bedoeld als oordeel van Gods wege tegen de heidenen. Namelijk “zij” en “ze”, die net, deze leer niet hebben, dus wl de diepten des satans gekend hebben, uit vers 24 geciteerd. Over dat oordeel, zegt de Here dat Hij dat ontvangen heeft van Zijn Vader. En dat is de verwijzing naar het volgende vers.

Joh.5:22 Want ook de Vader oordeelt niemand, maar heeft al het oordeel den Zoon gegeven;

 

En dat zouden we koppelen aan de woorden van zo even, namelijk vers 26, Ik zal hem macht geven over de heidenen; Want die Bijbelse en Gemeentelijke waarheid was men helemaal kwijt in die dagen. Wij zouden mt Christus erven en met Hem heersen. Niet de duizend jaren, maar voor eeuwig, omdat aan Zijn Koningschap geen einde zal komen.

Ez.37:25 …en Mijn Knecht David zal hunlieder Vorst zijn tot in eeuwigheid.

 

 

morgenster

28 En Ik zal hem de morgenster geven.

De morgenster komt volgens mij vijf keer voor in de Bijbel. Daarom kunnen we deze wel even systematisch bestuderen.

 

Job 38:7 Toen de morgensterren te zamen vrolijk zongen, en al de kinderen Gods juichten.

 

Jes.14:12 Hoe zijt gij uit den hemel gevallen, o morgenster, gij zoon des dageraads! hoe zijt gij ter aarde nedergehouwen, gij, die de heidenen krenktet!

 

2Pet.1:19 En wij hebben het profetische woord, dat zeer vast is, en gij doet wel, dat gij daarop acht hebt, als op een licht, schijnende in een duistere plaats, totdat de dag aanlichte, en de morgenster opga in uw harten.

 

Opb.2:28 En Ik zal hem de morgenster geven.

 

Opb.22:16 Ik, Jezus, heb Mijn engel gezonden om ulieden deze dingen te getuigen in de Gemeenten. Ik ben de Wortel en het geslacht Davids, de blinkende Morgenster.

 

Een ster in het algemeen is een hemellichaam, net als planeten en de zon en maan dat zijn. De morgenster is dus ook daarom een hemellichaam. In de Bijbel lezen we geen verschil als het gaat om letterlijke sterren of uitbeeldende sterren. Beiden zijn zij hemelse lichamen.

De morgensterren die in Job genoemd worden, zijn engelen. Of heeft u soms wel eens ’s avonds naar de sterren geluisterd wat ze zongen. Dan vraagt uw man of vrouw, “waar ga je heen?”, “O, ik ga even naar de sterren luisteren…”

 

Dan komen we de morgenster tegen in Jesaja 14, maar daar staat in de grondtekst “Lucifer”, namelijk lichtbrenger of stralende. Maar dat is een blinkende, dan wel een ster. En in het N.T. komt de morgenster alleen positief voor. De morgenster is zonder hoofdletter de verwijzing naar Jezus Christus en in Opb.22 is het de Here Jezus Christus Zelf die dat bevestigd, dat, dat zo is! Namelijk: Ik ben … de blinkende Morgenster.

 

Morgenster is de vertaling van het Griekse “phosphoros”, dat lichtdrager betekent. Als we de Bijbel er op naslaan om te zien op wie dit betrekking heeft, komen we nooit bij de satan uit, maar altijd bij Christus Jezus. Hij bracht, dan wel droeg het licht. Hij is Die Lichtdrager. Dit lezen we in Johannes.

 

Joh.8:12 … Ik ben het licht der wereld; die Mij volgt, zal in de duisternis niet wandelen, maar zal het licht des levens hebben.

Joh.9:5 Zolang Ik in de wereld ben, zo ben Ik het Licht der wereld.

Joh.12:46 Ik ben een Licht, in de wereld gekomen, opdat een iegelijk, die in Mij gelooft, in de duisternis niet blijve.

 

Terug naar het vers in Openbaring. Het loon dat men ontvangt wanneer men overwint, is de morgenster. Dat is hetzelfde licht dat zou opgaan in onze harten (2Petr.1:19), zodat wij…

…wij allen zullen komen tot de enigheid des geloofs en der kennis van den Zoon Gods, tot een volkomen man, tot de mate van de grootte der volheid van Christus;( Ef. 4:13)

 

Daar gaat het eigenlijk over. De morgenster is het licht, dat alles aan het licht brengt. Het spreekt natuurlijk over oordeel, maar ook over wat voor ons nu nog donker is en wij niet zien en niet begrijpen aan de Bijbel, dat zal licht worden en zullen wij begrijpen.

 

29 Die oren heeft, die hore wat de Geest tot de Gemeenten zegt.

 

Terug naar begin