Studie Openbaring


Studie Openbaring 2 - Pergamus

  1. Ter inleiding - Brief aan de Gemeente te Pergamus.
  2. Aankondiging van Christus.
  3. Toestand van de Gemeentelijke tijdsperiode.
  4. Wat gaat goed en wat niet?
  5. Welk loon zal men ontvangen?

Ter inleiding - Brief aan de Gemeente te Pergamus.

Pergamus vanaf 313 tot 600

Opb.2:12 En schrijf aan den engel der Gemeente, die in Pergamus is: Dit zegt Hij, Die het tweesnijdend scherp zwaard heeft:

13 Ik weet uw werken, en waar gij woont; namelijk daar de troon des satans is, en gij houdt Mijn Naam, en hebt Mijn geloof niet verloochend, ook in die dagen, in welke Antipas, Mijn getrouwe getuige was, welke gedood is bij ulieden, waar de satan woont.

14 Maar Ik heb enige weinige dingen tegen u, dat gij aldaar hebt, die de lering van Balašm houden, die Balak leerde den kinderen IsraŽls een aanstoot voor te werpen, opdat zij zouden afgodenoffer eten en hoereren.

15 Alzo hebt ook gij, die de lering der Nikolaieten houden; hetwelk Ik haat.

16 Bekeer u; en zo niet, Ik zal u haastelijk bij komen, en zal tegen hen krijg voeren met het zwaard Mijns monds.

17 Die oren heeft, die hore wat de Geest tot de Gemeenten zegt. Die overwint, Ik zal hem geven te eten van het manna, dat verborgen is, en Ik zal hem geven een witten keursteen, en op den keursteen een nieuwen naam geschreven, welken niemand kent, dan die hem ontvangt.

 

Terug naar begin

Aankondiging van Christus

Opb.2:12 En schrijf aan den engel der Gemeente, die in Pergamus is:

Deze Gemeentelijke periode, die we dan gemakshalve Pergamus noemen, begint ongeveer rond het jaar 313. Voor deze datum was het Romeinse rijk, in de personificatie van de keizer, ongelovig. Daar kwam verandering in toen keizer Constantijn zich rond 313 bekeerde tot het christendom. Dit wordt de kerstening van Constantijn genoemd. Voor de Gemeentelijke periode “Pergamus”, dus in de dagen van Smyrna, lezen we over zware christenvervolgingen.

Opb.2:9 Ik weet uw werken, en verdrukking, …

Opb.2:10 Vrees geen der dingen, die gij lijden zult. … en gij zult een verdrukking hebben van tien dagen.

Nadat Constantijn zich tot het christendom bekeerde, werd het christendom een staatsgodsdienst. Het christendom werd een wereldgodsdienst en zorgde ervoor dat de christenvervolgingen stopten. Christenen kregen ineens aanzien en de beste posten werden voorbehouden aan christenen. Velen lieten zich dopen, maar waren niet werkelijk bekeerd. Dit lijkt heel positief, toch? Ja, dat lijkt inderdaad. Maar schijn bedriegt uiteraard. Zij stelden zich onder de bescherming van de keizer en daarmee van de wereld. Want doordat de staat vanaf dat moment bepaalde wat voor “christendom” moest doorgaan en wat niet, werd het geloof in Christus Jezus gelijkvormig aan de wereld.

 

Daarvan zei de Here Jezus Zelf:

En wordt dezer wereld niet gelijkvormig, gelijk als Ik van de wereld niet ben. Indien u de wereld haat, zo weet, dat zij Mij eer dan u gehaat heeft. (Rom.12:2, Joh.17:14, Joh.15:18)

 

Wie een deel van de wereld wil zijn, die plaatst zich op het terrein waar de duivel zijn macht uitoefent, oftewel “waar de troon van de satan is (vers 13)”.

Zodoende werden er twee heren gediend (Luk.16:13). Er ontstond een “huwelijk” tussen kerk en staat, wat voorheen voor onmogelijk werd geacht. Voor de echte gelovigen was dit dan ook erg zwaar. En dat is dan ook de betekenis van de naam “Per-Gamus”. Het Griekse woord “Per” betekend “zwaar” en “Gamus” kennen we in het woord “monogamie”. “Gamus” is “huwelijk”. Pergamus staat voor de Gemeentelijke periode dat uitbeelding geeft aan het zware huwelijk dat ontstond doordat kerk en staat samen werden gevoegd tot ťťn lichaam.

1Kor.6:16 Of weet gij niet, dat die de hoer aanhangt, een lichaam met haar is? Want die twee, zegt Hij, zullen tot een vlees wezen.

 

Als we dan verder lezen, lezen we hoe de Heer Zich aan de Gemeente voorstelt.

Opb.2:12 …Dit zegt Hij, Die het tweesnijdend scherp zwaard heeft:

 

Het tweesnijdend scherp zwaard is de uitbeelding van het Woord van God. Doordat er een huwelijk is ontstaan tussen kerk en staat, kwam  er democratie in Pergamus. Daar kom ik straks nog even op terug.

 

Terug naar begin

Toestand van de Gemeentelijke tijdsperiode

13 Ik weet uw werken, en waar gij woont; namelijk daar de troon des satans is, en gij houdt Mijn Naam, en hebt Mijn geloof niet verloochend, ook in die dagen, in welke Antipas, Mijn getrouwe getuige was, welke gedood is bij ulieden, daar de satan woont.

De Heer gaat ook nu weer benoemen, net als in de vorige twee brieven, aan Efeze en Smyrna, wat er niet goed gaat, zodat men zich daar van kan losmaken. Dat is men dus niet gelijkvormig aan de wereld, maar onderwerpt de gelovige zich aan Jezus Christus.

 

Troon des satans.

13 … en waar gij woont; namelijk daar de troon des satans is,

Het christendom heeft mijns inziens niets te maken met Christus of met een levend geloof in Christus Jezus. Christendom is een uitvinding van satan zelf, zodat hij op zijn eigen wijze, dat is een geraffineerde wijze, de gelovige kan weghouden bij God. Want vele malen heb ik u gezegd dat de rol van de satan in de wereld is uitgespeeld, omdat die al in zijn macht liggen.

  1. Satans troon is in de wereld.
  2. Religie is het geloof onder de wet.

En door de wereld met religie tot ťťn vlees te maken (huwelijk), heeft de satan zijn troon gezet in deze Gemeentelijke periode. Want het werkterrein van de satan is de Gemeente. Daar heeft hij iets te winnen. Binnen de Gemeente speelt zich de strijd af, niet van vlees en bloed, maar van de overheden en machten der duisternis, van de god dezer eeuw (Ef.6:12).

 

 

Antipas.

13 … en gij houdt Mijn Naam, en hebt Mijn geloof niet verloochend, ook in die dagen, in welke Antipas, Mijn getrouwe getuige was, welke gedood is bij ulieden, waar de satan woont.

Deze brief is niet geschreven aan de wereldkerk. Ik zou zeggen, juist niet! Want zij die zich bekeerden tot het christendom, bleven christelijk dom. Er waren gelukkig, ook in die dagen, trouwe gelovigen. Net zulke trouwe gelovigen als de zekere Antipas, die ons hier voor het eerst en laatst wordt geÔntroduceerd.

 

Wie is deze Antipas? Voor zover ik weet is er geen Antipas geweest in de dagen van de Gemeentelijke periode Pergamus. Als we het woord in het Grieks bestuderen, zien we dat het is opgedeeld in “anti”, dat “in de plaats van” betekend en “pas” dat afgeleid is van “pater”, dat “vader” betekent. De enige Antipas die we uit de Bijbel kennen, is Antipas Herodes.

Matt.2:22 Maar als hij hoorde, dat ArchelaŁs in Judea koning was, in de plaats van zijn vader Herodes, vreesde hij daarheen te gaan; maar door Goddelijke openbaring vermaand in den droom, is hij vertrokken in de delen van Galilea.

 

Antipas Herodes was gewoon de opvolger van zijn vader. Maar Antipas, Mijn getrouwe getuige kennen we niet? Of toch wel? Antipas is namelijk de uitbeelding van de getrouwe getuige.

 

Opb.1:5 En van Jezus Christus, Die de getrouwe Getuige is, de Eerstgeborene uit de doden, en de Overste der koningen der aarde. Hem, Die ons heeft liefgehad, en ons van onze zonden gewassen heeft in Zijn bloed.

 

Jezus Christus is de Zoon van God. En allťťn Hij kwam in de plaats van Zijn Vader. Want de Vader kan niet gezien worden.

1Tim.6:16 Die alleen onsterfelijkheid heeft, en een ontoegankelijk licht bewoont; Denwelken geen mens gezien heeft, noch zien kan; Welken zij eer en eeuwige kracht. Amen.

 

Als men tot God de Vader wil komen en Hem wil zien, zal dat geschieden via Antipas.

Joh.14:6 … Niemand komt tot den Vader, dan door Mij.

Joh.14:9 … Die Mij gezien heeft, die heeft den Vader gezien;

 

Volgens de Heer Zelf, is Antipas gedood.

13 … en gij houdt Mijn Naam, en hebt Mijn geloof niet verloochend, ook in die dagen, in welke Antipas, Mijn getrouwe getuige was, welke gedood is bij ulieden, waar de satan woont.

Wat betekent dit dan? Is de Here Jezus Christus dan in die dagen opnieuw gedood? Nee, dat is onmogelijk. We zouden ons aan moeten leren dat we in Openbaring altijd de vraag zouden stellen: “Waar is dit de uitbeelding van?” We sommen eerst het vers even op.

 

1.    13 … en gij houdt Mijn Naam, = JEZUS CHRISTUS

2.    en hebt Mijn geloof niet verloochend, = Dat Jezus dť Christus is (opgestaan uit de dood.)

3.    …, in welke Antipas, = Jezus kwam in plaats van de Vader (Die Mij gezonden heeft Joh.5:36, 8:18)

4.    Mijn getrouwe getuige was = Joh.8:18 Ik ben het, Die van Mijzelven getuig, en de Vader, Die Mij gezonden heeft, getuigt van Mij.

 

Waar is dit alles dus de uitbeelding van? Dit is de uitbeelding van het Evangelie van Christus, namelijk dat Jezus werd gezonden door de Vader, stierf en Opgestaan is uit de dood. Het is de Bijbelse prediking van het Evangelie dat gedood werd na 313, omdat het Christendom werd uitgevonden. Deze prediking houdt nog altijd in dat de mens dood is en daarom nieuw leven moet ontvangen. Het christendom draaide de Bijbelse prediking van het Evangelie de nek om. De leer was niet langer meer gericht op Antipas (de Nieuwe Mens, 2de Mens 1Kor.15:47), maar de doctrine werd gevormd ten behoeve van de oude mens. (Uit de aarde, aards 1Kor.15:47,50)

 

Daarom introduceert de Here Jezus Christus Zich, aan deze Gemeentelijke periode, als Opb.2:12 … Die het tweesnijdend scherp zwaard heeft…

 

Terug naar begin

Wat gaat goed en wat niet?

Wat gaat goed?

13…gij houdt Mijn Naam, en hebt Mijn geloof niet verloochend…

De Christenen in de Gemeentelijke periode “Pergamus”, bleven trouw aan het Woord en aan de prediking van het Evangelie. Dat houdt in dat zij zich onttrokken aan de kerk van de overste dezer wereld. Zij hebben Christus’ boodschap begrepen en het geloof in Christus Jezus niet verwisseld met het christendom.

 

Wat gaat verkeerd?

14 Maar Ik heb enige weinige dingen tegen u, dat gij aldaar hebt, die de lering van Balašm houden, die Balak leerde den kinderen IsraŽls een aanstoot voor te werpen, opdat zij zouden afgodenoffer eten en hoereren.

15 Alzo hebt ook gij, die de lering der Nikolaieten houden; hetwelk Ik haat.

16 Bekeer u; en zo niet, Ik zal u haastelijk bij komen, en zal tegen hen krijg voeren met het zwaard Mijns monds.

De lering van Bileam omschrijft de Kanttekening der Statenvertaling als volgt.

Bileam 

Namelijk waarvan de historie Num. 22,23,24, beschreven is; die, daar hem God niet toeliet de Israelieten te vloeken, aan Balak den koning der Moabieten ried, dat hij hen zou verlokken tot hun afgodische maaltijden, en tot hoererij door enige dochters en vrouwen, die hij in het leger der Israelieten heeft gezonden, gelik te zien is Num. 25:1, enz., vergeleken met Num. 31:16; opdat zij zo in Gods ongenade zouden mogen vervallen, gelijk geschied is. Hetwelk een gans duivelse raad was, tegen welke soorten van mensen Petrus in zijn tweeden zendbrief en ook Judas hebben geschreven. 

Zie: Num 25:1, 31:16

 

Num.25:1 En IsraŽl verbleef te Sittim, en het volk begon te hoereren met de dochteren der Moabieten.

Num.31:16 Ziet, deze waren, door den raad van Bileam, den kinderen IsraŽls, om oorzake der overtreding tegen den Heere te geven, in de zaak van Peor; waardoor die plaag werd onder de vergadering des Heeren.

 

Het gaat over het aanpappen met het IsraŽlitische volk. Dat is de lering van Bileam. Als de tegenpartij het met IsraŽl aanpapt dan gaan ze hun goden dienen en hun filosofie overnemen. En dan wordt onderscheid tussen eigen god of afgod moeilijker. Eigenlijk wordt onderscheid maken in alle opzichten moeilijker.

In de Gemeentelijke periode van Pergamus werden Christenen geassocieerd met de wereld, men maakte namelijk deel uit van het Romeinse rijk. Tja, en daardoor krijg je de verwarring. Want Romeinen waren Christenen enerzijds en anderzijds runden de christenen (Romeinen) het rijk. Het gevolg was dan ook dat je geen onderscheid meer kunt maken tussen het rijk van die dagen en het rijk van Christus, de Gemeente. Het grootste voorbeeld was natuurlijk de Rooms Katholieke kerk. Want doordat de leer van Bileam werd ingevoerd, papte de wereld aan met de naam-christenen. Daardoor verdween de scheiding tussen kerk en staat en ontstond er een zwaar huwelijk. Het christendom, in de personificatie van de RK Kerk, had nu grote politieke macht.

 

15 Alzo hebt ook gij, die de lering der Nikolaieten houden; hetwelk Ik haat.

Nu is er geen sprake meer van de werken van de Nikolaieten (Opb.2:6 Efeze), maar is de ingevoerde en algemeen aanvaarde leer van de Nikolaieten een feit. Belangrijke personen werden aangesteld door de keizer, of ze er nu verstand van hadden of niet. De kerk werd een systeem van machthebbers en ambtenaren die het orgaan bestuurden. Leest u anders nog even mijn stukje over de werken der Nikolaieten terug op de site.

De leer van Nikolaķs, is democratie. In dit voorbeeld zouden we zeker moeten denken  aan de concilie van Niscea. Ter gelegenheid daarvan werd de macht van de kerk bevestigd. En over tal van zaken werd gestemd. Daar werd gestemd over de waarheid. Dat is toch onmogelijk! Daar valt niet over te stemmen. De Waarheid is de Waarheid en daar valt niet over te stemmen, noch te discussiŽren. De echte Christenen zouden zich moeten onttrekken van die lering. Want de Heer haat dit.

 

Terug naar begin

Welk loon zal men ontvangen?

17 Die oren heeft, die hore wat de Geest tot de Gemeenten zegt. Die overwint, Ik zal hem geven te eten van het manna, dat verborgen is, en Ik zal hem geven een witten keursteen, en op den keursteen een nieuwen naam geschreven, welken niemand kent, dan die hem ontvangt.

 

Die oren heeft, is natuurlijk niet letterlijk, want dan had er net zo goed kunnen staan, wie een neus heeft of tanden heeft. Het gaat om onze geestelijke oren, die geopend zouden zijn, zodat wij Zijn stem zouden verstaan. Het slaat op ons hart. Ons hart zou openstaan voor de Heer, zodat Hij Zijn werk door ons heen kan doen.

 

Manna.

Het manna is de uitbeelding van brood. Niet zomaar brood, maar verborgen brood. Het manna, waarvan de Here Jezus  zei:

Joh.6:48 Ik ben het Brood des levens.

Als wij tijdens het heilig avondmaal, dat doorgaans niet ’s avonds, maar ’s zondagsochtends wordt genuttigd, het brood tot ons nemen, dan beeld dat de gemeenschap uit dat wij als lichaam met het Hoofd hebben. Zo ook hier. Ook hier is het eten van het manna de uitbeelding dat wij ťťn in Christus Jezus zijn en waarvan Paulus zei dat niets of niemand ons ooit zou kunnen scheiden van Christus in Rom.8:38,39.

 

17 …en Ik zal hem geven een witten keursteen, en op den keursteen een nieuwen naam geschreven, welken niemand kent, dan die hem ontvangt.

 

Witte keursteen.

Wat is een witte keursteen? Toen ik dit ging onderzoeken bij Bijbelcommentaren werd het mij juist niet duidelijker, maar onduidelijker. Er zou sprake zijn van het ontvangen van witte of zwarte keurstenen, maar waar die zwarte keurstenen dan in de Bijbel staan is mij een raadsel.

 

We weten wat wit is. Wit is de uitbeelding van nieuw leven en of van priesterschap. Dit lezen we bijvoorbeeld in Openbaring 7.

Opb.7:14 …en zij hebben hun lange klederen gewassen, en hebben hun lange klederen wit gemaakt in het bloed des Lams.

 

Voor wat betreft de keursteen denk ik gewoon aan een steen dat te maken heeft met keuren. Als men uw auto keurt, dan inspecteert en onderzoekt men uw auto om te zien of er ook gebreken zijn. Keuren is oordelen, zo wordt bijvoorbeeld uw auto bij een algemene periodieke keuring voorzien van een beoordeling.

 

In de Bijbel komen we witte oordeel stenen tegen. Ja, je moet er maar op komen. Hagelstenen namelijk! Hagelstenen zijn wit en worden in de Bijbel doorgaans genoemd in verband met oordeel van God.

 

Joz.10:11 Het geschiedde nu, toen zij voor het aangezicht van IsraŽl vluchtten, zijnde in den afgang van Beth-horon, zo wierp de Heere grote stenen op hen van den hemel, tot Azeka toe, dat zij stierven; daar waren er meer, die van de hagelstenen stierven, dan die de kinderen IsraŽls met het zwaard doodden.

 

Jes.30:30 En de Heere zal Zijn heerlijke stem doen horen, en de nederlating Zijns arms doen zien, met grimmigheid van toorn, en een vlam van verterend vuur, stralen, en een vloed, en hagelstenen.

 

Wat hebben wij aan hagelstenen? Geen idee, maar het gaat om de uitbeelding van de hagelsteen. Namelijk een steen, dat aangeeft dat wij zijn geoordeeld. Aan het kruis werden onze zonden geoordeeld en in de hemel worden onze werken voor de Heer geoordeeld, namelijk voor de rechterstoel van Christus (Rom.14:10 2Kor.5:10). Maar dat niet alleen, de ontvanger krijgt daarop een nieuwe naam.

 

Nieuwe naam.

17 …en op den keursteen een nieuwen naam geschreven, welken niemand kent, dan die hem ontvangt.

 

Dat iemand een nieuwe naam krijgt van de Here God, komt in de Bijbel vaker voor. Als we weten wat dat betekent, begrijpen we misschien ook hoe we dat moeten zien in het licht van een oordeelssteen. Ik weet sowieso al drie personen uit het O.T. die van de Here een nieuwe naam kregen.

 

1.    Abram werd Abraham. Gen.17:5 En uw naam zal niet meer genoemd worden Abram; maar uw naam zal wezen Abraham;

a.   want Ik heb u gesteld tot een vader van menigte der volken.

 

2.    Sarai werd Sarah. Gen.17:15 Nog zeide God tot Abraham: Gij zult den naam van uw huisvrouw Sarai, niet Sarai noemen; maar haar naam zal zijn Sara.

a.    16 Want Ik zal haar zegenen, en u ook uit haar een zoon geven; ja, Ik zal haar zegenen, zodat zij tot volken worden zal: koningen der volken zullen uit haar worden!

 

3.    Jakob werd IsraŽl. Gen.32:28 Toen zeide Hij: Uw naam zal voortaan niet Jakob heten, maar IsraŽl;

a.    want gij hebt u vorstelijk gedragen met God en met de mensen, en hebt overmocht.

 

Die nieuwe naam die men krijgt, ontvangt men omdat God de persoon in kwestie heeft geoordeeld en positief heeft bevonden. Die nieuwe naam wordt gekoppeld aan loon of een erfenis. Dat geld voor ons straks in de hemel. Wij zullen met Christus erven (Rom.8:17). Maar dat gold ook voor de bovengenoemde personen (Hebr.11:9).

Als u HebreeŽn 11 leest, komt u alle drie de personen tegen en wordt van hen alle drie vermeld dat zij door geloof iets hebben gekregen. Erfenis, dan wel kracht. Die witte keursteen die wij zullen ontvangen, met onze nieuwe naam er op, is de uitbeelding van loon / erfenis die wij van God ontvangen, op grond van geloof.

 

Terug naar begin