Kinderdoop: De Grote Denkfout

  1. Nederlandse Geloofsbelijdenis.
  2. Probleem rondom de verbondssluiting in de kinderdoop.
  3. Conditioneel of niet?
  4. Waarom is een kinderdoop noodzakelijk?
  5. Denkfout.

Door: R. Brinkman, www.bijbelcollege.nl


Nederlandse Geloofsbelijdenis

De meeste aanhangers van de verbondsleer, simpel gezegd: het Calvinistische model zoals ondermeer weergegeven in de Nederlandse Geloofsbelijdenis (NGB), onderschrijven en praktiseren de kinderdoop. De doop van het kind wordt gezien als de ‘inlijving’ in “het verbond” op dezelfde manier als dat de kinderen van IsraŽl door de besnijdenis deel werden van het oude verbondsvolk IsraŽl. 

De NGB schrijft in Art. 15 

            “Wij geloven dat door de ongehoorzaamheid van Adam de erfzonde zich over heel het menselijk geslacht heeft verbreid. Zij is een verdorvenheid van de hele natuur en een erfelijk kwaad, waarmee zelfs de kleine kinderen in de moederschoot besmet zijn. Zij is namelijk de wortel waaruit allerlei zonden in de mens voortkomen. [..] Zelfs door de doop is zij niet geheel vernietigd of uitgeroeid, omdat de zonde altijd uit deze verdorvenheid ontspringt als opwellend water uit een giftige bron. Zij wordt evenwel de kinderen van God niet toegerekend om hen te veroordelen, maar door zijn genade en barmhartigheid vergeven 

En in Art. 34 lezen we: 

            “Wij geloven en belijden dat Jezus Christus, die het einde van de wet is (Romeinen10 : 4), door het vergieten van zijn bloed een eind gemaakt heeft aan elke andere bloedstorting die men zou kunnen of willen doen tot verzoening voor onze zonden. Hij heeft de besnijdenis, waarbij bloed vloeide, afgeschaft en in plaats daarvan het sacrament van de doop ingesteld.

 

Hierdoor worden wij in de kerk van God opgenomen en van alle andere volken en vreemde godsdiensten afgezonderd, om helemaal het eigendom te zijn van Hem, van wie wij het merk en veldteken dragen. Dit dient ons tot een getuigenis dat Hij eeuwig onze God en onze genadige Vader zal zijn [..] het besprenkelt de ziel en zuivert haar van zonden en doet ons van kinderen des toorns opnieuw geboren worden tot kinderen van God [..] Wij geloven daarentegen dat men hen behoort te dopen en met het teken van het verbond te verzegelen, evenals de kleine kinderen in IsraŽl besneden werden op grond van dezelfde beloften die aan onze kinderen gedaan zijn [..] Bovendien doet de doop aan onze kinderen hetzelfde wat de besnijdenis deed aan het joodse volk..”

 

Terug naar begin

Probleem rondom de verbondssluiting in de kinderdoop.

De meeste aanhangers van de verbondstheologie zijn echter tevens van mening dat een verbond nooit zonder een ‘conditionele voorwaarde’ gesloten wordt. Met andere woorden: dit verbond, middels de kinderdoop, is niet een eenzijdig door God gegeven verbond waardoor men ‘onvoorwaardelijk’ behouden is; integendeel – alhoewel er natuurlijk een discussie over bestaat, zie de kerkscheuring in de gereformeerde kerken in 1944. In het geval van een verbondssluiting, in het bijzonder een verbond tussen God en mens, belooft God een verbond aan te gaan met de mens; hij belooft de mens een God te zijn – op Zijn initiatief. In antwoord op dit genadige aanbod belooft de mens zich te houden aan Gods Wet of (leef)regels namelijk: geloof en gehoorzaamheid. 

Dit zorgt er voor dat er een netelig probleem is rondom de ‘verbondssluiting’ in de kinderdoop. Immers; zoals ook de NGB stelt is het Nieuwe Verbond dat met Christus is gekomen het genadeverbond. Christus is, zegt de NGB terecht, “het einde der Wet”, oftewel het einde van dit verbond. De spagaat waarin men dan komt is dat men enerzijds zegt dat Christus het ťinde is van het verbond der Wet en Šnderzijds stelt dat de doop “in de plaats van de besnijdenis” is gekomen en het verbond van de Wet, met als teken de kinderdoop, laat overgaan, weer toepast, op de kerk!

Door de erfzonde, zo leert men, zijn de kinderen “besmet”. Zij dienen daarom “afgezonderd” te worden en opgenomen in het verbond met God middels de doop. Daarmee zijn zij echter niet vrij van de zonde, aldus de NGB.

 

Terug naar begin

Conditioneel of niet?

Het grootste probleem is echter de vraag of het verbond ‘middels de kinderdoop’ conditioneel is of niet. Te constateren is dat het genadeverbond in Christus, het Nieuwe Verbond, twťť condities kent:  

1.    de zegeningen die het Nieuwe Verbond in Christus belooft zijn volledig afhankelijk van Christus (volbrachte) werk aan het kruis. Aangezien het hier een volbracht werk is, is de zegen vaststaand. Om het eenvoudig te stellen: de Gever van het Nieuwe Verbond heeft aan de conditie voldaan;

2.    om hieraan deel te krijgen is de voorwaarde: geloof (wedergeboorte).

 

Dit maakt dat het verbond daarom een conditioneel verbond is dat een mens kan breken c.q. niet aan de voorwaarden voldoet (zie 2e punt), door niet te geloven. Het kan gťťn onconditioneel verbond zijn, ondanks het feit dat het als zodanig gepresenteerd wordt immers: het kleine kind wordt, zonder ťnige voorwaarde of wilsbesluit van het kind zelf, “opgenomen in het verbond”. Ondanks dat de mens, middels de kinderdoop, (beweerdelijk) is opgenomen in het verbond is dit dus niet per definitie van toepassing op hem of haar.  

Daarmee wordt het verbond dat de NGB onderwijst een verbond dat God zou sluiten met mensen die wel de belofte zouden hebben ontvangen maar niet aan de voorwaarden voor de belofte voldoen. De kerk, het ‘verbondsvolk’, wordt dan bevolkt door een gemengd volk: gelovigen en ongelovigen, leden van het verbond en brekers van het verbond. Niet, zoals artikel 15 NGB stelt, doordat zij zondigen of in zonde vallen, maar vanwege het niet voldoen aan DE voorwaarde van het Nieuwe Verbond in Christus: geloof!

 

Joh. 3:16-18, NBV:

16 Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. 17 God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om een oordeel over haar te vellen, maar om de wereld door hem te redden. 18 Over wie in hem gelooft wordt geen oordeel uitgesproken, maar wie niet in hem gelooft is al veroordeeld, omdat hij niet wilde geloven in de naam van Gods enige Zoon.”

 

Dit is dan ook exact de reden waarom veel verbondstheologen onderschrijven dat het “verbondsvolk” bestaat uit een “gemengd volk”. Het “verbondsvolk” is dan echter gecompromitteerd door verbondsbrekers. Deze theologen  zien er echter geen kwaad in om desondanks allen die gedoopt zijn als kind te zien als leden van dit Nieuwe Verbond in Christus.

Het verbondsvolk bestaat daarmee uit uitverkorenen en niet uitverkorenen, aldus deze theologen. Anderen zien echter wel degelijk een probleem en onderkennen dat. De Westminster Confession is hier een voorbeeld van. Deze stelt dat het verbond allťťn geldig is voor de uitverkorenen. En wie is dan uitverkoren? Zij die aan de conditie voldoen: de gelovigen. Er rijzen dan echter weer praktische problemen: hoe weet de mens, hoe weet het ‘verbondsvolk’, wie uitverkoren is? Hoe kan de mens uitverkoren worden, deelgenoot worden aan dat Nieuwe Verbond waartoe men ťigenlijk al behoort?

 

Terug naar begin

Waarom is een kinderdoop noodzakelijk?

De NGB stelt echter iets heel anders, zoals eerder geciteerd: 

            “Hierdoor worden wij in de kerk van God opgenomen en van alle andere volken en vreemde godsdiensten afgezonderd, om helemaal het eigendom te zijn van Hem, van wie wij het merk en veldteken dragen. Dit dient ons tot een getuigenis dat Hij eeuwig onze God en onze genadige Vader zal zijn”

 

De doop van een kind wordt als middel gezien om de mens te heiligen (af te zonderen) voor God, zodat het kind “helemaal Zijn eigendom is” en het teken en zegel van de doop is om te getuigen dat het kind voor eeuwig het kind van de Vader zal zijn. Dit is volledig in strijd met wat de kerk onderkent en wat een ieder nu ook kan zien; het “verbondsvolk” is een volk dat bestaat uit een “gemengd ras”; gelovigen en ongelovigen. Het “duale aspect van het verbond” noemt men dat. Om dit te ondervangen is er de geloofsbelijdenis; wie belijdenis doet van zijn geloof “zegt <ja> tegen God en de kerk”, zo wordt populair gezegd. Maar, hoe is dat te rijmen met het gestelde in art. 34, welke immers stelt dat een ieder die –als kind- gedoopt is reeds tot dit verbond en het volk van het verbond, de kerk, behoort? Dat spreekt elkaar volledig tegen!  

Zou het daarom niet juister, meer Bijbels, zijn om te stellen dat wannťťr er sprake is van een verbondssluiting tussen God en de uitverkorene(n), in het bijzonder onder de werking van het Nieuwe Verbond zoals we dat zien in Joh. 3, alleen toegepast wordt op hen die tot dit verbond behoren? Dit is echter een onmogelijkheid voor hen die kinderen dopen! Want, zij onderwijzen dat er vanaf de tijd van Abraham –of zelfs vanaf Adam, het zogeheten ‘werkverbond’- slechts ťťn verbond en ťťn uitverkoren volk is en was. Die uitverkiezing was ťťrst Abrahams deel, toen zijn kinderen, en daarna –uiteindelijk- het volk IsraŽl. Door de verwerping, van de zijde van IsraŽl, van de Messias is echter dat verbond “overgegaan” op de kerk. Daarmee stelt men zich op de plaats van IsraŽl en, … stelt men het Nieuwe Verbond, het genadeverbond, door Christus Jezus gegeven buiten werking.

 

Terug naar begin

Denkfout

De grote denkfout die derhalve gemaakt wordt is, samengevat:

 

1.    het Nieuwe Verbond wordt gemengd met het Oude Verbond dat God met Abraham en zijn nakomelingen gesloten heeft;

2.    het Nieuwe Verbond wordt gesloten met de gelovige ‘en zijn kinderen’ middels de kinderdoop, er wordt een belofte aan verbonden maar de conditie (geloof) wordt niet ‘getoetst’; d.w.z. – men kent een gemengd volk van gelovigen en ongelovigen en kan niet onderscheiden wie nu wel of niet tot het ‘verbondsvolk’ behoort;

3.    daarmee is de kerk die de kinderdoop op deze gronden praktiseert een ‘gemengd ras’ en gťťn geheiligd, voor God afgezonderd, volk aangezien zij niet aan de condities van het verbond dat zij meent aan te gaan -en meent het kind aan te laten gaan door de ouders heen- kan voldoen.

 

Het Nieuwe Verbond in Christus kan daarom allťťn met de mens gesloten worden wanneer God, in Christus, de mens genade aanbiedt (een aanbod dat aan ieder mens is gedaan op Golgotha!) en de mens dit gelovig aanvaardt. Als teken hiervan kennen we de (Bijbelse) “geloofsdoop”.

 

Terug naar begin

Copyright © 2010 Rudy Brinkman en eindtijdinbeeld.nl . Alle rechten voorbehouden.