Het zondaarsgebed en de handopsteking.

Hoe wordt de mens wederomgeboren?

  1. Altar Call
  2. Nederlandse situatie
  3. Zondaarsgebed of hand-opsteking?
  4. Hoe kom je tot bekering?
  5. Intentie-verklaring

Auteur: R. Brinkman (c) 2008, Bijbel Actueel, www.bijbelactueel.nl


Altar Call

Eén van de tegenwoordig omstreden c.q. langzaamaan verdwijnende gewoonten in de Evangelische gemeenten -waaronder ik de brede kring van evangelische gemeenten en kerken reken zoals de VPE, ABC-gemeenten, onafhankelijke evangelische gemeenten, baptistenkerken e.a.- is het zogenoemde ‘zondaarsgebed’. Voor wie niet weet wat dit is: het zondaarsgebed is een uitdrukking voor het (gezamenlijke) gebed van een gelovige met iemand die zijn of haar leven aan de Here Jezus wil geven. Vaak wordt dan door de gebedsleider, de gelovige, een gebed uitgesproken welke de ‘bekeerling’ naspreekt of samen met hem/haar bidt. 

De reden dat een gelovige de woorden ‘voorzegt’ is een voornamelijk praktische; een ongelovige (een zondaar) weet immers meestal niet wat bidden is en hoe dat te doen. Dus wordt er een gebed ‘voorgezegd’ wat door de tot dan toe ongelovige nagesproken kan worden. Er bestaat geen vaste ‘formule’ of inhoud voor het gebed zelf. Belangrijk is dat de ‘bekeerling’ zijn zonde belijdt en de Here aanneemt als persoonlijke Redder en Verlosser. 

Ik kan mij nog herinneren, uit mijn tienerjaren, dat het regelmatig voorkwam in samenkomsten, bij evangelisatieacties, of bij “een-op-een” evangelisatiewerk dat mensen werden opgeroepen hun leven in de hand van de Here te geven, zich te bekeren. De mensen die aan de oproep gehoor wilden geven werd gevraagd “naar voren te komen” en vervolgens werd met hen persoonlijk gebeden door een oudste, voorganger of evangelist; het ‘zondaarsgebed’ werd uitgesproken.  

Altar Call

In de Engelssprekende landen heeft men er zelfs een speciaal woord voor: “The Altar call”; de oproep tot bekering die gevolgd werd door het, vóór in de kerk of gemeente, knielen voor de Here om Hem aan te nemen. Een gebruik c.q. uitdrukking welke men kent, in de VS, binnen bijna alle Evangelische gemeenten en kringen zoals Baptisten, “Fundamentalistische” gemeenten, Wesleyaanse-, pinkster-, en Charismatische kringen. Met andere woorden: alle kerken en gemeenten waarin men niet gelooft in een verbondsleer maar in een persoonlijke wedergeboorte. Er wordt niet geknield voor een daadwerkelijk altaar. Het woord is afgeleid van het naar voren komen in de kerk, de plaats waar ook, naast het spreekgestoelte, een –meestal fraaie- tafel staat welke gebruikt wordt voor bijvoorbeeld het avondmaalsgerei. Wanneer er geen avondmaal is staan er meestal wat fraaie bloemen op of dient het een ander doel.

 

Zelfwerkzaamheid?
De “altar call” ligt in de VS al jarenlang onder vuur. Veel mensen, predikanten ook, strijden er tegen. Men vindt het niet ‘van deze tijd’, men vindt het ‘vernederend’ dat mensen zo publiek hun leven aan de Here zouden moeten geven, etcetera maar vaak is de argumentatie gebaseerd op een andere grond. Veel predikanten willen namelijk geen oproep tot bekering, een ‘altar call’, meer doen omdat, zo zegt men, “dat de indruk geeft alsof een mens zelf ook maar iets toe kan voegen aan zijn bekering door naar voren te komen en te knielen in de gemeente”.

Feitelijk is deze argumentatie een direct gevolg van de opkomst van de verbondsleer binnen de Evangelische kringen en dan met name de Baptistengemeenten. Het gebruik om in de kerkdienst ‘naar voren te komen’ wordt door de predikanten daarom gelijkgesteld aan ‘zelfwerkzaamheid’. Een alternatief is er echter in de ogen van velen niet, en dus laat men de oproep tot bekering, als gevolg hiervan, achterwege!

 

Terug naar begin

Nederlandse situatie

In Nederland kenden we zoals eerder gezegd tot in elk geval de midden jaren ’80 (1985, ‘86) deze gewoonte ook. Ik heb vaak mensen na een prediking en oproep tot bekering “naar voren” zien gaan; met name binnen de pinkstergemeenten was dit een wijd verbreid fenomeen. In het Baptisme was dit minder bekend maar werd het ook toegepast en bij diverse evangelisatie-akties heb ik het ook regelmatig gezien.  

De laatste jaren is ook in Nederland echter het gebruik langzaam maar zeker, voor zover ik het heb gezien, verdwenen. Er is op veel plaatsen een andere gewoonte voor terug gekomen. In samenkomsten wordt door de voorganger tegenwoordig niet meer gevraagd aan mensen of ze ‘naar voren willen komen’ maar er wordt door de voorganger -na de prediking- gebeden en tijdens dat gebed  aan de mensen vaak gevraagd om, “als ze de Here willen aannemen”, te gaan staan. Of, nog vaker, om hun hand op te steken.  

Wordt er niet gereageerd, dan wordt er soms aan toegevoegd of de mensen die ‘bij vernieuwing’ hun leven aan de Here willen geven hun hand willen opsteken. Als aanwezige hoor je dan de voorganger vervolgens zeggen: “ik heb uw hand gezien, broeder…. Ik heb uw hand gezien…. Ik heb uw hand gezien, zuster”. En zo worden de mensen die hun hand opgestoken hebben of zijn gaan staan gerekend als “bekeerden”. Vervolgens dankt de prediker de Here voor de mensen die hun leven aan de Here hebben gegeven dat moment.

Ik heb mij hier eigenlijk de afgelopen jaren bij neergelegd hoewel het voor mijn gevoel niet klopte wat er gebeurde. Echter, gewoonten veranderen, geleidelijk, en je gaat er in mee. Je moet toch ook niet altijd “overal tegen zijn”? Of “altijd maar vast blijven houden aan het oude”? En daar komt bij: je gevoel is een bedrieglijke graadmeter. Dus, je denkt dat het goed is zo. En bent, uiteindelijk, zelfs blij over het grote aantal mensen dat hun hand opsteekt en tot geloof komt (of zich weer ‘opnieuw’ heeft toegewijd aan de Here Jezus).

 

Afschaffing wedergeboorte?

We zien dus, samengevat, de volgende ontwikkeling(en) in de Evangelische beweging en kerken: de afschaffing van het ‘naar voren komen’ met als gevolg:

 

1.    de afschaffing van de oproep tot wedergeboorte (met als grondslag de invoering van een theologie die op de verbondsleer gebaseerd is)


of

 

2.    het invoeren van de ‘handopsteking’ in plaats van het ‘zondaarsgebed’.

 

In beide gevallen wordt het ‘zondaarsgebed’ achterwege gelaten. De invoering van een verbondsleer-theologie, en deze als grondslag laten dienen voor het afschaffen van de oproep tot wedergeboorte, verwerp ik eenvoudigweg op grond van wat de Here Jezus zelf zegt:

            Jezus antwoordde en zeide tot hem: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand wederom geboren wordt, kan hij het Koninkrijk Gods niet zien. (Joh. 3:3).

 

Petrus zegt dat deze wedergeboorte er toe leidt dat wij een lévende hoop hebben 1 Petr. 1:3, en Paulus zegt Titus 3:5 dat wij door de wedergeboorte gered zijn. De woorden van de Here zijn duidelijk genoeg, een wedergeboorte is noodzakelijk. Zonder de wedergeboorte zullen wij, als mens, verloren gaan. Wie niet wederom geboren wordt, wie geen persoonlijke keuze voor de Here Jezus heeft gemaakt, zal het Koninkrijk Gods niet zien.

 

Terug naar begin

Zondaarsgebed of hand-opsteking?

Ik kom nu met de nodige reserves en na enige tijd dit biddend te hebben overdacht, want dit kan zeer schokkend zijn voor u als lezer, tot het volgende punt: is de ‘handopsteking’ (gelijk te stellen aan) een wedergeboorte?  

Wat bedoel ik? We hebben gezien dat in gemeenten mensen niet meer ‘naar voren komen’ om te knielen voor de Here en een ‘zondaarsgebed’ te zeggen. In plaats daar van steekt men nu, op uitnodiging van de voorganger, de hand op als teken dat men ‘de Here wil volgen’ of ‘Jezus heeft aangenomen’ enz. Dit wordt gerekend als een ‘bekering’. Waarbij ik moet opmerken dat het woord ‘bekering’ tegenwoordig vaak een andere definitie heeft gekregen namelijk deze: “Bekering is je omkeren tot God” of ook wel: “Bekering is je afkeren van je oude leven”. Dat is echter slechts ten dele juist. Bekering houdt namelijk zoveel méér in; het is: je leven óvergeven, in de handen leggen, van de Here Jezus.  

Wat is bekering?

Bekering is feitelijk: “tot geloof komen”. Geloven in Christus Jezus. Hem “ontvangen” of áánnemen, zo noemt de Bijbel het:

Joh. 1:12 Doch allen, die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden, hun, die in zijn naam geloven. 

De mens wordt de ‘macht gegeven’ om, wanneer hij of zij gelooft en Christus Jezus áánneemt als Redder en Verlosser, om een kind van God te worden. Géén mitsen en maren, geen theologische tegenwerpingen of vooroordelen! De Bijbel is hier 100% duidelijk over. Bekering, wedergeboorte, is een zuiver Bijbelse aangelegenheid.

Door dit geloof wordt de mens gereinigd van de zonde, “en het bloed van Jezus, zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde” 1 Joh. 1:7. Door te geloven in Christus Jezus, wordt de zonde, álle zonde, van ons weggenomen. In het Oude Testament Deut. 30:2, 10 lezen we ook al wat bekering is:

“wanneer gij u dan tot de HERE, uw God, bekeert en naar zijn stem luistert” [..]wanneer gij u tot de HERE, uw God, bekeert met geheel uw hart en met geheel uw ziel.”.  

Zoals Paulus Rom 2:13 zei: het is niet alleen horen, maar ook de daden die er bij horen; met hart én ziel je aan de Here overgeven. Léven vanuit dat Evangelie waartoe je als mens je bekeert, waaraan je vanaf dat moment je onderwerpt. Is dat echter alles? Je houden aan een set van (leef)regels, je onderwerpen aan God? Nee, het gaat nóg verder! Door te geloven in Christus Jezus, door Hem “aan te nemen” worden de zonden vergeven. Wat méér is: de érfzonde wordt vergeven waardoor wij de dood niet meer schuldig zijn Gal. 3:22, Rom. 6:10-23.  

De érfzonde is de zonde van de opstand; de opstand van de mens tegen God. En elk mens leeft in opstand tegen God. Al zijn wij als mensen in de ogen van ons zelf nóg zulke goede mensen, we leven –zolang we niet geloven, zolang we God verwerpen- in opstand tegen onze Schepper. Aangezien wij in opstand leven tegen God, als mens, kan Hij ons niet accepteren, kan Hij niet toestaan dat wij –na dit leven- in Zijn nabijheid zijn. En daarom kan een ieder die niet gelooft níet ingaan in het Koninkrijk Gods (Joh. 3:3).  

Bekering, tot geloof komen of wedergeboren worden, is dus –zoals eerder gezegd- een absolute voorwaarde om ‘in te gaan in het Koninkrijk Gods’. Want door deze bekering, door het aanvaarden van het offer van de Here Jezus Christus, wordt ons de zonde vergeven. 

 

Samenvattend:

1.    bekering is: tot geloof komen;

2.    bekering dient te gebeuren ‘met hart en ziel’, volledige overgave aan God;

3.    de mens is gereinigd van alle zonde door de bekering;

4.    wie zich niet bekeert zal verloren gaan.

 

Terug naar begin

Hoe kom je tot bekering?

Hoe kun je gaan geloven, hoe doe je dat? De Bijbel onderwijst in Rom 10:9-13 het volgende:

9 Want indien gij met uw mond belijdt, dat Jezus Heer is, en met uw hart gelooft, dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult gij behouden worden; 10 want met het hart gelooft men tot gerechtigheid en met de mond belijdt men tot behoudenis. 11 Immers het schriftwoord zegt: Al wie op Hem zijn geloof bouwt, zal niet beschaamd uitkomen. 12 Want er is geen onderscheid tussen Jood en Griek. Immers, één en dezelfde is Heer over allen, rijk voor allen, die Hem aanroepen; 13 want: al wie de naam des Heren aanroept, zal behouden worden. 

Om dit te kúnnen doen, is geloof noodzakelijk, zegt Rom. 10:14. Tevens is berouw noodzakelijk. Niet van het nivo “ja, sorry”, nee: diep zondebesef en werkelijk berouw hebben over het zondige leven, de opstand tegen God Hand. 3:19.

 

Koning David schreef in Psalm 55:17, 18 

Maar ik, ik roep tot God,

de HERE zal mij verlossen.

Des avonds, des morgens en des middags klaag en kreun ik;

Hij hoort mijn stem.

 

In Lucas 18:9-14 lezen we het zeer bekende verhaal van de Farizeeër die zichzelf, al biddende, “op de borst slaat” dat hij géén zondaar is – in zijn eigen ogen wel te verstaan. Immers, hij bidt, hij vast, hij is niet onrechtvaardig.. En hij heeft zelfs de moed om hardop tot God te zeggen: “O God, ik dank U, dat ik niet zó ben als de andere mensen, rovers, onrechtvaardigen, echtbrekers, of ook als deze tollenaar”. Verwijzend naar de tollenaar die klaarblijkelijk in zijn buurt staat. Wat doet de tollenaar? Hij slaat zichzelf op de borst (een teken van rouw) en roept uit: “O God, wees mij, zondaar, genadig!”. En de Here Jezus verklaart: “Deze keerde, in tegenstelling met de ander, gerechtvaardigd naar huis terug.”.

Verder lezen we in Lucas 23:39-43 over de kruisiging en daar zien we dat één van de misdadigers aan het kruis roept tot de Here: “Jezus, gedenk mijner, wanneer Gij in uw Koninkrijk komt.”. Wat is het antwoord van de Here op dit eenvoudige gebed? “heden zult gij met Mij in het paradijs zijn”. Twéé voorbeelden van zéér eenvoudige, maar recht uit het hart komende en oprechte, geméénde, gebeden tot de Here. Twéé voorbeelden, Bijbelse voorbeelden, van een ‘zondaarsgebed’.  

Ook wanneer wij andere plaatsen in het Nieuwe Testament lezen zien wij dat de wedergeboorte iets is wat met een ‘actie’ gepaard gaat; men belijdt zijn zonde, roept tot God, .. laat zich dopen (vgl. bijv. Hand. 2:37, 38; de Kamerling, Hand. 8:37 die zegt: “Ik geloof, dat Jezus Christus de Zoon van God is.” etc). Wij mogen de Here Jezus aanvaarden als onze Redder. Geloven dat Hij stierf voor onze zonden. Hiervoor bracht God de Vader Zelf het offer van Zijn Zoon. Door dit offer niet te aanvaarden, zondigen we heel erg. De Heilige Geest zal de wereld overtuigen van zonde en van gerechtigheid en van oordeel; “van zonde, omdat zij in Mij niet geloven”, zegt de Here Jezus in Johannes 16:9.

Het belangrijkste van een ‘zondaarsgebed’ is dat dit gebed uit het hart komt. Het ‘napraten’ van een ander of een formule is –hoewel het een goede hulp kan zijn- niet noodzakelijk. De mens belijdt een zóndaar te zijn en niet zonder de Here te kunnen. Paulus zegt het immers? Als de mens met de mond belijdt dat Jezus de Héér is, en met het hart gelooft dat Hij is opgestaan uit de doden –om de zonde, de dood, te overwinnen- dán is men behouden.

Terug naar begin

Intentie-verklaring

De handopsteking is een daad waarmee een mens te kennen geeft “bij Jezus te willen horen”. Maar de vraag is: is het een bekering? Is het een wédergeboorte? Als dat zo is, dan is het namelijk geen enkel probleem om het naar voren komen in de samenkomst en het daar uitspreken van een ‘zondaarsgebed’ te vervangen door het handopsteken.  

Is de handopsteking een belijden van de zonde? Is het een roepen tot de Here? Helaas moet het antwoord zijn: Nee, dat is het niet. Het is een gewoonte die wij vanuit Gods Woord, de Bijbel, niet kennen. Daarmee mist het dus de Bijbelse grondslag en is wellicht zelfs.. een dwaling te noemen.

Ik wil het graag illustreren met een voorbeeld. Wanneer een jongen en een meisje verkering hebben, of verloofd zijn, en de jongen vraagt het meisje ten huwelijk en zij antwoord hierop: “Ja!”, zijn ze dan getrouwd? Nee, zeker niet! Het huwelijk wordt pas gesloten, is pas een feit, wanneer zij daadwerkelijk een handtekening onder de huwelijksakte plaatsen. Wanneer zij ten overstaan van de getuigen en de ambtenaar van de burgerlijke stand het hebben uitgesproken: “Ja, ik wil!”.

Wanneer de jongen het huwelijksaanzoek doet, en het meisje antwoord ‘ja’, is dit niet meer dan een intentieverklaring. Namelijk: “Ja, ik wil met je gáán trouwen”.

De handopsteking is hiermee te vergelijken. De voorganger of predikant doet een uitnodiging aan de mensen, en men steekt als antwoord zijn hand op, of gaat staan, om daarmee ‘ja’ te zeggen. Maar is daarmee de wedergeboorte een feit geworden? Nee! Nog afgezien van de tegenwoordig ‘aangepaste’ definitie van de ‘bekering’ is er door de persoon die zijn of haar hand opsteekt nog niet voldaan aan de Bijbelse criteria. Immers, zoals we hiervoor zagen stelt de Bijbel, Gods Woord, dat wij ons geloof moeten úitspreken. Dat we onze zonden moeten belijden en dat we dán vergeving zullen ontvangen:

Psalm 32:5
Mijn zonde maakte ik U bekend, en mijn ongerechtigheid verheelde ik niet; ik zeide: Ik zal de HERE mijn overtredingen belijden, en Gij vergaaft de schuld mijner zonden.

1 Johannes 1:9 Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid. 

De –verschrikkelijke- conclusie moet dus zijn dat wie denkt de Here te hebben aangenomen, in alle oprechtheid – daar twijfel ik niet aan!, door tijdens een dienst zijn of haar hand op te steken misleid is. De handopsteking is géén wedergeboorte. Pas wanneer wij de Here onze zonde belijden, een ‘zondaarsgebed’ uitspreken in welke vorm dan ook, en Hem vragen onze Heer te worden, dit met de mond belijden en met het hart geloven, pas dán zijn wij daadwerkelijk wedergeboren mensen.

Deze ‘wedergeboorte’ kan overal plaatsvinden. Het hoeft niet per definitie voor in een kerk te gebeuren. Het mág wel. Het kan ook op een andere plaats. Mét of zónder getuigen. Van belang is dat wij als mens éénmaal hebben beleden schuldig te staan tegenover God. Dat wij zondaars zijn. Dat wij Hem nodig hebben om deze vreselijke zondelast van ons af te nemen, dat we vergeving nodig hebben, en schuilen onder het bloed van onze Here Jezus. Dat we Zijn offer accepteren. Dán, wanneer we dát belijden én uitspreken, dán zijn wij daadwerkelijk tot wedergeboorte gekomen.

Mag ik u uitnodigen, voor zover u dat nog nooit gedaan hebt de Here in uw hart aan te nemen en Hem uw zonde te belijden?

 

Terug naar begin

Copyright © 2008  [Rudy Brinkman. www.bijbelactueel.nl ]. Alle rechten voorbehouden.