Bijbelstudie MatthťŁs 24 Deel 2 -02

  1. Matt.24:19
  2. Matt.24:20

Matt.24:19

“Een ieder voor zich!”

Matt.24:19 Maar wee den bevruchten, en den zogenden vrouwen in die dagen!

Nadat de Here Jezus heeft gedemonstreerd, dat de tijd te vluchten zeer gering is, na de oprichting van de gruwel der verwoesting, geeft de Heer een ander aspect aan deze zeer korte tijd dat men nog zou kunnen vluchten.

 

De idee is dat vrouwen en kinderen zwakker zijn dan mannen. Dat lezen we niet alleen in de Bijbel, dat geld ook voor vandaag. Een toepasselijke gezegde in dit verband is: “Vrouwen en kinderen eerst!” De zwangere vrouwen en de vrouwen die baby’s hebben zijn al helemaal een kwetsbare groep. Contextueel blijkt dat “Vrouwen en kinderen eerst!”, wordt vervangen door het gezegde: “Een ieder voor zich!”

Het zou kunnen zijn dat hun eigen mannen niet zullen wachten uit compassie, maar eieren voor hun geld kiezen, en zonder hun vrouwen, de benen zullen nemen. 

De haast die men volgens de Here Jezus dan zou moeten maken, maakt het voor de vrouwen met een baby in de buik of op de arm, dat, men niet moet verwachten dat er tijd is voor extra hulp, ondanks dat zij trager zijn. Het zou kunnen zijn dat hun eigen mannen niet zullen wachten uit compassie, maar eieren voor hun geld kiezen, en zonder hun vrouwen, de benen zullen nemen. Ja, dat is hard!

 

Maar de idee die de Bijbel ons geeft, is dan ook dat men niet zou wachten met vluchten totdat de gruwel der verwoesting wordt opgericht, maar dat men ver daar voor al zou vluchten. Het vluchten zou men moeten doen in de eerste helft van de 70ste week van DaniŽl, wanneer er nog tijd is. Want als het beeld wordt opgericht is er geen tijd meer!

 

De uitbeelding van deze vlucht in de eerste helft van de 70ste week van DaniŽl vinden we beeldend beschreven in Openbaring 12, waar een vrouw wordt gezien, met de expliciete vermelding van zon, maan en sterren, zodat we weten, uit Schriftvergelijkingen met de droom van Jozef (Gen.37), dat het gaat om de 12 stammen van IsraŽl.

Gen.37:9 En hij droomde nog een anderen droom, en verhaalde dien aan zijn broederen; en hij zeide: Ziet, ik heb nog een droom gedroomd, en ziet, de zon, en de maan, en elf sterren bogen zich voor mij neder.

Gen.37:10 En als hij het aan zijn vader en aan zijn broederen verhaalde, bestrafte hem zijn vader, en zeide tot hem: Wat is dit voor een droom, dien gij gedroomd hebt; zullen wij dan ganselijk komen, ik, en uw moeder, en uw broeders, om ons voor u ter aarde te buigen?

Dan lezen we over die vrouw, die geheel IsraŽl uitbeeld, dus met inbegrip van de 10 stammen van IsraŽl waarvan wij niet weten waar en wie zij zijn, dat zij vlucht.

 

Opb.12:5 En zij baarde een mannelijken zoon, die al de heidenen zou hoeden met een ijzeren roede; en haar kind werd weggerukt tot God en Zijn troon.

Opb.12:6 En de vrouw vluchtte in de woestijn, alwaar zij een plaats had, haar van God bereid, opdat zij haar aldaar zouden voeden duizend tweehonderd zestig dagen.

 

We lezen hier namelijk de omschrijving van een vrouw die een mannelijke zoon baart, die wordt weggerukt tot God en Zijn troon. De term "mannelijke zoon" zou op Christus Zelf kunnen worden toegepast, maar niet in dit geval. De Here Jezus is namelijk nooit van de aarde weggerukt. Daarom slaat dit op Zijn Lichaam, de Gemeente. Die wordt wťl weggerukt. Hetzelfde Griekse woord voor "weggerukt"  (harpazo) wordt in 1 Thessalonicenzen 4 : 17 met "opgenomen" vertaald.

 

Opb.12:6 En de vrouw vluchtte in de woestijn, Dat kan volgens Matt.24:15 en verder, tot de oprichting van de gruwel der verwoesting, namelijk op de helft van de 70ste week, alwaar zij een plaats had, haar van God bereid, opdat zij haar aldaar zouden voeden duizend tweehonderd zestig dagen. Deze 1260 dagen, is de laatste helft van de 70ste week, want als men in het land blijft, kan men niet meer vluchten, totdat de Here Zijn voeten op de Olijfberg zal zetten (Zach.14:4). Men zou dus de woestijn invluchten.

 

 

 

Terug naar begin

Matt.24:20

Doch bidt, maar Ik zal niet horen.

Matt.24:20 Doch bidt, dat uw vlucht niet geschiede des winters, noch op een sabbat.

De Here Jezus spreekt nog altijd over het moment vanaf de oprichting van het beeld van het beest. Die gruwel waarvan DaniŽl meldt dat dit op de helft der week zal worden opgericht.

Dan.9:27 … en in de helft der week zal … over den gruwelijken vleugel … een verwoester zijn.

Vanaf dan is er Bijbels gezien bijna geen tijd meer om te vluchten. Ik had al gezegd dat men dat moment van de oprichting van de gruwel niet zou moeten afwachten, maar veel eerder zou moeten vluchten. Want de kans bestaat dat als men het erop aan laat komen en het moment is daar dat men moet vluchten, hun vlucht op een sabbat valt en of in de winter. Dit is praktisch gezien extra vervelend als men moet vluchten. Want de kans dat het openbaar vervoer dan rijdt is een stuk kleiner, dan op andere dagen of tijden.

De Here zegt: “Doch bidt”. Wij geloven dat de Heer gebeden verhoord. Dat gebeurt soms en alleen als Hij dat wil. Maar misschien realiseert u zich niet, dat als men op dat moment tot de Here bidt, de Here niet zal luisteren en al zeker niet gehoor zal geven aan dat gebed.

 

Jer.7:16 Gij dan, bid niet voor dit volk, en hef geen geschrei noch gebed voor hen op, en loop Mij niet aan; want Ik zal u niet horen.

Jer.11:11 Daarom zegt de Heere alzo: Ziet, Ik zal een kwaad over hen brengen, uit hetwelk zij niet zullen kunnen uitkomen; als zij dan tot Mij zullen roepen, zal Ik naar hen niet horen.

Jer.11:14 Gij dan, bid niet voor dit volk, en hef geen geschrei noch gebed voor hen op; want Ik zal niet horen, ten tijde als zij over hun kwaad tot Mij zullen roepen.

en loop Mij niet aan; want Ik zal u niet horen. 

Wat de Here Jezus bedoelt met “doch bidt”, is meer in de vorm van “ik hoop van harte voor jullie dat jullie vlucht niet in de winter of een sabbat valt, want je zult het al zwaar genoeg hebben met het vluchten.”

 

Voor wat betreft de sabbat is er nog een opmerking van mijn kant. Ten oosten van Jeruzalem ligt de Olijfberg zoals ik al had gemeld. Bij de Wederkomst van de Here Jezus zal Hij Zijn voeten zetten op dezelfde Olijfberg dat lezen we in Zach.14:4

 

Zach.14:4 En Zijn voeten zullen te dien dage staan op den Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt, tegen het oosten; en de Olijfberg zal in tweeŽn gespleten worden naar het oosten, en naar het westen, zodat er een zeer grote vallei zal zijn; en de ene helft des bergs zal wijken naar het noorden, en de helft deszelven naar het zuiden.

Zach.14:5 Dan zult gijlieden vlieden door de vallei Mijner bergen (want deze vallei der bergen zal reiken tot Azal), en gij zult vlieden, gelijk als gij vloodt voor de aardbeving in de dagen van Uzzia, den koning van Juda; den zal de Heere, mijn God, komen, en al de heiligen met U, o Heere!

 

Als men bij de Wederkomst van de Here Jezus, via de gespleten Olijfberg pas weer kan vluchten uit Judea, dan is het logisch dat men in het begin van de 70ste week over de Olijfberg moet vluchten.

Matt.24:16 Dat alsdan, die in Judea zijn, vlieden op de bergen;

 

Wat heeft dat met de sabbat te maken?

Hand.1:12 Toen keerden zij wederom naar Jeruzalem, van den berg, die genaamd wordt de Olijfberg, welke is nabij Jeruzalem, liggende van daar een sabbatsreize.

Om vanuit Jeruzalem naar de Olijfberg te vluchten, duurt een sabbatsreize. Via de Olijfberg kan men dan door vluchten naar Azal, in de woestijn. Andere Schriftplaatsen leggen uit dat men zou gaan naar de “schaapskooi”, namelijk Bosra, dan wel Petra of Sela. Dat is de gereserveerde plaats in de woestijn waar de vrouw naartoe zou vluchten. En waar zij, volgens hetzelfde Boek Openbaring, buiten het bereik van de draak zou zijn. Maar nu ga ik buiten mijn onderwerp.

 

Terug naar begin