Bijbelstudie mattheŁs 24 Deel 1 - 01

  1. Ter inleiding.
  2. Matt.24:1-2
  3. Matt.24:3

Ter inleiding.

Van harte welkom bij de Bijbelstudie van het 24ste hoofdstuk van het Bijbelboek MattheŁs. Dit hoofdstuk kunt u zien als ťťn van de sleutels in het verstaan van alle Bijbelse profetie in de Bijbel. Wij zouden de Bijbel in Zijn geheel zien als het profetisch Woord, waarvan Petrus zegt dat je er van op aan kunt. Het is niet wankelbaar.

2Pet 1:19 En wij hebben het profetische woord, dat zeer vast is, en gij doet wel, dat gij daarop acht hebt, als op een licht, schijnende in een duistere plaats, totdat de dag aanlichte, en de morgenster opga in uw harten.

 

Petrus legt vervolgens uit dat u er goed aan doet, om op dat profetische woord acht te slaan. Dat lukt u niet met lezen, maar met het bestuderen van het Woord. Het resultaat is dat, dat wat nu nog donker is en wij niet begrijpen, licht zal worden. En met deze kennis de Blinkende Morgenster, Christus, u verlicht in uw hart, dan wel daar Zijn woning maakt.

 

Of zoals Johannes het verwoord:

John 5:39 Onderzoekt de Schriften; want gij meent in dezelve het eeuwige leven te hebben; en die zijn het, die van Mij getuigen.

 

Daarom doen wij er goed aan om de Bijbel te bestuderen. Het is het Boek dat ons kennis geeft over Gods plan met Zijn schepping. Want als God spreekt, spreekt Hij doorgaans over toekomstige zaken. Daarom mogen we de Bijbel, het profetisch woord noemen.

Jes.44:7 En wie zal, gelijk als Ik, roepen en het verkondigen, en het ordentelijk voor Mij stellen, sedert dat Ik een eeuwig volk gesteld heb? en laat ze de toekomstige dingen, en die komen zullen, hun verkondigen.

 

Terug naar begin

Matt.24:1-2

De eerste verwijzing naar DaniŽl 9.

Matt.24:1 En Jezus ging uit en vertrok van den tempel; en Zijn discipelen kwamen bij Hem, om Hem de gebouwen des tempels te tonen.

Matt.24:2 En Jezus zeide tot hen: Ziet gij niet al deze dingen? Voorwaar zeg Ik: Hier zal niet een steen op den anderen steen gelaten worden, die niet afgebroken zal worden.

 

Het is goed om te weten, maar ik ga ervan uit dat dat bekend is, dat dit hoofdstuk zich afspeelt vÚÚr de dood en Opstanding van onze Heer. Daarmee is gezegd, dat Jezus hier nog niet de Christus is en dus ook nog niet de Zoon van God. Want de titel “Zoon van God”, kreeg Hij op grond van Zijn Opstanding uit de dood (Hand.13:33, Hebr.1:5; 5:5). Zijn aanspreektitel is dus: Here Jezus.

“Ziet gij niet al deze dingen? Voorwaar zeg Ik: Hier zal niet een steen op den anderen steen gelaten worden, die niet afgebroken zal worden.”

Het begint met een mooi beeld, namelijk de Here alleen met Zijn discipelen. En ook nu weer zien we de Here Jezus in de rol van de Meester Die Zijn leerlingen onderwijst. De titel “Meester” ter aanduiding van de Here komt toch wel zo’n 40 keer voor, dat u het maar even weet.

Het zijn de discipelen die de Here Jezus meenemen, om Hem de gebouwen van de tempel te laten zien, wat de aanleiding van de Here Jezus is om Zijn uitspraak van dagen eerder nogmaals onder de aandacht te brengen. Want niet zo heel lang voor dit moment vond de zogenoemde “Intocht in Jeruzalem” plaats. Nou, intocht… Volgens mij is de Here die dag de stad niet ingegaan hoor. Leest u dat zelf maar eens.

 

Maar wat de Here Jezus als eerste zegt in Matt.24 is dit:

“Ziet gij niet al deze dingen? Voorwaar zeg Ik: Hier zal niet een steen op den anderen steen gelaten worden, die niet afgebroken zal worden.”

 

Diezelfde woorden sprak de Here Jezus, bij het naderen van Jeruzalem, tegen de stad zelf. Wij zouden Jeruzalem hier als een persoon mogen zien.

Luk.19:41 En als Hij nabij kwam, en de stad zag, weende Hij over haar,

42 Zeggende: Och, of gij ook bekendet, ook nog in dezen uw dag, hetgeen tot uw vrede dient! Maar nu is het verborgen voor uw ogen.

43 Want er zullen dagen over u komen, dat uw vijanden een begraving rondom u zullen opwerpen, en zullen u omsingelen, en u van alle zijden benauwen;

44 En zullen u tot den grond nederwerpen, en uw kinderen in u; en zij zullen in u den enen steen op den anderen steen niet laten; daarom dat gij den tijd uwer bezoeking niet bekend hebt.

 

De Here Jezus sprak deze woorden op “dezen uw dag”, namelijk de allerlaatste dag van de periode van 69 weken van de 70 weken. Dat is de profetie van DaniŽl 9 over “de 70 weken”. Ik hoop dat u bekend bent met deze profetie. Kort gezegd: er zijn nu 7 en 62 weken de revue gepasseerd. Deze telling eindigde exact, op de dag precies, bij de intocht in Jeruzalem. De Here Jezus zal later in dit hoofdstuk ons nogmaals, maar dan nog veel duidelijker wijzen op deze profetie uit DaniŽl 9. Kortom, belangrijk.

Maar als de Heer begint met Zijn woorden te herhalen, wil dat zeggen dat Hij zal verduidelijken, dat wat DaniŽl de profeet gesproken heeft. Deze woorden over de verwoesting van de stad Jeruzalem, zijn de verwijzing naar:

         Dan.9:26 …en tot het einde toe zal er krijg zijn, en vastelijk besloten verwoestingen.

         Dan.9:27 …ook tot de voleinding toe, die vastelijk besloten zijnde, zal uitgestort worden over den verwoeste.

 

De eerste vervulling van de woorden van de Here Jezus in Matt.24 over de verwoesting van Jeruzalem, vond plaats in het jaar 70 van onze jaartelling. Jeruzalem is inmiddels herbouwt zoals u weet en zal wederom verwoest worden, want die conclusie zouden we moeten trekken uit DaniŽls woorden, met de strekking: “tot het einde toe” en “tot de voleinding toe”.

 

Terug naar begin

Matt.24:3

Van de oorsprong kijkend naar de ondergang.

Matt.24:3 En als Hij op den Olijfberg gezeten was, gingen de discipelen tot Hem alleen, zeggende: Zeg ons, wanneer zullen deze dingen zijn, en welk zal het teken zijn van Uw toekomst, en van de voleinding der wereld?

 

De Olijfberg ligt volgens Zacharia14:4 voor Jeruzalem, namelijk ten oosten van de stad. De typologische betekenis van het oosten, is de oorsprong der dingen, verwijzend naar de Schepper, Die de mens plantte in de hof van Eden (Gen.2), dat ten oosten van Kanašn ligt. De mens heeft haar oorsprong vanuit het oosten. En omdat het begin ligt in het oosten, komt de zon ook op van uit het oosten. Daar begint het.

Zo ook deze belangrijke sleutel in het verstaan van de Bijbelse profetie. Het begint op de Olijfberg, ten oosten van de stad Jeruzalem, waar de zon opkomt en de Here en Zijn discipelen de zon zouden kunnen zien ondergaan in Jeruzalem, dat ten westen van de Olijfberg ligt. Prachtig beeld, maar de opgang in het oosten, leidt tot de ondergang in het westen. Kijkend vanaf de Olijfberg vragen de Discipelen de Here Jezus dan ook dingen die met de ondergang, dan wel het einde te maken hebben.

Kijkend vanaf de Olijfberg vragen de Discipelen de Here Jezus dan ook dingen die met de ondergang, dan wel het einde te maken hebben.

Er zijn drie vragen die gesteld worden.

1.    wanneer zullen deze dingen zijn?

2.    welk zal het teken zijn van Uw toekomst?

3.    welk zal het teken zijn van de voleinding der wereld?

 

De eerste vraag, “wanneer zullen deze dingen zijn?”, slaat op het eerste dat de Here Jezus sprak. Namelijk dat er geen steen op de andere steen gelaten zal worden. De verwoesting van de tempel en de gebouwen te Jeruzalem. Dit gebeurde in 70 na Christus. En zal in de toekomst, dus zeer binnenkort, opnieuw in vervulling gaan.

 

De tweede vraag, “het teken van Uw toekomst”, zal de Here in de volgende verzen gaan uitleggen. Zijn toekomst is Zijn Parousia, dat we het beste kunnen vertalen met “Zijn aanwezigheid”. Christus Jezus zou namelijk na Zijn eerste komst (geboorte), Wederkomen en bij IsraŽl blijven, aldus diverse profetieŽn uit het Oude Testament. Die periode dat de Heer is terug gekomen tot de voleinding der wereld, noemt de Bijbel: “Zijn toekomst”. Een ander begrip in dat verband is wat de Bijbel noemt de aanvang van de Dag des Heeren. Dit spreekt over de niet langer verborgen Here en dus is geopenbaard, dat is zichtbaar en tastbaar, en wel op de oude aarde.

 

Het einde van deze eeuw.

De voleinding der wereld is niet helemaal goed vertaalt. Het beste zouden we het woord “wereld” (aion) kunnen vertalen met “eeuw”. Niet dat er nu heel erg veel verschil is tussen deze twee woorden overigens, maar ik wil graag zo dicht mogelijk bij de tekst blijven. Want er is ook een god over deze wereld, die genoemd wordt:

2Kor.4:4 In dewelke de god dezer eeuw de zinnen verblind heeft, namelijk der ongelovigen, opdat hen niet bestrale de verlichting van het Evangelie der heerlijkheid van Christus, Die het Beeld Gods is.

 

Dat is de satan. Hij is de god van deze eeuw. Maar gelukkig heeft God een plan, namelijk het eindigen van deze eeuw, waar de satan nu nog de overste van is. Want al in Genesis 3:15 wordt ons belooft er iemand zal komen die de kop van de slang, de duivel namelijk, zal vermorzelen. Dat is wat de discipelen bedoelen met “de voleinding der eeuw”. Want deze eeuw wordt opgevolgd door, hoe kan het ook anders, de toekomende eeuw.

 

De Bijbel kent overigens maar twee eeuwen:

1.    Deze eeuw, de “duisternis dezer eeuw” (Ef.6:12)

2.    De toekomende eeuw.

 

         Mark.10:30 Of hij ontvangt honderdvoud, nu in dezen tijd, huizen, en broeders, en zusters, en moeders, en kinderen, en akkers, met de vervolgingen, en in de toekomende eeuw het eeuwige leven.

         Luk.18:30 Die niet zal veelvoudig weder ontvangen in dezen tijd, en in de toekomende eeuw het eeuwige leven.

         Ef.2:7 Opdat Hij zou betonen in de toekomende eeuwen den uitnemenden rijkdom Zijner genade, door de goedertierenheid over ons in Christus Jezus.

         Hebr.6:5 En gesmaakt hebben het goede woord Gods, en de krachten der toekomende eeuw,

 

welk zal het teken zijn van de voleinding der wereld?

De derde vraag “welk zal het teken zijn van de voleinding der wereld”, heeft dus betrekking op het wegdoen van de god dezer eeuw. De idee is, dat zolang die god, namelijk de satan niet is weggedaan, zijn eeuw er nog steeds is. De toekomstige eeuw, wordt dan ook in vele Schriftplaatsen gevolgd door de uitdrukking “het eeuwige leven”. De voleinding van deze eeuw, vindt plaats als deze hemelen en aarde zullen voorbij gaan en er een Nieuwe voor in de plaats wordt gesteld. Maar dan zijn we al in Openbaring 21 beland, waar staat:

Opb.21:1 En ik zag een nieuwen hemel en een nieuwe aarde; want de eerste hemel, en de eerste aarde was voorbijgegaan, en de zee was niet meer.

 

We zouden deze drie vragen heel goed moeten vasthouden, want de Here Jezus zal de discipelen uitgebreid antwoord geven op deze drie vragen. Hij is immers Die Meester, Die nu Zijn onderwijs geeft aan Zijn volgelingen. Als u zichzelf een volgeling van Jezus noemt, let dan goed op! De Meester Zelf is aan het woord. 

 

Terug naar begin