Bijbelstudie Matths 24 Deel 4 -02

  1. Matt.24:34 “Dit geslacht”.
  2. Matt.24:35 en 36 “die dag en die ure weet niemand”.

Matt.24:34 “Dit geslacht”.

Matt.24:34 Voorwaar, Ik zeg u: Dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, totdat al deze dingen zullen geschied zijn.

 

Ja, ook zo’n bekend vers! Ook ik heb hierin gelezen dat het ging om de mensen die de stichting van de ongelovige staat Isral meemaakten. Dat komt omdat ik de les van de vijgenboom toen nog niet goed begreep. Maar als we weten dat de les van de vijgenboom spreekt over de Wedergeboorte van Isral, zodat uit die verdorde vijgenboom uit Matt.21 weer bladeren gaan groeien, dan is het eigenlijk niet meer dan logisch.

 

Dit geslacht spreekt dus over de mensen die k Wedergeboren zullen worden in die dagen, voordat de 1000 jaren aanvangen. Want vanaf de 1000 jaren is het Koninkrijk definitief geopenbaard. En kom je in dat Koninkrijk?

 

Joh.3:5 Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Zo iemand niet geboren wordt uit water en Geest, hij kan in het Koninkrijk Gods niet ingaan. 7 …Gijlieden moet wederom geboren worden.

Zo iemand niet geboren wordt uit water en Geest, hij kan in het Koninkrijk Gods niet ingaan. 

Dat geslacht dat geenszins voorbij zal gaan, slaat op de mensen die Wedergeboren worden na de 70ste week en voor de aanvang van de 1000 jaren. Nogmaals, de Here heeft geen haast, Hij is al de Koning al sinds Zijn Opstanding uit de dood! Zij zullen dus per definitie het Koninkrijk in zullen gaan. En zullen dus volgens vers 34 blijven leven wanneer al deze dingen zullen geschied zijn.

Welke dingen zijn dat dan? Ik denk gewoon die uit het volgende vers:

Matt.24:35 De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan.

 

Dus, het voorbijgaan van de hemel en de aarde. Dit houdt in dat “dit geslacht” een verandering in het DNA ontvangt waardoor de mensen weer honderden jaren oud kunnen worden. Want dat is exact wat we straks zullen lezen:

De dagen van Noach, van vr de zondvloed zullen gelijk zijn aan de Parousia van de Zoon de mensen (vers 37 en 38).

 

Denk bijvoorbeeld aan Methusalach, Gen 5:27, hij werd 969 jaar, “…en hij stierf. Maar ook in de 1000 jaren zal men kunnen sterven. Dat lezen we bijvoorbeeld in Jesaja 65.

Leeftijd, globale generatie, letterlijke generatie.

 

Jes.65:20 Van daar zal niet meer wezen een zuigeling van weinig dagen, noch een oud man, die zijn dagen niet zal vervullen;

Dit is de uitgangspositie van de mens in het geopenbaarde Koninkrijk, namelijk vanaf de duizend jaren. Dat leest net als Matt.24 over het geslacht dat geenszins voorbij zal gaan. Maar dan lezen we door:

want een jongeling zal sterven, honderd jaren oud zijnde, maar een zondaar, honderd jaren oud zijnde, zal vervloekt worden.

 

want een jongeling zal sterven

honderd jaren oud zijnde

maar een zondaar, zal vervloekt worden

honderd jaren oud zijnde

 sterven = vervloekt worden.

Als Metusalach bijna 1000 jaar werd en een zelfde soort situatie ontstaat in de duizend jaren, dan is een honderdjarige een jongeling. Dat is een tiende van zijn hele leven om het zo maar te zeggen. In onze dagen hebben we het dan over een kind van 7 tot 10 jaar.

De reden waarom men toch kan sterven in het Koninkrijk, is omdat men vervloekt kan worden. Waarom wordt men dan vervloekt? Omdat men een zondaar is, want hoewel de satan gebonden is, is de zonde nog altijd in de aardse mens aanwezig. U weet toch dat vlees en bloed van deze aarde, nog altijd gn deel uit maken van die Nieuwe Schepping waar iedereen op wacht? Deze zonde, van de 100 jarige zondaar, is dan ook niet zomaar een zonde, het is ongeloof.

 

Maar er leefden toch alleen Wedergeboren mensen in de 1000 jaren? Ja, bij de aanvang van de 1000 jaren wl. Maar u moet begrijpen dat zij net zulke mensen zijn als wij en dus ook een gezin zullen stichten. En ook hun kinderen zullen zelf een bewuste keuze voor De Koning moeten maken en Wedergeboren moeten worden, willen zij blijven leven en niet sterven.

 

Terug naar begin

Matt.24:35 en 36 “die dag en die ure weet niemand”.

Matt.24:35 De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan.

Matt.24:36 Doch van dien dag en die ure weet niemand, ook niet de engelen der hemelen, dan Mijn Vader alleen.

 

Heel veel gelovigen, christenen, lezen in vers 36 allerlei dingen die er niet staan. Zo gaat dit vers al helemaal niet over de Opname van de Gemeente. We zijn het niet eens tegengekomen in alle voorgaande verzen en het gaat ook niet over de Wederkomst van Christus.

Doch van dien dag en die ure weet niemand 

In de meeste Bijbels staat er een perikoop tussen vers 35 en 36. En dat is jammer, omdat het dan net lijkt of die twee verzen niets met elkaar van doen hebben. Een perikoop is een korte titel dat boven een stukje tekst wordt gezet om gemakkelijk bepaalde stukken terug te vinden.

 

Nee, het is heel eenvoudig. Van die dag en ure, slaat gewoon op het voorbijgaan van hemel en aarde. Moeilijker is ie niet. Echt waar! Maar op de een of andere reden heeft men de behoefte om hier allemaal dingen in te leggen, die er simpelweg niet staan. En dan zijn er ook nog mensen die moeilijkheden hebben met de paralleltekst uit Mark.13. Dan leggen we die gewoon naast dit vers.

 

noch de Zoon, dan de Vader

Mark.13:31 De hemel en de aarde zullen voorbijgaan; maar Mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan.

Mark.13:32 Maar van dien dag en die ure weet niemand, noch de engelen, die in den hemel zijn, noch de Zoon, dan de Vader. 

 

Dit lijkt heel verwarrend, omdat de Zoon het niet weet, maar de Vader weer wel. Mag de Zoon het dan niet weten, of zo? Hebben ze geheimen voor elkaar en zo ja, waarom dan?

 

Is dit moeilijk? Nee.

Wat ik als eerste zei, in het eerste deel van deel 1 van deze studie, was dit:

“Het is goed om te weten, maar ik ga ervan uit dat dat bekend is, dat dit hoofdstuk zich afspeelt vr de dood en Opstanding van onze Heer. Daarmee is gezegd, dat Jezus hier nog niet de Christus is en dus ook nog niet de Zoon van God. Want de titel “Zoon van God”, kreeg Hij op grond van Zijn Opstanding uit de dood (Hand.13:33, Hebr.1:5; 5:5). Zijn aanspreektitel is dus: Here Jezus.”

Deze is Mijn Zoon, Mijn Geliefde, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb! 

Zelfs de Vader, noemt de Here Jezus vr Zijn Opstanding al Zijn Zoon, terwijl Hij dat toen officieel nog niet was. Bijvoorbeeld bij de doop van de Here.

Matt.3:17 En ziet, een stem uit de hemelen, zeggende: Deze is Mijn Zoon, Mijn Geliefde, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb!

Was de Here Jezus toen officieel de Zoon van God? Ja en Nee. Hij was de toen al de Zoon van God, omdat Hij van Vaders zijde God was en van moeders zijde mens. Maar dat is een heel ander niveau dan de titel “de Zoon van God”, dat alleen maar geerfd kan worden door als zoon aangesteld te worden. De Here Jezus was dus wel de Enige pretendent om de titel “Zoon van God” te dragen. Leest u in uw eigen tijd Handelingen 13, Hebreen 1 en 5 maar eens door. Daar vindt u in Hebr.5 het volgende:

Hebr.5:7 Die in de dagen Zijns vleses, gebeden en smekingen tot Dengene, Die Hem uit den dood kon verlossen, met sterke roeping en tranen geofferd hebbende, en verhoord zijnde uit de vreze.

Hebr.5:8 Hoewel Hij de Zoon was, nochtans gehoorzaamheid geleerd heeft, uit hetgeen Hij heeft geleden.

Hebr.5:9 En geheiligd zijnde, is Hij allen, die Hem gehoorzaam zijn, een oorzaak der eeuwige zaligheid geworden;

 

 

En toen de Here Jezus opstond uit de dood, ontving Hij alle te erven titels die u in de Bijbel kunt vinden; zoals daar zijn:

1.    Zoon van God

2.    Hogepriester naar de ordening van Melchizedek

3.    Zoon des mensen

4.    Zoon van David

 

Die titels gingen van Vader op Zoon, om het zomaar te zeggen, toen de Vader deze woorden sprak bij de Opstanding uit de dood van Zijn Zoon.

Gij zijt Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd.

 

Mark.13:32 Maar van dien dag en die ure weet niemand, noch de engelen, die in den hemel zijn, noch de Zoon, dan de Vader. 

 

Dit slaat dus op Zijn mens-zijn, uit de aarde, aards (1Kor.15), dat lager was, voor een korte tijd, dan de engelen (Hebr.2:7). En in die hoedanigheid moeten we begrijpen dat Hij het niet kon weten. Want na Zijn opstanding uit de dood blijkt uit de Bijbel wel degelijk dat Hij alles weet. Zo ook als Hij aan Petrus verschijnt.

Joh.21:17 Hij zeide tot hem ten derden maal: Simon, zoon van Jonas, hebt gij Mij lief? Petrus werd bedroefd, omdat Hij ten derden maal tot hem zeide: Hebt gij Mij lief, en zeide tot Hem: Heere! Gij weet alle dingen, Gij weet, dat ik U liefheb. Jezus zeide tot hem: Weid Mijn schapen.

 Heere! Gij weet alle dingen, Gij weet, dat ik U liefheb.

Dat hebben ze in de Kanttekeningen van de Statenvertaling ook goed begrepen. En geeft op de term “noch de Zoon” uit Mark.13:32 de volgende verklaring:

 

“noch de Zoon,”

Namelijk naar Zijn menselijke natuur en in den staat Zijner nederigheid, want naar Zijn godheid weet Hij alle dingen, Joh. 21:17, en na Zijne verhoging is Hem het boek der voorzienigheid Gods, met zeven zegelen verzegeld, nader geopend, Openb. 5:5,7,9.
Terug naar begin